Bericht uit New York Michael Persson

Op de fiets is ‘Race je ook?’ een vanzelfsprekende vraag in Amerika – en natuurlijk, ik kan ook racen

Don’t look back! Niet omkijken!’ De waarschuwing was bijna oudtestamentisch – alsof we zo in zoutpilaren zouden veranderen, met fiets en al. Achter ons had het geluid geklonken van kletterend plastic, van tegen elkaar kletsende carbon frames – een opvallend goedkoop geluid gezien de prijs van het materiaal. Niet omkijken. Stuur rechthouden. Niet remmen. Door.

‘Meestal valt het mee’, zei iemand rechts van me, een lange zwarte jongen met oranje sokken die bij zijn oranje helm pasten. Iemand naast hem zei: ‘En er is altijd een ziekenwagen.’

En dus reden we door, met z’n zestigen suizend door de stilte van een zaterdagochtend in New York, nog stiller na de valpartij, iedereen geconcentreerd op het wiel voor hem. Natuurlijk dachten we aan de gevallenen achter ons – maar we dachten ook aan wat er nog voor ons lag. Wij konden nog winnen.

In Nederland fietste ik ook. Ik was zo’n fietser op een racefiets, maar net als de meeste Nederlandse fietsers op een racefiets had ik nooit het idee gehad om daar races mee te fietsen. Ik maakte tochtjes en tochten, meestal alleen en soms met vrienden. Wedstrijden, dat was iets voor anderen.

Niet in New York. Als je hier op een racefiets rijdt en een beetje doorfietst, krijg je op een gegeven moment gezelschap en raak je in gesprek en komt er een vraag die in Nederland nooit gesteld zou worden. Race je ook? Zonder ironie. Het is een vanzelfsprekende vraag.

Zo zijn ze, Amerikanen, zeker hier. Een hobby is een serieuze bezigheid – het wordt pas leuk als er gewonnen kan worden. Daarachter schuilt het naïeve optimisme dat achter die hele Amerikaanse Droom schuilt, het idee dat iedereen een winnaar kan zijn, als je maar een beetje je best doet. Het is een geloof dat met de dag ongeloofwaardiger wordt. Maar zo op de man af appelleert het aan een andere vorm van naïef optimisme – te weten: ijdelheid – dus dan denk je: ja, natuurlijk. Ik kan ook racen.

De eerste keer was in maart. De race werd gesponsord door Lucarelli & Castaldi, letselschadeadvocaten gespecialiseerd in fietsongelukken. Om vijf uur ’s ochtend stonden we met zeker tweehonderd deelnemers in een rij voor een klaptafel om 40 dollar te betalen en alle aansprakelijkheid kwijt te schelden en kregen in ruil daarvoor een rugnummer. Daar op de heuvel in het park was ook Charlie Issendorf. Charlie was al om half drie opgestaan om dit te organiseren, zoals hij dat het hele voorjaar elke week zou doen. Charlie zat al op zijn achtste op een racefiets en heeft hier in het park nog met George Hincapie gereden. Charlie weet alles van fietsen en discipline, en zonder Charlie wordt er niet geracet in New York.

Het mooie, zegt hij, is dat iedereen hier weer gelijk wordt – de investeringsbankier rijdt naast een fietskoerier, wit en zwart en bruin rijden naast elkaar, er wordt Engels en Spaans en Hebreeuws gesproken en iedereen kan winnen. ‘Of je nou een fiets van tienduizend dollar hebt of van duizend, dat maakt niet zoveel uit op een heuveltje van een paar honderd meter’, zegt Charlie. ‘Je moet werken om te winnen. Vijf, tien uur trainen per week. Dit is hoe competitie moet zijn.’

Vijf rondjes van vijfenhalve kilometer, aangemoedigd door het geluid van de zeehonden uit de dierentuin. Erik, een oersterke Bulgaarse tegelzetter, rijdt vier ronden op kop maar is leeg op de laatste heuvel, waarna de Dominicanen met de Colombianen om de winst strijden. Aan de finish staan drie mannen met schaafwonden en een slag in het wiel. ‘Het viel mee’, zegt een van hen, als we vragen hoe het gaat. ‘Wie nooit valt heeft nooit gefietst. Ben je er volgende week?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden