Op de bres voor de baan

Haar hele leven heeft ze op straat gewerkt. Liever dat dan achter het raam. Ze kent alle tippelzones. Idioot vindt Jenny het dat een aantal zones wordt gesloten....

Jenny ziet het wel eens gebeuren bij de afwerkplekken: een klant die een meisje in elkaar slaat. 'Laatst was het weer zover.' Op zo'n moment grijpt ze in. 'Ik heb een krik uit zijn achterbak gehaald en heb hem op zijn rug gemept. Ik zeg: ”volgende keer sla ik je op je harses”.' Ze neemt een trekje van haar Burton-sigaret. Kijkt tevreden. 'We hebben hem niet meer teruggezien.'

De 'moeder van de baan' noemen ze Jenny (51) op de tippelzone aan de Europalaan in Utrecht. En dat niet alleen vanwege haar leeftijd – 'ik ben niet eens de oudste'. Als er eentje in de penarie zit, dan is Jenny er. 'Van de week vertelt een meisje dat ze haar huis uit wordt gezet. Dan zeg ik: kom nou, dat regelen we toch even?'

Daarom werkt ze het liefst op straat, al 31 jaar. 'We houden elkaar goed in de gaten. Als iemand in de problemen komt, dan zijn we er voor elkaar. Achter het raam sta je er op zo'n moment helemaal alleen voor. Dat heb ik vroeger op de Wallen meegemaakt.' Bovendien: 'Achter het raam betaal je tegenwoordig soms wel honderd euro per dagdeel. Belachelijke prijzen zijn het.'

Twee keer per week rijdt ze met haar auto van haar huis in Almere naar de Europalaan in Utrecht. 'Mijn vaste klanten weten wanneer ik er ben.' Alle tippelzones kent ze van binnenuit – 'als straatprostituee kom je overal' –, maar Utrecht is haar favoriete plek. 'Op de Europalaan hebben ze het heel goed geregeld. Ik kom er al vanaf het begin, eind jaren tachtig. Utrecht was toen de eerste zone die open ging.

'Fantastisch vond ik dat. Dat een politieman een praatje met je komt maken, in plaats van dat ie je behandelt als vullis. En voor de gemeente is het veel gemakkelijker om het op deze manier te controleren, dan als we in het geniep tippelen.'

Een heel slechte zaak vindt ze het daarom dat sommige steden hun tippelzones (inmiddels broeinesten van criminaliteit, aldus de burgemeesters) alweer sluiten. 'Belachelijk is het. Volslagen idioot. Naïef.' Ze pakt een nieuwe sigaret uit het pakje op de koffietafel in de kleine huiskamer. Ze is behalve kwaad ook erg ongerust. Want hoewel haar vaste stek in Utrecht vooralsnog open blijft, is de grote vraag: hoe lang nog?

'Het wordt steeds drukker met alle meisjes die uit Amsterdam en Rotterdam komen. Als de buren zo meteen gaan klagen vanwege de overlast, dan gaan ze hem hier ook misschien wel sluiten.'

Waar ze niet tegen kan: als er over haar hoofd heen over haar wordt beslist. 'Op de Europalaan zijn er vaak maatschappelijk werkers die het beter weten. Vooral stagiaires. Dan zeg ik: buiten is nog wel een tegel vrij. Ga maar een maand werken, en kom dan maar bij me terug.'

Daarom komt ze in actie nu er op de stadhuizen beslissingen vallen over haar werk. Gaat ze op bezoek bij de Utrechtse wethouder Spekman, maant ze burgemeester Job Cohen de Theemsweg weer te openen. Onlangs stond ze met haar gemaskerde collega's voor het Amsterdamse stadhuis. Om een petitie in de dienen. 'Ik zeg nog tegen Cohen: het is je eigen schuld dat er illegale vrouwen kwamen. Je heb de regels niet strak gehad, dan krijg je dat. Maar hij bleef voet bij stuk houden. Wat een arrogante man is dat.'

Gemaskerd was ze trouwens niet. En haar voornaam is echt Jenny. Want iedereen mag weten wat ze voor de kost doet – 'mijn man is al lang dood, en mijn dochter weet het wel'. Ze gaat ook langs de vmbo-scholen, om meisjes te vertellen hoe het is om prostituee te zijn. Dat je op je rug geld verdient voor anderen. Dat het ook een heel moeilijk beroep is, wat anderen er ook van mogen denken. 'Als ik op een avond vijf klanten heb, moet ik vijf keer een andere rol spelen. Je moet telkens de knop omzetten in je hoofd. Ik zeg wel eens: ons werk bestaat uit lullen en lullen.'

Ze ziet ze vaak genoeg op de Europalaan: de 18-jarige meisjes die door hun zogenoemde vriendjes worden gedwongen zich daar te prostitueren – 'maar weinig vrouwen beginnen vrijwillig'. Een paar weken geleden nog kwam ze zo'n meisje tegen. 'Ze stond daar een beetje onwennig. Dus ik zeg tegen haar vriend: ze moet even mee om zich in te schrijven bij de hulpverleners in de bus. Ze vertelde toen dat ze het helemaal niet wilde. Ik heb haar naar huis gebracht. Naar haar moeder.'

Loverboys heten dat soort vriendjes nu. Maar een nieuw fenomeen? Laat Jenny niet lachen. Ze steekt een nieuwe sigaret op. 'Ik was zeventien jaar toen ik van mijn vriendje achter het raam moest gaan zitten op de Wallen.' Weggelopen van het ouderlijk huis in Amsterdam was ze, 'op zoek naar liefde'. Zo kwam ze in de armen van een Algerijn terecht. Ze wappert met haar handen. 'Als ik niet wilde werken, was het van dattum.' Ze slaat in de lucht.

Op haar twintigste begon ze met tippelen. Op de Utrechtsestraat in Amsterdam was dat. 'We moesten vooral oppassen voor de politie. Ik heb wel eens tussen de hondendrollen onder een auto gelegen. En half in de gracht gehangen.' Vogelvrij waren ze in die tijd. 'Toen mijn man ons dochtertje ontvoerde naar Algerije, ging ik aangifte doen. Ga maar snel weer neuken, zeiden ze, dan heb je zo weer een nieuwe.'

Ze is de Amsterdamse agenten trouwens nog wel eens tegengekomen. Op tippelplekken in andere steden. 'Ze kijken wel uit om in hun eigen stad naar de hoeren te gaan. Dat had die wethouder Oudkerk ook niet moeten doen.'

Een paar jaar is ze ooit 'uit het vak' geweest, nadat ze in de jaren tachtig haar laatste echtgenoot Appie had leren kennen. Inmiddels was ze aan de heroïne verslaafd geraakt. 'Hij heeft me van de dope afgeholpen. Ervoor gezorgd dat ik weer een beetje blij was als ik in de spiegel keek.'

Tranen in haar ogen krijgt ze als ze het erover heeft. Appie is zestien jaar geleden overleden. Ze wijst naar de kleine witgrijze kat die op de eikenhouten koffietafel is gaan zitten. Grinnikt door de tranen heen. 'Ik heb hem Appie genoemd, omdat ie net zo zielig kan kijken als mijn man vroeger.'

Sinds de dood van Appie, met wie ze haar tweede dochter kreeg, tippelt ze weer. 'Maar toen ik opnieuw begon, ging de Europalaan open, dus toen werd alles anders. We werden ineens niet meer opgejaagd en we kregen medicijnen als we ziek waren.' Ze valt even stil. Pakt een sigaret. 'Heel belangrijk vind ik dat. Niet alleen voor mezelf, maar ook voor de gezinnen van de klanten. Daar moet je toch altijd een beetje aan denken.' Vaak maakte ze uitstapjes van haar vaste plek naar Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Nijmegen, Arnhem. 'Dan gingen we zaterdag de klok rond werken. Zondagavond weer thuis. Net een nomade voelde ik me dan.' De rottigste plek: 'Dat was Amsterdam. De Theemsweg ligt hartstikke afgelegen, dus 's avonds was het er doodeng.' De beste zone: 'Nijmegen. De afwerkplekken zijn daar fantastisch. Achter een poort met beveiliging. Maar er komen jammer genoeg niet zoveel klanten.'

Ze reist nu nauwelijks meer rond, want het wordt steeds lastiger. De tippelzone in Amsterdam is inmiddels dicht, in Rotterdam mogen alleen nog verslaafde vrouwen werken in aanloop tot de volledige sluiting en in Den Haag zijn de openingstijden zeer beperkt. 'Dat was wel een fijne plek. Maar met de huidige openingstijden heeft het voor mij helemaal geen zin meer.'

Als ze denken dat de tippelaarsters nu ineens achter het raam gaan staan, zijn ze goed gek, dat zal Jenny ronduit blijven zeggen. 'Straatprostitutie zal altijd blijven bestaan. Dat zie je nu ook in Amsterdam.' Dat recente rapport van de gemeente, waarin staat dat de tippelaarsters van de Theemsweg niet illegaal zijn gaan werken, ze gelooft er niets van. 'Dat is gewoon gelogen. Ik heb gehoord dat ze weer achter het Centraal Station staan. En in de Bijlmer.'

'Ik snap niet waarom ze de tippelzones dichtgooien. Ze trekken criminaliteit aan, zeggen ze. Maar in Utrecht hebben ze laten zien dat het heus wel kan. Streng handhaven moeten ze. Geen illegale vrouwen toelaten, zoals in Amsterdam in het begin. Dan is het hek van de dam. Ik kwam een keer een ZuidAmerikaanse tegen. Die zegt tegen me: ”we kunnen overal staan, behalve in Utrecht.” Dat bedoel ik nou.'

Nu de straatprostituees uit andere steden naar Utrecht komen, wordt een goede tippelzone kapot gemaakt, ziet ze. 'Ze worden nu met transitbusjes bij ons afgeleverd. Er valt bijna niks meer te verdienen. Soms is het maar 50 euro op een avond. Minder dan de helft van een jaar geleden. De sfeer wordt er ook niet beter op.'

De maatregelen die wethouder Spekman heeft aangekondigd om ervoor te zorgen dat er geen prostituees bijkomen (er worden geen nieuwe inschrijvingen toegestaan), juicht ze toe. En als het echt moet, is ze ook nog wel voor een pasje. 'Ik vind alles goed, als de Europalaan maar blijft.'

Zelf zal ze er niet lang meer staan op de Europalaan – 'ik word te oud'. Niet dat ze nu ineens een gewone baan zal nemen. 'Ik heb het wel eens geprobeerd. Bij de bank, de groenteman, op de markt. Maar ze moeten niet bij mij aankomen met dat ik per se iets moet doen. Dan is het: dikke lul, drie bier, ik heb nu veertig graden koorts en ik ga naar huis.

Ik zeg ook altijd: eens een hoer, altijd een hoer. Als ik een leuke man zie, zeg ik: ik zag een fijne goser met een lekker kontje. Wij prostituees praten veel te ongeremd. Dat schrikt mensen af.'

Liever dus een baan die nog iets te maken heeft met haar huidige werk. 'Ik zou wel verder willen in de voorlichting.' Ze denkt dat ze er geschikt voor is. 'Bij dat jonge meisje op de Europalaan, die ik naar huis heb gebracht, had ik het goed gezien. Die wilde echt niet. Een maand later staat ze ineens voor mijn neus. Met haar moeder. Ze hadden een bos bloemen voor me meegenomen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden