'Op Arabische lente volgt de zomer van al-Qaeda'

De vreugde over de marginalisering van al-Qaeda is voorbarig gebleken: in het kielzog van de Arabische Lente maakt ze op veel plaatsen een comeback. Dat schrijft Arabist Martin Janssen.

Rebellen in Latakia province in Syrië.Beeld afp

Nadat Osama bin Laden in mei 2011 was gedood in het Pakistaanse Abbottabad voorspelde de Amerikaanse president Obama dat al-Qaeda bezig was met haar zwanezang en dat de War on Terror zijn voltooiing naderde. Deze visie werd nog versterkt door het feit dat de dood van Bin Laden plaatsvond tijdens de eerste maanden van de Arabische Revolutie, die vooral werd gezien als een volksbeweging die, in naam van de idealen van de Franse Revolutie, Arabische despoten ten val bracht. Terwijl de Verenigde Staten bezig waren kopstukken van al-Qaeda met hun drones te elimineren, hadden Arabische volkeren met hun - aanvankelijk - geweldloze revolutie het failliet van de gewelddadige ideologie van al-Qaeda aangetoond.

Of de Arabische Lente inderdaad een gevoelige klap betekende voor al-Qaeda hangt samen met de vraag hoe we deze terreurorganisatie definiëren. Toen in de 20ste eeuw overal in de islamitische wereld moderne natiestaten ontstonden, leek er in hun meer seculier georiënteerde wetgevingen geen plaats meer voor het oude islamitische concept van de jihad. Het idee van de jihad is echter een integraal onderdeel van de islamitische theologie en werd daarom door islamitische geleerden nooit geannuleerd of inhoudelijk gewijzigd.

Icoon nieuwe wereld
In de nasleep van de Afghaanse oorlog tegen de voormalige Sovjet-Unie werd al-Qaeda geboren als icoon van een nieuwe wereld omspannende jihadistische beweging. Dat al-Qaeda van het eerste uur was vooral een monolitische organisatie met een duidelijke piramide-achtige gezagsstructuur. Westerse experts op het gebied van contraterrorisme duiden deze organisatie wel aan als 'al-Qaeda 1.0' of 'de moederorganisatie'. Deze moeder blijkt de afgelopen twee decennia echter een aantal buitengewoon gevaarlijke kinderen te hebben gebaard.

De tweede generatie van al-Qaeda zag het licht na de Amerikaanse inval in 2003 in Irak en voegde als nieuwe ideologische dimensie vooral een dodelijke haat toe tegen sjiitische moslims. al-Qaeda richtte in deze jaren in de soennitische provincies van Irak de 'Islamic State of Iraq' (ISI) op wat sindsdien de naam zou blijven van de al-Qaeda-tak in het Tweestromenland. In tegenstelling tot wat de Amerikaanse generaal Petraeus beweerde, werd al-Qaeda in Irak na 2008 niet zozeer verslagen, maar trok zij zich eerder om tactische redenen terug in afwachting van het geschikte moment om opnieuw toe te slaan.

Syrische conflict
Deze kans deed zich voor na het uitbreken, in maart 2011, van het Syrische conflict, dat zich zou ontwikkelen tot een totale sektarische oorlog - de specialiteit van de ISI. Abu Bakr al-Bagdadi, de huidige leider van de ISI veranderde deze naam in de 'Islamic State of Iraq and Sham (Syrië)' en verklaarde 'dat de strijd tegen het regime in Damascus en de regering in Bagdad dezelfde is omdat we vechten tegen de Safavidische dominantie' oftewel tegen Iran en de shia islam.

Een kenmerk van al-Qaeda is haar flexibiliteit qua methodologie en haar vermogen in te spelen op onverwachte ontwikkelingen, zoals de Arabische Lente. Alhoewel ze hier aanvankelijk door werd verrast, ontdekte al-Qaeda al snel de ongekende mogelijkheden die de Arabische Revolutie bood. Allereerst werden in landen als Tunesië, Egypte en Libië presidenten ten val gebracht die radicale islamisten altijd actief hadden vervolgd. De islamitische partijen die vervolgens overal aan de macht kwamen, schiepen een nieuw politiek klimaat dat gunstig uitpakte voor radicale salafisten, van wier verhoogd activisme de regerende partijen van de politieke islam op hun beurt weer profiteerden. De voormalige Egyptisch president Mbarak had altijd de dreiging van politieke islamisten gebruikt om westerse steun te verwerven. Zijn opvolger Morsi bewandelt dezelfde weg door de activiteiten van gewelddadige salafisten te instrumentaliseren om de Moslimbroeders voor te stellen als het gematigde alternatief dat de westerse steun verdient.

Amnestie islamisten
Een neveneffect van de politieke omwentelingen in de Arabische wereld was de amnestie en vervolgens de vrijlating van duizenden radicale islamisten uit gevangenissen. In de meeste gevallen keerden die onmiddellijk terug in hun oude professie. Op die manier kreeg al-Qaeda plotseling een enorm potentieel aan nieuwe leiders tot haar beschikking, die nieuwe organisaties oprichtten waarbij de naam al-Qaeda echter zorgvuldig werd gemeden. Hiermee werd voorkomen dat de nieuw gevormde islamitische regeringen door het Westen onder druk gezet zouden worden om deze Al-Qaeda-takken te bestrijden. Naar het voorbeeld van Jemen kozen de nieuwe leiders bijvoorbeeld voor de naam 'Ansar al-sharia', wat bovendien aansloot bij de nieuwe politieke situatie waarin partijen van de politieke islam de invoering van de sharia nastreven.

Ahmad Ashush, die na de Februari Revolutie van 2011 vrijkwam, is de leider van de Egyptische Ansar al-sharia. Tijdens televisie-interviews prijst en verdedigt hij al-Qaeda, maar waakt hij ervoor zich onderdeel van al-Qaeda te noemen. In de formulering van Ashush 'maken de Ansar al-sharia bewegingen deel uit van de jihadistisch-salafistische beweging die op haar beurt weer een extensie vormt van al-Qaeda'. Hiermee bevestigend dat de War on Terror gericht is tegen een theologisch gefundeerde ideologie die zich niet uitsluitend onder de naam van al-Qaeda manifesteert.

Veiligheidsdiensten
Westerse landen waren in hun strijd tegen het terrorisme trouwens vooral afhankelijk van de informatie en medewerking van Arabische inlichtingendiensten. In een aantal Arabische staten blijken deze veiligheidsdiensten als gevolg van de algemene politieke malaise nauwelijks nog te functioneren, wat het herboren al-Qaeda slechts in de kaart speelt.

De leiders van dat nieuwe al-Qaeda hebben bovendien lessen getrokken uit de in het verleden begane fouten en zijn begonnen zich te identificeren met lokale problemen en grieven. In Jemen sloot al-Qaeda zich aan bij de zuidelijke afscheidingsbeweging, net zoals in Azawad bij de politieke frustraties van de Toearegs. In de Sinaï maakte al-Qaeda zich de grieven van de plaatselijke bedoeïenen eigen.

Hiermee wist al-Qaeda haar basis in belangrijke mate te verbreden. Daarvan heeft ze baat bij het huidige pr- offensief in Syrië. Daar heeft de door de vrijwel voltallige Syrische oppositie geprezen Jabhat al-Nusra zich bijna salonfähig gemaakt.

Martin Janssen is Arabist. Hij woont in de Jordaanse hoofdstad Amman.

 
'al-Qaeda 1.0' blijkt de afgelopen twee decennia echter een aantal buitengewoon gevaarlijke kinderen te hebben gebaard
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden