Interview Olga Zuiderhoek

Ook zonder man en met een stuk minder drank blijft Penoza-actrice Olga Zuiderhoek onverwoestbaar laconiek

Beeld Valentina Vos

Olga Zuiderhoek (73) speelt al jaren de moeder van een Amsterdamse drugskoningin in de serie Penoza. Ook nu weer, in de film. ‘Ik leef me gewoon in, klaar.’

Ding Dong.

Het interview is nog geen drie minuten bezig of Wim T. Schippers staat op de stoep.

De beeldend kunstenaar en programmamaker (‘Nee, nee, nee, geen ontregelaar, ik háát dat woord!’) is te voet gekomen en komt het plastiek afleveren dat die avond in het Bimhuis uitgereikt zal worden aan Nora Mulder, pianiste, cimbalomspeelster en winnaar van de Willem Breukerprijs. De in 2010 overleden Willem Breuker was een begenadigd jazzmusicus, goede vriend van Wim T. Schippers én Olga’s echtgenoot. Olga, terwijl ze om het blauwe Albert Heijn krat loopt met daarin het kunstwerk: ‘O, kijk nou. Geweldig.’

Wim, tevreden: ‘Ik dacht ineens: waarom moet dat altijd op marmer? Ik doe die gouden letters gewoon op baksteen. En een baksteen is ook een klinker.’

Olga, vol bewondering: ‘Jaaa, verdomd.’

Daarna: ‘Koffie met melk?’

Wim: ‘Nee! Melk is voor baby’s.’

Een klein uur later zit Wim er nog steeds en heeft hij verteld over Dada, Cobra en Fluxus, over lesgeven en scenarioschrijven en oeuvreprijzen en Nipkowschijven, over café Cox en over stijl (‘Ik heb een hekel aan het woord herkenbaar’) en over formulierenangst, ontroering en sprezzatura. Schippers, met een stuk worteltaart in zijn hand: ‘Ik kan wel genieten van mooi spel, maar soms ontroert iets me toch niet, omdat je alleen naar ijver zit te luisteren. Dan hoor je niet iemand die bezig is met lekker spelen, maar iemand die bezig is met geen fóúten maken.’

Heeft u Olga gevolgd in Penoza?

Schippers: ‘Eh, niet alles. Vroeger keek ik nog weleens naar van die detective-achtige dingen maar dat doe ik niet meer. Ik vind het wel altijd leuk om Olga te zien.’

Dan, zich naar Olga richtend: ‘Titus Muizelaar heeft nu een rolletje in, hoe heet het ook alweer. Die nieuwe serie, ook over een crimineel. Stanley H. Dat kijk ik ook alleen omdat hij erin zit.’

Olga: ‘Ik kijk ook weinig televisie, hoor. Ik heb het vaak als een soort behang aan staan. Ik lees niet makkelijk, kan me niet goed concentreren op woorden, maar via Pauw en Eva en DWDD krijg ik toch nog het nodige mee.’

Wim: ‘Ellen en ik kijken naar Blauw Bloed.’

Olga: ‘Maar jij bent republikein!’

Wim: ‘Daarom juist. Het koningshuis is een niet zo goed, peperduur toneelstuk. Dat is fijn om naar te kijken.’

Wanneer hij weggaat vertelt hij dat er volgend voorjaar een biografie van hem verschijnt, ‘een boekje’, maar hij gaat géén interviews geven, hij verdomt het. Wim T. Schippers, geboren te Bussum in 1942: ‘Geen zin in. Nee, echt niet. Hallo, ik ben al 91, waarom zou ik.’

De deur slaat dicht, even later zoeft de lift naar beneden.

‘Acteren is gewoon een beroep. Vroeger gingen mensen die aan het toneel wilden ook meteen mal praten. Heel deftig ineens. Doen we ook niet meer.’ Beeld Valentina Vos

Toch even ontregelen, hè?

Olga: ‘Jaaa. Hij vindt het geen leuk woord, maar wij, mensen die zelf niet ontregelen, noemen dat wel zo.’

Hij kent geen twijfel, lijkt wel.

‘Nee. En dat is precies de kunst. Willem twijfelde ook niet. Ik wel, ik wik en ik weeg. In interviews probeer ik ook altijd bedachtzaam te praten over mijn vak. Het woord vak gebruik ík dan weer niet graag, trouwens. Het vak, het vak – vroeger was je dan een hoer. Acteren is gewoon een beroep. Vroeger gingen mensen die aan het toneel wilden ook meteen mal praten. Heel deftig ineens. Doen we ook niet meer.’

Het gesprek vindt plaats bij Olga Zuiderhoek thuis, op de zevende verdieping van een chic appartementencomplex met uitzicht over de Amsterdam, van oost naar west en nog verder, ‘op heldere dagen kijk je zo naar Haarlem.’ Ze kocht het nadat hun ruime gezinswoning in Oost na Willems dood te groot was geworden voor haar alleen. Ze verhuisde hun gehele muziekcollectie mee, 8.000 elpees en 7.000 cd’s. Tante Leen staat er gebroederlijk naast Mischa Mengelberg, aan de muren hangen krantenknipsels en foto’s van vroeger, aan de lamp bungelt haar leesbril. Op het balkon staan twee Gouden Kalveren, één voor hem (1982, voor de filmmuziek in de film The Illusionist) en één voor haar (2012, voor beste vrouwelijke bijrol in Süskind). Olga, nonchalant: ‘Nee hoor, dat is niet oneerbiedig, ze staan daar prachtig. Rijk de Gooijer gooide die van hem ooit uit een rijdende taxi.’

Na vijf seizoenen van de succesvolle KRO serie Penoza is er nu de film Penoza: The Final Chapter. Actrice Monic Hendrickx keert terug in de rol van Carmen van Walraven, de Amsterdamse drugskoningin die ondergedoken zit in Canada maar aan Nederland wordt uitgeleverd wanneer zij uit zelfverdediging iemand vermoordt. Terug in Amsterdam staan natuurlijk de nodige bonnetjes open. Diederik van Rooijen tekende voor het script en regie, Olga Zuiderhoek speelt opnieuw de rol van Fiep Homoet, de mater familias van de drugsfamielje.

Sinds u in Penoza speelt is uw populariteit enorm gestegen: op straat gillen mensen ‘Hee Fiep!’, ze willen met u op de foto. Bevalt die roem u?

‘Nou, het is wel leuk als datgene wat je doet impact heeft, ja. Vooral jonge jongens in groepjes geven elkaar dan ineens een stoot en beginnen te roepen. Ik heb het vaak pas in de gaten als ik allang voorbij gefietst ben. Ooo, ze riepen Fíep, denk ik dan. In winkels ook, dan zeggen ze: ‘Goh mevrouw, we kijken naar alles waar u in speelt.’ Maar ik kan moeilijk complimenten in ontvangst nemen, dus dan zeg ik altijd maar zoiets van: ‘Ik zal het doorgeven.’ Dan blijven ze meestal nog een tijdje staan kijken en roep ik: ‘Het is een heel slechte mevrouw, hoor!’ Maar daar willen ze niks van weten. Fiep ís geen slechte vrouw, zeggen ze dan, Fiep houdt van haar kinderen, Fiep déúgt. Maar dat is natuurlijk niet zo.’

U speelt Fiep Homoet anders als een aimabele, laconieke Amsterdamse, onverstoorbaar, humoristisch, een vrouw die je er wel bij kan hebben op een feestje.

‘De cameraman, Willem Helmig, zei na de eerste aflevering: ‘We moeten zorgen dat Fiep erin blijft, want ik moet om haar lachen.’

In Nederlandse films en series wordt drugscriminaliteit vrijwel altijd geromantiseerd. Is dat onderhand niet een beetje onnozel, in een tijd waarin Amsterdam van gekkigheid niet weet hoe ze dit probleem de baas moet worden?

Aarzelend: ‘Ja, dat vind ik ook ingewikkeld. Het gekke is: zelf ben ik helemaal geen kijker van series over geweld. Vroeger wilde ik al niet naar de Dikke en Dunne omdat het slapstick was en ik bang was dat ze elkaar zouden slaan. Mijn zussen kijken ook niet naar Penoza want er zitten soms marteldingen in en dan zien ze iemand in een rood bh-tje vastgebonden zitten en daar kunnen ze niet tegen. Ik eigenlijk ook niet. Daar ben ik te zorgelijk voor. Want die dingen gebeuren dus écht. In Zomergasten liet journalist John van den Heuvel een fragment zien uit Mocro Maffia. Toen zag ik van die jongens in mooie belichting en ik dacht meteen: ja, dát willen die jongens: een beetje bij een scootertje staan en elkaar een geweer in handen duwen. Het was gewoon Marlon Brando, The Godfather.’

‘Ik vind dat goed, mensen moeten het niet zo wegduwen, die dood. Ze vinden het allemaal zo griezelig!’ Beeld Valentina Vos

Dat is Penoza ook, met stoere actiescènes en al die familieleden die voor elkaar door het vuur gaan. Ik bedoel: wie wil dat nou níet.

‘Ja nou ja, dat is er dus ingewikkeld aan. Tegelijkertijd laten we ook zien dat die mensen een rotbestaan hebben, toch? Die kinderen bijvoorbeeld, die zijn allemaal verpest. Penoza wordt gemaakt door mensen die ooit The Sopranos zagen en dachten, verrek, dat gebeurt hier ook. Maar goed, toen ik het script las dacht ik wel: ik hoop dat het rot eindigt want dit is niet mis wat deze mensen allemaal doen. Want je moet er toch niet aan denken dat er mensen zijn die ook rijk willen worden en denken dat een beetje schieten geen kwaad kan. Amsterdam is een lieve stad, maar het heeft veel talent om foute mensen aan te trekken. Het schijnt dat elk cafeetje waar het nog niet betaald parkeren is, vol zit met penoze.’

En met gewone burgers die het leuk vinden om drugs te gebruiken.

‘Zelfs GroenLinks, dus mensen die voor de vrijdenkerij zijn, gaat nu strenger worden. Daar ben ik blij mee. En ik ben óók blij dat Femke Boersma dat verbod op boerka’s niet gaat handhaven. Halsema bedoel ik, Femke Halsema. Het hele land viel meteen over haar heen, maar ik ben blij dat ze zo eigenwijs is. Dus ik vertrouw erop dat ze die drugs ook aanpakt. Ze heeft het allemaal heel goed in de gaten.’

Olga Zuiderhoek wordt op 16 september 1946 geboren in Assen als derde dochter van moeder Mia en vader Bos Zuiderhoek. Wanneer Olga 4 is vertrekt haar vader naar Indonesië om daar te gaan werken als arts. Olga is een verlegen kind en Assen is een truttige stad, ‘tenminste, ik weet niet hoe het daar nu is maar toen was dat zo.’ Op haar 18de weet ze niet hoe snel ze in Amsterdam moet komen, waar ze zich direct thuis voelt.

Waarom vond u Assen zo truttig?

‘Misschien wel omdat ik voelde dat het daar niet normaal was om op te groeien zonder vader. Terwijl wij daar zelf helemaal geen last van hadden want mijn moeder had liefde voor twee, dat was het probleem niet. Maar je voelde je toch bekeken.’

Beschouwt u het in uw beroep als troef of als achterstand om uit zo’n bescheten milieu te komen?

‘Ik denk dat het geen kwaad kan om meerdere werelden te kennen. Tegelijkertijd gebruik ik in het acteren vooral mijn eigen verbeelding. Mensen vragen weleens of ik van tevoren gevangenissen bezoek als ik een misdadiger speel, maar dat doe ik allemaal niet. Ik leef me gewoon in, klaar.’

U bent begonnen met acteren in de jaren zeventig. Heeft u de theaterwereld door de jaren heen erg zien veranderen?

‘O, heel erg! Wij kozen destijds voor vernieuwing, zelf kiezen van wie je les wilde krijgen enzo. Het was niet zo dat ík nou per se voorop liep in die vernieuwing, maar mensen als Wim T. wel en mijn Willem wel, daarom bewonderde ik ze ook.’

Mist u die vernieuwing nu?

‘Dat weet ik niet zozeer, maar wat wel opvalt, is dat... Ik heb vroeger een jaar in New York gewoond en in een horecatent in Bleeker Street gewerkt. En al die collega’s waren ‘in acting’. Dat zie je hier ook steeds meer gebeuren. Iedereen wil acteur zijn of worden. Alleen zit daar ook veel materiaal bij waarmee je niet per se de toneelvloer op kan. Soms hebben ze wel het uiterlijk voor een bepaald rolletje in een film, maar dan kan het heel erg sneu zijn als het daarbij blijft. Er worden eigenlijk te veel mensen afgeleverd voor het werk dat er is.’

‘Amsterdam is een lieve stad, maar het heeft veel talent om foute mensen aan te trekken. Het schijnt dat elk cafeetje waar het nog niet betaald parkeren is, vol zit met penoze.’ Beeld Valentina Vos

U bedoelt: er kunnen wel steeds meer mensen op de toneelschool zitten maar dat betekent nog niet dat het aantal talenten toeneemt.

‘Ja. Het goeie wel is dat er daardoor meer keuze is voor de regisseur. Diederik (regisseur van Penoza, red.) had daardoor de luxe om in alle seizoenen van Penoza allerlei goeie steengoeie acteurs te laten sneuvelen. Iedereen denkt: o, ze hebben Jacob Derwig kunnen krijgen, die gaat voorlopig niet dood want daar zijn ze veel te blij mee. Nou, mooi wel. Ik weet nog dat we het script kregen voor Penoza 4, en ik tot mijn verbazing zag dat in aflevering 3 Marcel Musters werd doodgeschoten. Hij appte stomverbaasd: hè? Zit ik er nou niet meer in?! Ja, zei Diederik, het blíjft penoze, hè. Haha.’

Over drugs gesproken: in de jaren zeventig werd daar ook volop mee geëxperimenteerd. Deed u daaraan mee?

‘Niet echt, al heb ik weleens cocaïne gespoten. Ik had er nooit zo veel mee gehad, met al die dingen, maar ja, ik zat op de toneelschool en vond ik dat ik nieuwsgierig moest zijn. Het ging er ook niet om je wel of niet verslaafd raakte, je moest er gewoon een beetje in geloven, de werkelijkheid durven verrijken. Op een gegeven moment was ik verliefd op een jongen die een broer had in een afkickcentrum. Die kwam voor het eerst weer eens thuis, in het weekend, en zei meteen: ik ga even spul halen. Zo gezegd zo gedaan en toen dacht ik, laat ik nu dan ook maar eens een keertje meedoen. Als je verliefd bent doe je alles, hè. Maar wij gingen meteen spuiten, en dát is heel onverstandig. Ja, wél lekker: ik dacht meteen dat ik Hegel en Kant begreep, ik dacht zelfs dat ik de verschillen wist, terwijl ik hun boeken helemaal niet had gelezen. En ik dacht ook dat ik kon vliegen, héél gevaarlijk spul dus. Maar daarna zat het nog drie weken in mijn bloed, ik kon niet slapen, en ik kreeg ook helse pijnen in mijn bovenbenen. Ben ik nog mee naar de huisarts geweest, maar ik durfde niet te zeggen wat ik had gedaan want mijn dokter, Ben Polak, hield er helemaal niet van. Maar ik dacht, hij kan in ieder geval zien of ik ineens allerlei tumoren heb. Ik was toen trouwens wel ineens prachtig slank.’

Je wordt toch niet slank van één keer drugs gebruiken?

‘Jawel, jawel, en het was ook niet één keer gebeurd, het was twéé keer gebeurd die nacht, want die broer wilde na zijn tijd in die afkickkliniek natuurlijk dubbelop. En als je spuit heb drie weken lang geen honger. Maar goed, ik heb het daarna nooit meer gedaan, en ik heb me er ook nooit voor verontschuldigd dát ik niet aan de drugs meedeed.’

En de vrije moraal ten aanzien van seks, vond u die ook niet prettig?

‘Jawel, die vond ik juist leuk! Ik ging altijd op jacht. Nog steeds kom ik weleens iemand tegen van wie ik denk, ja met jou heb ik het ook nog gedaan, goh, wat leuk. Er was geen aids, je hoefde niet meteen verkering te hebben, het was alleen maar pret. En tuurlijk was er soms een beetje pijn als je iemand leuk vond die ook nog drie anderen leuk vond, maar daar kwam je dan wel weer overheen in de armen van een ander. Je had ook Pim & Wim, Pim de la Parra en Wim Verstappen, een koppel filmmakers die films maakten waarin je wel een beetje je bloesje uit moest durven trekken. Daar deed ik graag aan mee. Willeke van Ammelrooy en ik hebben ook wel op elkaar gelegen met malle teksten als: ‘Je raakt me clit niet.’ Enig.’

Heeft u weleens met #MeToo te maken gehad?

‘Nee. Als er iemand verliefd op me was in wie ik geen zin had zei ik dat gewoon. Bovendien zat ik bij Het Werkteater, daar was niemand de baas, want we waren een coöperatieve vereniging. Daarna bij Orkater waren wel mensen die in het bestuur zaten maar die waren jonger dan ik dus die zaten niet achter me aan, en bij de Toneelgroep Amsterdam zaten voornamelijk gezellige homo’s, dus nee. Ik heb het niet meegemaakt.’

Wat opvalt, is hoe ouder de vrouw die je het vraagt, hoe minder ze #MeToo te maken hebben gehad. Terwijl de mannen vroeger natuurlijk niet keuriger waren dan nu. Hoe verklaart u dat?

‘We kénden het gewoon niet! Ja, ik heb ook weleens een hand in mijn dinges gehad die ik dan wegduwde, maar dat vind ik allemaal niet zo... Als kind woonde er wel iemand bij ons in de straat die aan me zat. Maar dat begréép ik toen helemaal niet. En eerlijk is eerlijk: ik vond het wel vervelend, maar ik heb er verder geen last van gehad.’

Jee.

‘Het is ook schaamte. Die zal bij vrouwen van mijn generatie zeker groter zijn geweest dan bij de generatie vrouwen van nu. Wij zullen een hoop verdrongen hebben. De vrouw is langzamerhand steeds meer fifityfifty met de man geworden, maar ik zat nog in de periode dat je dacht: goh, ik mag ook naar de toneelschool, en dat voor een meisje, wat bijzonder.’

De vrouw was nog dankbaar in de jaren zeventig.

‘Ja. En die houding hou je toch heel lang bij je, dat zit heel diep.’

Daar hebben de Wim T. Schippers van deze wereld geen last van.

‘Nee, zeker niet.’

Het is in de film- en televisiewereld goed gebruik op televisie om vrouwen boven de vijftig de laan uit te sturen, recent gebeurde dat nog met Gallyon van Vessem en Selma van Dijk.

‘Nou ja, ik vind ook wel dat je op een zeker moment plaats moet maken voor jongere mensen, dat die ook eens mogen presenteren.’

Punt is dat mannen vaak gewoon mogen blijven zitten.

‘Ojaaaa, nu je het zegt. Je merkt wel, ik ben van de generatie die nog niet op mannen zit te vitten.’

U ontspringt dan ook aardig de dans, want na Penoza komt er alweer een nieuwe film aan, April May June.

‘En ik ben voor een musical gevraagd, terwijl ik helemaal niet zingen kan, haha! En daarna ga ik een eigen voorstelling doen. Het wordt een programma met als ondertitel Mijn Twintigste Eeuw, waarover ik veel te vertellen heb, ook al lijkt dat nu misschien niet zo omdat ik steeds over alles na moet denken. Maar het is wel zo. Ik heb liedjes uit de vorige eeuw die me altijd bij gebleven zijn en die metsel ik aan elkaar met verhalen uit mijn eigen geschiedenis. Ik kan zelf niet zingen dus laat ik de oorspronkelijke liederen horen, of ik sprechsing. Of ik zing gewoon mee met Ischa Meijers Wintertenen, luizen en eczeem. Ik dacht dat is leuk, want Ischa is volgend jaar 25 jaar dood. En ik doe het Wiegenlied van Louis Davids. Ken je die?’

Begint voor te dragen:

Als ik je zo zie slapen

Op je peluwtje van dons

Denk ik dikwijls aan die stakkers

Die het zoveel minder hebben dan jij bij ons

‘Het zijn natuurlijk allemaal rode liederen, hè. Er zit ook zo’n mooi zinnetje in, iets van: als ooit een zwerver je de hand geeft, wend dan niet je hoofd af, want de echte misdadigers, die lopen in nette pakken.’ Het is een heel anti-kapitalistisch lied, erg goed.’

Is er ook nog een financiële noodzaak voor u om te werken?

‘Ja, toch wel. Ik zit weliswaar in het laatste blok van mijn leven, maar goed, je weet nooit hoe lang dat laatste blok duurt. Doordat ik ons huis in Oost zo goed heb kunnen verkopen heb ik nu in ieder geen acuut probleem, dat niet.’

Toch wel lekker dan hè, dat kapitalisme.

‘Ja, wat dat betreft zitten er ook veel goede kanten aan.’

Olga is 28 jaar samen met Willem wanneer hij in 2010 te horen krijgt dat hij asbestkanker in zijn longen heeft – na zes weken overlijdt hij, op 65-jarige leeftijd. Olga: ‘Hij had nog zo veel plannen. En hij had ook net een nieuwe lever, dus het hád gekund. Maar ja.’

‘Minder is beter. Juist als je alleen bent. Want met dat drinken ligt de dip ook op de loer, hè. Beeld Valentina Vos

Is er weer wat aan het leven, zo zonder hem?

‘Jawel hoor. Dat heb ik altijd wel gehad. Ik kom uit een gezin dat is opgevoed met: niet zeuren. Betekent niet dat ik het niet hartstikke jammer vind. Ik huil nog bijna iedere dag een potje. Maar ik zeur niet. En soms lijkt het ook net alsof ik nog op iets wacht. Terwijl: ik ben nu 73. Ik ga echt niet nog eens iemand tegenkomen.’

Waarom niet?

‘Nou, vind jij maar eens zo’n leuke man als Willem. Daarom vind ik aan de ene kant ook dat ik niet zo moet zeuren, want ik heb de mazzel gehad dat ik überhaupt de ware Jacob heb getroffen, tussen al die vriendjes en al dat gevrij.’

Waarom was hij de ware?

‘Toch dat ontregelen, dat eigenzinnige. Ondanks tegenwind dóórgaan – hij hield zich niet met bezig met sympathiek gevonden willen worden. Dat bewonderde ik in hem. Daarnaast hebben we ontzettend veel gelachen. Echt, we hebben zo ver-schrik-ke-llijk de slappe lach gehad met elkaar. Nu lukt dat ook nog weleens, maar zoals toen... Gister, toevallig, heel even. In De Kleine Komedie werd een avond georganiseerd over Humor in de Literatuur. Ik trad daar ook op, samen met onder andere Gummbah. Hij liet filmpjes zien, vondsten van hem voorzien van zijn teksten, die hij ook zelf voorlas, het was om gék te worden zo goed. Ik deed het gewoon in mijn broek! En dan denk ik: dit had Willem ook geweldig gevonden. Hij was zeker geen heilige hoor, helemaal niet. Het ging ook goed omdat we ons niet te veel met elkaar bemoeiden. Zoals mensen soms zeggen: ‘Met je partner ben je één.’ Nou, dat is natuurlijk nóóit de bedoeling. Dan zou ik na zijn dood zeker een halve zijn.’

Mag ik vragen of jullie ooit kinderen hebben overwogen?

‘Jazeker mag je dat vragen, want ik heb ook wel eens een abortus gehad dus het is geen kwestie van een onpeilbaar verdriet dat die er nooit gekomen zijn. Nee, er was gewoon geen biologische klok. Of hij deed het niet. Ik heb op een zeker moment tegen Willem gezegd: Willem, als jij dat wil en je kan met geld omgaan mag jij mijn lichaam daarvoor gebruiken. En toen zei hij: ‘Nee, laat maar, ik heb al een heel orkest waar ik me verantwoordelijk voor voel.’ Toen Willem zo ziek was heb ik wel... We hadden een hele mantelzorgparade van vrienden die langskwamen, echt fantastisch, de een nog liever dan de ander, maar toch: met bepaalde dingen val je vrienden niet lastig. Toen dacht ik weleens, ik wou dat er nu een bloedverwant van hem en mij was, waar je gewoon, zonder iets te zeggen, even tegenaan kan gaan liggen.’

Drinkt u nog?

‘Nee. Ik moest stoppen nadat ik hepatitis C kreeg en nu ben ik daar na een tweede kuur eindelijk vanaf, dus nu drink ik op het aanraden van het Erasmus nog maar vier glazen in de week. En dat kan ik. Sterker, ik begin een beetje in de leer te raken dat de goeie kant van hepatitis C is echt dat ik heb geleerd van de drank af te blijven. Al die energie die in die drank gaat zitten als je ouder wordt, het niet willen opstaan, het verlies van helderheid. Minder is beter. Juist als je alleen bent. Want met dat drinken ligt de dip ook op de loer, hè.’

Denkt u al weleens na over uw eigen dood?

Vrolijk: ‘Jaaaaa, wat dacht je! Al was het maar omdat naarmate je ouder wordt steeds meer mensen om je heen wegvallen. Helemaal in het jaar dat Willem overleed, 2010, dat was een heel doodgeniek jaar. En ik heb blaaskanker, maar die staat stil, dus dat is positief. Henk Blanken heeft net een boek geschreven over euthanasie, met de goeie titel: Beginnen over het einde. Dat gaat erover dat je er veel actiever in kunt staan, in je eigen einde. Ik vind dat goed, mensen moeten het niet zo wegduwen, die dood. Ze vinden het allemaal zo griezelig!’

U niet?

‘Jawel, maar juist daarom.’

Nou vertel, wat wilt u dat er straks gebeurt?

‘Ik wil natuurlijk euthanasie plegen wanneer ik dat wil, want ik kan me niet voorstellen dat als ik me straks beroerd voel en dood wil, dat er dan iemand is die zegt: ‘Ja, maar dat gaan we niet doen mevrouwtje.’ Vreselijk! Nou, en daarna laat ik vast en zeker een stuk van Willem horen op de uitvaart want hij heeft erg geschikte muziek geschreven voor bij de dood, onbedoeld hoor, niks sentimenteels. En dan ga ik naast hem liggen, op de Nieuwe Ooster, tussen alle rasechte Amsterdammers en dansende Surinamers en zigeuners met hun zwartmarmeren hoogglansgraven met een plaatje van hun Mercedes erop.’

Helemaal Penoza.

‘Mooi toch?’

CV Olga Zuiderhoek

16 september 1946 Geboren in Assen.

1970 Toneelschool.

1975-1982 Het Werkteater.

1981 Rol in Rigor Mortis.

1986 Rol moeder Duif in Abel.

1987 Het hemelbed.

1989-1992 Tv-serie We zijn weer thuis van Wim T. Schippers.

1991 Orkater.

1993 Mexicaanse Hond.

1998 Loenatik

2001 Rol Bibi in Minoes.

2002 Wina Zingt van Kees

van Kooten

2007 Wuivend Graan van Wim T. Schippers

2011 Wie is er bang voor Virginia Woolf?

2010-2017 Rol Fiep Homoet in tv-serie Penoza.

2012 Gouden Kalf voor rol in Süskind.

2014-2015 Koningin Wilhelmina in musical Soldaat van Oranje.

2015 Ik kom terug.

2017 Rol Eefje Brand in Het geheime dagboek van Hendrik Groen.

2019 Penoza: The Final ­Chapter.

2019 April, May en June.

Olga Zuiderhoek woont in ­Amsterdam.

Beeld Valentina Vos
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden