Moederdag

Ook voor deze drie vrouwen zonder eigen kinderen is het Moederdag

Anneleen Arnolds Beeld Ivo van der Bent
Anneleen ArnoldsBeeld Ivo van der Bent

Moederdag (niet vergeten: 9 mei) is voor moeders. Maar eigenlijk voor iedere vrouw die zich moeder vóélt. Want er zijn genoeg moeders zonder eigen kinderen. Zoals deze drie.

Anneleen Arnolds (71)

Woonplaats: Utrecht

Beroep: gepensioneerd-docent Nederlands en tekstschrijver

Twintig ‘leenkinderen’ en een petekind

‘Ik wist op mijn 17de al dat ik geen kinderen wilde. Ik was er niet van overtuigd dat ik een leuke moeder voor ze zou zijn, ik vind mezelf te zorgelijk, te veel een regelneef. En als je twijfelt, moet je het niet doen. Bijdragen aan de opvoeding van andermans kinderen vind ik wél fantastisch. Ik ondersteun nu ongeveer twintig kinderen met wie ik ook uitstapjes maak. Aan het begin van de dag neem ik ze ergens mee naar toe en aan het einde van de dag breng ik ze weer veilig thuis. Dus ik leen ze. Dat begon allemaal toen mijn vriendin Ineke mij 45 jaar geleden vroeg of ik de peettante van haar dochter wilde worden. Ik heb toen gevraagd wat er van mij werd verwacht. Als het de bedoeling zou zijn dat ik voor haar zou moeten zorgen, mocht er iets met Ineke en haar man gebeuren, dan zou ik nee hebben gezegd. Want juist die verantwoording weegt voor mij te zwaar. Mijn man Willem, die vier jaar geleden is overleden, was het daar mee eens. Wat we wel heerlijk vonden, was om Ineke’s dochter te logeren te hebben. En toen meer vrienden van ons kinderen kregen, durfden we het aan om ook die kinderen een dagje te lenen. De kinderen voelen zich bij ons op hun gemak, ze vertellen me veel en met de kleintjes knutsel ik aan de huiskamertafel heel wat af. Als ze nog klein zijn, vertellen ze allerlei verhalen over hun leventjes, in hun puberteit raak je ze soms even kwijt. Maar zodra ze gaan studeren, schuiven ze weer aan tafel. Ditmaal met serieuze vragen over de liefde, relaties en financiën. Dat ze die vragen stellen, laat zien dat ze je vertrouwen. Laatst vroeg een van hen of ik haar huwelijk wilde inzegenen in het bijzijn van een kleine groep vrienden en familie. Ik was tot tranen geroerd. Uit de dertig jaar die ik haar ken, zal ik mooie herinneringen ophalen in een zelfgeschreven toespraak. Het is een rijkdom om zoveel leenkinderen te hebben. En juist omdat we elkaar met tussenpozen zien, kan ik ze allemaal in mijn hart sluiten.’

Mandy den Dulk-Prins Beeld Ivo van der Bent
Mandy den Dulk-PrinsBeeld Ivo van der Bent

Mandy den Dulk-Prins (44)

Woonplaats: Rotterdam

Beroep: Docent van groep 4 op een basisschool in Rotterdam, tekstschrijver voor haar eigen blog

Vier nichtjes en neefjes, en een klas vol kinderen

‘Als klein meisje wist ik twee dingen zeker: ik wil juffrouw worden en moeder. Ik had een sterk gevoel dat het vroeg of laat zou gebeuren. Op mijn 28ste begonnen mijn toenmalige partner en ik met proberen. Maar na anderhalf jaar was ik nog niet zwanger. De huisarts verwees mij door naar het ziekenhuis. Voor ik het wist rolde ik het ivf-traject in en toen dat niets opleverde, begon ik aan een nog ingrijpende behandeling, icsi. Ik heb vijf pogingen gedaan, maar besloot te stoppen. Ik trok die emotionele achtbaan niet langer en dacht: ik overleef de teleurstelling niet als het nóg een keer mis gaat. Het verdriet en de leegte zullen altijd blijven, het overvalt me soms, maar het heeft geen invloed op mijn werk als juffrouw. Juf zijn is niet alleen mijn werk, het is een deel van wie ik ben. In de periode dat ik onlinelessen gaf, zorgde ik ervoor dat de ouders mijn telefoonnummer hadden. Ik hou de lijntjes graag kort en ben erg betrokken. Vroeger zelfs iets tè betrokken.

Ik heb een keer bijna een meisje uit mijn klas in huis genomen als pleegkind. Zij werd uit huis geplaatst en jeugdzorg kwam langs op school om gesprekken te voeren. Ik liet toen per ongeluk vallen dat ik haar graag in huis had willen nemen. De jeugdzorgmedewerker ging daar serieus op in. Uiteindelijk is het er niet van gekomen, het meisje kon gelukkig terecht bij haar tante. Maar dat was een moment waarop de grenzen voor mij waren vervaagd. Wel weet ik zeker dat mijn betrokken rol bij mijn klaskinderen niets heeft te maken met het feit dat ik zelf geen kinderen heb.

Die verzorgende rol zit in mijn karakter. Het doet mij goed wanneer ik kinderen zie opbloeien. Sommigen zijn onzeker en dat probeer ik met mijn lesmethoden aan te pakken. Laatst mochten de leerlingen van mijn klas tijdens de rekenles hun antwoorden schreeuwen. Aan het eind van de dag kreeg ik een appje van een blije moeder. Haar ietwat verlegen dochter heeft nu meer zelfvertrouwen. Ik doe hetzelfde voor de kinderen van mijn zus. Zij betrekt mij graag bij de opvoeding van haar kinderen. Als ze vragen heeft over hoe ze iets moet aanpakken, of als ze toe is aan een rustmoment, weet ze me te vinden. We hebben een hechte band, maar toen ze mij vertelde dat ze haar dochter naar mij had vernoemd, stond ik even met een mond vol tanden. Dat was een van de mooiste momenten uit mijn leven.’

Sieglien Venloo Beeld Ivo van der Bent
Sieglien VenlooBeeld Ivo van der Bent

Sieglien Venloo (64)

Woonplaats: Dordrecht

Beroep: Vrijwilliger bij een buurthuis en een basisschool

Veel bonuskinderen en bonuskleinkinderen

‘Ik heb van God één kind gekregen, en daarnaast veel van andere moeders. Mensen zagen mij vroeger altijd met heel veel kinderen lopen. Ze wisten nooit welke nou van mij was. Mijn eigen zoon, Harvey, overleed op 35-jarige leeftijd aan een hartaanval. Hij was op vakantie in Thailand. In juni is het alweer vijf jaar geleden. In het begin was het zeker moeilijk, het lag daarom even stil in het Dordrechts buurthuis dat ik als vrijwilliger run. Na drie maanden wist ik mezelf weer te herpakken en nu werk ik behalve in het buurthuis ook op de oude school van Harvey.

Tussen de middag en na school knutsel ik met de kinderen of ga ik met ze naar het park. De kinderen vinden het geweldig, ze zijn altijd heel dankbaar en blij om mij te zien. De band tussen ons is zo sterk, omdat ik ze neem zoals ze zijn en ik geen onderscheid maak. Voor sommigen ben ik als een tweede moeder, ik noem ze mijn bonuskinderen. Ze kennen mij al hun hele leven. Een van hen is Abdel, hij is homoseksueel en een ander, Mila, is transgender. Voor hun ouders was dat vanwege hun cultuur aanvankelijk moeilijk te accepteren, ze zijn intussen bijgedraaid, maar ik heb hen vanaf het begin gesteund. Ik heb ze laten kennismaken met de Gay Pride in Amsterdam. Abdel gaat er nog steeds heen en vertelt de mensen die hij ontmoet graag over de rol die ik in zijn leven speel.

Het komt ook wel eens voor dat ik het juist voor de ouders moet opnemen. Wanneer kinderen dezelfde opvattingen horen van een andere belangrijke persoon in hun leven, nemen ze iets sneller voor waar aan. Ik maak daar gebruik van en probeer de kinderen dan duidelijk te maken dat hun ouders het beste met hen voor hebben.

Doordat ik al meer dan dertig jaar met kinderen werk, vergeet ik soms hun gezichten. Maar zij vergeten mij nooit. Het komt wel eens voor dat ik op straat loop en er een volwassene naar me toe komt. Die vraagt dan: ‘Bent u die mevrouw van het buurthuis. Kent u mij nog?’ Op zo’n moment ontdek ik pas echt hoeveel invloed ik op hun leven heb gehad. Sommigen studeren, anderen hebben een vaste baan en kinderen, of zelfs kleinkinderen. Toch praten ze nog over hun jeugdherinneringen in het buurthuis.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden