Ook mét vrouwen blijft het Binnenhof voor haantjes

Vrouwen zijn ruim vertegenwoordigd in de politiek, maar volgens Cisca Dresselhuys maakt het weinig verschil. Masculien machtsvertoon blijft er troef....

Jaren geleden interviewde ik Jaap de Hoop Scheffer, toenmalig CDA-fractieleider in de Tweede Kamer. Het gesprek werd gehouden in de zomer van 1997, op het terras van een Brabants café. We zaten daar omdat De Hoop Scheffer ergens in de Peel op vakantie was en het dus wel zo gemakkelijk was dat ik naar hem toe kwam. Vanwege de vakantie was er geen voorlichter, woordvoerder of andere spindoctor aanwezig bij het interview, dus we spraken ongehinderd voort.

Dat werd anders bij de autorisatie van het verhaal. Opeens kreeg ik te maken met Jack de Vries, tegenwoordig staatssecretaris van Defensie, toen voorlichter van het CDA. Ondanks het feit dat hij niet bij het gesprek aanwezig was geweest, faxte hij me een lijst met wijzigingen van ongeveer een strekkende meter lang. Dat werden dus veel telefoontjes over en weer, waarbij mijn bloeddruk gevaarlijke hoogten aannam. Ik herinner me vooral het meest pijnlijke punt: de slotregels van het verhaal, waarin de rooms-katholieke De Hoop Scheffer het verschil tussen de protestantse en katholieke bloedgroep van het CDA probeerde uit te leggen. Rooms-katholieken waren veel vrolijker, dat zag je alleen al aan het feit, dat die zondags na de mis een biertje pakten in de kroeg, terwijl protestanten na de preek thuis gingen koffiedrinken.

Dat biertje moest er per se uit.

Ik begreep er niets van: hoezo? Het zou heel veel kwaad bloed kunnen zetten bij CDA-stemmers, zei De Vries. Zelden heb ik, die nooit alcohol drinkt, met zoveel vuur een pilsje verdedigd. En het is blijven staan.

In datzelfde jaar interviewde ik minister-president Wim Kok. In aanwezigheid van zijn woordvoerder Jaap van der Ploeg, aan wie ik overigens veel te danken heb. Want als voorzitter van de kring van overheidsvoorlichters had hij zijn collega’s aangeraden mij te ontvangen, waardoor mijn interviewserie Langs de Feministische Meetlat van de grond kon komen. Maar ditmaal was Jaap een stuk lastiger bij de autorisatie van het verhaal. Er stond iets politiek-gevoeligs in, ik meen over de kinderbijslag voor het derde kind, die verhoogd of verlaagd of in ieder geval veranderd zou worden. Dat was nog niet besproken op het PvdA-congres en dus moest het er, wat hem betreft, uit.

Ik zette de hakken weer stevig in het zand, waarna Jaap dreigend zei, dat hij dan zou moeten overgaan tot de mededeling, dat het hier een ongeautoriseerd interview betrof.

Dat kon mij niets schelen – dus de gewraakte passage bleef staan. Maar ik schrok wel van het machtsvertoon. Als Haagse buitenstaander dacht ik: ik hoef nooit meer terug naar Wim Kok, want één meetlat-interview is genoeg voor een heel leven, maar hoe moet dat met parlementair journalisten, die dag in, dag uit terug moeten naar politici en hun voorlichters?

En zo kreeg ik dus te maken met macht, mannenmacht, een zaak, waarvan wij als feministen niets moesten hebben. Want macht stond, vooral in de begintijd van de Tweede Feministische Golf, eind jaren zestig, in onze gelederen voor: vies, voos, corrupt, voor conflicten, ongelijkheid, discriminatie, onderdrukking en oorlogen, kortom: allemaal zaken, waarmee vrouwen totaal niets te maken wilden hebben. Toch kon het niet uitblijven dat zelfs de strengste feministen met machtsvorming geconfronteerd werden.

Inmiddels zijn we vele jaren verder en is de politiek een van de meest geëmancipeerde en gefeminiseerde maatschappelijke terreinen in ons land. In de Tweede Kamer zitten 62 vrouwelijke Kamerleden, al bijna de helft van het totaal. Het aantal vrouwelijke ministers en staatssecretarissen is ook redelijk, vergeleken met het bedrijfsleven waar slechts 7 procent vrouwen in de echte top meedraait en de universiteiten, waar zo’n 10 procent vrouwelijke hoogleraren werkt.

Daarbij vergeleken is de politiek een vooruitgeschoven post qua emancipatie met vier vrouwelijke ministers, zes vrouwelijke staatssecretarissen, vijf vrouwelijke fractievoorzitters in de Tweede Kamer en twee vrouwelijke Kamervoorzitters.

Het is apart dat vrouwen juist in de politiek, die slangenkuil, veel sneller en in grotere getale zijn terechtgekomen dan bijvoorbeeld in het veel minder zichtbare zakenleven, waar niet elke onhandige uitspraak of faux pas door draaiende camera’s en vasthoudende GeenStijl-journalisten wordt vastgelegd. Ella Vogelaar bijvoorbeeld deed het jarenlang goed als vicevoorzitter van de FNV en voorzitter van de Raad van Commissarissen van Unilever Nederland, waar zij redelijk onzichtbaar kon opereren. Maar haar tegenzin in en ongemak met de media hebben haar mede haar politieke kop gekost.

Hoe zit het inmiddels met die vrouwen in de politiek? Doen ze het goed, of is het nog steeds een zwaar gevecht met de buiten- en de binnenwereld? En: maakt het eigenlijk iets uit dat zij daar zitten?

Een verfrissend antwoord daarop las ik dezer dagen in een interview met het nieuwe CDA-Kamerlid Sabine Uitslag, die zegt : ‘Mijn drive om volksvertegenwoordiger te worden, is groot. In Den Haag heb je namelijk op een bepaalde manier macht. Het is not done om te zeggen, maar ik houd van macht. Zonder macht, zonder invloed bereik je niets. Het is waarschijnlijk een teveel aan mannelijke hormonen in mij.’

Het zou kunnen. Ik vind het in ieder geval een eerlijk antwoord.

Hoe geaccepteerd zijn en voelen vrouwen zich in de politiek?

Uit een recent Opzij-artikel blijkt Haags seksisme nog levensgroot te bestaan. Niet alleen dat er méér, vaker en kritischer over het uiterlijk van vrouwelijke politici wordt bericht in de media, ook in de Kamer zelf wordt daar aan meegedaan. Zo schijnt Alexander Pechtold, die in de Kamer achter de GroenLinks-fractie zit, elke week de outfits van de GroenLinks-dames te becommentariëren, zo moest Agnes Kant terwijl ze aan het woord was, horen hoe mannelijke collega’s haar achterwerk bespraken en kreeg Fleur Agema meer te horen over haar kapsel dan over haar visie op de zorg.

De media doen ook een flinke duit in het zakje: zo wordt Tineke Huizinga, een ‘politieke brekebeen’ genoemd, die er alleen nog zit omdat ze zo aandoenlijk meisjesachtig uit haar grote bruine ogen kijkt.

En als er vijf vrouwelijke fractievoorzitters in de Kamer zitten, gaat onmiddellijk de discussie van start wat dit betekent: zal dit leiden tot uitholling van het vak?

Nooit hebben we een woord hoeven lezen over het verschijnsel dat in een wereld, waarin de helft van de bevolking uit vrouwen bestaat, er maar liefst tien mannelijke fractieleiders waren.

Het is duidelijk: de man is normaal, de vrouw uitzonderlijk.

Terug naar de macht. Bestaat er een verschil in mannen- en vrouwenmacht en in de manier waarop beide seksen met macht omgaan?

Emeritus hoogleraar psychologie Nico Frijda – die zijn levenswerk heeft gemaakt van het bestuderen en beschrijven van emoties – heeft daar interessante uitspraken over gedaan. Het is zijn overtuiging dat er biologisch gezien geen reden is waarom vrouwen minder macht zouden hebben dan mannen. Hij gelooft wel dat vrouwen er meer voor moeten doen. Maar als vrouwen eenmaal macht hebben, functioneren ze volgens hem niet anders dan mannen.

Dat komt door de aard van de macht, want macht, vooral politieke macht, heeft zijn eigen wetten, die de machthebber dwingen tot het nemen van buitengewoon lastige en onaangename besluiten. Dit alles overziend: wat levert de aanwezigheid van vrouwen op machtsposities de maatschappij op? Kunnen daar niet net zo goed mannen als vrouwen zitten?

Een echt antwoord op die vraag is pas mogelijk als alle machtsposities fifty/fifty verdeeld zijn. Pas dan is een goede vergelijking mogelijk. Nu we het vaak nog moeten doen met percentages van 10 op 90 of 7 op 93, is het te vroeg voor een afdoend antwoord.

Maar zelfs als we ooit tot de conclusie komen, dat het niets uitmaakt of er vrouwen of mannen aan de touwtjes trekken, dan nog is het een kwestie van eerlijke verdeling van al het betaalde en onbetaalde werk, over mannen en vrouwen.

Volgens Neelie Kroes, 47ste op de wereldranglijst Machtige Vrouwen van Forbes, bestaat er wel degelijk verschil tussen de manier van werken en machtsuitoefening van mannen en vrouwen. Sinds het Europarlement zeven vrouwelijke commissarissen telt, gaat het vergaderen, volgens haar, sneller en worden er meer evenwichtige beslissingen genomen. Vrouwen hebben minder last van een groot ego, houden van teamwork en vergaderen sneller omdat ze niet allemaal hun zegje hoeven te doen over een bepaald onderwerp, als een collega al verwoord heeft wat zij ook denken.

Dus: mocht de aanwezigheid van vrouwen aan de top geen paradijs tot gevolg hebben, het levert in ieder geval tijdwinst en minder haantjesgedrag op. En dat is zeker de moeite waard.

Ik begon mijn verhaal met twee foute voorbeelden van het optreden van overheidsvoorlichters. Laat ik eindigen met twee mooie voorbeelden. Zo interviewde ik Jan Marijnissen, de winnaar van de Machiavelliprijs 2009, ooit langdurig, tweemaal twee en een half uur. Niets bleef onbesproken. Geen van de keren had hij daar een voorlichter, een woordvoerder, laat staan een spindoctor bij nodig. Jan dopte zijn eigen bonen.

Tenslotte : toen ik meer dan tien jaar geleden de nog redelijk onbekende Gerrit Zalm, als kersverse minister van Financiën interviewde, was daar wel een voorlichter bij aanwezig. Die keek waarschijnlijk erg op, toen zijn minister allerlei persoonlijke ontboezemingen deed: over het verlies van z’n geloof, z’n behoefte af en toe toch te bidden, over zijn angst voor kanker, over zijn kijk op collega-ministers: alles kwam eruit. Toen Zalm na afloop, enigszins vertwijfeld aan de voorlichter vroeg: ‘wat heb ik in vredesnaam gedaan’, zei deze laconiek: ‘daar was je klaarblijkelijk aan toe’. Dát vind ik nu een goede voorlichter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.