Ook luidruchtige buren kunnen stalkers zijn

Het is toe te juichen dat wordt gewerkt aan wetgeving tegen stalking. Tegelijk dienen we, aldus Lambèr Royakkers en Bart van Klink te beseffen dat het strafrecht een gebrekkig instrument blijft om datgene te bereiken dat belaagde vrouwen voor alles willen: met rust gelaten worden....

IN EEN decennium waarin de aandacht voor liefde en seks obsessieve vormen heeft aangenomen, mogen ook de excessen hiervan zich verheugen in een brede publieke belangstelling. De zucht naar het extreme wordt dagelijks bevredigd - en tegelijk gevoed - door de eindeloze stroom van reportages, beschouwingen en verhalen die in de media verschijnen over sadomasochisme, wurgseks, partnerdoding, incest, pedofilie, necrofilie enzovoorts.

Aan dit rijtje van (wat algemeen wordt gezien als) seksuele aberraties is recentelijk een nieuw fenomeen toegevoegd: stalking. Stalking, in het Nederlands ook wel 'belaging' genoemd, is de gangbare aanduiding voor het verschijnsel dat iemand, veelal op grond van amoureuze en/of seksuele motieven, een ander tot wanhoop drijft door deze onophoudelijk te achtervolgen en lastig te vallen.

De parlementariërs Dittrich (D66), Swildens-Rozendaal (PvdA) en Vos (VVD) hebben 5 mei jl. een wetsvoorstel ter bestrijding van stalking ingediend bij de Tweede Kamer. De bedoeling is dat de Tweede Kamer nog voor het zomerreces schriftelijk zal reageren op het wetsvoorstel.

In het wetsvoorstel wordt onder belaging verstaan: Het wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk maken op eens anders persoonlijke levenssfeer met het oogmerk die ander te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen. De initiatiefnemers zien belaging als psychische mishandeling met voorbedachte rade gericht tegen de psychische en fysieke integriteit van het slachtoffer.

Naast belaging kennen we nog andere vormen van geestelijke mishandeling, zoals vrouwenmishandeling, bestaande uit zowel fysiek als psychisch geweld dat wordt uitgeoefend door een man jegens zijn vrouwelijke partner; pesten op het werk (in Engelstalige publicaties mobbing genoemd) ofwel de uitoefening van psychische terreur door één of meer werknemers jegens een collega en burenconflicten waarbij een buurtbewoner zijn eigen buurt terroriseert door het draaien van luide muziek, het lozen van afval in andermans tuin, het ingooien van ruiten, enzovoorts.

Het grootste probleem met de voorgestelde strafbaarstelling is het bestanddeel 'inbreuk op de persoonlijke levenssfeer'. Algemeen wordt erkend dat de persoonlijke levenssfeer een moeilijk hanteerbaar en vaag begrip is. Ook de Raad van State geeft in haar advies aan dat het begrip nog te sterk in ontwikkeling is en door wet en jurisprudentie nog onvoldoende afgebakend is om als bestanddeel in de delictsomschrijving op te nemen.

Het gevolg van de vage en tevens ruime omschrijving van het begrip 'persoonlijke levenssfeer' is dat ook andere vormen van geestelijke mishandeling zoals vrouwenmishandeling, mobbing en burenconflicten onder de reikwijdte van het wetsvoorstel vallen, ook al blijkt dit nergens uit de Memorie van Toelichting. Immers, bij al deze vormen wordt stelselmatig inbreuk gemaakt op de lichamelijke en/of geestelijke integriteit van het slachtoffer, dus ook op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer.

De praktijk in Engeland en Wales laat dit ook zien. Een gevolg van de Engelse Protection from Harassment Act uit 1997 is dat van de eerste zes voorgekomen zaken er twee betrekking hadden op stalkers en de overige vier betrekking hadden op demonstranten die op ongeoorloofde wijze voor bepaalde rechten opkwamen.

Naar onze mening is het hanteren van een dergelijke vage term in strijd met enkele rechtsstatelijke vereisten. Het staat de wetgever niet vrij uit hoofde van het legaliteitsbeginsel de op hem rustende taak van het stellen van algemene regels naar believen uit te besteden aan de rechter of het bestuur.

Hij behoort dat ook niet op indirecte wijze te doen door het creëren van vage strafbepalingen, onduidelijke competentieregels en procedurevoorschriften. Een vage delictsomschrijvingen leidt bovendien tot rechtsonzekerheid en biedt onvoldoende mogelijkheden voor een succesvolle vervolging, omdat de burgers kunnen aanvoeren dat zij op een dergelijke bepaling hun gedrag niet konden afstemmen. Dit geldt ook voor het onderhavige wetsvoorstel, waarin de notie van (het inbreuk maken op) de persoonlijke levenssfeer onopgehelderd blijft.

Uit het oogpunt van gelijkheid vinden wij het echter een goede zaak dat het wetsvoorstel deze brede reikwijdte wel heeft: ook slachtoffers van andere treiterijen dan stalking verdienen juridische bescherming. Bij de parlementaire behandeling van het voorstel dient deze mogelijkheid expliciet onder ogen te worden gezien. Overwogen kan worden in het Wetboek van Strafrecht een aparte afdeling 'Geestelijke mishandeling' op te nemen.

Voorts dient te worden bedacht dat bij de bestrijding van geestelijke mishandeling het strafrecht niet anders dan een bescheiden rol kan spelen. Van andere, niet-juridische middelen, zoals bemiddeling en hulpverlening, is op dit terrein veel meer heil te verwachten. Hier ligt een taak voor de reclassering en slachtofferhulp.

Helaas moet worden vastgesteld dat conflictbemiddeling bij een stalkingszaak niet tot de formele procedures van de reclassering of slachtofferhulp behoort. Het is noch afzonderlijk onderwerp voor formele afspraken met andere instellingen (te denken valt aan politie, justitie, maatschappelijk werk, jeugdhulpverlening etc.), noch onderwerp voor afzonderlijk overleg.

Het is dus zaak dat stalking als een serieus probleem wordt gezien door verscheidene instellingen en dat er richtlijnen worden opgesteld met betrekking tot conflictbemiddeling. Mocht dit niet het gewenste resultaat opleveren dat kennen we het civielrechtelijke contactverbod.

Uit onderzoek blijkt dat vrouwen die belaagd worden in feite maar één ding wensen en dat is met rust gelaten worden door hun belager. Dat is nu precies wat het strafrechtssysteem niet kan bewerkstelligen. Tegen de tijd dat de strafzaak eindelijk voorkomt, is er of al weer heel wat belaagd of is er een oplossing gevonden.

Verder is de kans groot dat straffen averechts werkt: belagers zullen op wraak zinnen en overgaan tot slimmere manieren van stalking. Omdat de veiligheid en vrijheid van burgers gevaar loopt, zijn wij toch van mening dat een inzet van het strafrecht op zijn plaats is. Ter discussie staat alleen op welke, niet alleen doelmatige, maar ook rechtmatige, wijze dat dient te gebeuren.

Lambèr Royakkers is universitair docent aan de Faculteit Technologie Management van de Technische Universiteit Eindhoven.

Bart van Klink is universitair docent aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Katholieke Universiteit Brabant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden