INTERVIEWSTopatleten van 70+

Ook een tachtiger kan topsporten op wereldniveau

Jan Ties: ‘Mijn oude trainer noemde me de ‘raket met de glimlach’.’Beeld Ivo van der Bent

Ze lopen records en winnen medailles op Europese en wereldkampioenschappen. En alleen als ze te fanatiek sporten, lopen ze extra risico op blessures. Intensief atletiek bedrijven houdt deze zeventigers en tachtigers fit.

Mijn vader heeft al heel zijn leven één droom: meedoen aan een groot internationaal atletiektoernooi. Tot nu toe is hem dat niet gelukt. Hij zat op zijn 27ste op de top van zijn kunnen, en liep toen een persoonlijke record op zijn favoriete atletiekonderdeel, de 400 meter. Zijn beste atletische prestatie was het behalen van de halve finale op die afstand op het Nederlands Kampioenschap. En toen stierf de droom.

Tijdelijk, want nu hij 54 jaar is, kan hij wederom dromen van een wereldkampioenschap atletiek. Mijn vader behoort tot de ‘masters’, atleten op leeftijd. En op deze leeftijd  gloren er voor hem nieuwe kansen.

Jaarlijks organiseert de Atletiekunie Nederlandse kampioenschappen voor deze zogenoemde ‘masters’; atleten van boven de 35 jaar die in leeftijdsgroepen van vijf jaar de strijd aangaan met elkaar. In principe kan elke masteratleet aan deze wedstrijden deelnemen. Maar er zijn wel medaillelimieten: pas als je onder een bepaalde tijd loopt, of voorbij een bepaalde afstand springt of werpt, dan krijg je een medaille. Er zijn ook zijn Europese en wereldkampioenschappen.

Mijn vader is ingedeeld in de categorie 50-55.  Hij staat twee keer per week op de atletiekbaan, als hij een plak haalt op het Nederlands Kampioenschap, is dat mooi meegenomenAls hij volgend jaar verhuist hij naar de 55+-categorie, liggen er serieuze medaillekansen voor mijn vader. Dan heeft hij als jongste van de groep een voordeel op de wat oudere atleten.

Per leeftijdsgroep worden er records bijgehouden. Daardoor heb je als top-masteratleet elke vijf jaar een nieuwe kans om records te verbreken. In de ‘jongere’ leeftijdscategorieën liggen de tijden nog dichtbij het wereldrecord van de senioren. Op de 100 meter ligt het wereldrecord bijvoorbeeld 10.49 seconden bij de vrouwen senioren, 10.74 seconden in de categorie 35+ en 10.99 seconden bij de categorie 40+. Maar naarmate de sprinters ouder worden, lopen de tijden harder op. Zo is het wereldrecord bij de vrouwen van 80+ 16.81 seconden , en 39.62 seconden in de categorie 100+ (u leest dit goed, deze categorie bestaat).

Rietje Dijkman: ‘Een feestje bij elke medaille zit er niet meer in.’Beeld Ivo van der Bent

Elk jaar als ik met mijn vader meega naar het Nederlands Kampioenschap Masters om hem aan te moedigen, zie ik fanatieke 70- of zelfs 80-plussers rondjes om de baan rennen. In Nederland zijn er nog een twintigtal atleten van boven de 70. Fanatiek sporten op hoge leeftijd gaat niet altijd zonder slag of stoot. Meer dan eens heb ik een oudere atleet zijn wedstrijd voortijdig zien afbreken, vanwege een gescheurde spier of verzwikte enkel.

‘Regelmatig intensief sporten heeft een positief effect op het gestel van ouderen, maar bij fanatiek sporten ligt het risico op blessures beduidend hoger’, stelt Marieke van Heuvelen, universitair docent Bewegingswetenschappen aan het Universitair Medisch Centrum Groningen. ‘De spierkracht wordt minder en spieren, pezen en gewrichten worden stijver als je ouder wordt, waardoor je sneller iets afscheurt.’ Je moet dus gezegend zijn met een sterk gestel, wil je op latere leeftijd nog zo fanatiek kunnen sporten.

Wat opvallend is, is dat veel topatleten binnen de 70+ of 80+-categorie pas op latere leeftijd zijn begonnen met topsport. ‘Topsport gaat vaak gepaard met blessures, overbelasting en psychologische stress’, zegt Van Heuvelen. ‘Wanneer je op jonge leeftijd begint met intensief topsporten, kan je daar op latere leeftijd last van krijgen.’

Het animo om een topsportcarrière voort te zetten bij de masters is onder deze groep dan ook niet zo groot. Atleten die beginnen boven hun 50ste kunnen juist hun spierkracht en uithoudingsvermogen opbouwen. ‘Hiervoor hoef je geen voormalig topsporter te zijn. Zo kunnen zij alsnog een wereldniveau halen.’

Hoe is het om op oudere leeftijd nog op wereldniveau mee te draaien? Drie Nederlandse 70+-atleten, die jaarlijks nog medailles halen op nationaal, Europees of zelfs wereldniveau, vertellen.

Rietje Dijkman (81)

Atletiekvereniging: GAC Hilversum

Onderdelen: verspringen, hink-stap-springen, hoogspringen, 100, 200 en 400 meter

Prijzen: Ze is de tel kwijt geraakt, maar op de Europese en Wereldkampioenschappen Masters heeft ze al tachtig medailles behaald. In 2019 werd ze uitgeroepen tot Europese Master van het jaar.

‘Ik kan drie muurtjes behangen met de Europese en wereldrecords die ik heb gehaald. Daar krijg je diploma’s voor. Zelfs op de wereldkampioenschappen loop ik altijd dik voorop. Toen ik begon, op mijn 45ste, vond mijn familie het nog bijzonder als ik een medaille haalde. De eerste keer dat dat gebeurde hielden ze nog een feestje. Ze zijn nu nog steeds heel trots, maar een feestje per medaille zit er niet meer in.

‘Als ik jonger was begonnen, had Fanny Blankers-Koen (vier keer Olympisch kampioen hardlopen in 1948, red.) een zware kluif aan mij gehad. Maar ik heb er geen spijt van dat ik zo laat pas ben begonnen. Anders had ik op deze leeftijd misschien niet meer zo goed gelopen, en had mijn lichaam het al niet meer aangekund.

‘Volgend jaar doe ik mee aan het WK in Portugal, en dan ben ik, als het goed is, net overgrootmoeder geworden. Ik ben heel dankbaar dat ik dat mee kan maken. Hoeveel overgrootmoeders kunnen nou zeggen dat ze aan een wereldkampioenschap hebben meegedaan?’

Gillis Bosman (81)

Atletiekvereniging: AV Thor (Roosendaal)

Onderdelen: alle afstanden tussen de 800 meter en de halve marathon

Prijzen: 10 gouden, 7 zilveren en 7 bronzen medailles op het Nederlands kampioenschap, 2 zilveren en 2 bronzen medailles op het Europees Kampioenschap.

‘Vorig jaar heb ik nog een halve marathon gelopen, op mijn 80ste verjaardag. Mensen zeggen weleens over me: hij is net een kermisattractie. Gooi er een dubbeltje in en hij blijft lopen. Op mijn 50ste ben ik begonnen met atletiek. Toen liep ik marathons, maar dat doe ik niet meer. Dan loop ik namelijk mijn knieën kapot. Ik ken mezelf: als ik eenmaal loop, ga ik helemaal tot het gaatje.

‘Trainen doe ik vaak alleen, ik hou van die vrijheid. Ik wil geen trainer die zegt wat ik moet doen. Vermoeidheid? Dat ken ik niet. Het wordt nu wel iets zwaarder, merk ik soms. Soms heb ik liesklachten, of last van mijn hamstrings. Maar ik laat elke week mijn benen masseren. De masseur wrijft alle verontreinigingen er dan weer uit.

‘Tijdens een Nederlands Kampioenschap in 2015 liep ik vier afstanden: de 800 meter, de 1500 meter, de 5 kilometer en de 10 kilometer, en won ik op allemaal een gouden medaille. Ik was toen echt kapot, tjonge jonge, jonge. De volgende ochtend kwam ik nauwelijks uit mijn stoel. Maar twee dagen later liep ik weer een wedstrijd, en liep ik een Nederlands record op de 2.000 meter.’

Gillis Bosman: ‘Ik wil geen trainer die zegt wat ik moet doen.’Beeld Ivo van der Bent

Jan Ties (72)

Atletiekvereniging: Groningen Atletiek (Groningen)

Onderdelen: 100 meter en 200 meter

Prijzen: 28 gouden, 17 zilveren en 2 bronzen medailles op het Nederlands Kampioenschap, 1 bronzen medaille op het Europees Kampioenschap.

‘Concurrenten in Nederland heb ik niet echt meer, omdat iedereen blessures heeft. Ik heb eigenlijk nooit ergens last van, ook geen spierpijn. Dat komt, denk ik, doordat ik veel verschillende sporten door elkaar doe.

‘Ik sport elke dag. Ik train twee keer per week op de atletiekbaan, en doe een keer per week aan krachttraining, zodat mijn spieren de klappen nog goed kunnen opvangen. Ook doe ik aan badminton en mountainbiken. Als ik stil ga zitten, eindig ook ik achter de rollator. Ik moet bezig blijven.

‘Bij de sprintgroep loop ik altijd met tien of twintig jongeren om me heen. Ik doe met alles mee, alleen mijn balans is wat minder. Die snelle jongens kan ik niet meer bijhouden, maar aan sommige vrouwen kan ik me nog wel meten. Mijn oude trainer noemde me ook wel ‘raket met de glimlach.

‘Ik wil in de toekomst nog gaan hordenlopen, want ik heb lange benen. Maar ik ben bang dat ik dan blessures krijg. Als ik dat ga trainen, moet ik dus wel heel voorzichtig zijn. Rustig over de horden, en geen gekke bewegingen maken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden