WeekendgidsWim Hofman

Onze Weekendgids Wim Hofman neemt u mee op avontuur in zijn hoofd

null Beeld Daniel Cohen
Beeld Daniel Cohen

Schrijver en beeldend kunstenaar Wim Hofman (bijna 80) als Weekendgids, dat is een wondere tocht door zijn herinneringen en voorliefdes, langs Rome, rotsen, rijstpudding en de ondes-Martenot.

Nu maar hopen dat de brug openstaat als je binnenkort vanuit het Scheldekwartier in Vlissingen naar de binnenstad gaat. Zodat je het ­gedicht Waar zijn onze schepen? kunt lezen aan de onderkant, dat zich openbaart zodra het brugdek ­omhoog komt.

Het gebonk van hamers op nagels

Het ponsen van flenzen het gerakketak

Het walsen van platen het geronk

Van machines het geluid van de stoomfluit

Van kettingen en ankers de fles

Die stukslaat het schip dat weggaat

Alles komt terug als ik wacht bij de brug.

‘Alles komt terug’, zegt de maker, Wim Hofman, ‘omdat er vanzelf gedachten door je hoofd gaan als je je staat te vervelen voor zo’n brug. Herinneringen. Aan de scheepswerf hier in Vlissingen, bijvoorbeeld, waar mijn vader werkte, de geluiden: het hameren van klinknagels, de stoomfluit van de fabriekstrein die je ’s ochtends om vijf over half acht hoorde.

‘Het is het zwaarste gedicht dat ik ooit gemaakt heb. De letters mochten vierhonderd kilo wegen, vandaar. In april gaat de nieuwe Dokbrug open, een mooie opdracht vond ik het. Wel spannend, want ik moest het gedicht in de gemeenteraad voorlezen en je weet het maar nooit met al die rare partijtjes. Maar ik kreeg hard applaus.’

Het is niet meer dan logisch dat Hofman het gedicht zou maken: hij is Vlissingens bekendste schrijver voor kinderen en volwassenen, gelauwerd met vele zilveren en gouden griffels én penselen – hij is ook beeldend kunstenaar. Grootmeester van het grillige kinderboek is hij, met typische titels als Welwel, de zeer grote tovenaar & zes andere doldwaze verhalen over ridders, tovenaars, matrozen, krentenbollen, cowboys, indianen & over een planeet, zijn eerste boek in 1969. Later volgden er ook realistischer boeken als Wim, over een eenzaam jongetje met ouders in een scheiding en Het vlot, ook over een jongen die thuis teveel is en de zee opgaat. Het kwetsbare kind dat erop uittrekt om avonturen te beleven; het is altijd Hofmans thema geweest. Maar hij had zelf een gelukkige jeugd, hoor, zegt hij, hier in Vlissingen, en vanaf zijn 12de in België en Engeland, waar hij op het seminarie zat omdat hij missionaris wilde worden: reizen! Avontuur!

Drie maanden heeft hij in Afrika gezeten, daarna kwam hij terug, trouwde met Toke – ze zet net de soep op tafel, ‘Wim heeft ’m gemaakt’ – en werd het weer Vlissingen, zijn leven lang. ‘Als je schrijft, beleef je het avontuur in je hoofd.’ Hun kinderen zijn overigens wel het zeegat uitgevaren: zoon Maarten woont in Amerika, dochter Machteld in Australië. Kijk, dit zijn de kleinzonen Frank en Willem, ze zien elkaar allemaal minstens een keer per jaar. Nee, dit jaar niet natuurlijk, dus geen overzees familiebezoek komende dinsdag, als op 2 februari Hofman 80 wordt. Wel verschijnt als gepland op precies die datum zijn nieuwe boek: We vertrekken voordat het licht is. Het zijn verhalen voor volwassenen waarin de zee nooit ver weg is – net als in zijn dagelijks leven, elke dag maakt hij met Toke hun vaste loopje naar het strand.

null Beeld Daniel Cohen
Beeld Daniel Cohen

In de serre staat zijn banjo; vorig jaar van Toke voor z’n verjaardag gekregen, hij heeft geoefend tot er een likdoorn op zijn linkerringvinger zat. Op tafel ligt een dikke dichtbundel van collega-schrijver Anton Korteweg: Ouderen zijn het gelukkigst. ‘Daar zit ook iets van sarcasme in, hoor. Maar het is zeker niet de slechtste tijd van je leven, door alle herinneringen valt er steeds meer te beleven in je hoofd. Moet je natuurlijk wel zorgen dat je móóie herinneringen hebt. Dat vergeten mensen nog weleens.’

Kunstenaar

Edward Lear

Geelvleugelara (Ara macao). Beeld Edward Lear
Geelvleugelara (Ara macao).Beeld Edward Lear

‘Heb je nog nooit van Edward Lear gehoord? Geeft niks hoor, de meeste mensen hebben nog nooit van Edward Lear gehoord. Een fascinerende kunstenaar. Een fascinerende mán.’ De Engelsman Edward Lear leefde van 1812 tot 1888 en is vooral bekend om zijn limericks en nonsensgedichten, maar hij maakte ook talloze illustraties, schilderijen en boeken over zijn reizen. Wim Hofman wijst naar tafeltje in de hoek van de serre; daar ligt een flinke stapel boeken van en over Lear, en Hofman heeft ze allemaal gelezen. ‘Kijk’, zegt hij bladerend, ‘Lear tekende veel dieren in opdracht, voor natuurhistorische musea bijvoorbeeld, maar ook voor dierentuinen. Daar heeft hij ontzettend veel papegaaien voor getekend.’ Hofman laat er een zien, wijst op het technisch perfect getekende verenkleed, maar ook op de pientere oogjes boven de snavel. ‘Zo’n vogel krijgt bij Lear altijd iets menselijks.’ Hij is fan, ja, is zelfs naar plekken gereisd waar Lear graag kwam, het Lake District dat hij schilderde. Lear was een romanticus die een leven lang kampte met depressies, en Hofman herkent zich daar wel in. ‘Nee, niet met de depressies, maar een romanticus ben ik ook.’ En een bewonderaar: ‘Als ik eenmaal gegrepen ben door iemand, wil ik ook alles van hem weten. Garibaldi, heb ik ook zo’n stapel boeken over. Weet je wie Garibaldi was?’

Landschap

Rotsen aan zee

Schouwen Duiveland na de watersnoodramp in 1953. Beeld ANP
Schouwen Duiveland na de watersnoodramp in 1953.Beeld ANP

Elke dag is Wim Hofman wel even aan zee te vinden, op zeven minuten loopafstand van zijn huis in Vlissingen. Het mooiste landschap dat er bestaat, vindt hij: golven, strand, eb en vloed. Maar het is hier in Nederland slappe hap, natuurlijk, vergeleken met het gebeuk van het water op de kliffen in Schotland, of in Australië, waar zijn dochter woont. ‘Dat vind ik helemaal schitterend: het geweld van de woeste zee die kapotslaat op de rotsen. Je voelt dat er gevaar is, dat maakt het spannend om op zulke plekken te zijn.’

11 was hij, ‘nog nét, ik was de volgende dag jarig’, in 1953 toen de watersnoodramp in Zeeland huishield. ‘Ik werd ’s nachts wakker geklopt door mijn vader: ik moest de buren gaan waarschuwen in de straat. Ze geloofden me meteen, want het water kwam al zwart als Oost-Indische inkt uit de riolen naar boven. Mijn vader ging erop uit om zandzakken te sjouwen en ik moest naar binnen, maar ik wilde ook helpen, dus ik ben ontsnapt. Ongelooflijk spannend vond ik het, tussen de mannen en hun reddingswerk. De volgende dag moest ik naar de apotheek fietsen om watjes te halen voor mijn broertje dat oorontsteking had. Vanaf de boulevard zag ik van alles drijven in de stad: spullen uit huizen, uit winkels, ik vond het machtig interessant. Een dode hond dreef er ook. Die heb ik begraven.’

Stad

Rome

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

‘In 1967 kwam ik voor het eerst in Rome, alleen. In 1968 heb ik Toke ermee naartoe genomen. En dat was onvoorzichtig, want daar werden we verliefd. Rome is de stad waar ik altijd weer naar terugkeer, ik ben er nu vijftien, zestien keer geweest. Mooi aan die stad vind ik de mengeling van stijlen; het barst er van de brokstukken, muren, pilaren en paleizen en ze stammen allemaal uit een andere periode van de geschiedenis. Parijs en Florence zijn ook mooi, maar die steden zijn eenvormig. Florence is een renaissancestad, Parijs is voornamelijk 19de-eeuws. Rome is verrassender. We worden er altijd rondgeleid door onze zoon Maarten, die is geweldig goed met apparaten, dus hij ziet precies waar een goed restaurant zit op twee minuten lopen. Hij is wel een beetje een aspergertype, daar moet ik mee uitkijken. Want als ik zeg: ‘Er staan wel 300 kerken in Rome’, googelt hij even en dan zegt hij: ‘Het zijn er 720.’ En dan wil hij het liefst naar ze allemaal toe.’

‘We komen altijd in hetzelfde hotel, hotel Smeraldo. Daar kennen ze ons inmiddels een beetje, en het zit vlak bij het Campo di Fiore, dus het goede leven is om de hoek. Ja, dat is druk in de zomer, maar wij gaan – dit jaar niet natuurlijk – altijd op mijn verjaardag in februari. Dan zijn er nog steeds genoeg plekken zonder toeristen. Ja, je moet niet naar de Trevi-fontein gaan, maar gewoon, lopen door al die straatjes.’

Kunstwerk

Judith onthoofdt Holofernes (ca. 1615) van Artemisia Gentileschi

null Beeld

‘#MeToo avant la lettre’ meldt internet over de levensloop van een van de grootste vrouwelijke kunstenaars uit de geschiedenis, Artemisia Gentileschi. ‘Ze werd verkracht in haar atelier’, vertelt Hofman over de maakster van een van de mooiste schilderijen die hij kent. ‘De woede daarover zie je in terug in de kracht van haar werk, zeker in de wrede onthoofding van Holofernes. Tenminste, dat denk ik erin te zien. Misschien is het projectie.’

Gentileschi werd in 1593 in Rome geboren en kreeg schilderles van haar vader, die behoorde tot de kring van kunstenaars rond Caravaggio. Later kwam ze in de leer bij kunstenaar Tassi, die haar verkrachtte toen ze 18 was. In de rechtszaak die daarop – uitzonderlijk! – volgde, besloot de rechter dat foltering als straf op zijn plaats was – van slachtoffer Gentileschi, welteverstaan. Haar schilderij van de bijbelfiguur Judith die haar vijand Holofernes de kop afsnijdt, hangt in het Uffizi in Florence.

‘In Rome ga ik altijd naar het liggende beeld van Sint-Cecilia kijken, ook een kunstwerk over een onthoofding’, zegt Hofman. ‘Beeldhouwer Maderna heeft een paar zaagsneden in haar slanke, marmeren hals gehakt. Heel aangrijpend, elke keer weer.’

Tekenmateriaal

Oost-Indische inkt

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

‘Toen ik 10 jaar was, kreeg ik van mijn vader een potje zwarte Oost-Indische inkt. Sindsdien ben ik eraan verknocht. Je kunt er acrylverf of ecoline overheen aanbrengen zonder dat het vlekt, omdat het watervast is. Je krijgt het ook niet uit zakdoeken, zegt Toke altijd.’

Bij Hofman in de huiskamer hangen wel kunstwerken – een stilleven met eieren en kaas, een stilleven met fruit, een jonge vrouw uit de jaren dertig – maar geen van hemzelf. Is dat bescheidenheid? ‘Ik ben helemaal niet bescheiden’, zegt Hofman, maar zijn eigen werk hoeft niet zo nodig boven de bank te hangen. In zijn werkkamer ligt echter wel het een en ander; kleine paneeltjes met gezichten, dierfiguren, stilleventjes, scheepjes, vissen. ‘Kijk, dit ligt al klaar’, wijst Hofman op een verweerd stuk grijsgroen hout dat het volgende kunstwerkje gaat worden. ‘Met een splinternieuw schildersdoek kan ik niks, daar word ik zenuwachtig van. Ik teken altijd op kartonnen kaften van oude boeken enzo, en op zulke houten plankjes die ik op het strand vind.’

Gereedschap

Hamer

Nageljongen werkt aan een schip op de Amsterdamse droogdokmaatschappij en verhit scheepsnagels in een vuur.  Beeld Nationaal Archief
Nageljongen werkt aan een schip op de Amsterdamse droogdokmaatschappij en verhit scheepsnagels in een vuur.Beeld Nationaal Archief

De oude metaalbewerkershamer van zijn vader heeft Hofman altijd bewaard. Die komt goed van pas in de tuin, als Toke een stok of een struik de grond in wil hebben. ‘De eerste meter grond is hier zeeklei, dat is keihard. Dan gebruik ik die hamer om met een pin een gat in de aarde te slaan. Mijn vader hamerde er staalplaten mee op de scheepswerf hier in Vlissingen, waar hij op 15-jarige leeftijd kwam te werken. Hij begon als nageljongen, zegt je dat wat? Met een tang moest hij klinknagels uit het vuur halen die gebruikt werden voor de staalplaten van de scheepsrompen. Later werd hij in de ketelmakerij van diezelfde scheepswerf gezet. Vreselijk zwaar werk was het, maar die arbeiders waren wel ontzettend trots als zo’n schip dan uiteindelijk klaar was. Helemaal met de hand gebouwd.

‘Ik herinner me dat ik als jochie naar het kantoor werd gestuurd om zijn weekloon op te halen. 56 gulden was dat in 1953, dus we waren zeker niet rijk. Mijn moeder had voor mij iets anders in gedachten. Ze zei altijd: je moet goed leren, anders kom jij ook op de fabriek. Kon ik ook, goed leren, ik was de beste van de klas. Voor tekenen kreeg ik een negen van de meester, hij zette het cijfer midden op het blaadje. Dan vond-ie dat ik blij moest zijn, maar mijn hele tekening was verknoeid.

‘Die hamer doe ik nooit weg, nee, het is een herinnering aan mijn vader. En van mijn moeder heb ik haar vlecht bewaard.’

Gerecht

Rijstpudding

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

‘Rijstpudding is een van mijn lievelingsgerechten. Op een dag kondigde een vriendin van ons, Caroline, aan dat ze graag voor Toke en mij wilde komen koken. Dat gebeurde en het was een gezellig etentje, waarbij ze rijstpudding toe maakte, in een visvorm, met daarbij witte druiven in gelei. Ze maakte dat allemaal heel zorgvuldig klaar. Later bleek het een soort afscheidsmaal te zijn geweest.

‘We wisten wel dat Caroline pillen gebruikte tegen een depressie, maar dat ze hier helemaal niet meer wilde zijn, dat kun je niet begrijpen. Een knappe, gezonde vrouw van halverwege de veertig – ze was een stuk jonger dan wij – en een steengoede lerares, bovendien. Van andere vrienden hoorden we dat ze ook bij hen was komen koken. Toen beseften we dat ze daarmee bewust afscheid is gaan nemen van iedereen. Wat het met me gedaan heeft? Tja, een enorm gevoel van spijt.’

‘Rijstpudding is nog steeds een favoriet gerecht van me, Toke heeft het pas nog gemaakt. Maar we zullen het nooit meer eten zonder aan Caroline te denken.’

Muziek

Concert voor ondes-Martenot en strijkorkest (1954)

‘Luister.’ Op zijn laptop – ‘Wat een fantastisch ding, hè, een computer’ – laat Hofman een stukje van zijn favoriete muziek horen: het concert voor ondes-Martenot en strijkorkest van de Franse componist Marcel Landowski. Zeer obscuur, hij beaamt het meteen volmondig. Een ondes-Martenot, kortweg ondes, is een van de vroegste elektronische muziekinstrumenten, een soort radiobuis die een geluidsgolf genereert. ‘Hoor, nu komt-ie, na de violen: een hoge, zoemende toon als van een zingende zaag. Mexicaanse hond wordt het wel genoemd, het heeft iets jankends, hoor je? Een heel geheimzinnig geluid vind ik het, daarom zette ik deze plaat altijd op als ik in de juiste stemming wilde komen toen ik mijn derde boek aan het schrijven was, Koning Wikkepokluk de Merkwaardige zoekt een rijk. Dat is een raar, surrealistisch verhaal geworden, waarin allemaal dingen gebeuren die niet kunnen: als de koning en zijn drie onderdanen honger krijgen, eten ze gewoon hun hemd op, want dat is gemaakt van pannekoek. Heel idioot. Kinderen vinden het fantastisch.’

Film

Les vacances de monsieur Hulot (1953)

‘We kregen Les vacances de monsieur Hulot te zien op de middelbare school in Sterksel. Niemand van mijn klasgenoten vond hem leuk, alleen ik moest erom lachen. De leraar Frans, Rob van Iterson, zag dat natuurlijk en hij was daar wel mee ingenomen; vanaf die les kreeg ik hogere cijfers.

‘Als je hem nu ziet, is het misschien een wat trage film, maar toen vond ik hem vreselijk komisch. Hij gaat over het strandleven, monsieur Hulot gaat op vakantie naar een hotel aan zee, en dat kende ik natuurlijk, omdat ik uit Vlissingen kwam. En ik rookte ook pijp, als 15-jarige, net als monsieur Hulot. Ik probeerde hem net als hij nonchalant in mijn mond te houden tijdens het praten, maar dat lukte helemaal niet.

‘Het is lang geleden dat ik die film gezien heb. Nu ga ik met Toke mee als zij zegt: dat is een goede film, die moeten we zien. We hebben onlangs The Wife gezien, over een oudere schrijver die de Nobelprijs wint terwijl zijn vrouw eigenlijk al zijn boeken schrijft. Een boeiend gegeven, ik werd echt een beetje kwaad op die man. We hebben pas ook 45 Years gezien, over een stel dat huwelijksproblemen krijgt door een oude liefde van de man. Na 45 jaar – ik vond het een beetje ongeloofwaardig dat je dan nog zulke geheimen hebt voor elkaar. Toke en ik zijn 50 jaar getrouwd, ja. Ach, dat is niks, het is zo voorbij. Ik heb 25 jaar lang tegenover mijn baas op kantoor gezeten, hem zag ik meer uren per dag. Je werkt acht uur, je slaapt acht uur; zo heel veel tijd blijft er thuis niet over.’

CV Wim Hofman

2 februari 1941 Geboren in Oostkapelle

1953 Begint een seminarieopleiding in Sterksel, N.B., vervolgopleiding in Engeland en België

1965 Wordt parochiekapelaan in bisdom Breda

1968 Begint bij de Zeeuwse Culturele Raad, waar hij 25 jaar zal werken, o.a. als adjunct-directeur

1969 Eerste kinderboek: Welwel de grote tovenaar en zes andere verhalen

1974 Koning Wikkepokluk de merkwaardige zoekt een rijk (Gouden Penseel voor de illustraties)

1977 Wim (Zilveren Griffel)

1989 Het vlot (Gouden Griffel)

1991 Theo Thijssenprijs voor hele oeuvre (jeugdboeken)

1997 Zwart als inkt (het verhaal van Sneeuwwitje en de zeven dwergen)

2003 Eerste bundel voor volwassenen: Wat we hadden en wat niet

2013 Max Velthuijsprijs voor hele oeuvre (illustraties)

Op 2 februari verschijnt bij uitgeverij Querido een nieuwe bundel verhalen voor volwassenen van Wim Hofman: We vertrekken voordat het licht is. Op die dag wordt Hofman 80 jaar.

Hofman is getrouwd, heeft twee kinderen en woont in Vlissingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden