INTERVIEWPaul Kingsnorth

‘Onze cultuur neemt veel meer dan ze teruggeeft’

De Britse Schrijver Paul Kingsnorth raakte eind jaren negentig teleurgesteld in de milieubeweging.Beeld Hollandse Hoogte

Schrijver Paul Kingsnorth denkt al jaren na over de ecologische ineenstorting waarop de industriële beschaving afstevent. Maar de coronacrisis was ook voor hem een schok. ‘Onze cultuur heeft een korte houdbaarheidsdatum.’

‘Niets zal deze beschaving leren van dit virus. Alles wat zij wil is terug naar normaal. En normaal, dat is goedkope vluchten en goedkope latte, normaal is Chinese meisjes die onder bewapend toezicht onze T-shirts naaien, normaal is bijbelse bosbranden en vaten vol olie, normaal is (...) kinderen in Afrika die hun lichaam vergiftigen door het sorteren van plastic dat wij daar dumpen, normaal is stikstofvervuiling, smeulende boomstompen en stervende oceanen.’

De Britse schrijver Paul Kingsnorth (48) kijkt sceptisch naar de ‘narratieve oorlog’ over de ‘lessen’ van de coronacrisis, waarin ieder zijn gelijk wil halen. Hoog scoort de crisis als een kans op het realiseren van een betere wereld, met minder vliegen, minder werken, meer saamhorigheid. Aan Kingsnorth (auteur van onder meer Bekentenissen van een afvallig milieuactivist – Een radicaal andere kijk op natuurbescherming en de roman Beest) zijn zulke wensdromen niet besteed. In zijn onlangs verschenen essay Finnegas, waaruit de bovenstaande regels komen, drukt hij ons met de neus op de feiten.

Finnegas is in de Keltische mythologie een oude kluizenaar die zijn hele leven heeft gezocht naar de magische zalm die alle wijsheid van de wereld in zich draagt. Maar het is de jonge Finn die de vis uiteindelijk vangt. Finnegas beseft dat het niet aan hem was om boven zichzelf uit te stijgen, maar aan de generatie na hem. Zijn taak was slechts de weg te plaveien. Zo zal het volgens Kingsnorth ook zijn voor ons in de coronacrisis, die, voortgekomen uit de manier waarop wij dieren exploiteren, een symptoom is van de veel grotere ecologische crisis: we willen misschien wel veranderen, maar kunnen het niet. ‘Wij zijn niet Finn. Maar wellicht, als we geluk hebben, kunnen we Finnegas worden.’

Het is vintage Kingsnorth, een milieuactivist die de groene beweging eind jaren negentig teleurgesteld vaarwel zei toen zij het marktdenken overnam van het bedrijfsleven (duurzaamheid als businessmodel) en vrienden zich ontpopten tot ecomodernisten – optimisten die denken alle milieuproblemen te kunnen oplossen met nieuwe technologie. Kingsnorth ging de ecologische crisis steeds meer als een spirituele crisis beschouwen, gevolg van het feit dat de mens zich niet meer ziet als deel van de natuur. Hij gelooft niet langer in oplossingen, de catastrofe is niet meer te stoppen, en de tijd is gekomen voor ‘planetaire rouw’, het thema ook van zijn schrijversproject Dark Mountain (vanaf 2008).

Kingsnorth trok enige jaren geleden ook persoonlijk de consequentie. Hij onttrok zich aan de ‘allesverslindende machine van de industriële beschaving’ en verhuisde met vrouw Jyoti en twee kinderen naar een boerderijtje bij Galway in het westen van Ierland. Waar hij – indachtig het motto ‘Tuinieren is een aanval op de grondslag van het kapitalisme’ – inheemse bomen plant, zijn eigen groenten verbouwt en vol overgave de zelfgemaakte compost-wc leegt (een zenachtige activiteit waarover hij bevlogen vertelt). Overigens heeft hij wel een oude auto en een laptop: we voeren het gesprek per mail.

Hoe vergaat het u en uw gezin na twee maanden lockdown?

‘Wij maken het goed, dank. Het coronavirus heeft West-Ierland tot nu toe grotendeels links laten liggen. Bovendien wonen we afgelegen in het buitengebied, dus we hebben meer geluk gehad dan veel anderen.’

U verkeerde natuurlijk al in een soort lockdown.

‘We zijn naar het Ierse platteland verhuisd om een ander leven te kunnen leiden. Dus ja, we telen ons eigen voedsel, stoken ons eigen hout, drinken uit onze eigen waterput en hebben flink gesnoeid in onze ‘behoeften’. We gaven onze kinderen ook al zelf les, dus in die zin is de lockdown voor ons niet heel anders dan het normale leven. 

‘Ik denk trouwens dat voor veel mensen de grootste impact van het virus een psychologische is. De notie dat de maatschappij zomaar volledig tot stilstand kan komen was voor de meesten van ons ondenkbaar, en voor sommigen een enorme schok. Ik denk en schrijf al tien jaar over een ineenstorting als deze, maar zelfs voor een doemdenker als ik was het onthutsend te zien hoe snel zo’n ineenstorting zich voltrekt.’

Het is dan ook verleidelijk de pandemie te zien als een straf voor onze moderne hybris. Zoals u schrijft in Finnegas: ‘Well, we had it coming.’

‘Ik geloof niet in straf, in elk geval niet in dit soort straf. Ik denk niet dat de aarde, of wie haar ook heeft geschapen, een strenge leraar is die ons op de vingers tikt als we te ver gaan – tenminste, niet op zo’n evidente manier. Ik denk wel, en schrijf daar ook al enige decennia over, dat onze moderne industriële maatschappij in volle vaart op een muur afrijdt. Dat is evident als je kijkt naar de stand van de natuur en alle sociale en economische ontwikkelingen.

‘Onze cultuur neemt veel meer dan ze teruggeeft. We hebben een giftige relatie met de rest van het leven op aarde. We zien het als een natuurlijke hulpbron om te verkwisten. We ruziën of we al dan niet ‘duurzaam’ moeten oogsten, en wat dat dan inhoudt, maar gedragen ons uiteindelijk als kolonialen. We hebben geen respect voor de waardigheid en de heiligheid van het leven. Culturen als de onze hebben een heel korte houdbaarheidsdatum.’

De pandemie wordt vaak voorgesteld als een morele les, een soort fabel over hoe de natuur terugveert als wij een stap terug doen, hoe de wereld kan worden als wij ons leven veranderen. ‘De natuur stuurt ons een boodschap’, zei Inger Andersen van het VN-milieubureau Unep. Hoe ziet u dat?

‘Als je al per se een hoopvolle les uit deze coronacrisis wilt trekken, dan is het inderdaad mooi te zien hoe snel de natuur zich kan herstellen als we ophouden haar te plunderen en te misbruiken. Dat is ook onze belangrijkste opgave als cultuur: ophouden met het plunderen en misbruiken. Dat is de eerste stap. Die vereist wel een heel ander waardenpatroon: een traditionelere, meer nederige houding tegenover de rest van het leven op aarde.’

Veel mensen zeggen nu dat we aan een green recovery moeten werken. Als we al biljoenen euro’s investeren in het herstel van de economie, is het idee, doe dat dan meteen in duurzame energie en algehele vergroening.

‘Ik denk niet dat er iets ‘groen’ of ‘duurzaam’ is aan het modieuze technotopia dat milieubewuste progressieven en hun bondgenoten in het bedrijfsleven promoten. Dat is gewoon kapitalisme zonder CO2. Het is hetzelfde liedje: groei in een groen jasje. Voor het simpelweg vervangen van fossiele brandstoffen door, zeg, wind- en zonne-energie zouden we zo veel metaalerts en land voor nieuwe energiecentrales nodig hebben dat de schade aan de natuur even ingrijpend zou zijn als met fossiel. We kunnen er niet omheen: we zullen met name in het rijke Westen economisch een stap terug moeten zetten.’

In uw boek Bekentenissen van een afvallig milieuactivist schrijft u dat het een illusie is dat duurzaamheid en groene technologie ons kunnen redden.

‘Groene technologie en duurzaamheid zijn rookgordijnen. We moeten onszelf afvragen: wat proberen we precies te ‘verduurzamen’? Veelal toch de manier van leven waaraan mensen in de rijkere landen, zoals wijzelf, gewend zijn geraakt. Maar die manier van leven valt niet overeind te houden zonder een mondiale ecotechnocratie te ontwikkelen, met allerlei dubieuze ‘oplossingen’ zoals geo-engineering, kernenergie en kweekvlees, en waarschijnlijk zelfs dan niet eens. Wat niet wegneemt dat die milieubewuste progressieven daarop afkoersen, met steun van regeringen en het bedrijfsleven. Want het levend opvreten van de planeet is het fundament van de wereldeconomie.’

We zullen dus zo snel mogelijk terugkeren naar business as usual, schrijft u in uw essay. Wij zijn niet de generatie die de wereld gaat redden?

‘Ik zou het geweldig vinden als deze crisis ons de zinloosheid en de gevaren van onze huidige manier van leven zou doen inzien. Ik geloof best dat het op persoonlijk niveau zo kan uitwerken. Dat zal niet leiden tot een koerswijziging van de ‘wereldeconomie’, die per definitie groei vereist, oftewel plundering van de planeet, om te kunnen voortbestaan. 

‘In dat essay opper ik dat mijn generatie in het bijzonder niet de generatie zal zijn die een radicale omwenteling in gang zal zetten. Sommigen van ons hebben een poging gedaan, maar ze zijn stukgelopen. Misschien kunnen onze discussies een basis leggen voor wat toekomstige generaties te doen staat als de mensheid geen andere optie meer zal hebben dan om de koers volledig om te gooien.’

Toekomstige generaties? Wetenschappers waarschuwen toch dat de wereld nog maar tien jaar heeft om de emissies zo drastisch terug te brengen dat we de opwarming op 1,5 graad kunnen houden. Is dat hopeloos?

‘Het is veel te laat om nog te denken dat we onder die 1,5 graad kunnen blijven. Dan hadden we op zijn laatst drie decennia eerder moeten ingrijpen, want zo lang geleden al was de Earth Summit in Rio van 1992, toen de wereldleiders voor het eerst hebben beloofd in actie te zullen komen tegen klimaatverandering, milieuvervuiling en de massa-uitsterving. Sindsdien is het met al die ontwikkelingen alleen maar slechter gegaan, rampzalig veel slechter vaak.

‘Het is belangrijk realistisch te zijn over wie en waar we zijn. Als een cultuur, als samenleving waarderen we – met name wij aan de top van de piramide – onze economische groei en huidige levenswijze meer dan het leven op aarde. Dat is de keuze en die maken we elke dag. We weigeren dit onder ogen te zien, en dat is precies waarom we dat wel zouden moeten doen. In plaats van onszelf wijs te maken dat we op een dag kunnen en zullen veranderen.’

Hoe kijkt u in dat licht aan tegen de klimaat- en milieuactivisten van nu, mensen als Greta Thunberg en de jongeren van Extinction Rebellion?

‘Het is goed dat zij er zijn, maar hun eisen en tactiek verschillen amper van wat wij deden in de jaren negentig. En dat verschilde weer amper van wat de generatie van onze ouders deed in de jaren zestig. Bewegingen zijn beperkte verschijnselen. Ze kunnen heel nuttig zijn, maar we hebben zoals gezegd wel te maken met een enorme cultuurcrisis. We misbruiken de aarde en als de aarde dan terugbijt, met klimaatverandering of zoals nu het covid-19-virus, gaan we ineens om verandering roepen. Politiek noch activisme zullen die bieden, omdat zij afgeleide aspecten zijn van de cultuur als geheel.’

Niet terug naar business as usual, geen activisme. Wat dan?

‘Mahatma Gandhi wist hoe je moet leven. ‘Er is genoeg voor ieders behoeften’, schreef hij, ‘maar niet genoeg voor ieders hebzucht.’ Henry David Thoreau wist het ook, net als veel inheemse volkeren en traditionele samenlevingen. Eenvoud, bescheidenheid, respect voor niet-menselijk leven, wederkerigheid. Neem niet meer dan je geeft, behandel het leven met eerbied. Het feit dat dit bijna klinkt als luchtfietserij, geeft al aan hoezeer we de weg kwijt zijn.’

En wat moet de Volkskrant-lezer met uw boodschap?

‘Vooral naar zichzelf kijken. Het is niet aan mij te orakelen over wat anderen moeten doen, maar in grote lijnen weten we wat dat is. Minder consumeren. Eenvoudiger leven. Wilde plekken beschermen. Hoe beter je het zelf in het leven hebt getroffen, hoe meer je daartoe verplicht bent. Bovenal: word weer verliefd op de natuur, probeer haar te begrijpen, snap waarom zij ertoe doet. Probeer te ontsnappen aan je mens-zijn en kijk wat er dan gebeurt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden