Interview Erik Frenken

Ontwerper Erik Frenken over ribfluweel, het verschil tussen Belgische en Nederlandse mode en zijn tegenslagen

Bij Erik Frenken begon de liefde voor mode op de ribfluwelen bank van zijn grootouders. Woensdagavond kreeg hij het Cultuurfonds Mode Stipendium uitgereikt. Frenken is hard bezig een succesvolle Nederlandse ontwerper te worden, en daar zijn er niet zo veel van. Waarom lukt het hem wél? 

Erik Frenken Beeld Adriaan van der Ploeg

Een van de oudste herinneringen die Erik Frenken (43) heeft aan kleding betreft een pantalon. Frenken zat in de vierde klas van de basisschool en wilde dolgraag een broek van het merk Heavy Crums. Een ribbroek, met heel specifieke brede én smalle ribbels. Zijn oma had een bankstel van precies zulk ribfluweel. Elke keer als hij bij haar bleef logeren, verzon hij een smoes om op die bank te mogen slapen. Niet dat oma geen bed voor hem had, dat zeker wel, maar hij wilde gewoon op die bank liggen. Vanwege dat ribfluweel.

Of hij de droombroek ooit kreeg? Zeker. Want wat Erik Frenken in zijn kop heeft, heeft hij niet in z’n kont. ‘Dat streberige zit wel in mijn karakter, ja. Als ik iets doe, wil ik het ook tot in de finesses leren doen.’

Trui van Erik Frenken Beeld Michiel Vaartjes

De liefde voor rib bleek een voorportaal van hartstocht voor mode. Frenken studeerde cum laude af in mode aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, later nogmaals cum laude aan Central Saint Martins in Londen, de Olympus der modeacademies. Hij werkte achter de schermen bij het Italiaanse huis Alberta Ferretti, was vijf jaar hoofdontwerper bij Viktor & Rolf en was nog eens zeven jaar creative director van Avelon. Toen Blue Blood, het bedrijf waar Avelon onder viel, in 2009 failliet ging, nam Frenken in 2010 Avelon over. Dat was creatief gezien een succes, maar door een verschil in zakelijke visie stapte Frenken op en staakte zijn zakelijk partner de onderneming in 2017. Frenken rekende, prakkiseerde en besloot onder zijn eigen naam verder te gaan. Het resultaat heet heel simpel Frenken. Een label met luxe maar niet poenige kleding voor vrouwen ‘die krachtig en kwetsbaar tegelijk zijn’.

Woensdagavond kreeg Frenken het Cultuurfonds Mode Stipendium uitgereikt. Dat is om te beginnen een grote eer: zijn naam wordt bijgezet in een galerij met groten als Iris van Herpen, Jan Taminiau, Bas Kosters en Ronald van der Kemp. Daarbij krijgt hij een poedelvormige wisseltrofee, ontworpen door Atelier Ted Noten, en een bedrag van 50 duizend euro. Dat geld is beschikbaar gesteld door een anonieme mecenas, bedoeld om de business van de winnaar te steunen.

Het juryrapport roemt Frenkens eigen handschrift en silhouetten, zijn moed, doorzettingsvermogen, zijn visie en zijn internationale expansiedrift.

Erik Frenken Beeld Adriaan van der Ploeg

Hollandse vraag: wat ga je met het geld doen?

‘Ik ga het op de een of andere manier in creativiteit en ontwikkeling stoppen. En met een deel mijn studieschuld aflossen. Dat helpt om mijn hoofd leeg te maken, en dat is óók goed voor de ontwikkeling. De prijs komt op het juiste moment en helpt om Frenken weer onder de aandacht te brengen. We zijn nu twee jaar bezig, het nieuwe is eraf en ik ben natuurlijk geen Chanel. Als je niet adverteert, is het lastig om je werk in de bladen te krijgen.’

Waar wil je heen met je merk, de komende jaren?

‘Ik hoef geen multinational te worden, maar iets steviger in het zadel zitten zou leuk zijn: meer naamsbekendheid, samenwerken met de beste retailers wereldwijd, de mogelijkheid van een schoenenlijn onderzoeken. Het gaat om creatieve vrijheid. Rijk worden hoeft niet. Ik heb een prima huis in Den Haag, een heel betaalbaar antikraak-kantoor in Amsterdam en zolang ik de school en de sporten van mijn drie kinderen kan betalen, vind ik het goed. Als we een paar jaar niet op vakantie kunnen, vind ik dat geen probleem. So what?’

Erik Frenken Beeld Adriaan van der Ploeg

Even terug naar je opleiding. Wat heb je in Den Haag geleerd, en wat in Londen?

‘Op de Academie in Den Haag heb ik geleerd me creatief te ontwikkelen, te denken in concepten. Dat is iets heel Nederlands. Kijk naar het werk van Viktor & Rolf of Iris van Herpen: zij nemen een idee of concept van buiten de kleding, laten zich inspireren en maken daar dan een collectie omheen. In Londen is het gebruikelijker om uit te gaan van een kledingstuk, daar iets aan te veranderen, weg te halen of uit te vergroten en tot een nieuwe versie te komen. In Londen leerde ik ook te denken: wie is je concurrent? Wat wil de klant, de markt? Wanneer is iets fashion?’

Ik ben een beetje allergisch voor het woord fashion, het wordt zo te pas en te onpas gebruikt voor alles van Kalverstraatkleren tot haute couture. Wat bedoel jij er precies mee?

‘Fashion staat voor de relevantie van een kledingstuk. Het simpele gegeven of er een markt voor is. Aan een creatieve uitspatting alleen heb je vrij weinig. Kleding moet een zekere hebberigheid oproepen bij de klant, mensen moeten het aan willen en er iets van worden: cool, of chic.’ 

En hoe is de insteek aan die andere toonaangevende, wereldberoemde modeacademie, de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen?

‘In Antwerpen begin en eindig je als leerling ook met het kledingstuk. Kijk naar werk van de Belg Martin Margiela, die kleding ontleedde, uit z’n verband rukte, voor een deel zelfs stukmaakte. Dat deconstructivisme wortelt júíst in de klassieke kleermakerskunst. In Antwerpen bestaat een deel van de opleiding uit het letterlijk namaken van historische kledingstukken, inclusief alle plooien, strikken, broderie en borduursels. Daardoor daalt ook het besef in: dit soort kleding maken duurt weken. Het is een enorme leercurve, een training in geduldig zijn.’

Erik Frenken Beeld Adriaan van der Ploeg

In de internationale prêt-à-porter kom je veel Belgen maar amper Nederlanders tegen, op dit moment alleen het duo Rushemy Botter en Lisi Herrebrugh. Botter is in Antwerpen opgeleid. Viktor & Rolf hebben jaren geleden hun behoorlijk conceptuele winkels moeten sluiten en stopten met prêt-à-porter om zich toe te leggen op couture. Hoe verklaar jij dat verschil tussen Belgen en Nederlanders?

‘Mijn afstudeerscriptie in Londen ging erover waarom Le Cri Néerlandais (zes jonge in Arnhem afgestudeerde modeontwerpers waaronder Saskia van Drimmelen, Lucas Ossendrijver en Viktor & Rolf, red.) zoveel minder succesvol was dan de Antwerp Six met onder anderen Walter van Beirendonck, Ann Demeulemeester en Dries van Noten. Een van de conclusies was dat het werk van de Belgen meer aansloot bij de dragers. Dat zal een gevolg zijn van de aanpak: niet het concept centraal stellen, zoals bij de Nederlanders, maar het kledingstuk.’ 

Hoe kijk jij aan tegen de hedendaagse Nederlandse mode?

‘Laat ik beginnen te zeggen dat iedereen die iets doet wat gelukt is dat knap doet. G-Star en Scotch & Soda: geweldig wat ze hebben neergezet. Het is misschien geen designerlevel, maar deze merken hebben absoluut kwaliteit en identiteit. Mode is een grillige en moeilijke bedrijfstak. Maar als je kijkt naar de landen om ons heen: België, het Verenigd Koninkrijk, Scandinavië, Duitsland, dan doet bijna iedereen het in zakelijk opzicht beter dan Nederland.’ 

Trenchcoat van Erik Frenken Beeld Adriaan van der Ploeg

Maar wat meubels en ander design betreft doen ‘we’ het juist ontzettend goed. Hoe verklaar je dat?

‘Bij design past die minimalistische en abstracte Nederlandse manier van denken heel goed. Bedenk iets, leg er een plankje op en je kunt er bij wijze van spreken al op zitten. Maar kleding moet aan veel meer eisen voldoen. Het moet uitvoerbaar zijn in verschillende maten, het moet reinigbaar zijn en makkelijk verscheepbaar. Dat maakt kleding veel ingewikkelder te produceren en te verkopen dan meubels.’ 

Over die consument: in het juryrapport wordt gesteld dat jij ‘een stijl hebt weten neer te zetten die een nieuw mode-credo is voor de vrijgevochten, zelfstandige, krachtige vrouw (…) waarbinnen haar femininiteit en kwetsbaarheid eveneens wordt gemanifesteerd.’ Hoe zeggen we dat in gewoon Nederlands?

‘Kleren maken die alleen maar mooi zijn vind ik niet interessant. Ik ontwerp voor vrouwen die van mode houden maar geen fashion victims zijn. Vrouwen die werken en hun eigen keuzen maken. Als ik met de huidige trend mee zou doen, zou ik me moeten richten op Generation Z, net als Louis Vuitton bijvoorbeeld doet. Dat zouden de big spenders van vandaag en morgen zijn. Maar ik maak kleren voor het type vrouw waar ik zelf op val en waar mijn knieën van gaan knikken, zoals mijn vrouw Brigitte: cool en zacht, maar ook stoer. Enerzijds Scandinavisch minimalistisch, anderzijds sexy op een Franse manier. Veel mannen houden van strak met een taille, maar ik vind een uitvergrote, losse vorm waarvan ik wéét dat er een mooie taille onder zit veel mooier, ik speel graag met het contrast vrouwelijk en mannelijk. Sommigen vinden het seksloos, ik juist niet.’

Erik Frenken Beeld Adriaan van der Ploeg

Is er een verschil tussen de Avelon-vrouw en de Frenken-vrouw?

‘Bij Avelon was de kleurkaart zwart, blauw en wit, best een sober en stevig beeld, voor een coole rockchick met schijt aan alles. De Frenken-vrouw is completer als persoon. Ik probeer nu ook een stevige look neer te zetten, maar dan wel in drie tinten roze. Ik houd ervan om dingen uit hun context te halen. Dat doe ik met uitgesproken kleuren als pastelroze en gifgroen, maar ook bijvoorbeeld met een trenchcoat die je in twee delen uit elkaar kunt knopen en op verschillende manieren kunt dragen.’

Is er in de jaren vol tegenslag nooit een moment geweest waarop je dacht: ja doei, ik stap zélf uit de context en word boswachter of zo?

‘Boswachter lijkt me eerlijk gezegd een geweldig beroep! Maar nee, ik kan heel goed accepteren dat het leven soms minder is. Ik kom niet uit een standaard warm nest, ik was al jong gewend aan mindere periodes. Na de scheiding van mijn ouders ben ik vaak verhuisd en heb ik op vijf basisscholen en vijf middelbare scholen gezeten. Dan leer je je wel aanpassen en snap je dat het niet elke dag feest kan zijn. Een cyclus van vijf jaar slecht en daarna tien jaar goed, daar zou ik voor tekenen. Dat hoort bij het leven, het hoort zelfs bij vriendschappen en vakantie: van de tien keer is het drie keer stom en zeven keer leuk. Bij tegenslag is het zaak om rustig te blijven, weloverwogen stappen te zetten, geduld te hebben en te wachten tot de zon weer gaat schijnen. Ik geef niet zo snel op.’ 

Hoe vaak kun jij jezelf opnieuw uitvinden?

‘Zo vaak als nodig is! En zo lang als mijn vrouw en gezin achter me staan. Ik denk dat er nog genoeg terrein is dat ik nog niet heb aangeraakt. Wat ik zo knap vind aan Phoebe Philo: die heeft zichzelf steeds opnieuw uitgevonden, voor de merken Chloé, voor GAP en voor Céline. En wat ik toch ook wel weer knap vind aan haar tegenpool Hedi Slimane: die heeft zichzelf maar één keer uitgevonden, maar weet wel precies waar en wanneer hij zijn kunstje kan herhalen.’

Hoe vaak kun je een overhemd opnieuw uitvinden?

‘Oneindig vaak! Ik heb in mijn carrière, de jaren bij Viktor & Rolf niet meegeteld, zo’n (begint driftig te tikken op de calculator van zijn telefoon) 240 verschillende modellen gemaakt, en dan heb ik het niet eens over de materialen, de prints en de kleur.’

En prompt laat Frenken op zijn telefoon de foto’s zien van de collectie voor komend najaar, met daarin uiteraard weer overhemden in alle vormen en kleuren, jassen en een donker pak in een dof materiaal. Als we inzoomen op de foto zie ik wat het is: ribfluweel.

Koehoornen knopen

Het label Frenken heeft inmiddels zo’n 38 verkooppunten wereldwijd, en is ook online te koop via frenkenfashion.com. Verkoopprijzen liggen niet zo hoog als bij andere designermerken: tops vanaf 70 euro, broeken vanaf 170, jurken rond de 400. Betaalbaar blijven is een streven van Frenken, want: ‘500 of 600 euro voor een echt mooie jas die je vaak draagt, dat willen en kunnen vrouwen in Nederland nog betalen, maar 800 is voor bijna iedereen te veel.’ Conaisseurs herkennen een echte Frenken aan de koehoornen knopen met zes vierkante gaatjes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.