Onthutsende situatie aan Juliana's hof

Biograaf kreeg toegang tot archieven Koninklijk Huis...

DEN HAAG Het is een bijna terloopse alinea in het dinsdag verschenen Juliana en Bernhard – Het verhaal van een huwelijk. De jaren 1936-1956. Maar wel een waardoor vanaf nu gedocumenteerd bekend is hoe koningin Beatrix, die in 1980 haar moeder Juliana opvolgde, dacht over Greet Hofmans. Beatrix, geboren in 1938, schreef als 12-jarige prinses een (onbekende) brief aan Hofmans over haar handelwijze. Historicus Cees Fasseur drukt het antwoord af dat de ‘helderhorende’ daarop aan ‘Trix’ schreef: ‘Ieder mens heeft recht op een oordeel hierover. Veroordeel is voor eigen risico van geweten, en de tijd zal dit waarmaken of beschamen. Jouw brief stuur ik hierbij terug, juist om als een bewijsstuk voor je beschuldigingen te kunnen dienen of als levensles om oordeel of veroordeel te kunnen loslaten wanneer men daartoe in staat is.’

Volgens Fasseurs voorwoord heeft de koningin zijn boek niet vooraf willen lezen. Maar zij is door hem bijgepraat over de inhoud. Volgt zij het oordeel van de historicus, dan is er ruim vijftig jaar na dato geen reden positiever te denken over de vrouw die het naoorlogse gezinsleven op Soestdijk ontwrichtte. De wenken van ‘Boven’ die Hofmans ‘doorkreeg’, schrijft Fasseur, hadden een onevenredige betekenis in het leven van Juliana (1909-2004). Voor haar was Hofmans een ‘lieve Engel’; voor haar kinderen, Beatrix voorop, was zij, om in de sprookjestermen te blijven waarmee Fasseur zijn boek begint, een boze fee.

Hoe kon het zover komen? Dat Bernhard (1911-2004) en Juliana wanhopig waren toen hun vierde dochter Maria Christina (aanvankelijk Marijke genoemd) in februari 1947 werd geboren met een ernstige oogaandoening, was bekend. Oorzaak was de infectie met rodehond die Juliana tijdens haar zwangerschap opliep.

Dat er heil werd verwacht van de aan prins Bernhard aanbevolen Greet Hofmans is ook een publiek feit. Dat het in januari 1937 gesloten huwelijk van Juliana en Bernhard daaronder ernstig te lijden had, is de voorbije decennia in diverse publicaties geboekstaafd. Hoe onthutsend de situatie was, blijkt nu uit de publicatie van Wilhelmina-biograaf Fasseur. Hij vertelt het verhaal via de ogen en in de woorden van de hoofdpersonen, omdat hij als eerste toegang had tot alle persoonlijke correspondentie in het Koninklijk Huisarchief. Van koningin Beatrix mocht hij vrijelijk putten uit de authentieke bronnen in dit familiearchief.

Het antwoord op de vraag hoe het kon dat Juliana in de invloedssfeer raakte van ‘gekke Greet’, laat Fasseur beginnen in 1936. Koningin Wilhelmina (1880-1962, regeerde 1898-1948) is dan voor haar enige dochter op zoek naar een huwelijkspartner. De zoektocht duurt al ‘zeven volle jaren’, als prins Bernhard zur Lippe-Biesterfeld op het toneel verschijnt. Op eigen instigatie, zo toont Fasseur aan, maar na enige aarzeling tot tevredenheid van alle betrokkenen, niet in de laatste plaats Juliana zelf.

Gelukkige jaren breken aan, totdat in 1940 de oorlog het gezin – met inmiddels de dochters Beatrix en Irene (1939) – splijt. Juliana verblijft met de kinderen in Canada en leeft het gewone leven dat zij zo dolgraag leven wil. Bernhard vertoeft in Londen, in de nabijheid van zijn schoonmoeder – met wie hij het dan nog heel goed vinden kan – en leeft het avontuurlijke leven dat hem op het lijf geschreven is. Inclusief ten minste een minnares, Ann Or Lewis, over wie hij niet al te geheimzinnig doet. In de eerste naoorlogse jaren zal hij haar zelfs meenemen op de wintersportvakanties van het gezin.

De ziekte van Christina en het koningschap van Juliana, vanaf 1948, veranderen alles. Terwijl oorlogsheld Bernhard niet veel omhanden heeft, ziet Juliana zich gesteld voor een taak waarop zij zich nooit verheugde. Tot in haar toespraak bij de inhuldiging (‘Wie ben ik, dat ik dit doen mag’) laat zij blijken haar lot vooral te ervaren als een ‘onafwendbaar noodlot’.

In de analyse van Fasseur vindt zij bij Hofmans, met wie het meteen klikt, warmte en ‘gelijkheid van geestelijke instelling’. Maar het effect is dat zij haar in de oorlog verworven zelfstandigheid inruilt voor afhankelijkheid van een ‘innerlijke behoefte’ waarin Hofmans voorziet. Gevoegd bij een minderwaardigheidscomplex jegens haar moeder en schuldgevoel over falend moederschap bij de geboorte van haar jongste dochter, raakt zij ‘gehypnotiseerd’ door Hofmans. Prominente leden van de hofhouding, ook gevoelig voor de methode-Hofmans, verzuimen de koningin te corrigeren.

Bernhard had snel door dat van ‘het orakel uit Baarn’ geen geneeskrachtige werking uitging en wees haar op Nieuwjaarsdag 1950 de deur. Maar Juliana bleef onder invloed van Hofmans en ‘geestelijk van de kook’. Daarin kwam in de jaren nadien geen verandering. Door zijn ‘onzedelijke’ gedrag verspeelde Bernhard bovendien de aanvankelijke sympathie van zijn echtgenote en haar getrouwen, inclusief Wilhelmina die zonder voorbehoud de zijde van haar dochter koos. Op meerdere momenten dreigde Juliana met echtscheiding. Dat zou tot een constitutionele crisis hebben geleid.

De premier, Drees, die geleidelijk aan geïnformeerd raakte over de ‘verziekte’ verhoudingen op paleis Soestdijk, koos voor een strategie van ‘pappen en nathouden’. Drees hoopte dat de verwijdering tussen de echtelieden tijdelijk was en gokte op ‘uitzieken’. Dat bleek een misrekening toen steeds duidelijker werd dat het door Hofmans beïnvloede handelen van Juliana ook staatszaken raakte.

Zo begon zij onder sterke druk van ‘de Baarnse Kring’ – vooral haar particulier secretaris Van Heeckeren speelde een kwalijke rol – in het voorjaar van 1955 plots alle bewindslieden ter verantwoording te roepen over behaalde resultaten. In de ministerraad werd daartegen fel geprotesteerd.

De impasse werd doorbroken doordat Bernhard de publiciteit zocht. Enkele jaren eerder had hij dat ook gepoogd, maar toen werd zijn initiatief gesmoord doordat het voortijdig in ministeriële kring bekend werd. Ook nu leek dat scenario zich te voltrekken. De bevriende Britse journalist Sefton Delmer, door Bernhard volledig ingelicht, kreeg zijn artikel niet in zijn krant, de Daily Express. Maar door connecties bij Der Spiegel bracht dit blad op 13 juni 1956 Bernhards verhaal Tussen koningin en Raspoetin – overigens zonder dat hij als bron zichtbaar was.

Drees’ hoop op ‘uitzieken’ was daarmee vervlogen. Fasseur schrijft: ‘Achteraf kunnen wij vaststellen dat Der Spiegel Nederland en het koningshuis een grote dienst heeft bewezen.’

Een driemanschap onder leiding van Louis Beel, minister van Binnenlandse Zaken, ging aan het werk om de onverkwikkelijke kluwen te ontrafelen. Het dinsdag openbaar gemaakte eindrapport kreeg de aanvankelijke instemming van Juliana en Bernhard, maar Juliana zou nog tot begin 1957 tegensputteren (en een tweede driemanschap aan het werk zetten) voordat de Hofmans-getrouwen verdwenen. Daarmee was ‘behoud van de officiële façade’, zoals commissielid Gerbrandy dat omschreef, bereikt. Alles werd weer ‘couleur de rose’.

De rol van prinses Beatrix blijft onduidelijk. Blijkens haar briefje als 12-jarige had zij een scherp oordeel over Hofmans. Ten tijde van de ontknoping was zij 18. Haar positie als aanstaande koningin was in het geding. Maar volgens Fasseur is zij door de commissie-Beel niet gehoord.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden