Ontheemd

Tanzaniaanse vrouw (32), bezweek voor de avances van een Nederlandse hulpverlener, huwde, liet zich naar Purmerend meenemen en kwam terecht in een labyrint van angst....

'Geen Nederlander vertrouw ik nog, of moet ik zeggen: geen man? Ik kan mezelf coolen, ik ben niet agressief, maar mijn schaamte en mijn woede zijn zo groot. Ik durf mijn familie het verhaal niet te vertellen, ze hebben me gewaarschuwd dat ik niet weg moest gaan. Als ik naar Tanzania terug zou keren, kan ik hooguit in de prostitutie.

Mijn woede kan ik ook niet kwijt. Ik ben bij de Riagg geweest, bij de Kinderbescherming, maar ik weet niet hoe je dat aanpakt. Ze hebben wel naar mijn problemen gekeken, ze hebben mijn man gehoord, maar hij weet hoe je mensen moet misleiden, stap voor stap. Daaraan zal ik nooit wennen. Het is zo koud hier, alles moet volgens de regels, volgens de papieren. In Afrika is er corruptie, dat weet je, het zijn ongeschreven regels, maar hier kun je je verschuilen achter de regels. Ik weet niet wat erger is: corruptie of huichelachtigheid.

Op mijn zeventiende kreeg ik mijn eerste kind, van een hooggeplaatste militair. Die zou scheiden, beloofde hij. Voor je achttiende kon je in die tijd, vijftien jaar geleden, bij ons als vrouw nog niet de pil krijgen. Ik was natuurlijk veel te goedgelovig, mijn zoon was nog niet geboren of ik zag de militair niet meer. Ik ben toen in de handel gegaan. Spullen uit Tanzania in Nairobi verkopen aan toeristen. Dat ging goed, al ben ik een paar keer bij de grens aangehouden en heb ik zelfs een dag achter de tralies gezeten. Dan betaalde ik wat en kon ik verder.

In Nairobi, op de City Market, heb ik H. ontmoet. Een mooie, charmante man. Rustig, stil. Maar hij bleef stil. Hij wilde me meenemen, we zijn in Purmerend getrouwd. Wat er in mijn jeugd was gebeurd, kon hem niet veel schelen. Hij accepteerde het kind en dat was voor mij genoeg. Hij zou regelen dat ik een Nederlands paspoort kreeg, ik heb het nog steeds niet.

Ik kreeg een dochter. Op haar derde hoorde ik haar 's nachts plotseling huilen. Ik kon haar niet troosten. Ik begreep er niets van, ze sliep al meteen na haar geboorte heel goed. Ik zag een soort wondje bij haar anus en ben naar de dokter gegaan. Die zei dat het een ontsteking was en ze kreeg antibiotica. Mijn man is verpleegkundige en zei zonder aarzelen dat de dokter gelijk moest hebben. Maar ik voelde dat er iets mis is. Dat weet je als moeder.

Hij ging zich toen anders gedragen. Als ik de oppas een bos bloemen wilde geven, gaf hij een gulden. Meer geld had hij niet, zei hij. Een tientje om de twee kinderen een leuke dag te bezorgen, kreeg ik niet. Hij begon te slaan. Als een man in Tanzania je slaat, neem je je kinderen op en ga je weg. Hier moet je naar de instanties, formulieren invullen. Ik weet de weg niet, het is zo kil, ik voel me geen vrouw meer. Mijn energie en mijn leven zijn gebruikt.

Midden in de nacht werd gebeld dat mijn moeder was overleden. Hij zei: ik heb een vervelende mededeling voor je, en hij sliep door. Hij praatte steeds minder over mijn leven, over mijn verleden. Hij had zelf te veel aan zijn hoofd. Ik dacht dat het aan mezelf en aan de taal lag. Ik spreek Engels en Nederlands, maar misschien niet goed genoeg. Ik nam extra lessen, ik zei tegen hem: 'Heb je je wel gerealiseerd wat het is als je een Afrikaanse vrouw in Purmerend dumpt? Waarom heb je dat eigenlijk gedaan? Zie je mij als een soort prooi of wat is het?' Ik kreeg een snauw of zwijgen.

Als ik een blanke vrouw was, zou het probleem allang zijn opgelost. Ik weet dat hij mijn dochter misbruikt, ik zie het aan haar ogen. Die zijn angstig geworden, ik heb ook latere wonden gezien. Maar waar moet ik heen? In Afrika hebben we geen gordijnen, gordijnen zijn voor mij Nederland. Je trekt ze dicht en niemand heeft het recht te weten wat erachter gebeurt. Dat is privacy en die moet worden beschermd. Ik zou willen dat iemand bij mij de gordijnen opentrekt, als ik werk en er niet ben. Ik weet dat er afschuwelijke dingen gebeuren, ze heeft problemen gekregen met poepen. Ik heb niemand om het te vertellen, ik schaam me ervoor het te zeggen. Ik heb niet de bewijzen die ze willen zien, aan mijn gevoel en mijn zekerheid hebben de Riagg en de Kinderbescherming niets, dan denk ik dat ze me niet geloven.

Toen de dokter kwam, trilde mijn man van de zenuwen maar de dokter geloofde hem met zijn veronderstellingen en dacht dat ik niet goed wijs was. De dag erna zei hij dat ik te veel zakgeld van hem kreeg, voortaan mocht ik niet meer dan vijf gulden per dag besteden, voor het eten. Als er kleren voor de kinderen nodig waren, zou hij dat wel beoordelen. Kon ik bedelen.

Ik was gewend dat je armoede deelt, dat delen is Afrikaans. Hij deelt niets, ondanks zijn goede salaris, ik begrijp het niet. Nederland is het gulste land ter wereld en ik heb de gierigste Nederlander die er is.

Ik heb een Ghanese vriendin in de Bijlmer, we zingen, een beetje over ons verdriet, het zijn leuke en weemoedige ochtenden, maar hij heeft me verboden haar nog op te zoeken. Het is onzin en brengt reiskosten met zich mee. Dat geld geeft hij niet meer, ik moest er trouwens al apart om vragen.

Ik twijfel aan alles. Ben ik vanaf het begin zijn slavin geweest? Kon hij geen normale Nederlandse vrouw krijgen en heeft hij me daarom meegenomen? Wat zijn de normen in Europa? Nederland is een vrij land maar dit is toch geen vrijheid. De vrijheid hier is geld. Kon ik me vrijkopen, dan was ik weg. Maar ik heb geen geld, zelfs de kinderbijslag houdt hij voor zichzelf, ik zit vast, ik heb nog vorig jaar aan zelfmoord gedacht, maar ik moet sterk zijn, ik moet aan mijn kinderen denken, niet aan mezelf.

Maar hoe ver gaat het offer? Ik kan niet terug, ik kan niet weg, ik kan niet praten. Mijn schoonouders vertrouwen me niet, hij controleert ook hun leven. Waarom proberen hier mensen elkaar te controleren? Bij ons gebeurt dat natuurlijk ook, hard en gemeen, wreed zelfs, maar het beheersen van iemands leven zonder uitleg is misschien nog wel wreder.

Het is moeilijk. Wij leven buiten, we weten alles van elkaar, jullie leven binnen en weten niets van elkaar. Mijn man heeft zes jaar verkering gehad met een Nederlandse vrouw, hij heeft nog nooit verteld waarom ze weggelopen is. Iedere Afrikaanse vrouw zou ik willen waarschuwen, de cultuur verschilt te veel. Waarschijnlijk heb ik pech gehad, ik was natuurlijk verblind. Het gaat economisch slecht in onze landen en we kijken op tegen de Europese bezoekers met hun zelfverzekerdheid en rijkdom. Ik was vrolijk, en mijn Afrikaanse vrolijkheid vond hij ontroerend, dat heeft hij letterlijk gezegd. Maar die vrolijkheid is hier verdwenen, veranderd in angst.

Hans van Wissen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden