ONS LEVEN

Alles over het optimisme, de zelfverzekerdheid en de twijfels van twintigers, in 26 letters...

A – Alles kan

Alles kan: studeren, carrière maken, kinderen krijgen, carrière maken èn kinderen krijgen, deeltijdwerken, fulltime moederen, samenwonen, latten, knipperlichten, even uit elkaar, sabbatical hier, retraite daar, elk jaar een nieuwe baan, half jaar naar het buitenland, je dromen achterna. Ja, welvaart en individualisme brengen ongekende mogelijkheden. Maar ook de nodige problemen. Want: wat willen we nou eigenlijk? (Zie ook Q: Quarterlifecrisis)

B – (Nieuwe) burgerlijkheid

Burgerlijke ongehoorzaamheid? Zo 1984. Stonden onze moeders nog met bivakmutsen en brandende bh’s op de barricade, voor ons is boompje, beestje, baby, Bugaboo een reële optie. Met deze nieuwe burgerlijkheid zetten we ons dus min of meer af tegen onze ouders. Alleen: je-tegenje- ouders-afzetten, ook dat is zo 1978. Lastig hoor. Heel lastig.

C – Clips

Ja ja, tieners van nu: kijken jullie maar lekker clips op YouTube. Vroeger ging dat wel anders. Toen keek je noest uren, dagen, maanden achter elkaar MTV, in afwachting van je favoriete videoclip. De x-rated versie van Smack my bitch up (vol hoeren en tieten, dus: alleen na elven uitgezonden), de nieuwe Backstreet Boys of Take That. Of de uncut, twintig minuten durende versie van Micheal Jacksons Ghosts. Aan de (vaste telefoon!-)lijn je beste vriendin, magnetronpopcorn in het knuistje. Those were the days, verzuchten wij maar al te vaak. Zelfbewust zwelgend in nostalgie, uiteraard.

D – Dertig

Ook wij hebben zo onze angsten. Met stip op één: 30 worden. Apocalyps! Want dan krijgen we hangbuiken, rimpels, haar op rare plekken, gaan de biologische klokken tikken en zal het leven nooit meer hetzelfde zijn. Denken we. Want niemand die van plan is na zijn 30ste nog elke avond in de kroeg te hangen. Nee, wij zijn dan – hopelijk – gesetteld. Anders moeten we ons (o rampspoed) als eenzame happy single straks nog inschrijven op een datingsite. (Zie ook L: Liefde)

E – Eigen stijl

Op de lagere school was het simpel: je was óf cool (met je Katja Schuurmantuinbroek, wijde trui met opdruk, Nike Air Max of legging met bloemenmotief) óf een nerd. Later werd het een stuk lastiger, want waar wilde je bijhoren? Was je gabber, dan hield je van Thunderdome en droeg je dure Australian of Cavello-trainingspakken. Was je alto, droeg je paarse Dr. Martens. Hield je van Garbage, was je only happy when it rains, had je een wenkbrauwpiercing, dreads en blauw haar. Wie niet kon kiezen, hoorde bij de normaaldo’s; die saaie risicolozen. In 2008 mixen de hipsten onder ons collectief hun H & M’etjes met vintage en hebben onze corpsballen allemaal haar in de nek. ‘Eigen stijl’, noemen we dat nu.

F – Facebookfoto’s

Tuurlijk: ook wij bezoeken feestjes vooral om te dansen, te drinken, en te converseren over de (on)zin van het leven. Alleen: wat heb je aan zo’n avond als je ’m vervolgens met niemand kunt delen? Precies: helemaal niets. Daarom kijken we onder het dansen-drinken-praten iedere tien mi- nuten even in de lens van onze digitale fotocamera: fierce, fabulous en flatteus – met dank aan de lessen van America’s Next Top Model’s presentatrice Tyra. Het resultaat zetten we de volgende dag op onze Facebookpagina, zodat onze 232 beste vrienden ook kunnen zien hoe fierce, fabulous en flatteus wij gisteren aan het dansen, drinken en praten waren. En reageert een van hen met een welgemeend ‘haha, vette foto, hoor, xoxo!’, pas dan is ons feestje compleet.

G – Gamegeneratie

Nee, van die mooie hoge cypressen hebben we weinig meegekregen. Want tijdens de autorit naar de Italiaanse natuurcamping speelden wij met onze gameboys. Tetris! Kirby’s Dreamland! Donkey Kong! Maar toch vooral: Super Mario World. Onze ouders achtten ons apathisch, maar zij hebben ongelijk gekregen. Volgens de Amerikaanse socioloog John C. Beck doet de ‘gamegeneratie’ het op de werkvloer namelijk beter dan oudere werknemers. Dankzij al dat oefenen met Kirby & co zijn we nu sterren in het oplossen van problemen, durven we meer risico’s te nemen en voelen we ons zelfverzekerder. Want ga maar na: botste Mario op zo’n wandelende killer-champignon, had-ie altijd wel een extra leven op voorraad: ‘1 UP’!

H – Hakim

Ofwel: toen de samenleving nog vanzelfsprekend multicultureel was. Zoals Sesamstraat de stille Hakim had, had Goede tijden slechte tijden de brave Arthur. Niemand kon zich voorstellen dat politici op televisie ooit hardop ‘kutmarokkanen’ zouden zeggen. Sterker nog, wij kregen op de lagere school humanistisch vormingsonderwijs, waar je niet mocht zeggen dat de buurman ‘gewoon’ een Nederlander was. ‘Buitenlanders zijn net zo gewoon’, riep de geschokte juf dan. Ja mensen, dat waren nog eens tijden.

I – Ik

Ik schrijf dit abc nu wel in de wij-vorm, eigenlijk draait het natuurlijk allemaal om mij. Noem ’t gezond zelfvertrouwen, noem ’t Het Rotte Resultaat Van Doorgeschoten Individualisme, maar ik vind mijzelf echt ontzettend leuk. Of, zoals mijn grote voorbeeld Bert (van Ernie) het begin jaren tachtig in Sesamstraat verwoordde: ‘Het leukst om te zien ben ik op de foto, ik in mijn bed, ik in de spiegel en ik op ballet. Want er is niemand leuker, liever, mooier, beter dan ik.’

J – Jobhoppen

Leuk hoor, een baan. Belangrijk ook. Zolang die maar niet van negen tot vijf duurt, en recht doet aan al onze talenten. En dat blijft doen. Want voelen we ons na afloop van ons proefcontract niet langer uitgedaagd, dan hoppen we gerust naar de volgende job. En als ook daar de verveling toeslaat, of, nog erger: promotie voorlopig lijkt uitgesloten, dan is een sollicitatiebrief zo geschreven. Twintigers zijn lastige werknemers, zeggen sommige onderzoekers. Ze zijn lui en verwend. Kan zijn, maar onderzoek wijst óók uit dat we in the end tevreden zijn met een leuk huis en een burgermansbestaan volgens het anderhalfverdienersmodel (sorry, Heleen Mees).

K – ?

Kut, we weten geen woord met een K. Of, hé, toch wel: Kut! Dat zeggen we als de dingen tegenzitten. En is iets zwaar of saai, dan heet dat ‘echt killing.’ En zo zijn Kut & Killing het nieuwe Kanker & Klote. Want die woorden kunnen dus echt niet meer.

L – Liefde

Wij geloven in de Ware Liefde. We kunnen het immers zo veel beter dan onze gescheiden, aanklooiende of partnerruilende babyboom-ouders. Veel relaties gaan kapot aan te hoge eisen, dat weten we, maar dat betekent niet dat wij de verwachtingen temperen. Twintigers zouden zelfs ‘onrealistisch optimistisch’ zijn als het om de liefde gaat. Niks onrealistisch, wij weten het gewoon zeker: ons gaat het wél lukken die liefdevolle, langdurige, monogame en eerlijke relatie te vinden en te houden – voor altijd.

M – Multiseksueel? Moet kunnen

Zangeres Kate Perry kissed a girl? Ja, zeg, wie niet. Damon Albarn van Blur zong het al tijdens onze schoolfeestjes: ‘Love in the nineties (...) Girls who are boys who like boys to be girls, who do boys like they’re girls, who do girls like they’re boys.’ Dus: avondje tongworstelen met een seksegenootje? Moet kunnen. En een sporadische same sexperience leidt al lang niet meer tot een identiteitscrisis (‘O mijn god, wat ben ik nou eigenlijk?!’). Dat betekent overigens niet dat we massaal ‘naar de andere kant’ overlopen. Van alle jongeren tussen de 21 en 25 noemt 4,3 procent zichzelf homoseksueel of bi. De rest is hetero, of, nou ja: misschien een beetje multi.

N – Nestblijvers

Het huis uit is te duur en te lastig, dus blijven wij, anders dan de generaties voor ons, lekker bij paps en mams. Waar het warm is, waar je kleren met een beetje mazzel worden gewassen en gestreken en waar er om zes uur een dampende pan gratis voedsel op tafel staat. Kleedgeld tot je 24ste? Onze ouders is niets te dol. Meisjes gaan gemiddeld het huis uit wanneer ze 21 zijn, jongens op hun 23ste. Een jaar later dan in de jaren zeventig. Generatiekloof? What kloof? Met moeder kijken we samen op de bank naar All you need is love, met vader gaan we naar een concert of voetbalwedstrijd. Onze ouders zijn, kortom, een soort vrienden. Maar dan oud. (Zie ook: W – Welvaart)

O – Once You’ve Tasted Love

Youtube dit: Once You’ve Tasted Love. Hier keken wij naar. Dus.... (Zie ook C – Clips)

P – Pisang-sap

Back in the day maakten wij gewoon onze eigen breezers. Heel simpel. Je had nodig: een f les Pisang Ambon, een f les Passoa of, als je echt stoer was, tequila. En een paar pakken supermarktsap. Het is dat het woord comazuipen nog niet bestond, maar ook wij konden er wat van. Eenmaal ouder en wijzer, verruilden we de zoete mixjes voor bier, wijn of wodka. Want feesten, of nee: party-en, doen we nog steeds. (Zie ook X – XTC)

Q – Quarterlifecrisis

En toen waren we opeens afgestudeerd. De wereld ligt aan onze voeten, werkgevers vechten om ons: alles mag en alles kan. Maaarrrr, zo is ons van jongs af aan ingeprent: we moeten alleen dingen doen waarvan we echt gelukkig worden. Alleen: wat zijn die dingen dan!? Dat heeft niemand er ooit bij verteld. En dus raken velen van ons rond hun 25ste in een serieuze impasse. Bang om de verkeerde keuze te maken, verlamd door de vele mogelijkheden. Gelukkig is het begrip Quarterlifecrisis dermate ingeburgerd, dat zij die eraan lijden in elk geval op begrip uit de omgeving kunnen rekenen. Gehoord op een feestje: ‘O, zij ja; die is weer zó aan het quarterlifecrisen. Toch echt wel kut, hoor.’ (Zie ook: T – Therapie)

R – (Reality)roem

Hoe we een microfoon vasthouden, leerden we als kleuters van de Mini-Playbackshow. Zingen kunnen we niet per se, maar na al die real life star academies, musicalworkshops en catwalkcursussen op televisie, weten we wel hoe we ons zo mediageniek mogelijk gedragen. Het is dus niet de vraag of, maar wanneer we onze vijftien minuten faam zullen incasseren. Als zanger, schrijver, acteur, model, musicalster, of, desnoods, realitypersonage. Hoe het ook zij, wij zijn voorbereid op onze toekomstige celibritystatus. Zonnebril op, kartonnen koffiemok in de hand, en hoor wie klikt daar? Ah, paparazzi!

S – Seks

Wat nou doorgeschoten seksualisering van de hedendaagse tiener? Ook wij wisten al vroeg van wanten! Want in de jaren negentig hadden we geen duffe minister Rouvoet, maar wel de naakte-pubers-rubriek (mét hoofden, dus veel fijner dan Viva’s Any Body) in tienerblaadje Break Out en de ‘waargebeurde’ seksverhalen uit de Hitkrant. Toen porno bij gebrek aan internet nog underground was, waren wij blij met de softseksfilms op Veronica. En met Seks voor de Buch natuurlijk. Mensen van middelbare leeftijd die tekeergingen in witte-bonen-in-tomatensaus: geweldig. We verslonden de studentenboeken van Giphart en de piemelconversaties in Sex and the City. Resultaat: we one night stand-ten er lustig op los. En begint iemand onder een etentje over de grillige vorm van ’s mans edele delen (of die van de vrouw), vinden wij dat heulemaal niet raar. Keerzijde: komen we een keertje niet, à la Samantha, synchroon met onze partner klaar, vragen we ons stiekem toch af: what’s wrong with me?

T – Therapie

Dipje? Keuzecrisis? Je seksleven verwaarloosd? ‘Misschien moet je een keer met iemand gaan praten’, zegt die vriend of vriendin. En hop! We zitten bij de therapeut. Want it’s okay to be depressed, en – denk aan Kurt Cobain – misschien zelfs een beetje cool. Antidepressiva zijn niets om je voor te schamen, en bo- vendien een welkom gesprekson- derwerp aan de grootstedelijke lunchtafel (‘Hoe werken die blauwe bij jou?’). En voor wie wat minder diep in de put zit is er altijd nog The Secret of Het boek met alle antwoorden. (Ook al geloven we daar natuurlijk heus niet in.)

U – Uiterlijk

Schoonheid zit van binnen, leerden we van onze ouders. Wij weten inmiddels beter. Want wie ging er uiteindelijk met die prins vandoor: Ariël de Kleine – symmetrische rondborstige slanke – Zeemeermin, of Ursula de – gekke dikke lelijke – Zeeheks? Juist ja. Om ons uiterlijk op peil te houden, scheren we, epileren we en smeren we sinds ons 17de Garniers nieuw geïntroduceerde hydraterende nachtcrème voor de jonge huid. En het zijn heus niet alleen vrouwen die hun voorraad kleding en make-up maandelijks aanvullen. Uit onderzoek blijkt dat het aantal jonge mannen dat cosmetica gebruikt, elke twee jaar verdubbelt. Zijn wij nu allemaal slachtoffers van de grote boze kapitalistische schoonheidsindustrie? Mwa* We willen er gewoon een beetje goed uitzien.

V – Virtueel

Als tiener werden ons al virtual realities beloofd. We zouden later zwarte kappen gaan dragen – type motorhelm meets uit de hand gelopen skibril – waarmee we door groen fluorescerende landschappen zouden dwalen. Net als in die clip van Aerosmith! Het ging anders. Ons virtuele leven speelt tegenwoordig ‘gewoon’ op onze pc. En dan niet in Second Life, alwaar onze haastig aangemaakte avatars inmiddels liggen te verstoffen (zouden die drie actieve gebruikers ze wel eens aantikken? Zo van: ‘Joehoe!’ ). Nee, wij brengen uren door op Facebook, LinkedIn en Hyves. Ruim 80 procent van ons is lid van ten minste een van deze netwerksites. Onze virtuele alter ego’s zijn vrij van slechte eigenschappen, dito adem of nare onderkinnen. Bovendien zijn ze chronisch grappig, als ze tenminste niet ‘ff in een dippie’ zitten. Hetzelfde geldt voor onze virtuele vrienden, van wie we er volgens onderzoek gemiddeld 115 hebben. (Zie ook: F – Facebookfoto’s)

W – Welvaart

Halverwege de jaren tachtig flaneerden sommigen van ons nog weleens in jogginggerei van de Wibra over het schoolplein. Maar vanaf de booming nineties was armoede iets dat we alleen kenden van de televisie (De Surprise show!) Die televisie stond op onze slaapkamer, naast onze videorecorder, Lego’s zeshonderdnegendelige ridderkasteel en een eigen cd-speler. Want ja; wij van de welvaartsgeneratie zijn in materieel opzicht misschien wat verwend. Maar de grootste luxe is toch de wetenschap dat, mocht het ooit écht nodig zijn (wanneer we bijvoorbeeld de huur niet kunnen betalen omdat we besloten toch maar die documentaire over Chinese aidsweesjes te maken) we dan worden opgevangen door een financieel vangnet, lees: pappa’s (of mamma’s) portemonnee. Bedankt dus, lieve ouders. Want ons geluk verdient een sticker: ‘Mede mogelijk gemaakt door pappa & mamma.’ (Zie ook: A – Alles kan)

X – XTC

XTC hebben we allemaal wel eens geprobeerd en ook coke, de geengezeur- drug van de jaren tachtig, is al jaren terug van weggeweest. Pas hier wel een beetje mee op, want het is verslavend en nogal duur. Hetzelfde geldt voor blowen: leuk voor het zeer intens ervaren van natuurfilms, maar je wordt er bij overmatig gebruik nogal passief van. Voor je het weet ben je 27 en is je enige wapenfeit het uitspelen van alle Grand Theft Auto’s. En moet je nog steeds beginnen met studeren. Gelukkig kun je dan altijd nog dj worden: de nieuwe brandweerman.

Y – Generatie Y

Google het maar eens, Generatie Y. Blij word je er niet van. De generatie geboren tussen grofweg 1978 en 1994 – ook aangeduid als ‘werknemers 2.0’ en ‘screenagers’ – is snel teleurgesteld, veeleisend, hebberig, wispelturig, idealistisch, egoïstisch, niet in staat lang bij een werkgever te blijven, niet goed in teamwork en veeleisend. Wij zijn dan ook de meest door onze ou- ders vertroetelde generatie. Overigens is het niet alleen kommer en kwel, want we zijn ook sociaal, creatief, zelfverzekerd en optimistisch. Yes we can!

Z – Zondvloed.

Zie: D – dertig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden