LAND VAN AFKOMSTRodney Lam

‘Ons bedrijf is een goed voorbeeld van hoe de wereld eruit zou kunnen zien: jezelf zijn zonder je identiteit te verliezen’

Rodney LamBeeld Ernst Coppejans

Ondernemer Rodney Lam (46) wil niet dat mensen denken: zie je wel, ook iemand als hij kan hier gewoon succesvol zijn. ‘Je moet niet kijken naar de uitzonderingen, maar dat is wel wat ik ben.’

Na een managementcarrière bij achtereenvolgens KPN, ING en Vodafone werd Rodney Lam door Rabobank gekoppeld aan de mannen achter het kledingmerk Daily Paper. ‘Die bank had als beleid om hun klanten aan elkaar te verbinden. Dit was vier jaar geleden, ik had niet eerder van het merk gehoord. Aan mijn kinderen vroeg ik: kennen jullie Daily Paper?’

En toen?

‘Ja, toen werd wel duidelijk dat ik het moest doen.’

In de afgelopen vier jaar groeide Daily Paper van zes naar zeventig medewerkers. Rodney Lam (voluit Rodney Cheuk-A-Lam, ‘maar als je opgroeit met: kun je dat voor me spellen, dan kies je voor het gemak van Lam’) zou oorspronkelijk als medeaandeelhouder een middag per week meehelpen met de financiën. Inmiddels is hij voltijds werkzaam als managing director en mede-eigenaar van Daily Paper. Binnenkort worden winkels geopend in New York en Londen.

Rodney Lam

Rodney Lam (Suriname, 1973) is managing director en mede-eigenaar van kledingmerk Daily Paper. Ook was hij scenarioschrijver, hoofdrolspeler en producent van de film Suriname, die begin dit jaar in de bioscoop draaide.

Waarom groeide het zo snel?

‘Het is net als met eten. Toen mijn ouders 46 jaar geleden naar Nederland kwamen, had je hier weinig Surinaamse restaurants. Als er een werd geopend was het nieuw, anders dan de rest. Zo ging het met Daily Paper ook.

‘Muziek is verbonden aan kleding. Ons merk begon in de tijd dat dance de populairste muziekstroming was, met artiesten als Armin van Buuren. Iedereen liep in zwarte skinny jeans. Daarna gingen we terug naar de hiphop, naar een sneakercultuur. Elke muziekstroming heeft een eigen mode die het beeld bepaalt, dat regelen jongeren.

‘Daily Paper past bij de jongerencultuur van nu. Het dna van het merk, het futuristische Afrikaanse, is dat van de oprichters, Jefferson Osei, Abderrahmane Trabsini en Hussein Suleiman. Zij moeten puur en zichzelf blijven, daar zit de kracht in. En ik zorg voor de zakelijke groei.’

Is de bedrijfscultuur anders dan bij de grote concerns waar je eerder werkte?

‘Het moet op tijd klaar zijn en in de winkel liggen, dat heb ik erin gebracht. Als je klein bent is alles leuk. Word je groter, dan is het gewoon zakendoen. Te laat zijn met tien T-shirts is iets anders dan duizend T-shirts niet op tijd leveren. Verder is hier 90 procent van het managementteam vrouw.

‘Iedereen die ervoor kiest om te werken bij Daily Paper weet dat hij in een multiculturele organisatie terechtkomt. Dit bedrijf is best een goed voorbeeld van hoe de wereld eruit zou kunnen zien: jezelf zijn zonder je identiteit te verliezen – we hoeven niet allemaal op elkaar te lijken. Niemand mag zich hier tweederangs voelen, ook de blanken niet, de witte collega’s. Wij zijn altijd black geweest, alleen praten we daar de laatste maanden nog vaker over.’

Waar praten jullie dan over?

‘Iedereen heeft zijn eigen verhalen, ik ook. Omdat ik in een mooie auto rijd, ben ik vaker aangehouden door de politie dan de gemiddelde persoon. Ik zie dat meer mensen nu willen praten en hun ervaringen delen. Maar voor mij gaat het niet meer om die verhalen. Ze waren ook niet nieuw voor me.

‘In het begin zag ik geen dialoog in het debat. Van de ene kant, van zwart Nederland, was het: spuwen, spuwen, spuwen met die verhalen. En de andere kant, wit Nederland, riep: maar het is hier niet zo erg als in Amerika. Er is nu zo veel informatie, ik denk dat dit het moment is om te analyseren: wat is hier eigenlijk gezegd en wat kunnen we doen om het beter te maken?

‘Waar het om gaat, is dat bij sollicitaties de juiste kandidaten worden onderschat, door hun huidskleur. Die willen geen positieve discriminatie, maar gewoon een gelijke behandeling. Bij Daily Paper hebben we aangetoond dat het ook kan met gekleurde mensen en vrouwen. De meeste zwarte vrouwelijke businessprofessionals die ik ken, en ik ken er veel, gaan niet met vlechten naar hun werk, ze zorgen dat ze glad haar hebben.’

Wat betekent dat?

‘Dat ze zich aanpassen. Bij vlechten wordt gevraagd: zijn dat dreadlocks? Het wordt gezien als onprofessioneel. Hier komen zelfs witte vrouwen met vlechten naar hun werk, met ingevlochten nephaar.

White privilege vind ik een lelijke uitdrukking, het is te generaliserend ook. Mijn moeder woont in Amsterdam, in Bos en Lommer, een vrij zwarte buurt. Daar zie ik veel ondernemers rondrijden in grote, nieuwe auto’s. Mensen die niet in corporate Nederland worden toegelaten en eigen bedrijven zijn gestart. Zij kiezen ervoor om in een relatieve achterbuurt te blijven wonen en hun geld niet in een huis te steken. Dat is cultuur: mensen die kiezen voor auto’s, dure kleding of sieraden, in plaats van een upgrade van hun huis.

‘Van een witte alleenstaande moeder die daar woont met twee kinderen en die haar zwarte of Marokkaanse buurman ziet thuiskomen in een nieuwe auto, kan ik begrijpen dat ze denkt: hoezo white privilege, welk privilege heb ik boven die man in zijn dure auto?’

Dan, ineens: ‘Ik ben heel voorzichtig om mijn mond open te doen, ik wil niet als excuus worden gebruikt: kijk, hij heeft het ook gedaan, zie je wel, mensen zoals hij kunnen gewoon succesvol worden in Nederland. Je moet niet kijken naar de uitzonderingen, maar dat is wel wat ik ben. Ik heb veel mee: een goede opvoeding gehad, ik werk hard, heb veel geluk gehad. En ik hield altijd in mijn achterhoofd dat ik harder moet werken dan een ander.

‘De startpositie is niet voor iedereen hetzelfde. Het is een feit dat je met een buitenlands klinkende naam minder snel wordt uitgenodigd voor een gesprek. Ik heb ooit gelezen dat het percentage dyslectische mensen onder miljonairs hoog is. Zo zie ik mezelf ook: ik heb mijn achterstand moeten compenseren door harder te werken.’

Nederlands

‘Altijd.’

Surinaams

‘Ook altijd.’

Partner

‘Surinaams-Chinees. Wat dat zegt? Dat ik op mooie vrouwen val.’

Wit of blank

‘Jetty Mathurin, de actrice, heeft me uitgelegd waarom ik wit moet zeggen. Het heeft met meesters en slaven te maken. Uit respect pas ik me aan. Maar wit en zwart vind ik ook naar klinken, alsof we tegengestelden zijn.’

Land van afkomst

Robert Vuijsje interviewt voor de Volkskrant Nederlanders over de rol die afkomst speelt in hun leven. Hij spreekt onder anderen nog met ondernemer Mo Bicep (Marokkaans) en rapper Rafello (Surinaams).

xBeeld x
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden