Onheilspellende fluistering in Schotse Highlands

De eerste dag is de route vriendelijk. Zon, graslandje, pub. De tweede dag slaat de ontbering toe. Steil omhoog, schuifelend naar beneden....

Het miezert en waait. De zon is verdwenen. Het groen van de bomen vergrijst in een sluier die over het perronnetje trekt. Nat roestend ijzer van oude hekken langs de kant. Traag kruipende druppeltjes op een kapot windscherm. Bleke gezichten van reizigers die staan te wachten op het dieseltje naar Milngavie, een dorpje benoorden Glasgow. Ze staan er met opgetrokken schouders, zoals reizigers vaker doen als het miezert en waait. Ze klagen niet. Ze zijn het gewend. Een vrouw zegt: 'Het enige wat je hier met zekerheid over het weer kunt voorspellen, is dat je het niet kunt voorspellen.'

Een oude Schot in de trein vertelt. Vertelt. En vertelt. Hij heeft een groot deel van de wereld gezien, Bombay, Queensland, Singapore, San Francisco, Europa; hij weet ook dat het Duits erg op het Engels lijkt: zij zeggen wasser en hij zegt water, dus dat scheelt haast niks; so you see, it's a small world, hahaha.

In Milngavie ('Millguys') stapt hij uit. Hij wijst, gebaart, en strompelt naar het dorpsplein. Daar staat pontificaal het symbool dat als herkenningsteken dient langs de route die we gaan lopen: een distel, het nationale embleem van Schotland, in een hexagoon.

De volgende ochtend komen we er terug. Rugzak met tentje aan de schouders. We zijn niet de enigen. Fellow walkers met dagrugzak groeperen zich bij toerbeurt rondom het symbool van de West Highland Way voor een foto bij het begin van de route. Gaan we file lopen?

Het pad naar Drymen, zo'n twintig kilometer verderop, lijkt de eerste paar mijl op het Pieterpad bij Ommen. Vlak, soms heuvelachtig, met zomen van bomen. Later gaat het omhoog. Bomen worden bossen, en het eerste Schotse meer komt in zicht: Craigallian Loch. In de omtrek zweven buizerds op een welgekozen thermiek boven de bossen. Aan de zuidkant van het meer flonkeren de ruiten van Craigallian House, een indrukwekkend buitenverblijf met een botenhuis aan de voet, waar het lijk zou kunnen liggen van de vermoorde landlord uit een verhaal van Edgar Allen Poe.

Na een paar mijl wijken de bossen voor een landschap dat de ouverture zou kunnen zijn van de eerste Schotse hooglanden. Het strekt zich uit van de Kilpatrick en Campsie Hills tot aan de bergen in de verte, waarvan de toppen veelal bedekt zijn met plakken sneeuw. Daar, tussen die bergen, ligt Loch Lomond, een van de grotere meren van Schotland.

De eerste etappe van de West Highland Way is vriendelijk als de volbloeiende gele brem langs de paden. De afsluiting van de eerste dag is net zo: een grasveldje naast een boerderij, drie nieuwsgierige hanen bij de tent, hoge heggen, en 's avonds een ouderwetse pub in Drymen, anderhalve mijl noordwaarts.

De volgende dag slaat de ontbering toe.

Het gaat goed tot Conic Hill. De route stijgt naar dikbeboomde naaldbossen met nerveuze fluitvogels en een zachtverend pad. Bij een splitsing ontvouwt zich het eerste, glinsterende deel van Loch Lomond, omringd door heuvels en bergen in alle tinten groen, grijs en blauw. Daar begint de klim naar Conic Hill, 200 meter steil omhoog over een hobbelig pad met rotsachtige stenen. Zeventien kilo op de rug. Ferme druk op de kuiten. Stevige hartslag. Zware ademhaling. De eerste stop is halverwege, bij een schaap dat het gezwoeg met een meewarige blik staat te aanschouwen. Ja beest, wij zijn van de marinierscursus zaklopen. Nee, we hadden niet gedacht dat het zo zwaar zou zijn. Ja, we gaan wel gewoon door. Wat? Dom? Wij?

De top van de berg biedt een weids uitzicht over de ketting van eilandjes in het meer diep beneden. In de verte tekenen de zuidelijkste pieken van de Munros zich af - het begin van de Highlands, boven de 3000 foot mark. Bij de steile afdaling aan de andere kant is het de beurt aan knieën en bovenbenen. De route kruipt vervolgens langs de kustlijn van Loch Lomond verder naar het noorden. Onze bestemming, Rowardennan, is nog een mijl of acht weg. Maar het is al laat. Na drie mijl staan we op een camping. Het tentje gaat meteen dicht vanwege de midges - kleine pestmuggen die ons nog dagenlang zullen knippen en scheren tot de huid volledig met rode vlekken is bedekt.

Wat zeiden die sympathieke, jonge wandelaars ook alweer, die net als die andere jonge avonturiers aan het begin van de route hun zware bagage afwierpen om alleen met een kleine dagrugzak op pad te gaan? 'Er is een bedrijf dat je bagage van de ene naar de andere camping brengt, of naar een bed & breakfast-adres. Dan hoef je er niet mee te sjouwen.' Nou, zeiden wij, we gaan eerst maar eens lopen. 'Ach', zei de man van het bedrijf waar we nog even gingen informeren, 'jullie moeten maar zien. Na de eerste dag zie ik jullie misschien wel terug.'

Het gebeurde na de tweede dag.

De West Highland Way is een route met scherpe contrasten - 150 kilometer afwisseling van Milngavie naar Fort William, met bossen, heuvels, beken, watervallen, weilanden, bergen en paden die soms geen paden zijn. Het is ook de route van de paradox. De zwaarste etappe loopt niet door de hoogst geleden Highlands, maar vlak langs Loch Lomond over rotsachtige, smalle paadjes met soms direct ernaast een steile diepte naar het meer. De vroegere bewoners van de Highlands leidden hun vee over delen van deze route naar de ver gelegen, rijkere gronden en markten van de Lowlands en noord-Engeland. In de achttiende eeuw bouwden de Engelsen er hun militaire wegen om het gebied van de rebellerende Schotten beter te kunnen pacificeren.

De bewogen geschiedenis van Schotland ligt in de West Highland Way besloten. Het is de geschiedenis van de rivaliserende clans, de onderdrukking door de Engelsen, de strijd van de MacDonalds in naam van het Huis Stuart tegen de Campbells en Willem van Oranje (the Jacobite resistance) en het Bloedbad van Glen Coe waarbij tientallen MacDonalds onverhoeds werden afgeslacht.

Onderweg is er weinig van terug te zien. Of het moet de minachting zijn waarmee Schotten over de Engelsen praten. Zoals die zestiger bij het begin van de route, die vertelt dat reddingsploegen van de Mountain Rescue Post in de noordelijker gelegen Highlands elk jaar wel een keer in actie moeten komen om gestrande Engelsen uit hun benarde positie te bevrijden. 'Het is elke winter raak', verhaalt de man haast op fluistertoon, alsof Britse veiligheidstroepen in de buurt patrouilleren. 'Die Engelsen bereiden zich niet voor. Ze gaan die route in de winter lopen, slecht gekleed, zonder handschoenen, zonder kompas, soms zelfs zonder kaart. Dan steekt plotseling de mist op en komen ze vast te zitten, hoog in de bergen. En daar kan het koud zijn, o ja, daar kan het erg koud zijn. Nee, die Engelsen denken niet na. Het zijn gekken.'

Na Loch Lomond - en een kleine dertig kilometer lopen, klauteren, klimmen en springen - verandert het landschap op slag. Het begint ter hoogte van het plaatsje Inverarnan - waar een dorpsrestaurant de slechte naam van de Britse keuken logenstraft met verse zalm en fazant. Naaldbossen markeren de volgende dag de tocht naar Tyndrum, negentien kilometer verderop. En uiteindelijk verrijzen de lang verbeide, indrukwekkende rotsformaties op de dertig kilometer lange route van Tyndrum naar Kingshouse, met naar binnen gekeerde namen als Beinn Toaig en Buachaille Etive Mór. De adem stokt even bij de aanblik van het verstilde water van Rannoch Moor tegen de achtergrond van grauwgrijze bergen. En dan verschijnt de droom.

Glen Coe.

Hoge toppen die naar elkaar toe buigen in een onheilspellende fluistering. Dicht naast elkaar. Met een weg en pad ertussen. Het gebied lijkt op een grote kloof. Een tunnel van blauwgrijze rots, bedekt met dikke wolken. Hier zouden de doodskreten van de MacDonalds moeten hebben weerklonken tussen de wanden van de Munros in het Bloedbad van Glen Coe.

Langs Devil's Staircase - een benaming van Engelse soldaten die belast waren met de soms levensbedreigende aanleg van de militaire weg - leidt het spoor naar het lager gelegen, met donkere plukken groen omgeven Loch Leven en de aluminiumfabriek met de waterkrachtcentrale in Kinlochleven, een paar straten en twee kerken groot. De volgende ochtend gaat het steil omhoog naar de oude militaire weg die voert langs vochtige weiden, een rommelige ruïne en bergen in alle tinten van de kleur die in een berglandschap hoort. Is het bruin? Of grijs?

In Fort William, het bloedeloze stadje aan de voet van Groot-Brittanniës hoogste berg Ben Nevis, staat het symbool van de West Highland Way opnieuw levensgroot langs de weg. Het eindpunt. Wandelaars groeperen zich voor een foto rondom de distel in de hexagoon. Het miezert en waait. Maar niemand klaagt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden