onderwijsspecial kiezen voor de klas

Onderwijsspecial: Dromen van het onderwijs - als leraar kun je het verschil maken

Ze willen leraar worden, ze worden het weer, ze zijn het al en willen het graag blijven. Meer dan ooit is er behoefte aan de mensen uit deze onderwijsspecial. Best gek, eigenlijk.

Beeld Marie Wanders / Styling Maaike van Endhoven

Tot het allermooiste onderzoeksmateriaal behoren de zogenaamde vriendenboekjes die jonge kinderen op school aan elkaar doorgeven. Bij meisjes hebben ze vaak K3 of de prinsessen van Frozen op de cover, bij jongens dino’s of auto’s-met-ogen van Cars.

Uit deze boekjes leer je niet alleen wat de favoriete kleuren, dieren en gerechten van 4- tot 8-jarigen zijn, maar ook wat ze later willen worden. Bij de kleuren doen paars, roze en lichtblauw het bovengemiddeld goed, bij de dieren strijden hond, kat en paard om de eerste plaats, bij het eten gaat de finale vermoedelijk tussen pizza en pannekoek. Als alle kinderen het professionele traject volgen dat ze in vriendenboekjes uitstippelen, zou onze beroepsbevolking bestaan uit profvoetballers, danseressen, piloten, brandweermannen en brandweervrouwen.

Het zou mooi zijn als klaslokalen net zo tot de verbeelding spraken als cockpits en brandende huizen: dan was er nergens een lerarentekort. Helaas, in het klassement der toekomstdromen eindigt de leraar onder de politieman, de dokter, de stuntman en de hacker.

Nu kun je beweren dat je vriendenboekjes met een korrel zout moet nemen en dat jonge kinderen ook nooit invullen dat ze internationaal financieel consultant willen worden. Jammer genoeg wordt het onderwijs er bij kinderen die de vriendenboekjes ontgroeien niet populairder op. Middelbarescholieren die beroepskeuzetests doen, waarderen het leraarschap doorgaans maar matig. De leraar die het eerst moest afleggen tegen de brandweer, verliest het nu van het internationale bedrijfsleven.

Roeping

Het leraarschap is niet zelden een latere roeping. Sommige mensen krijgen die pas nadat ze al een loopbaan in ‘het internationale bedrijfsleven’ of een andere branche achter de rug hebben. Sommigen hebben ervaren dat een hoog salaris niet gelukkig maakt, anderen willen simpelweg een beroep gaan uitoefenen waarin ze iets concreets voor anderen kunnen betekenen.

En tóch bestaan ze – kinderen die op hun zesde, achtste, twaalfde of veertiende al zeker weten dat ze later niets liever willen dan voor de klas staan. In de vriendenboekjes die mijn dochter mee naar huis nam, zat eentje van een meisje dat bij ‘Later word ik’ consequent ‘Juf!’ invulde. Toen dat meisje een keer bij ons kwam, snapte ik dat helemaal. Ik hoorde haar van een afstand al dingen uitleggen. In de kamer van mijn dochter werd toen ‘Groep 4’ gespeeld, en het was duidelijk wie daar voor de klas stond.

In deze bijlage maken we kennis met een meisje dat volgens mij net zo in het leven staat, de 9-jarige Elif Jalal. Vaak geeft zij les aan klassen die bestaan uit vriendinnen en knuffels. Ook de liefde voor de rode pen zit er bij haar al helemaal in: af en toe krijgen haar knuffels hun opgaven bekrast terug, ook al zijn die knuffels doorgaans goed op school.

Onderwijskinderen

Didactische gaven: je kunt ermee geboren worden, ze kunnen in je genetische bagage zitten. Het is bij mijn weten nooit onderzocht, maar het kan niet anders of je hebt veel meer kinderen van onderwijzers die in de voetsporen van hun ouders treden dan kinderen van, laten we zeggen, hypotheekadviseurs.

Op een onderwijsblog las ik een bijzonder relaas van een onderwijzersdochter met de sprekende titel ‘Acht dingen die alleen kinderen van leerkrachten herkennen’. 1: De lat lag voor jou altijd hoger. 2: In opspraak komen was een ramp. 3: De kans dat je op een rode balpen botste was groter dan dat je je broer of zus zag. 4: Je ouders waren lokale celebrity’s. 5: Je ouders kwamen altijd goed overeen met kinderen. 6: Je moest semi-verplicht mee knutselmateriaal gaan kopen. 7: Augustus was voor jou geen vakantiemaand.

Maar het meest frappeerde mij punt 8: Je droomde ervan om leerkracht te worden. Zoiets hoor je nooit van kinderen van fiscaal juristen. Volgens mij hebben die ook geen blog.

Onderwijs kan je biotoop zijn, maar er is nóg een reden om al jong te fantaseren over een toekomst voor de klas: door de leerkrachten die je bezig ziet. Van alle beroepen is dat van de leraar welbeschouwd het enige waarvan scholieren, tegen de tijd dat ze een beroepskeuzetest doen, een enigszins realistisch beeld hebben: internationale consultants, projectmanagers en business advisors zien ze voor hun achttiende niet aan het werk.

Je kunt je leraren zien zwoegen, je kunt ze uit hun slof zien schieten, je kunt ze op routine zien draaien of zien aftakelen door veel te veel onderwijsvernieuwing en denken: dat wil ik nooit van mijn leven! Maar je kunt óók worden besmet door enthousiasme van leraren die alle onderwijsvernieuwingen weten te overleven. De drie leraren die ik persoonlijk ken, werden allen ooit aangestoken door mensen bij wie ze in de schoolbanken zaten. In twee gevallen betrof het de leraar Nederlands.

In deze bijlage vertelt de 14-jarige Floor van Unen over de doorslaggevende invloed van meester Martijn van groep 8 ‘die precies wist hoe iedereen in elkaar zat’. De 12-jarige Hamza Achak kreeg de smaak van het onderwijs vijf jaar geleden te pakken dankzij de juffrouw van groep 3. ‘Zij heeft mij laten zien hoe leuk het is om leraar te zijn.’

De 15-jarige Tom Langenberg vertelt over juf Laura van groep 4, die een steun en toeverlaat was in de tijd dat zijn ouders in scheiding lagen.

‘Bij haar kon ik altijd mijn gevoelens kwijt. Zij heeft mij geïnspireerd om docent te worden. Wat Laura deed, wil ik ook doen.’ Juf Laura en meester Martijn: die kunnen een belangrijk verschil maken. Zij hebben mensen voor zich die nog een leeftijd hebben waarop een verschil te maken valt. Kennisoverdracht gaat steeds meer via beeldschermen, enthousiasme overdragen en de juiste aandacht geven kunnen alleen bepaalde mensen.

Onderwijzers beklagen zich vermoedelijk meer dan andere beroepsgroepen over oprukkend Engels, maar ‘labour of love’ blijft een prachtterm voor een vak dat vaak met liefde wordt uitgeoefend. Dat ze er niet veel voor betaald zullen krijgen, is niet iets dat de kinderen uit dit katern ontmoedigt. Dat ze van mensen die zich wél goed laten betalen het verwijt kunnen krijgen dat ze linkse ideeën verspreiden, schrikt hen ook niet af.

Een 7-jarige die in vriendenboekjes bij ‘Later word ik’ kort en krachtig ‘miljonair’ invult, zie je later niet terug in het onderwijs. De 12-jarige Hamza Achak zegt het in deze bijlage zo: ‘Als je vindt dat je weinig verdient, ga je toch ergens anders werken? Voor mij gaat het niet om het geld, leraar worden is gewoon heel leuk.’

Waarom het leuk is kunnen de kinderen ook toelichten: dit is een van die weinige beroepen waarin je dagelijks getuige bent van de vruchten die je werk afwerpt, waarin je heel concreet iets betekent voor iemand anders. In de woorden van Floor van Unen, nu in 3 havo, straks misschien voor de klas op een basisschool: ‘Het lijkt me heel vet als kinderen nog niet kunnen lezen als ze bij je in de klas komen, maar daarna wel.’

Een onthullende aflevering van VPRO’s Tegenlicht was onlangs gewijd aan de zogenaamde ‘bullshitbaan’, een term gemunt door de Amerikaanse antropoloog David Graeber. Ruim 20 procent van de werkende Europeanen en Amerikanen heeft het idee dat het geen enkele zin heeft wat ze doen. In die uitzending kwamen mensen aan het woord die vijf, tien of vijftien keer zoveel verdienen als leraren, mensen met woorden als ‘international consultant’, ‘projectmanager’ en ‘business advisor’ op hun visitekaartje. Al dan niet anoniem verklaarden ze stuk voor stuk dat het door niemand zou worden gemist, als hun werk niet zou worden gedaan.

Dat zal een leraar nooit zeggen. Er zat geen enkele leraar in die uitzending.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.