'Onaantastbare straatjongens, wie durft ze wat te doen?'

Veel criminele straatjongens wanen zich onaantastbaar. Burgers houden zich afzijdig. Want als zelfs de overheid niet in staat is hen aan te pakken, wie dan wel? Een fnuikende cirkel van onmacht, die dringend moet worden doorbroken, vinden Marnix Eysink Smeets, Eric Bervoets, Jan Nap en Mike Koning.

© ANP

Vier jongens rond de achttien jaar slaan op straat een jonge buurtgenoot in elkaar. Ze steken hem in buik en borst en laten hem voor dood achter. Er zijn genoeg getuigen, maar geen van hen durft tegen de daders te verklaren. Ze worden wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken.

De daders horen bij een intimiderende criminele jeugdgroep van eenentwintig jongeren waarvoor de buurt bang is. De groep wordt geen strobreed in de weg gelegd: niet door ouders, niet door de buurt, niet door langs elkaar heen werkende instanties die pas in een (te) laat stadium proberen de groep aan te pakken, en niet door rechters die - zo bleek bij latere analyse - de jongeren kans na kans bieden. Deze relatieve nieuwelingen laten een spoor van sepots en vrijspraken achter zich. Zij voelen zich daardoor onaantastbaar. Want: wie doet ons wat?

Een uitzonderlijk verhaal, dat niet moet worden opgeblazen? Nee. 'PvdA kamerlid Samsom ontzet over overlast straattuig', kopte NRC Handelsblad medio september 2011. Samsom was een jaar lang aan de slag geweest als straatcoach. Daar kwam hij tot het inzicht dat de huidige aanpak van bepaalde groepen overlastgevende en criminele straatjongeren volstrekt tekortschiet. Samsom sprak over de 'onthutsende ervaring' dat een aantal jongeren zich onaantastbaar wanen en dat vaak ook daadwerkelijk zijn. Een onaantastbaarheid - en daarmee gepaard gaand triomfalisme - dat volgens hem door merg en been gaat. Met een sterke psychologische doorwerking ook: in de ogen van Samsom tast dit het zelfvertrouwen van de politie én dat van Nederland als geheel aan. Een gevoel dat kennelijk steeds breder wordt gedeeld, blijkens recente publicaties in de Volkskrant en Trouw met titels als: 'Buurt vol bange burgers', en 'Iedereen is bang voor mij'.

Professionals
Op het moment van Samsoms cri-de-coeur legden wij net de laatste hand aan een verkenning van precies het door hem beschreven verschijnsel. Naar de verwoestende werking van onaantastbaren op het leefklimaat in buurt en wijk naar het tekortschieten van de aanpak. En: naar wat wél zou werken.

Voor ons onderzoek spraken wij met ruim veertig professionals uit de veiligheidsketen. Met jongerenwerkers, wijkagenten, jeugdreclasseerders en medewerkers van veiligheidshuizen. De werkers op straat dus. Zo konden wij uit de eerste hand horen waarmee zij worstelen, zonder dat die informatie werd ingekleurd volgens de wetten van de bestuurlijke en beleidsmatige correctheid. Bij zo'n gevoelig thema als dit willen op bestuurs- en beleidsniveau het ist en het soll nog wel eens door elkaar worden gehaald. En zoals Samsom onthutst raakte van wat hij op straat zag, zo schrokken wij van de verhalen van de veiligheidsprofessionals.

Ook onder professionals is de frustratie groot, op veel meer plaatsen in het land dan we hadden verwacht. Daar ervaren professionals aan den lijve de onmacht om een effectieve aanpak van onaantastbaren van de grond te krijgen. Zij zien met lede ogen aan dat die onmacht de angst van burgers verder vergroot. Als zelfs de overheid niet in staat is deze jongeren een strobreed in de weg te leggen, wie dan wel? Mensen worden daardoor nóg terughoudender, wat de gevoelde onaantastbaarheid weer verder vergroot. Een fnuikende cirkel van onmacht, die dringend moet worden doorbroken.

Bewijs
Maar waar komt die onmacht dan vandaan? De eerste reden is dat voor een effectieve aanpak veel partijen nodig zijn. Steeds meer van die partijen zéggen ook graag een bijdrage te willen leveren. Maar alle retoriek ten spijt blijkt het in de praktijk buitensporig moeilijk die partijen écht in actie te krijgen - met voldoende (gezamenlijke) focus, intensiteit, scherpte en continuïteit. Elk verschil in doelstel en prioriteit, elke dichte deur, elke wachtlijst en elk moment van onoplettendheid of verslapping maakt dat een onaantastbare weer de dans ontspringt. Lastig uit te leggen aan de buurtbewoners. En mateloos frustrerend voor die professionals die de problemen onder hun neus zien ontrollen. Het tweede kernprobleem is het - voor deze groep - tekortschieten van het strafrecht als ultimum remedium. Het is buitengewoon lastig voldoende bewijs tegen hen te verzamelen.

Maar ook als er wel voldoende bewijs is, blijken zij in de praktijk toch verbazingwekkend vaak met relatief lichte sancties weg te komen. Daardoor ontlopen nog steeds te veel onaantastbaren de dans. Terwijl de samenleving er juist op zou moeten kunnen rekenen dat - als alle andere maatregelen falen - een onaantastbare met grote zekerheid voor langere tijd van straat gehaald kan worden. Dat lijkt, alle inmiddels getroffen strafrechtelijke reparaties ten spijt, nog steeds vrij ondoenlijk en al zeker niet voor een langere tijd.

Tenslotte speelt een derde probleem: een web van angst. Dat buurtbewoners zich bang tonen en zich daardoor terughoudend opstellen, wekt geen verwondering. Maar tot onze verbazing speelt angst ook binnen de overheid een rol. Net iets te vaak hoorden wij van politiemensen en andere 'straatwerkers' dat collega's onaantastbaren soms uit de weg gaan om niet in problemen te komen. In problemen met die onaantastbaren óf met hun eigen leidinggevenden. Niet altijd voelen zij zich gesteund of begrepen - in bijvoorbeeld een wat steviger aanpak - waardoor sommigen besluiten de onaantastbaren buiten te mijden om binnen problemen te voorkomen. Op het niveau van management en bestuur staat het probleem van de onaantastbaren zeker niet overal prominent op de agenda. Wellicht komt dat ook door tekortkomingen in de informatievoorziening waardoor de problemen niet overtuigend inzichtelijk worden.

Vermijden
Er lijkt echter ook wat anders aan de hand. Wie het probleem kent, moet handelen, anders kan je daar achteraf op worden aangesproken. Maar door de complexiteit van het probleem hebben nogal wat bestuurders en managers geen idee wat ze moeten doen. Of hun handelen tot succes leidt, is dus verre van zeker. Dat maakt kennis van het probleem tot uncomfortable knowledge, die volgens de wetten van de bestuurlijke overleving als het even kan vermeden moet worden. Alles overziend zijn er dus op zowel uitvoerend als op management en bestuurlijk niveau mechanismen zichtbaar die eerder lijden tot vermijden dan tot aanpakken van de onaantastbaren. Maar zo was de terugtrekkende overheid toch niet bedoeld?

Deze overheid wil dat burgers zelf actief zijn, ook als het gaat om hun eigen veiligheid. Het mantra van de zelfredzaamheid wordt daarbij toegepast op alle (veiligheids)kwalen. Maar om bij de onaantastbaren een beroep te doen op burgers zal de overheid eerst haar eigen zaken op orde moeten hebben. Dán zal ook ruimte ontstaan waarin burgers weer wat durven te doen. Net als dat bij veel burgers dan ruimte zal ontstaan om beter te gaan zien wat eigenlijk al jaren duidelijk is: dat Nederland gemiddeld genomen een erg veilig en rechtvaardig land is.

Alles start bij bestuurlijk leiderschap. Stop het impliciet accepteren van de onaantastbaarheid. Niet om het beetje meer of minder criminaliteit. Maar om de morele doorwerking: wil en mag je accepteren dat in sommige buurten van ons land het recht van de sterkste de rechtstaat aan het verdringen is? Wil en mag je accepteren dat burgers het geloof in de overheid verliezen omdat die nalaat adequaat tegen intimiderende criminelen en overlastgevers op te treden? Wil en mag je accepteren dat je daarmee juist voor de minst kansrijke leden van onze samenleving de deur wagenwijd openzet tot een criminele carrière zonder weerga? En, omdat de onmacht van de één de kracht betekent van de ander: wil en mag je accepteren dat de gepercipieerde onmacht van de overheid de onaantastbaren een steeds krachtiger positie bezorgt? Natuurlijk niet. Maar wat dan wel?

Moed
De eerste stap is de uncomfortable knowledge over de onaantastbaren onder ogen te durven zien. Te durven zien dat het probleem wijder verbreid en venijniger is dan we vaak voorgeven. Ten tweede moeten we erkennen dat een effectieve aanpak van voldoende focus, intensiteit én continuïteit ontbreekt. Die moet van de grond komen, ook in tijden van bezuinigingen. Dan zal waarschijnlijk al snel blijken dat minstens 80 procent van de onaantastbaren helemaal niet zo onaantastbaar is. Dat zij wel degelijk aan te pakken en te beïnvloeden zijn.

Tenslotte is moed en leiderschap nodig om te durven onderzoeken of voor de laatste 20 procent - de onaantastbaarsten der onaantastbaren - andersoortige interventies nodig zijn dan die nu beschikbaar zijn. Verlengde ISD, maatschappelijke TBS, of een variant op maatregelen die er al zijn, het is ons om het even: als juist aan die onaantastbaarsten maar zichtbaar en merkbaar paal en perk wordt gesteld. De vraag is nu bovenal: onaantastbaren... wie doet ze wat?

Marnix Eysink Smeets,
lector public reassurance Hogeschool Inholland/voorzitter Landelijke Expertisegroep Veiligheidspercepties.


Eric Bervoets, criminoloog.

Jan Nap,
strategisch adviseur Politieacademie/ School voor Politie Leiderschap.


Mike Koning, programmaleider veiligheid, Nicis Institute.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden