ReportageOmscholers

Omscholers over hun ommezwaai: ‘Ik dacht vaak: wat heeft dit eigenlijk voor zin?’

Dorien Nannings gaat de ict in.Beeld Daniel Cohen

De coronacrisis hakt erin op de arbeidsmarkt. Veel zzp’ers en werknemers zien hun agenda’s leegstromen, of vragen zich af of hun baan er wel écht toe doet. Maar een nieuwe carrière wandel je niet zomaar binnen, weten deze vier omscholers.

Is dit alles?, klonk een zeurderig stemmetje al langer in het hoofd van Dorien Nannings (53, Barchem). Ze was freelancevirtual-assistant; secretaresse op afstand. Ze ondersteunde bij projectmanagement, hielp bedrijven trainingen te organiseren en hield websites bij. ‘Ik had genoeg werk, maar mijn grijze massa werd niet uitgedaagd, het was verworden tot routine. Ga ik dit nog de rest van mijn werkende leven doen?, vroeg ik me af.’

Nannings deed niets met dat knagende gevoel, want de constante stroom werk was wel lekker comfortabel. Totdat de coronacrisis uitbrak. ‘De maandag na de aankondiging van de intelligente lockdown stroomden de afzeggingen binnen. Na een week was 80 procent van mijn klanten – die ook plots zonder werk zaten – afgehaakt.’

Toen alles tot stilstand kwam, was er wél ruimte om na te denken over de toekomst. ‘Ik had al eens voorbij zien komen dat de Techionista Academy vrouwen opleidt voor een baan in de ict, bijvoorbeeld als data-analist. Ik ben dol op cijfers, vind grafieken lezen ontzettend leuk en haal veel voldoening uit analyseren en diep nadenken, dus ik had al bedacht dat het iets voor mij kon zijn.’

Na een week binnen zitten, hakte Nannings de knoop door: halverwege juni startte ze bij Techionista met de opleiding ‘Microsoft Azure Certified Data & AI-track’. Eind dit jaar hoopt ze klaar te zijn, en dan kan ze aan de slag als data-analist of als business intelligence professional. ‘Ik kan bedrijven helpen om met de berg data die ze hebben een slimme marketingstrategie te bedenken. Als je weet wanneer klanten zomerkleding kopen, bijvoorbeeld, of in welke regio’s in Nederland meer vraag is naar airco’s, kun je bepalen wanneer het juiste moment is om een product op de markt te brengen en bij wie.’

De opleiding is pittig en Nannings teert flink in op haar buffer: er komt een half jaar vrijwel geen geld binnen en ze betaalt 4.200 euro voor de opleiding. Maar dat haar omscholing de investering waard is, merkt ze nu al. ‘Ik paste een paar weken geleden mijn LinkedIn-pagina aan en ik werd meteen benaderd door drie recruiters. Dat gebeurde me vroeger nooit!’

Toen het kabinet eind juni nieuwe steunmaatregelen aankondigde voor bedrijven die door de coronacrisis op omvallen staan, benadrukte het meteen dat werknemers en zzp’ers die zonder werk zitten zich maar beter kunnen laten omscholen. Niet voor niets: het zwartste scenario van het Centraal Planbureau schetst de komende tijd een economische krimp van 10 procent en een werkloosheid die tot 10 procent kan oplopen. Het kan ook meevallen; in het gunstigste geval heeft de economie zich over een jaar weer redelijk hersteld. Hoe dan ook zullen in de evenementen- en sportbranche, de horeca en het toerisme veel bedrijven onderuitgaan. En in sectoren waar ze al mensen tekort kwamen, zoals de ict, de zorg, het onderwijs en (een deel van) de bouw, zullen ze ook tijdens een zware recessie nog om mensen zitten te springen, is de verwachting.

De animo voor omscholing zal dus wel groot zijn, zou je denken. Maar mensen die hun baan verliezen, staan vaak niet te springen om zich te laten omscholen. Irmgard Borghouts, docent arbeidsmarkt bij de Universiteit Tilburg, onderzocht het effect van scholingstrajecten na de vorige crisis van 2008. Slechts een kwart van de medewerkers die tijdens de financiële crisis hun baan verloren en van de baas een omscholingstraject kregen aangeboden, maakte daar ook gebruik van.

Wat maakt dat mensen er niet zo happig op zijn? Borghouts: ‘Als je een switch wilt maken, kan het zijn dat je flink moet investeren; jarenlang in opleiding zijn, zelf geld betalen voor een opleiding of er een hele tijd flink op achteruit gaan in salaris. Niet iedereen wil en kán dat. Als je een gezin te onderhouden hebt en de hypotheek moet betalen, bedenk je je wel twee keer voordat je de stap neemt je tot leraar of verpleegkundige te laten omscholen. Je moet heel gemotiveerd zijn, bevlogen zelfs, om zo’n overstap succesvol te maken.’

De coronacrisis kan ook nog op een andere manier voor een extra dosis omscholingsmotivatie zorgen: velen zullen zich nu realiseren dat hun baan lang niet zoveel maatschappelijke waarde heeft als, zeg, die van een verpleegkundige of een leerkracht. Vóór deze crisis dacht een vijfde van de werknemers in Westerse landen al dat hun baan eigenlijk geen zin heeft, beschrijft de Amerikaanse antropoloog David Graeber in zijn boek Bullshit Jobs. In tijden van crisis kan de zinloosheid van je werkende bestaan zomaar pijnlijk zichtbaar worden. Voor mensen die naar hun idee vastzitten in zo’n bullshitbaan, kan dit het uitgelezen moment zijn om eens iets heel anders te gaan doen.

FACEBOOKGROEP DE WERKGIDS

Hoe kun je efficiënter werken? Hoe pak je het aan als je een nieuwe baan wil? En hoe sla je je door een functioneringsgesprek heen? In de Facebookgroep de Volkskrant Werkgids delen we artikelen over werk en carrière. Meld je aan en deel zelf ook vragen en tips.

Kim gefotografeerd bij een cliënt thuis in Nijmegen.Beeld Daniel Cohen

‘Als ik naar mijn loonstrookje kijk, doet het best wel pijn.’ Kim Kolthoff-Klein Gunnewiek (32, Nijmegen) had als advocaat veel meer kunnen verdienen. ‘Maar het plezier, de energie en de voldoening die ik uit mijn werk als verpleegkundige in opleiding haal, is zoveel meer waard dan een goedgevulde bankrekening.’

Ruim zeven jaar geleden kreeg haar vader de diagnose psp parkinsonisme, een progressieve hersenziekte waardoor hij in de daaropvolgende vier jaar steeds verder achteruit ging. Kolthoff-Klein Gunnewiek werkte na een studie rechten als advocaat-stagiair en in haar vrije uren zorgde ze samen met haar familie voor haar vader. Het contrast met het werk op het advocatenkantoor was groot. ‘Daar zat ik hele dagen achter de computer, processtukken en brieven te schrijven. Ik deed veel echtscheidingsrecht; dan ging het over alimentatiekwesties en omgangsregelingen. Mensen stonden elkaar naar het leven in hun vechtscheiding. Het ging heel slecht met mijn vader, ik wilde alleen maar bij mijn familie zijn en dan zag ik hoe anderen elkaar het leven zuur maakten. Ik dacht vaak: wat heeft dit eigenlijk voor zin?’ Ze zat tegen een burn-out aan toen haar werkgever zei dat ze er maar beter mee kon stoppen – terwijl ze over twee maanden haar opleiding afgerond zou hebben. ‘Als het aan mij had gelegen had ik nog even doorgebuffeld tot ik mijn diploma had, maar dit was beter zo. Ik denk dat ik anders misschien wel in een burn-out zou zijn beland.’

Na het overlijden van haar vader, nu drieënhalf jaar geleden, ging Kolthoff-Klein Gunnewiek naar een loopbaancoach. ‘Ik wist eigenlijk al dat ik wijkverpleegkundige wilde worden, zo was ik onder de indruk van de liefdevolle en deskundige zorg die wijkverpleegkundigen aan mijn vader hadden gegeven. Het leek me ook echt wat voor mij. Maar ik was bang om wéér de verkeerde keuze te maken. Dat ik weer over vier jaar zou denken: is dit het dan? Met de coach keek ik naar waar ik energie uit haalde. Nou, niet uit achter een computer zitten, daar ben ik te veel een doener voor.’

Na het coachingstraject hakte ze de knoop door. Met alle tekorten, zou ze vast zo een plekje vinden als zij-instromer hbo-verpleegkunde. ‘Dat viel tegen. Ik heb veel brieven geschreven en gebeld, naar allerlei organisaties in de regio. Het duurde maanden voordat ik een leerwerkplek had.’

Waar ben ik aan begonnen?, heeft ze vaak gedacht. Toen ze bij een organisatie meteen als volle werknemer werd ingezet en in haar eentje voor acht mensen met dementie moest zorgen, bijvoorbeeld. ‘Of wanneer de lesstof heel moeilijk was en ik ook nog allerlei verslagen moest maken naast het werken in de praktijk.’ Maar mensen in haar omgeving sleepten haar erdoorheen. ‘Ze zeiden: ‘Wacht maar, nu kost het bergen energie maar over twee jaar heb je meer ervaring en wordt het beter.’’

Ze kregen gelijk. Inmiddels werkt ze als wijkverpleegkundige in opleiding: ‘Zwaar, maar ook afwisselend en superleuk werk. Ik denk dat ik dit nog heel lang met veel voldoening zal blijven doen.’

‘Intrinsieke motivatie’ noemen (arbeids)psychologen dat; motivatie die echt helemaal uit jezelf komt, aangewakkerd doordat je iets leuk of zinvol vindt, en minder door wat je verdient of hoeveel status het je oplevert. Is zo’n motivatie onontbeerlijk wanneer je een ingewikkeld omscholingsproces aangaat? ‘Het helpt, maar het hóeft niet. Wat in ieder geval níet noodzakelijk is, is ‘passie’. Arbeids- en organisatiepsycholoog en talentontwikkelingsexpert Mirjam Baars wordt altijd ‘een beetje pissig’ van loopbaanbegeleiders die claimen dat wanneer je op zoek gaat naar je passie, alles wel goed komt. ‘Dat is zo onrealistisch. De wereld om ons heen verandert, en het is belangrijk dat werkenden kijken naar een manier waarop ze een bijdrage kunnen leveren, welke vaardigheden ze moeten ontwikkelen om gewild te blijven op de arbeidsmarkt. Voor je carrière én je motivatie is het veel belangrijker dat je realiteitszin hebt en je werk zoekt dat aansluit bij wie je bent.’

Wat wél belangrijk is: dat je je talenten kent. Daarvoor hoef je niet per se allerlei tests te gaan doen bij een loopbaancoach: als je googlet op ‘gratis test strengthfinder’ kom je ook al een heel eind. ‘Als je weet wat je sterke kanten zijn, kun je vervolgens zoeken of daar werk bij past waar vraag naar is. Als daarbij je uitgangspunt is dat je brood op de plank en baanzekerheid wilt, kan dat een prima motivatie zijn voor een succesvolle omscholing.’

Cissy gefotografeerd op de kamer van haar vader in een woonzorgcentrum in Geldrop.Beeld Daniel Cohen

Cissy van der Meer (49, Delft) moest toen de coronacrisis uitbrak een flinke omslag maken. ‘Daar gáát mijn plan voor de komende jaren’, dacht ze toen ze in april de voorspelling hoorde dat de Nederlandse economie flink zou gaan krimpen. Zij en haar man woonden de afgelopen 13 jaar in Saoedi-Arabië, Qatar en Peru. ‘Mijn man was diplomaat en ik deed vrijwilligerswerk en fotografeerde. Vorig jaar kwamen we terug naar Nederland. Ik wilde als fotograaf aan de slag voor evenementen en concerten en me verder richten op foodfotografie.’

Van der Meer volgde vóór de crisis uitbrak een cursus videojournalistiek – á 2500 euro. ‘Zo zou ik in opdracht kunnen fotograferen en video’s kunnen maken. En ik had het plan om er, in de opstartfase van mijn bedrijf, een baan bij te zoeken voor een paar dagen per week. Maar toen de coronamaatregelen werden aangekondigd, wist ik: de sectoren waar ik mij als fotograaf op wil richten, storten in. Ik ben gaan googlen: kon ik me laten omscholen?’

Van der Meer wist al snel dat ze de zorg in wilde. In Peru deed ze jarenlang vrijwilligerswerk met gehandicapte kinderen, ‘iets wat ik eenmaal terug in Nederland enorm miste’. En meteen na de aankondiging van de lockdown haalde ze haar moeder in huis, zodat die de nodige zorg kreeg. Haar vader zat al in een verpleeghuis, en ook voor hem mantelzorgt ze veel. ‘Ik zie welk belangrijk en bijzonder werk verzorgenden en verpleegkundigen in de ouderenzorg doen. Ik hoefde er dus niet lang over na te denken: ik wil verpleegkundige worden en besloot de mbo-opleiding te gaan volgen. Ik ben gestart met MBO-4-verpleegkunde. Het eerste deel doe ik voor eigen rekening, maar ik hoop dat ik later een leerwerkplek kan vinden en als zij-instromer verder kan.’

Het is pittig, zegt ze. ‘Vooral dat het leren nu online gaat, vind ik moeilijk. Als je dingen niet in de praktijk ziet en doet, is het lastig om het echt goed in de vingers te krijgen. Ik zit met mijn neus in de boeken, bekijk filmpjes op YouTube, over anatomie, maar ook over hoe je het beste steunkousen aantrekt. En ik ben nu dat weer mag, vaak een paar uur bij mijn vader. Hij vindt het gezellig als ik er studeer, en ik kan meekijken hoe de verzorgenden en verpleegkundigen hem hier verzorgen. Hopelijk vinden ze het niet erg dat ik er met mijn neus bovenop zit.’

Die leerwerkplek maakt Van der Meer zich grote zorgen om. ‘Van medestudenten hoor ik al dat het heel lastig is om iets te vinden. En dan ben ik ook nog 49, én heb ik lange tijd niet in Nederland gewerkt.’

Hoe kan het dat een sector die staat te springen om extra handen toch geen ruimte maakt voor zij-instromers? Lieke Lange werkte twintig jaar als hr-manager in de zorg en helpt nu zorgorganisaties en zij-instromers om elkaar te vinden. Ze schreef er het boek Carrière Switch - Pak het personeelstekort in de zorg aan! over. ‘Mensen die naar de zorg willen overstappen, denken dat verpleeghuizen, ziekenhuizen en andere organisaties hen met open armen zullen ontvangen. Maar dat valt vaak vies tegen. Zij-instromers volgen een dag per week les en werken verder in de praktijk; daar moeten ze meteen voor betaald worden terwijl ze in het begin nog veel moeten leren. Ze moeten begeleid worden en zijn niet volop inzetbaar. Lastig, vinden organisaties die de boot afhouden en vervolgens zzp’ers en uitzendkrachten gaan inhuren.

Los van de onzekerheid over een leerwerkplek moeten mensen die de overstap naar de zorg maken, er nogal wat voor opzij zetten; ze verdienen een tijdlang niet veel meer dan het minimumloon en moeten weer onderaan de ladder beginnen. Lange: ‘Als je dan toch de switch maakt, ben je hoe dan ook supergemotiveerd.’

Justin gefotografeerd op een basisschool in Nijmegen.Beeld Daniel Cohen

Justin van Haalen (32, Nijmegen) hield zich tot maart nog bezig met het ontwerpen van verpakkingen bij Unilever (denk: de metallic verpakking met zeemeerminnenschubben van de nieuwe ‘Cornetto Mermaid’). Hij was projectmanager, maar na acht jaar grafische sector bekroop Van Haalen steeds vaker het gevoel dat hij niet op zijn plek zat. ‘Ik was alleen maar bezig met de ideeën van anderen technisch mogelijk maken. Ik creëerde zelf weinig, en op een gegeven moment begon het meewerken aan weer een nieuwe ijsjesverpakking steeds zinlozer te voelen.’

Hij besloot ontslag te nemen, vlak voor de coronacrisis uitbrak. Hij schakelde een loopbaancoach in en na wat tests kwamen de beroepen die bij hem pasten bovendrijven: brandweerman, politieman, sociaal maatschappelijk werker of onderwijzer. ‘Bij de gedachte dat ik voor de klas kon staan, ging mijn hart meteen sneller kloppen. Ik heb sportlessen gegeven en kinderen begeleid bij de scouting en weet hoe leuk het is om kennis over te brengen. Ook nam ik deel aan de 3-daagse cursus ‘Zin in lesgeven’. We moesten lessen voorbereiden, les geven, spellen bedenken – een onderdompeling in het vak. Ik kwam er stralend vandaan. Toen wist ik genoeg: dit ga ik doen.’

Van Haalen besloot zich als zij-instromer te laten omscholen tot leerkracht in het basisonderwijs. Maar wie denkt dat de scholen om het hardst vechten om iemand als hij binnen te hengelen, vergist zich. Van Haalen benaderde verschillende scholen met de vraag of hij kon komen kennismaken of een paar dagen mocht meelopen. ‘Door de coronacrisis lieten scholen zo weinig mogelijk mensen binnen. ‘Bel in september nog maar een keer’, kreeg ik te horen. Om van start te gaan met een zij-instromerstraject moet hij wel een leerwerkplek hebben. ‘Het idee is dat ik twee dagen in de week – betaald – lesgeef en daarnaast twee dagen naar school ga en studeer. Ik denk dat ik na de zomer, als het onderwijs weer opstart, nog flink aan de slag moet om een plek te vinden. Een school moet echt in je willen investeren; de kosten van het loon en de opleiding zijn namelijk voor de school.’

En hij zal op zoek moeten naar nóg een baan. ‘Je krijgt twee dagen in de week betaald; ik zal dus net het minimumloon verdienen. Ik hoop dat ik er nog een baan voor twee dagen in de week bij kan vinden. Dat wordt de komende twee jaar hard werken, geen terrasjes pakken met vrienden, veel minder sporten en altijd bezig zijn met dat ene doel.’

Om helemaal zeker te weten dat hij de goede keuze maakt, hielp hij een paar dagen mee in de klas van zijn moeder – óók leerkracht op een basisschool. ‘Ik vond het geweldig en kreeg er bakken energie van. Dat buffelen hou ik dus echt wel twee jaar vol.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden