Om in te lijsten

Vrouwen zijn altijd lastiger, zeggen ze. Cora van Nieuwenhuizen al eens gedaan? Lastig hoor. Of Sigrid Kaag, niet te doen, wordt snel te mannelijk. Carola Schouten lukt beter, ‘die heeft een kop waar je wat mee kan’. De nieuwe ministersploeg heeft sowieso nog te weinig gedaan om veel tekeningen te verdienen. Alleen Rutte – ‘dat lachen, die tanden, dan ben je er al’ – kwam vaak aan de beurt.

Elk jaar op een zondag in april treffen de politiek tekenaars elkaar bij restaurant Kaatje bij de Sluis in Blokzijl. Dat doen ze sinds 1990. Je zou allicht denken dat ze hun dagen met de pen in de aanslag slijten op de publieke tribune van de Tweede Kamer, observerend hoe Wilders op tafel roffelt of Pechtold met de ogen rolt. Ongeveer zoals hun collega’s bij de rechtbank doen.

Niets is minder waar. Politiek tekenaars zijn zzp’ers, solisten met een studio. Moeten ze Kaag tekenen of Schouten, dan zoeken ze foto’s op Google en gaan aan de slag. Het Binnenhof kennen ze van horen zeggen. Op een krantenredactie komen ze zelden. Ze zien elkaar bij de jaarlijkse Inktspotprijs. En in Blokzijl.

Gebogen over de oogst van vandaag. Beeld RV

Dat zit zo. Nico Visscher, jarenlang tekenaar van de Korrel op de voorpagina van het Nieuwsblad van het Noorden, kwam in contact met de eigenaar van Kaatje bij de Sluis, in de jaren tachtig een van de weinige sterrenrestaurants van het land. Kaatje zocht een logo, Visscher wilde dat wel maken. Waarop Kaatje – of eigenlijk de eigenaar, Fons van Groeningen – met een lumineus idee kwam: zou je hier niet elk jaar met wat tekenaars willen eten?

‘Potloodje aan de sluis’ had ie als naam gesuggereerd, maar dat vonden de tekenaars minder. Het jaarlijkse treffen voltrekt zich sindsdien naamloos en volstrekt informeel. Harald Hovenkamp en Peter Postma, die Kaatje in 2004 overnamen, zetten de traditie voort. Hun personeel offert er met liefde de vrije zondag voor op.

Er is wel een beginritueel. Iedere tekenaar maakt thuis een verse tekening, met als onderwerp iets op het snijvlak van actualiteit en gastronomie. Die worden als plengoffers op de ronde tafel gelegd en van gemompeld commentaar voorzien. Later worden ze ingelijst en als jaarringen van de politieke prent opgehangen. Het zijn er enkele honderden inmiddels. Ze vullen de wanden van het restaurant en van het hotel, schuin aan de overkant.

Dit tekende Opland in 1990 voor de eerste Kaatjedag. Beeld RV

Tijdens de lunch – acht gangen – worden de gesprekken geleidelijk luider. Stefan Verwey denkt met weemoed terug aan de dagen van Opland en Müller, die steevast een Russisch lied aanhieven dat ontspoorde in homerisch gelach. Peter van Straaten – ‘de beste grappen’ - was er altijd bij. Net als Jaap Vegter, ‘misschien wel de beste tekenaar van allemaal’. Zoiets zeggen ze vaker. Siegfried Woldhek (NRC, sinds kort New York Review of Books) noemen ze ‘een echte kunstenaar’. Ook de afwezigen – Joep Bertrams, Thom Janssen - worden geprezen. Tekenaars zijn gul.

Jos Collignon was in 1990 een van de jonkies, nu beschouwt hij zich als veteraan. Al valt dat eigenlijk reuze mee, Bas van der Schot (48, de Volkskrant) is een junior hier, Hajo (43, NRC) is de benjamin en meteen ook de enige die uitsluitend op scherm werkt. De meesten tekenen nog met pen en papier, en kleuren en bewerken daarna op scherm.

Ze hebben allemaal meerdere opdrachtgevers: kranten, maar ook instellingen of ministeries. En bijna iedereen blijkt aangesloten bij Cagle Cartoon uit Los Angeles, dat hun tekeningen wereldwijd aanbiedt. Arend van Dam (o.a. Agrarisch Dagblad) zag een tekening terug bij een antiwapen-demonstratie in Washington, Joep Bertrams hing in Tripoli, Collignon stond voorop The Spectator.

Yrrah komt ter tafel, Harry Belafonte die in 1968 met Petula Clark danste. Over referenda lopen de gemoederen hoog op – tekenaars zijn scherpe waarnemers, niet vies van uitvergrotingen ook.

Toespraken zijn een zeldzaamheid in dit gezelschap. Toch tikt Visscher bij het dessert tegen zijn glas. De man die al bijna dertig jaar in z’n eentje bepaalt wie hier mag aanschuiven, vindt het te zwaar worden. Hij is 84 en woont in een verzorgingshuis. ‘Ik zit in het voorgeborchte’, vindt hij. Eric van der Wal (Pluis in De Telegraaf) wordt zijn opvolger. Die mag bedenken of hij nieuwelingen als Trik of Geenen een kans wil geven. Oppenheimer heeft alvast voor de eer bedankt.

Daarna waait het gezelschap als altijd voor een afzakker naar bar ’t Verloat. Als de kastelein – 90 inmiddels – naar buiten komt om hen te begroeten, klinkt een zucht van opluchting. ‘Kijk dan, hij leeft.’

Poseren bij het beeld. Beeld RV
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden