Postuum Oliver Knussen

Oliver Knussen (1952-2018) was een beer van een dirigent, die in zijn korte en uitnodigende composities de details koesterde

Oliver Knussen. Beeld Redferns

Was hij een wonderkind? In ieder geval was dat een woord waar Oliver Knussen, die zondag op 66-jarige leeftijd overleed, niets van moest hebben. Als je het hem vroeg was zijn carrière gewoon vroeg begonnen. Maar hé, wie voltooit nu op zijn 15de al een volwaardige symfonie en krijgt hem vervolgens uitgevoerd door een van de beste orkesten ter wereld, het London Symphony Orchestra? En wie mag dan, op die leeftijd, de uitvoering ook nog zelf dirigeren?

Zo werd de carrière gelanceerd van de man die een gezichtsbepalende figuur in het moderne muziekleven van het Verenigd Koninkrijk en ver daarbuiten zou worden, want dat was de Schotse dirigent en (vooral) componist, die in Nederland onder meer samenwerkte met het Concertgebouworkest en ASKO/Schönberg.

Dat Knussen al zo jong het LSO dirigeerde in de Londense Royal Festival Hall, had alles te maken met zijn vader, Stuart Knussen, die daar aanvoerder van de bassisten en orkestvoorzitter was. De hype, met paparazzi aan de deur en al, duurde volgens Knussen negen dagen, waarna hij zich in de luwte verder ontwikkelde. Later zou hij die Eerste symfonie terugtrekken. Dat zijn vader hem zo vroeg liet debuteren, omschreef hij als psychologisch niet de meest tactvolle zet. ‘Ik heb het buiten mijn systeem geplaatst’, zei hij in 2009 in de Volkskrant. ‘Vele jaren van psychotherapie hebben daarvoor gezorgd, haha.’

Door zijn familie kwam de kleine Oliver – zeg maar Olly, een roepnaam die beter bij zijn beerachtige verschijning paste – in aanraking met de beroemde musici van zijn tijd. Dirigent Leopold Stokowski, bijvoorbeeld, was een huisvriend. Benjamin Britten, de voornaamste Engelse componist van de 20ste eeuw, fungeerde als een mentor. Zelf zou hij die rol ook op zich nemen. Altijd konden componisten bij hem terecht voor advies.

Het oeuvre van Knussen, een groot bewonderaar van Moessorgski, Alban Berg en Stravinsky, is overzichtelijk. Voor zijn eigen werk hanteerde hij hoge standaarden (door zijn perfectionisme kwamen zijn compositieopdrachten zelden op tijd af) en veel stukken zijn relatief kort. Zijn driedelige Derde symfonie bijvoorbeeld, een van zijn meest gespeelde stukken, past in een kwartier.

Zijn stijl? Knussens muziek leent zich slecht voor generalisaties, maar: fantasievol en radicaal ondogmatisch. Hij koesterde de details, de miniaturen, en maakte geen onderscheid tussen tonale en atonale muziek. Was zijn muziektaal harmonisch uitdagend, dan was ze toch ook heel uitnodigend. De stof waaruit hij putte, bevatte veel kinderlijke thema’s. Zo schreef hij de opera Where the Wild Things Are, gebaseerd op het gelijknamige prentenboek (in het Nederlands: Max en de maximonsters) van Maurice Sendak.

Andere geliefde stukken van Knussen zijn de concerten voor hoorn en viool, die vorig jaar nog bij het Concertgebouworkest op de lessenaars stonden. Nog indrukwekkender is het Requiem – Songs for Sue, een liedcyclus die hij in 2006 schreef voor zijn overleden ex-vrouw. Na haar dood belandde hij zelf in het ziekenhuis. Wat hem mankeerde bleef onduidelijk – deze keer toonden de paparazzi geen interesse. Gezien de vele geschokte reacties van collega’s om het verlies van hun vriend, kan ook een requiem voor de grote Oliver Knussen niet uitblijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.