Oliedrab en vetkwab in onderdekse ruimte

Varen naar Frankrijk was er nog niet van gekomen. Tot de dag dat op het Nieuwe Meer een verwaarloosde boot van goede komaf werd ontdekt, een bij Van Lent gebouwde Hollandkruiser uit 1948....

Als veertienjarig ventje kwam ik in de jaren vijftig over de vloer van een kunstenaarsgezin aan de Amstel, waar tegenwoordig de Stopera met de omgeving vloekt. Toen was het er nog oogverblindend mooi. De ramen boden een schitterend gezicht op de rivier en ongekende verten. Alles was zoals het in mijn ogen diende te zijn: bij het eten, dat niet alleen uit kookgroenten en stooflap bestond, dronk men rode wijn. De kinderen met wie ik bevriend was, mochten aan tafel praten en zelfs de grammofoon bedienen waarop platen van Georges Brassens en Patachou werden gedraaid. Men leefde kortom, in tegenstelling tot het gezin waaruit ik kwam, voor elkaars genoegen.

In het bijzonder gold dat voor huisvriend Tammy, een kunstschilder die 's zomers met de tjalk waarop hij woonde, helemaal naar Frankrijk voer en daar, zo stelde ik mij voor, alsmaar schilderijen maakte die hij voor veel geld verkocht, waarvan hij dan steeds verder Frankrijk introk, varend en wijn drinkend. Oh la la, zo moest er geleefd worden! Later begreep ik dat het de kunstenaar Metten Koornstra was, beroemd versierder der Boekenbals, wiens reisverhalen ik roodgeoord had aangehoord.

Min of meer heeft mijn leven zich zo ontwikkeld, maar varen naar Frankrijk was er nog niet van gekomen. Wel kwam er een beenhakkertje van zes meter voor de deur waarmee we half Nederland bevoeren (Tuffen heette de serie in deze krant). Totdat we op het Nieuwe Meer een verwaarloosde kruiser van goede komaf zagen liggen. De Yukon, een bij Van Lent gebouwde Hollandkruiser uit 1948. Wie in die dagen het geld had voor een schip, keek ook verder niet op een dubbeltje. Wie nu, zoals de Prince de Lignac, een Van Lent laat bouwen, trouwens ook niet: onder het miljoen kom je tegenwoordig de werf niet op. Maar deze was bescheiden: negen meter staal met mahoniehouten opbouw en de adel van vorm die ons voor de verwaarlozing verblindde. Dat bleek toen ze eenmaal in de winterstalling lag.

Uit de krochten van het schip doken allerlei hulpmiddelen op. Verdroogde verfpotten, kapotte vetspuiten en oliekannen, met bilgewater gevulde jerrycans, verharde kwasten en bokkenpoten, roestige kettingen en landpennen, dozen, blikken en bussen met moeren, bouten, schroeven, motoronderdelen, zekeringen, bougies, verbogen gereedschap, kortom een scheepsbazaar van oud roest en rotzooi. De zittingen bleken aan de onderzijde begroeid met dichte schimmel, de onderdekse ruimtes gevuld met oliedrab en vetkwab. Ook het houtwerk vertoonde zwakke plekken. Nog dachten we met een weekje werk de zaak vaarklaar te krijgen voor de langgedroomde tocht naar Frankrijk.

De eerste week was nauwelijks genoeg om het vermolmde houtwerk onder dikke verflagen vandaan te halen. Een rondreizend scheepstimmerman verklaarde zich bereid de klus te klaren. Helaas voerde hij op zijn reizen geen gereedschap mee. Ons eigen gereedschap werd gewogen en grotendeels te licht bevonden. Maar met een beitel hier en een lijmtang daar zou het wel lukken. Gaandeweg kwamen daar een nieuwe handschaaf, een slijpmachine, een elektrische schaaf, een powerschroevedraaier en tenslotte een zaagbank bij, inclusief nog wat kleingoed voor een ruim maandloon aan gereedschap. 'Altijd handig', denk je dan maar.

Nog negen weken had deze ervaren timmerman nodig om opbouw en interieur weer in orde te krijgen. Watervast scheepshout blijkt drie maal zo duur als normale betimmering, teak en mahonie concurreren met goud. Ook motorisch bleek er wat achterstallig onderhoud te zijn. De bevriende monteur sprongen de tranen in de ogen. Oliepomp, waterpomp, brandstofpomp, alles werd aan de Sea-tiger, een nautische Ford-Cortinamotor, vernieuwd .

Eenvoudig was dat niet, de motor dateerde uit 1973 en onderdelen zijn dus niet courant. De Cortina-commissie in Badhoevedorp bood uitkomst. Eénmaal per week houdt daar Loek Rijsenberg open huis. Hij is professor in Cortina, heeft ettelijke motorblokken en schappen vol onderdelen en geeft gratis college over alles wat met Cortinamotoren te maken heeft. De eerste oliepomp bleek een gespiegeld model van het origineel, de tweede een anderzijds niet monteerbare versie, pas de derde, na drie ritten Hoofddorp, paste aan het blok.

Accu's, elektriciteit, relais, schakelaars, bedrading, pakkingen van drijfas en toiletpomp, kortom, alles wat bewoog werd doorgenomen en vervangen. Maar voor de afvaart waren nog allerlei uitrustingstukken nodig, om met Auden te spreken, aan te schaffen bij de beste firma's op dat gebied. Van de daarbij behorende speciale prijzen rept de dichter niet.

Wie de verblindende wereld van de watersportwinkel betreedt, wordt gevild. Voor een reisje naar Frankrijk blijkt meer nodig dan waarmee Columbus Amerika bezeilde. Waterkaarten en gidsen gaan voor de prijs van incunabelen, scheepsbeslag kost meer dan handgesmede sieraden. Met scheepslak zou de renovatie van Red, Yellow & Blue te duur zijn uitgekomen, touwwerk en ankers kun je beter voor eigen rekening uit een Oostindiëvaarder laten opduiken. Maar de cost gaet nu eenmaal voor de baet uit. Dus kwamen er vouwfietsen, een vernuftig vouwkarretje om, mocht er al eens geen benzinepomp aan het water liggen, met een jerrycan brandstof te kunnen halen, een verrekijker, een gasdetector, brandblussers, reddingsvesten, hoosemmers, drijf-, krab-, sleep- en plechtankers, seinvlaggen, pikhaken en walpennen, stootwillen en stootballen, extra lange meerlijnen voor de honderden hoge Franse sluizen, een schijnwerper voor de Franse tunnels en als we toch bezig zijn: een koelbox voor de Franse witte wijn.

Inmiddels ligt het schip voor de deur en alles wordt aan boord gestouwd. Op de ochtend van de afvaart is de monteur weliswaar nog bezig met benzine- en luchttoevoer, maar tegen de middag ronkt de Cortina tevreden. De eerste etappe moet ons naar een vriend aan de Waal voeren en zal meteen als proefvaart dienen. Blakend van vertrouwen steken we van wal. Door wat grachten bereiken we het Amsterdamse IJ. We stevenen af op de monding van de eerste etappe.

Het Amsterdam-Rijnkanaal: een ondergelopen bijlslag in het landschap met stalen beschoeiing waartegen keiharde golfslag veertig kilometer lang terugklotst. Voor de kleine vaart een marteling. De meedogenloze duwbakken denderen ons met twaalf knopen achterop en tegemoet. Behalve het stampen van het schip is het kanaal stomvervelend.

Om koers te houden brengen we de motor op 2500 toeren. De Cortina is van vóór de benzinecrisis en kijkt niet op een litertje. Na een uurtje peilen we in de tank nog een centimeter benzine. We kruisen naar bakboord. Vlak voor de eerste inham sputtert de motor en slaat af. Ook de laatste centimeter is weggekolkt. Gelukkig ligt hier de Nigtevegtse jachthaven. Helaas verkoopt men daar, noch in de wijde omgeving benzine. Met twee jerrycans naar Weesp gelift. Tachtig gulden armer en met lamme armen ben ik twee uur later weer aan boord: zo varend gebruikt het schip dus een liter super-met-loodvervanger per kilometer. Donkere wolken pakken zich samen.

Gelukkig is daar ook de monding van de schilderachtige Vecht. We kabbelen deze meanderende verademing op. In de panoramaramen van de woonschepen spiegelt de Yukon zich witblakerend en een rustige schroefslag drijft haar zoetjes over het zachtrimpelend water. Achter elke bocht een nieuw vergezicht. Eend, zwaan, fuut en koet, alles aangejongd, gele dodden en wit-roze lelies in waterbloesem. Met moeiteloze slag schiet een skiffeur in wit en teak als een libelle over het water. Holland zoals het hoort.

Zo zachtjens glijdend zal ons benzineverbruik toch ook wel afnemen. Opgelucht en gelukkig varen we de vliet af langs oude buitenplaatsen als Middenhoek en Nieuwenhoek, Vreedenhoff en Rupelmonde, Nijenrode en Oudaen, maar ook langs de witgepleisterde gruwelbouw voor het nieuwe grote geld. Langs Vreeland, Loenen, Mijnden en Breukelen tot Maarssen, waar we langs het jaagpad aanleggen voor de nacht. De Waal hebben we niet gehaald. Wel zo'n lustlandhuis, bewoond door een kunstkenner die ons aan zijn ontbijt uitnodigt in zijn achttiende-eeuwse lusthof; zijn echtgenote is dan ook hoofdredacteur van een tuinblad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden