Analyse Kwetsbare kinderen

Olaf (11) gaat naar school met gevulde koeken en blikjes energiedrank, gaat dat straks veranderen?

Kinderen die hulp nodig hebben, moeten weken en soms maanden wachten voor er een volgende stap wordt gezet die een oplossing dichterbij moet brengen. Beeld Hollandse Hoogte / Koen Verheijden

Het kabinet gaat de zorg voor kwetsbare kinderen drastisch veranderen nu het systeem volledig is vastgelopen. De decentralisatie van deze zorg wordt grotendeels teruggedraaid. Wat betekent dit voor jonge kinderen als Olaf en Maggie, nu en in de nabije toekomst? 

Olaf en Maggie anno nu

Op school lachen ze erom, maar een beetje vreemd vinden ze het wel. Waar de andere kinderen van groep 7 met een goedgevulde trommel vol brood en vers fruit binnenkomen, heeft Olaf (11) meestal een zak winegums mee of een pak gevulde koeken. Op energiedrankjes komt hij zijn dag door.

Zijn leraar maakt zich al langer zorgen over Olaf. Zijn moeder is nog nooit komen opdagen op een ouderavond. Waar Olafs vader is, weet niemand. Olaf haalt geregeld uit naar klasgenootjes, zijn prestaties op school worden almaar slechter. Zijn vier jaar jongere zusje Maggie is juist zijn tegenpool: stil en teruggetrokken, maar met veel betere cijfers.

Olaf en Maggie zijn fictieve kinderen, maar hun situatie is levensecht. Met hen vallen nog eens 40 duizend kinderen onder de jeugdbescherming. Deze groep zwaarste gevallen herbergt onder anderen kinderen bij wie sprake is van mishandeling en verwaarlozing. De ingrijpende vraag die de instanties moeten beantwoorden: kan dit kind nog wel thuis blijven wonen?

Olaf is anno 2019 een kind van wachtlijsten geworden. Het duurt weken en soms maanden voordat weer een volgende stap wordt gezet die dichter bij de oplossing komt.

Zo gaat het al sinds een wijkagent een melding deed bij Veilig Thuis: de buren konden door de muren heen horen dat Olafs drugsverslaafde moeder hem ’s avonds het huis door sloeg. Veilig Thuis deed acht weken over het onderzoek, maar kwam daar vanwege de eigen wachtlijst pas na een maand aan toe. Het onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming duurde een paar maanden. En na het oordeel van de kinderrechter belandden Olaf en zijn zusje nog eens voor enkele maanden op een instroomlijst: pas dan is er een vaste jeugdbeschermer beschikbaar, die met het gezin gaat meekijken welke hulp nodig is.

Alle instanties zouden sneller willen, maar worstelen met een tekort aan personeel. En aan geld. De gemeenten, die aan de jeugdbeschermingstafels meepraten over wat er met de kinderen moet gebeuren, dringen vaak aan op een goedkope oplossing. Sinds de decentralisatie in 2015 en de bijbehorende bezuinigingen, zijn ze zuinig met hun centen. Het frustreert de jeugdbeschermer die zich met Olaf en zijn zusje bezighoudt: ziet de moeder eindelijk in dat het beter is dat de kinderen een tijd ergens anders wonen, beslist de gemeente na een paar weken dat het toch anders moet.

Olaf weet niet eens meer welke vreemde mensen er over de vloer zijn geweest thuis, zoals de hulpverleners van het gemeentelijke wijkteam. Of dat Veilig Thuis en de Raad voor Kinderbescherming allebei hebben gesproken met zijn voetbaltrainer, de huisarts en de leraar op school. Hij heeft ook met ze gepraat, zonder zijn moeder erbij. Zijn 7-jarige zusje heeft aan de hand van tekeningen duidelijk gemaakt dat ze zich thuis niet fijn voelt.

Tien maanden zitten er uiteindelijk tussen de eerste melding en het moment dat voor Olaf en Maggie een pleeggezin is gevonden. Dat had twee maanden eerder gekund, als er een pleeggezin beschikbaar was geweest.

Olaf en Maggie volgend jaar

Maar hoe krijg je voor elkaar dat Olaf sneller geholpen wordt? Daarvoor moet in de eerste plaats de ‘zorgketen’ korter worden gemaakt, vinden veel experts. Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming en Jeugdbescherming bemoeien zich allemaal met Olaf, en dat is een beetje te veel van het goede.

Jeugdzorg Nederland denkt dat in ieder geval een aantal functies van Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming kunnen worden samengevoegd. Want waarom zouden twee instanties onderzoek moeten doen? ‘Wat nu twee keer gebeurt, kan ook één keer goed gebeuren’, zegt vice-voorzitter René Meuwissen. Volgens hem zou een kind daardoor in drie of vier maanden geholpen kunnen worden, in plaats van acht of meer maanden.

Adri van Montfoort, een specialist die veel onderzoek heeft gedaan naar jeugdzorg, gaat nog verder en meent dat ook Jeugdbescherming wel bij die ene instantie kan worden gevoegd. ‘Nederland is het enige land waarin drie verschillende instellingen, die ook nog eens onder verschillende wetten en ministeries vallen, zich met zo’n jongen in nood bezighouden’, zegt hij. ‘In Duitsland, Frankrijk, Engeland of de Scandinavische landen gebeurt dat door één en dezelfde instelling. Waarom hebben wij het zo ingewikkeld gemaakt?’

Hij meent dat gezinsonderzoek, de zaak voordragen voor de kinderrechter en daarna het uitvoeren van het vonnis (bijvoorbeeld een uithuisplaatsing) het beste bij één instelling kan worden ondergebracht: de kinder- of jeugdbescherming. ‘Maak er één instantie van: overzichtelijker, goedkoper, sneller. Bovendien vinden cliënten het meestal prettiger als ze in zo’n moeilijke periode met dezelfde hulpverleners te maken hebben, en niet steeds met nieuwe gezichten worden geconfronteerd.’

Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) en zijn collega Sander Dekker (Rechtsbescherming) erkennen dat vooral kinderen met ernstige problemen in het huidige systeem in de knel komen. Ze willen daarom een onderscheid maken in jeugdzorgtaken: de lichtere taken (zoals opvoedondersteuning) blijven onder de hoede van gemeenten. Maar de zwaardere zorgtaken, zoals pleegzorg en gezinsvervangende jeugdhulp, moeten ze overdragen aan een regionaal samenwerkingsverband. Nederland telt 42 van die jeugdzorgregio’s.

Want dat is een ander probleem dat moet worden opgelost: de beschikbaarheid van gespecialiseerde, dure jeugdzorg voor kinderen als Olaf. Want nu kopen gemeenten of jeugdzorgregio’s vaak onvoldoende zware jeugdzorg in, waardoor er wachtlijsten zijn voor pleeggezinnen of woonhuizen onder toezicht. Ook zijn veel gemeenten uit financiële motieven geneigd te kijken of er ook geen lichtere, goedkopere jeugdzorg (ambulante hulpverlening bijvoorbeeld) kan worden ingeschakeld. ‘Dat moet gewoon niet kunnen, daar begint het bij mij wel te kriebelen’, zegt Meuwissen.

Hij vindt het daarom een goede stap om gemeenten te dwingen meer samen te werken in jeugdzorgregio’s om meer gespecialiseerde zorg in te kopen. Als dat gebeurt, hoeft Olaf ook minder lang te wachten totdat hij terecht kan in een pleeggezin of residentiële instelling.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden