'Nu zijn we ineens ouders'

Drie Nederlandse stellen vertoefden in 1999 wekenlang in een 'adoptiehotel' in Colombia. Ze maakten er voor het eerst kennis met hun kind....

Zomer 1999, hotel Casa Nueva, Bogota. Op de bank in de gemeenschappelijke ruimte voedt een man onder vertederende blik van zijn vrouw een baby. In het verste hoekje wiegt een moeder haar jammerende dochter. Buiten, in de tuin, zitten drie mannen gebogen over respectievelijk een boek, een kruiswoordpuzzel en een poepluier. Een dame zingt 'Berend Botje ging uit varen', terwijl ze een peuter op de schommel duwt.

Het is een opmerkelijk gezelschap dat Casa Nueva, het hotel in een buitenwijk van Bogota, herbergt. Het zijn uitsluitend Nederlandse echtparen met zwartharige of negroïde kinderen. De gesprekken gaan over darmkrampjes en luieruitslag. En de uitstapjes beperken zich tot een bezoek aan de dokter, de apotheek, de rechtbank en grootouders via internet.

Casa Nueva is dan ook geen doorsnee logement, maar een adoptiehotel. Een fenomeen dat tien jaar geleden ontstond toen de Colombiaanse overheid buitenlandse adoptieouders verplicht te om hun kind persoonlijk in het geboorteland op te halen en de juridische afwikkeling van de adoptie ter plaatse bij te wonen. Een procedure die zes tot acht weken in beslag neemt. Emotio neel zware weken voor kersverse ouders die het liefst in hun eigen, vertrouwde omgeving vertoeven, weet directrice Katya Paris. Daarom wordt er in haar Casa Nueva alles aan gedaan om hen een zo aangenaam mogelijke kraamtijd te bezorgen. Dienstmeisjes wassen, strijken, verwarmen flesjes, ko ken spenen en serveren het avondmaal. En, uiteraard, wordt ieder nieuw adoptiekind feestelijk verwelkomd.

Een blauwe strik op de voordeur duidt op de komst van een jongen. Het is de grote dag voor personeelsadviseur Petra (35) en projectmanager Paul Derckx (36). Gisteren zijn ze vanuit hun woonplaats Eindhoven in Colombia gearriveerd en ze hebben net hun zoon opgehaald in het kindertehuis. 'Liefde op het eerste gezicht', verkondigt de stralende moeder. 'Thomas begon meteen te lachen en stak zijn armen naar ons uit.' Trots toont ze de baby op haar arm. 'Nu zijn we ineens ouders. Heel onwerkelijk.' Tranen stromen. De ontlading van de spanning, voorafgaand aan dit lang gekoesterde moment, verklaart Paul. 'Twee jaar op de wachtlijst. Wordt het een jongen, een meisje? Klikt het? Hoe oud, hoe ziet het eruit? En, wanneer komt het? We stonden vier maanden op de eerste plaats voordat het adoptiebureau met een voorstel kwam. Thomas.'

Het jongetje van zes maanden wordt bewonderd - 'Wat is hij blank?!' -, foto's genomen, taart gegeten en gegrapt. 'Stel je voor dat je in Nederland een fles drank moet meenemen voor de gynaecoloog.' Refererend aan het presentje dat adoptieouders traditiegetrouw moeten kopen voor de directrice van het kindertehuis, en dat bij sommigen de suggestie wekt dat ze connecties heeft met de rechtbank. Want hoe sneller die de zaak afhandelt, hoe eerder de stellen als gezin kunnen terugkeren naar Nederland.

Onzin, volgens Paul. 'Het geven van een cadeautje is een gebaar van dank voor de zorg van het kind.' Trouwens, een dag meer wachten doet er voor hem niet toe, na die vier jaar proceduretijd waarin zijn geduld op de proef is gesteld. 'Na de aanvraag bij justitie moet je een jaar wachten op de verplichte voorlichtingscursus. En voordat je van het ministerie de beginseltoestemming krijgt om je in te schrijven bij een bemiddelingsbureau, word je volledig uitgekleed door de Raad voor de Kinderbescherming.' Logisch dat ze aanstaande adoptieouders grondig screenen, vindt hij, maar soms ook frustrerend. 'Er zijn mensen, die ongeacht hun situatie een kind op de wereld zetten.' Een moeilijke tijd voor het ongewenst kinderloze echtpaar. Maar nu hebben ze een eigen kind, want Thomas is hún zoon. 'Het voelt alsof hij er altijd is geweest', zegt Petra. 'En alsof het zo heeft moeten zijn, lijkt hij zelfs ontzettend op ons.'

Door de armoede en instabiele politieke situatie in Colombia brengen moeders vandaag de dag soms drie kinderen tegelijk naar een kindertehuis, zegt Edith Nieman (60). Ze functioneert vanuit Bogota als contactpersoon tussen de Colombiaanse kindertehuizen en het grootste Nederlandse bemiddelingsbureau, Wereldkinderen. Dagelijks brengt ze een bezoek aan Casa Nueva 'om te weten hoe het de ouders vergaat', en zoals vandaag, 'om de nieuwe aanwinst te bekijken.' - 'Je tandjes komen door, jongen.'

Edith is in 1977 per toeval het adoptiewerk ingerold. 'Nadat mijn man en ik met onze drie kinderen voor zijn werk naar Colombia verhuisden, trof ik iemand die vijf jaar eerder het adoptiekanaal vanuit Bogota naar Nederland had opgezet. Of ik af en toe een handjevol adoptiekinderen wilde begeleiden op hun vliegreis naar Nederland? Nou nee. Ik zag het niet zitten om kinderen te exporteren. Ik was tegen adoptie, en dat ben ik nog steeds, maar na een bezoek aan een kindertehuis besefte ik dat dit land niet in staat is voor haar kinderen te zorgen. En zolang dat niet verandert, en er vanuit westerse landen een vraag is naar kinderen, kun je de adopties dan maar beter zo goed mogelijk organiseren. Om te voorkomen dat kinderen gestolen en verkocht worden, zoals indertijd gebeurde. Toen was er nog geen visum nodig om een kind Nederland in te krijgen. Tegenwoordig lopen adoptieaanvragen via de ministeries van Justitie van betrokken landen.'

Colombia is het oudste en was tot twee jaar geleden - toen China's kindertehuizen door het 1-kind-beleid overvol raakten - 's werelds grootste adoptiekanaal. Jaarlijks komen gemiddeld 190 Colombiaanse kinderen naar Nederland. Voornamelijk baby's, afgestaan door meisjes van het platteland die in tegenstelling tot de stadse meisje uit de hogere sociale klassen, niet zijn opgevoed met anticonceptie, weet Edith Nieman. En het mag dan wel de armoede wezen die moeders tot deze beslissing dwingt, maar de wortel van het probleem ligt volgens haar bij het katholicisme en het machismo. 'Het pilgebruik is uit den boze en het is niet ongewoon dat mannen een vrouw achterlaten zodra ze zwanger is.' Meestal houdt een moeder haar eerste kind, zegt ze, want dat kan ze onderbrengen bij oma als ze aan het werk is. 'Maar een tweede kind is een probleem. En in het religieuze Colombia vindt men een kind afstaan minder erg dan abortus.'

Ze verlaagt het volume van haar stem, om te voorkomen dat ze een gevoelige snaar raakt bij de adoptieouders die zich op gehoorafstand bevinden. 'Weet je wat volgens mij ook een reden is voor de grote Colombiaanse kinderschare? Dat de vrouwen hier makkelijker zwanger worden omdat ze minder stress kennen. Ze leven van dag tot dag.' Die mentaliteit vormt een contrast met het Nederlandse vooruitdenken en willen presteren. 'Iets wat de Colombiaanse overheid niet overgebracht krijgt op haar volk.' Maar de medaille heeft een keerzijde. 'Carriè re vrouwen die tussen de bedrijven door zwanger willen worden. Dat blijkt niet gemakkelijk als ze veel aan hun hoofd hebben. En zeker niet als ze hun kinderwens omwille van hun ambities vooruit schuiven.'

De oorzaak van de stijgende vraag naar adoptiekinderen is voor Edith glashelder. 'Het is noodzaak. Was adop tie in de jaren zeventig grotendeels liefdeswerk, de laatste tien jaar wordt er voornamelijk geadopteerd door echtparen die ongewenst kinderloos zijn.'

Aan de maatschappelijke tendens dat de Nederlandse vrouw haar kinderwens uitstelt, heeft Marianne Borst (35) uit Noordwijkerhout zich onttrokken. Al op haar 22ste deed ze pogingen om zwanger te worden. Tevergeefs. Bijna acht jaar zijn de ziekenverzorgster en haar man Peter (39), grondwerktuigkundige, bezig geweest met ki en ivf. 'Een lichamelijk en geestelijk zware periode', vertelt Marianne.

Anders dan Petra en Paul, die al tijdens de medische behandelingen een aanvraag indienden voor adoptie, had zij de tijd nodig om te verwerken dat ze zelf geen kinderen kon krijgen. 'Toen Peter over adoptie begon, moest ik daar in eerste instantie niets van weten. Ik wilde geen tweede-keuze-kind.' Ze kijkt bedenkelijk. 'Wat een akelig woord. Adoptiekinderen zijn juist de meest gewilde kinderen. Ik kan me niet voorstellen dat een bevalling mooier is dan het krijgen van een adoptiekind.'

Twee jaar geleden werd ze voor het eerst moeder, van Lucas. Het Brazi liaans jongetje van drie jaar dat van tijd tot tijd zijn zusje een kusje komt geven. 'Hij is dol op haar, zegt Marianne. En hij vindt het volstrekt normaal dat we Daniela in een ver land komen halen. Zijn vriendinnetje krijgt een zusje uit de buik van haar mama, zijn zusje komt met het vliegtuig. En wat voor zusje!' Ze vindt de komst van Daniela nog steeds een complete verrassing. 'Bij de aanvraag voor een tweede kind hadden we geen leeftijdsvoorkeur opgegeven en geen bezwaar gemaakt tegen een kleine medische afwijking. Krijgen we deze gezonde baby!' Lachend: 'Misschien omdat we met Lucas zijn gefopt. Dat zou een baby worden, terwijl hij al dertien maanden was. Teleurgesteld? Welnee. Wie het ook hadden mogen zijn; ik denk niet dat ik blijer was geweest met mijn eigen, biologische kinderen.'

Het geluk van de een, is het verdriet van de ander, stelt bankmedewerkster Jannie van der Meulen (32) uit Arnhem. Sinds ze zes dagen geleden dochter Julia overhandigd kreeg en bekend werd met de achtergrond van haar biologische moeder, is die dame voortdurend in haar gedachten. 'Ik heb verschrikkelijk medelijden met haar. Zelf heb ik nooit de behoefte gevoeld om zwanger te worden, en ik heb geen kind gebaard, maar ik kan me voorstellen hoe zwaar het voor een moeder is om een kind af te staan.'

En het is natuurlijk verschrikkelijk om zo'n meisje van elf weken naar een ander land brengen, bekent haar man Eelco van den Heuvel (33), journalist. 'Wij springen in op het maatschappelijk gegeven dat er veel armoede is waardoor kinderen worden afgestaan. Tijdens onze reizen in ontwikkelingslanden hebben we zoveel verwaarloosde kinderen gezien dat we besloten om geen eigen nageslacht op de wereld te zetten. Wij horen tot de twee procent die adopteert uit sociaal motief.'

Zeker. Als zij Julia niet hadden geadopteerd, had iemand anders het wel gedaan. 'Maar dat is een zinloze discussie', vindt Eelco. 'Ik wil ook niet heilig verklaard worden. Dan hadden we moeten kiezen voor een zevenjarig kind met polio, en dat hebben we niet gedaan. Om die reden kijken wij ook niet anders naar mensen die adopteren omdat ze ongewenst kinderloos zijn. Een adoptiekind mag voor hen een tweede keuze zijn en voor ons de eerste, maar zij zullen daarom niet minder van hun kind houden. En onze keuze is net zo egoïstisch. Ook wij wilden een kind. Het liefst zo jong en gezond mogelijk.'

Toch heeft zijn geweten hem behoorlijk parten gespeeld tijdens het invullen van 'de bestelformulieren voor een kind' van het bemiddelingsbureau. 'Klinkt cynisch, maar dat werd ik ook. Want wat kruis je aan? Welk kind wil je? Is een lichte handicap gewenst? Is het jonger of ouder dan 24 maanden? Komt het uit een tehuis of wordt het een door de kinderbescherming uit huis geplaatst kind? Ergens voelde ik me verplicht om te kiezen voor een zwak of zo oud mogelijk kind. Maar je moet eerlijk zijn tegenover jezelf. Zo'n kind schiet er niks mee op als het in Nederland in een gezinsvervangend tehuis terecht komt omdat wij die zorg niet aankunnen.'

Ruim drieduizend kinderen heeft Edith Nieman in haar handen gehad. 'Toen ik aan dit werk begon dacht ik dat het fenomeen adoptie op een gegeven moment zou verdwijnen. Zo naïef was ik nog.' Maar de door haar verwachte omslag in het denken over deze problematiek in Colombia is uitgebleven. 'De meisjes die een kind afstaan in een adoptiekliniek, krijgen seksuele voorlichting en wordt de mogelijkheid tot sterilisatie geboden, maar sommige vrouwen zien we zelfs voor de derde keer terug. Want tja, hun moeder deed het ook zo. Adoptie is nog steeds een geaccepteerd gegeven in de Colom biaanse samenleving. Dat zie je ook op straat. Het volk reageert positief op een buitenlands echtpaar dat hand in hand loopt met een van hun kinderen. Het weet dat er voor dit kind in een ander land een betere toekomst is.'

'Een oplossing?' Edith zucht. 'Dat de paus zou zeggen dat de vrouwen aan de pil moeten, maar dat doet hij niet zolang hij leeft. Negen maanden na zijn laatste bezoek aan Colombia, waarin hij het belang van het gezin predikte, kregen de kindertehuizen een geboortegolf te verwerken.' Gelukkig, zegt ze, komen al die kinderen in een gezin terecht. Kan ze hen niet in Neder land plaatsen, dan gaan ze wel naar Amerika, Canada of Scandinavië. Ook een zevenjarig kind met polio? 'Dat mag Nederland niet in. Zes jaar is de leeftijdsgrens en de overheid laat alleen adoptiekinderen toe die een zelfstandig bestaan in Nederland kunnen opbouwen.' Maar voor een aan zijn klompvoetjes geopereerd kind heeft ze pas nog een echtpaar gevonden.

Met name de laatste tien jaar is ook het sociale beleid inzake adoptie verbeterd, vindt Edith. Zoals de verplichte kennismaking van ouders met het geboorteland van hun adoptiekind. 'Is toch een andere ervaring dan zo'n kind als een pakketje op Schiphol af te halen.' En het feit dat het adoptiewezen is afgestapt van de heersende opvatting 'hoe minder een adoptiekind van zijn achtergrond weet, hoe beter'. 'Adop tieouders krijgen nu gegevens van de biologische moeder omdat men inmiddels weet hoe belangrijk het voor een kind is om zijn roots te kennen.' Ervaring leert. Zo worden de baby's tegenwoordig opgevangen door aan het kindertehuis verbonden pleegmoeders, waar ze alle aandacht krijgen die de zuigeling verdient.

Zomer 2000, Nederland. In de Arnhemse huiskamer zet Julia, aan de hand van haar moeder, enkele wankele stapjes, en kraait van plezier. 'Het is een ontzettend lachebekje,' zegt Jannie van der Meulen. Na het halfjaar ouderschapsverlof, werkt ze nog maar drie dagen en ze heeft genoten van al de sprongetjes in de ontwikkeling van haar dochter. 'Ik had nooit gedacht dat het moederschap zo leuk zou zijn.' Alleen Julia's verjaardag, 22 maart, was toch een vreemde dag voor Jannie. Ze was in gedachte bij de biologische moeder. 'Voordat Eelco en ik uit Colombia vertrokken, hebben we een brief achter gelaten in het kindertehuis, waarin staat dat we haar in ere zullen houden en goed voor haar kind zullen zorgen.' Of die brief haar bereikt heeft, weet Jannie niet. 'Ik zal het navragen. We gaan namelijk zeker een keer terug, want we willen absoluut een tweede kind. En het lijkt ons het leukste voor de kinderen als ze en uit hetzelfde kindertehuis komen en uit het zelfde land. Dan hebben ze in ieder geval iets gemeenschappelijks.'

Een jaar nadat de adoptie van het eerste kind is afgerond, mogen ouders bij het ministerie van Justitie een nieu we adoptieaanvraag doen. Petra en Paul Derckx zullen daar niet lang meer mee wachten. 'Het gaat geweldig. Het is een lekker, vrolijk kereltje!' Petra is ingenomen met haar 'nieuwe luxe leven'. Ze heeft haar baan gedeeld met een collega en daardoor alle tijd om te moederen. 'Zelfs de nieuwsgierige blikken van omstanders die ik had verwacht, bleven uit. Dat komt omdat Thomas blank is en op ons lijkt. Voor de buitenwereld zijn we een gewoon gezin.' Al houdt de familie Derckx niet de schijn op dat hij hun biologisch kind is en is de kamer van Thomas behangen met souvenirs uit Colombia: een landkaart, een wandkleed, een voetbalshirt. 'We willen hem de liefde voor zijn geboorteland meegeven', zegt Petra. 'Hij zit zo lekker in zijn vel,' zegt ze. 'Dat heeft volgens mij alles te maken met zijn goede start. Ik heb Thomas gekregen uit handen van zijn pleegmoeder, een warme vrouw. Je kon aan haar zien dat ze hem met alle liefde heeft verzorgd.'

De zorg die een kind in de eerste maanden van zijn leven krijgt, is essentieel, bevestigt Elke Dirven van het bureau via (Voorlichting Interlandelijke Adoptie) dat in opdracht van Justitie cursussen organiseert voor aanstaande adoptieouders. Maar dat een baby minder problemen oplevert dan een ouder kind, zoals mensen denken, is een misverstand. 'Het gaat erom wat een kind heeft meegemaakt en hoe het daarop reageert. Een baby kan alleen al door de scheiding met zijn biologische moeder of zijn vertrouwde omgeving emotioneel beschadigd zijn. Dat uit zich in hechtingsproblemen, op por tunistisch gedrag, wantrouwen en angst voor intimiteit. Of juist in een grote mate van afhankelijkheid van de adoptieouders.'

Lucas kende een enorme verlatingsangst, vertelt Marianne Borst over haar oudste adoptiekind. 'Het eerste halfjaar heeft hij zich constant aan me vastgeklampt. Ik kon niet eens alleen naar de wc. Tegelijkertijd was hij ontzettend wantrouwend en afstandelijk tegenover zijn vader.' Het gevolg van een behoorlijke verwaarlozing, verklaart ze. 'Hij is als baby met ernstige ondervoedingverschijnselen op straat gevonden.' Nadat Lucas aanvankelijk een goede ontwikkeling doormaakte, vertoont hij de afgelopen maanden autistische trekjes. 'Hij heeft moeite met het maken van contact en is onrustig. Hoewel hij intelligent is, loopt hij achter in zijn emotionele ontwikkeling.'

Marianne, momenteel fulltime moeder, weet aan de hand van de gegevens uit het Colombiaanse kindertehuis, 'dat Daniela's rugzakje minder is gevuld met narigheid'. 'Dat heeft ze zeker voor op haar broer. Zij ontwikkelt zich zoals het gemiddelde Nederlandse kind en heeft het goed naar d'r zin.' Dat broer en zus het goed met elkaar kunnen vinden, sterkt haar in de hoop dat de kinderen steun bij elkaar zullen vinden. Ze vallen in het dorpse Noordwijkerhout nogal op door hun donkere huidskleur, en daar wordt niet altijd even genuanceerd mee omgegaan, weet ze. 'Er is aan Lucas weleens gevraagd wie zijn moeder is, waar ik bij stond. En toen hij in mei naar de kleuterschool ging, noemde hij zichzelf ineens 'bruine Lucas'. Zo wordt hij kennelijk door de kinderen genoemd. Ogenschijnlijk heeft hij daar geen moeite mee. Hij weet ook dat hij in Brazilië is geboren, en dat we hem net als Daniela met het vliegtuig hebben gehaald. Maar naar zijn echte ouders heeft hij nog niet gevraagd. Ik denk wel dat we die vraag het komende jaar kunnen verwachten.'

Geadopteerd zijn betekent dat je als kind bent afgestaan door je eigen ouders. Er komt een moment waarop kinderen dat gegeven moeten verwerken, zegt Elke Dirven. 'Maar dé moeilijkste periode bestaat niet. Het ene kind maakt die fase door wanneer het beseft dat het er anders uitzien dan de ouders, het andere tijdens de puberteit.' Volgens de statistieken verloopt 75 procent van de adopties goed, terwijl een kwart van de kinderen professionele hulp nodig heeft. 'Maar dat kan ook een enkel gesprek met een psycholoog betekenen', zegt Dirven. 'Van mislukt spreken we pas wanneer adoptiekinderen uit huis worden geplaatst. Dat aantal ligt tussen de 5 en 7 procent.'

Die cijfers zeggen Eelco van den Heuvel weinig. 'Het kan gebeuren dat Julia ooit in een identiteitscrisis terecht komt, maar ik heb in eigen omgeving gezien hoe het ook fout kan gaan met biologische kinderen. En haar achtergrondgegevens zijn geruststellend.' Eelco heeft alle vertrouwen in haar toekomst en hoe die eruit ziet deert hem niet. 'Ik heb geen verwachtingen. Uiteraard zullen we haar stimuleren om haar talenten te gebruiken en hoop ik niet dat ze op haar zestiende zwanger raakt, maar als zij op haar zestiende achter de kassa van de Hema wil staan, moet ze dat doen.'

Als ze terug wil naar Colombia? 'Tja, dan moet ik dat accepteren.' Hij is even stil. 'Toen Jannie en ik besloten tot adop tie wilde ik het liefst een weeskind. De gedachte dat mijn zoon of dochter na achttien jaar op zoek zou gaan naar de biologische ouders en niet meer terug zou komen, vond ik onverdraaglijk. Maar tijdens de via-cursus werd me die angst ontnomen en besefte ik dat het voor een kind belangrijk is om zijn achtergrond te kennen. Hoe moeilijk het ook zal zijn, ik zal haar zoveel mogelijk steunen bij haar eventuele speurtocht.'

Exacte cijfers zijn bij geen enkele instantie bekend, maar de adoptiekinderen die zoeken naar hun biologische moeder vormen een minderheid, dat wel. Een kleine minderheid zelfs onder de Colombiaanse adoptiekinderen. Concludeert Edith Nieman die sinds 1994 rootsreizen organiseert. 'Van de drieduizend kinderen die via mij naar Nederland zijn gegaan, hebben er ongeveer honderd gezocht naar hun biologische moeder.' Ze vermoedt dat het aantal zoekenden in de toekomst nog zal dalen. 'De kinderen die in de afgelopen tien, twaalf jaar zijn geadopteerd, hebben een foto van hun moeder en weten waarom ze zijn afgestaan. Als de twee belangrijkste vragen, 'waarom' en 'hoe ziet ze eruit' worden beantwoord, hebben kinderen minder snel de neiging om te zoeken.'

Edith zal overigens de laatste zijn die adoptiekinderen aanspoort om te graven in het verleden, want sommige kinderen hebben een ellendige geschiedenis. 'Ze kunnen een moeder treffen die in de prostitutie zit en nog vier kinderen heeft afgestaan. Maar de echt nieuwsgierige adoptiekinderen kunnen beter begeleid worden dan dat ze individueel aan de slag gaan en als een olifant door een porseleinkast stampen.' Voor hen kan zo'n rootsreis een mooie afsluiting zijn van een onzekere fase, weet ze. 'Moeders en kinderen zijn altijd blij als ze verenigd worden. Al bereid ik de moeders er voorzichtig op voor om niet meer te verwachten van het toekomstig contact dan af en toe een briefje. Want wat moeten die kinderen anders? Op moederdag bij haar thee drinken in de krottenwijk? Voor de moeders betekent het korte weerzien met hun kinderen een verandering in hun bestaan die ze soms moeilijk een plaats kunnen geven. Voor de kinderen valt alles op zijn plaats. Als de nieuwsgierigheid naar hun herkomst is bevredigd, gaan zij in Nederland weer door met hun leven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden