Column Sylvia Witteman

Nu wilde ik het weten ook. Had ze wel eens een poes gered?

Om mijn democratische plicht een feestelijk tintje te geven was ik naar het stembureau in de brandweerkazerne gefietst, in de vage hoop dat daar een dozijn halfnaakte helden zou zitten uit te dampen van een vurig spuitfestijn, liefst met een zojuist uit de vlammenzee gered poesje teder en toch mannelijk aan de gebeeldhouwde tors geklemd. Jongens willen brandweerman worden, maar meisjes willen er een hébben.

‘Mag ik even in de kazerne kijken?’, vroeg ik aan een gemoedelijke dikkerd die met preventiefolders en rookmelders in het halletje stond. Dat mocht. Hij deed de deur open en daar stond, behalve een natte jongensdroom van een brandweerauto, ook een vriendelijk meisje. Een brandweermeisje, helemaal in haar eentje.

De kazerne was precies zoals het hoort: het rook er naar rubber en benzine, er hing een poster van André Hazes in zijn wannabe-Johnny Cash-nadagen en op de vloer lagen zes brandweerpakken klaar om erin te springen, de broekspijpen al om de laarzen. Ook die glimmende chromen stang was nadrukkelijk aanwezig, maar roetsjen doen ze niet meer, hoorde ik, sinds er iemand ongelukkig van dat dat ding aflazerde en een dwarslaesie opliep. ‘Sindsdien nemen we gewoon de trap.’

Er kwam een jongetje van een jaar of 7, aan de hand van zijn moeder. Het meisje zette hem meteen een rode helm op. ‘Weet je waar dit voor is?’, vroeg ze en wees op een reusachtig soort notenkraker. ‘Om brandende auto’s open te knippen...’, kwijlde het jongetje. Het was zo.

‘Zijn er veel vrouwen bij de brandweer?’, wilde ik weten. Dat bleken er vijftien in Amsterdam, op 450 mannen. ‘Tssss...’, begon ik rellerig, maar zij verklaarde nuchter dat het ‘lekker werken was met mannen, want er moeten vaak zware dingen getild worden’.

‘Zijn je collega’s een brand aan het blussen?’, vroeg ik hitsig, maar nee, die waren ‘boodschappen doen’. Nou ja, dat moet ook gebeuren. ‘Als ze terug zijn ga ik een kikkererwtensalade maken’, verklaarde het meisje zonnig.

Nu wilde ik het weten ook. Had ze wel eens een poes gered? Ze knikte glimlachend. ‘Vorige week nog.’ Het jongetje liet per omgaande hevig blozend weten dat hij later ook bij de brandweer wilde. Dat leek het meisje een ‘supergoed idee’.

Het was, al met al, een lieflijk uitstapje, maar er moest ook nog gestemd worden. Niet te links en niet te rechts maar weer, maar op wie? ‘Stem op een vrouw’, hadden vrouwen uit mijn omgeving me op het hart gedrukt. Waarom ook niet? Er zullen genoeg mannen overblijven om zware dingen te tillen, maar vrouwen kunnen het redden van poezen naadloos combineren met het maken van kikkererwtensalades, en daar gaat het toch maar om. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden