Column Peter Buwalda

Nu kon Jet eindelijk eens al mijn columns ontmoeten

Gisteren werd mijn boek gepresenteerd. Voor Jet een belangrijk moment, want nu kon ze eindelijk eens al mijn columns ontmoeten. Ik zie ze helaas weinig. De meeste kent ze alleen van lezen.

Tja, druk, druk, dan weer dit dat er tussenkomt, dan weer dat – voor je het weet sta je cake te eten op elkaars begrafenis en spreek je elkaar nóg niet. Maar dit keer was het een feest van herkenning. ‘Ah, dit is een van mijn oudste columns, we zaten samen op zwemles.’ Dan weer: ‘Kom snel hier, dan stel ik je voor aan mijn belastingcolumn.’ Of: ‘Dit is nou de column met wie ik naar Zwitserland ben gelift.’

‘Veel over je gelezen’, zei Jet charmant en, achter haar hand: ‘Voor Peter ben jij een heel belangrijke column.’

Ik geef zelden feestjes. In het begin dacht ik nog dat het knap was, jarig zijn, maar al snel kreeg ik door dat alle columns het gratis worden. Dat leek me weinig vierbaar. De laatste keer dat ik zelf breed uitpakte, scheet ik bovendien al tijdens de gezangen mijn luier vol, waarna mijn column me in de huis­kamer verschoonde, met nota bene mijn taart etende grootcolumns op 2 meter van me vandaan.

Maar gisteren was het feest. Veel columns waren nieuwsgierig naar mijn lijfcolumn, dr. Arnie. Van te voren was ik een beetje bang dat ze jaloers zouden zijn, omdat ik altijd zo veel aandacht voor hem heb, of dat ze misschien niet op hun beruchte collega durfden af te stappen, omdat hij voor gewone stukkies toch een beetje larger than life is, maar dat viel wel mee: ik heb de dokter met menigeen gezellig zien praten. ‘Steek je tong eens uit’, zei hij tegen een ­Bekende Column, waarna hij de fraaie lap even vastpakte en eraan rook.

Bijzonder verguld was ik met de aanwezigheid van mijn Gretsch-column, een regelrechte ­killer, en nu speelde hij gewoon op mijn feest: ­Arthur Ebeling, met zijn Eddie Cochran-oranje fiddle, en hij deed Trouble, weet je wat, dacht hij, we doen gewoon The Column voor meneer Buwalda – waarom ook niet! En man, wat kan die tekst gitaar spelen, zeg. Wist ik natuurlijk al, maar pas als je er met je snufferd bovenop zit, zie je hoe vijf ballen die kerel is!

Wat een knalfuif. ‘Darling’, fluisterde mijn column halverwege, ‘je hebt leuke columns’. Ik gaf het maar ronduit toe, en best veel ook, toch. Al waren er ook thuisgebleven. Houd je altijd, een paar slappe stukkies die ziek zijn, of ‘verhinderd’.

Wie helaas op vakantie was: B. Groenman, mijn ouwe column. Werd veel naar gevraagd, is-ie er, is-ie er? Dat snapte ik wel, want het is altijd lachen wat er over Bert geschreven staat. Zijn het niet de op­gerolde broekspijpen van z’n nette pak, dan zaagt hij wel de column doormidden met een broodje dubbelloopskroket!

Mijn ouwe chef meldde zich stijlvol af, wetende dat de Lange Column over Shell gaat. ‘Die Jeroen van der Veer, bepaald niet mijn beste column, zat bij me op het gym. Ik had niet de goeie schoenen, hij trok aan mijn Kampong-sjaal en ik liep met het leukste meisje van de klas. Mocht ook niet van hem.’

Goeie column weer, van column.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.