De GidsLust & liefde

‘Nu die andere man fysiek niks meer met me wil, blijkt dat we elkaar bar weinig te vertellen hebben’

Beeld Saša Ostoja

‘Soms denk ik: als het nu uit zou gaan, na samen drie kinderen te hebben opgevoed, hoezeer zou ik hem dan missen? Ik houd van hem. Toch zou ik soms weer willen voelen hoe het is om voor iemand te moeten vechten. Ik zou willen dat ik op feestjes jaloers word op vrouwen die met hem praten, maar mijn man houdt overduidelijk alleen van mij. Hij is geen flirt. 

Een half jaar nadat we getrouwd waren, twintig jaar geleden, ontmoette ik een andere man. Wél een flirt, wél een man die voortdurend complimenten maakte, wél een man voor wie ik moest vechten – en van wie ik het gevecht heb verloren, want hij koos ervoor zonder mij verder te gaan. Ik werd weggewuifd: ‘Nee joh, tussen ons zou het nooit iets worden.’ Raar idee, want ik weet zeker dat ik meteen mijn prille huwelijk had ontbonden als hij ja had gezegd. Dan was mijn leven zoals ik het nu ken er niet geweest. Liefde is een aanname, een keuze. Ik denk niet dat ik dan gelukkiger was geworden. 

Ik weet sowieso niet of geluk mijn thema is, eerder onrust en behoefte erkend te worden, de wens echt gezien en geraakt te worden. In alle liefde die ik van mijn man ontvang, onvoorwaardelijk en totaal vanzelfsprekend, zit, als ik mij permitteer dit uit te spreken, ook iets kritiekloos. Iets wat juist het tegenovergestelde is van empathie, namelijk een onbewuste gemakzucht. 

Mijn man hecht aan voorspelbaarheid, aan regelmaat. Als hij ’s ochtends wakker wordt, vraagt hij: ‘Wat gaan we vandaag eten?’ Of als het weekend is: ‘Wat gaan we doen?’ Hij is een man die lelies voor me blijft kopen, ook al heb ik hem vaak gezegd dat ik meer van anemonen houd, een man die voor me kookt, maar wel wat hij lekker vindt. 

Na de eerste keer vreemdgaan heb ik alles opgebiecht. Hij reageerde boos en daarna zijn we gewoon doorgegaan. Maar je kunt niet blijven biechten en over de keren die volgden heb ik niet meer verteld.

Die andere man is altijd een rol in mijn leven blijven spelen. Toen mijn oudste zoon vierenhalf was, zochten we elkaar opnieuw op. Er ontstond een verhouding die driekwart jaar duurde, een klassieke buitenechtelijke relatie. Hij was de stoere, onbevreesde man die het hele land doorreed om een uur met mij te kunnen zijn en ik was de vrouw die zich, heel traditioneel, in zijn armen weer een meisje kon voelen. Een man die de kuiltjes in mijn wangen prees alsof hij ze voor het eerst zag. Een man die me liet voelen dat hij me lekker vond. Een man met wie ik stiekem de sterren van de hemel vrijde, waarna ik verrukt en opgeladen naar huis ging. 

Als hij toen verder met me had gewild, had ik het zeker opnieuw overwogen, of misschien wel meteen ja gezegd. Maar hij wilde geen huwelijksbreker zijn. ‘Joh, jij hoort bij je gezin.’ Nee, ik zie mijn man niet als tweede keuze, dat is een te snelle conclusie. Ik geloof dat ik ons hele huwelijk weer opnieuw zou doen als ik nu zou moeten kiezen, maar dan het liefst inclusief de afleiding van de affaire. De twee mannen vullen elkaar aan, of beter gezegd: vullen mij aan op elk hun eigen manier. De een met zijn betrouwbaarheid, de ander met zijn bewondering. 

Daarbij komt nog dat ik thuis degene ben die alles regelt: de vakanties, de financiën, de kinderen. Met die andere man is dat alles er even niet. Zijn aandacht is juist waardevol, omdat die niet vanzelfsprekend is, hoe absurd dat ook klinkt. Ook liefde is onderhevig aan de wet van vraag en aanbod. 

Na die tweede periode zitten we nu in de derde periode, waarin we elkaar vaker en langer zijn beginnen te zien. Maar nu heeft die andere man laten weten dat hij een vriendin heeft, hij wil me nog wel ontmoeten, maar vrijen is er niet meer bij, want hij verkiest monogamie, zegt hij.

Hilarisch, we zitten tegenover elkaar in een café en we wisselen wat belevenissen uit, maar ik wil alleen maar wegkruipen, verdwijnen in die sterke armen. Precies zoals vroeger. Niet behoedzaam formuleren en manoeuvreren, dat doe ik thuis al. Mijn dochter heeft trekjes van haar vader, ook haar ontbreekt het aan oprecht inlevingsvermogen. Ze botsen veel. Er is weinig evenwicht in huis, weinig rust. Ik speel dan een bemiddelende rol. Aan de ene kant probeer ik de frictie tussen mijn huisgenoten weg te nemen, aan de andere kant creëer ik zelf frictie door een andere man te beminnen die mij niet helemaal wil. Totale waanzin. Een balans is er niet. 

Nu die andere man fysiek niks meer met me wil, blijkt dat we elkaar eigenlijk bar weinig te vertellen hebben. Al die twintig jaar verlangen was niet op een luchtbel, niet op een fantasie, maar op seks gebaseerd. Op seks en lust, en misschien het allerbelangrijkst: op het verlangen te worden verlangd. Verbazingwekkend hoe sterk die behoefte aan overgave is, aan niet hoeven denken, alleen maar te voelen. Mijn leven lang heb ik met vlagen gedacht dat deze andere man mijn grote liefde zou kunnen zijn en nu het vrijen ophoudt, stopt de liefde. Het is vreemd gesteld met het gevoelsleven.

Misschien kun je zeggen dat ik de dans ben ontsprongen, want het had niet veel gescheeld of ik had mijn huwelijk opgebroken. En met mijn eigen man is het na twintig jaar nog steeds fijn, niet zonder frictie, maar aangenaam en vertrouwd. Ik zal altijd een zwak houden voor al dan niet verboden romantiek, maar ik besef ook dat vreemdgaan is als gamen: op het moment dat je er middenin zit, slokt het alles op en als het voorbij is, blijkt het leeg en niet-bestaand. Ja, als het uit zou gaan tussen mijn man en ik zou ik hem verschrikkelijk missen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden