Nora Fischer.

Nora Fischer is nogal eigenwijs - dat vonden ze op het conservatorium niet zo leuk

Nora Fischer. Foto Marco Borggreve

Nora Fischer is nogal eigenwijs. Dat vonden ze op het conservatorium niet leuk. Gelukkig heeft de zangeres de vasthoudendheid van een pitbull. En de manier van denken van haar wereldberoemde vader.   

Een album waarop 17de-eeuwse componisten worden gespeeld met onder meer een elektrische gitaar? En popzang? En dat ook nog eens op Deutsche Grammophon, het kwaliteitslabel voor klassieke muziek? Nee, Hush, het debuutalbum van Nora Fischer, is voor sommige liefhebbers van klassieke muziek een brug te ver. Hoewel de zangeres op Facebook veel positieve reacties kreeg op haar eerste kindje, oordeelde een enkeling met het vonnis ‘Kitsch!’ Een ander vroeg zich af: ‘Waar is Deutsche Grammophon nu in godsnaam mee bezig?’

Fischer krijgt er uitslag van.

‘Dat oordelen over muziek aan de hand van een vooropgestelde hiërarchie, dat vind ik zo kut. In de klassieke hoek bestaat nog dat ouderwetse idee van hoge en lage cultuur. Dat idee dat klassiek gelijk staat aan heilig. Het dédain voor popmuziek lijkt er wel ingebakken.’

Niet bij Nora Fischer. De 30-jarige mezzosopraan – vooruit, je mag mezzosopraan zeggen, maar ze noemt zichzelf liever gewoon zangeres – is op haar gemak in beide muziekwerelden.

Ze staat niet te boek als de klassieke operazangeres die met een van nature grote stem een orkest van repliek kan dienen, maar Fischer wordt geroemd om haar expressie, zuiverheid en nuance. De dochter van de wereldberoemde Hongaarse dirigent Iván Fischer, een zwaargewicht in de klassieke muziek die het Boedapest Festival Orkest oprichtte, staat nu al bekend als alleskunner.

Ze zingt in een concertserie Rising Stars, waarmee ze Europese concertzalen aandoet met liederen van de Franse componist Messiaen. Onlangs zong ze de liederencyclus The Secret Diary of Nora Plain, waarin strijkkwartet en drummer leunen tegen zowel Schubert als Björk. En nu is eindelijk het debuutalbum van het bijzondere zangtalent uit. 

Opstandigheid

Op Hush zingt ze liederen uit de oude muziek, maar met een twist. Waar traditionalisten aan de slag gaan met darmsnaren, gebruikt Fischer als begeleiding dat symbool van muzikale opstandigheid: die elektrische gitaar. Samen met gitarist Marnix Dorrestein nam ze liederen op van onder anderen Monteverdi, Scarlatti en Purcell. Ook haar zang is werelden verwijderd van de overgestileerde dramatiek van klassieke zang. 

'De muziek uit die tijd wordt tegenwoordig vaak uitgevoerd aan de hand van wetenschappelijk onderzoek naar hoe het in die tijd geklonken moet hebben. Het resultaat kan onnatuurlijk en zwaar aangezet overkomen voor een publiek dat niet gewend is aan deze stijl. Dat is precies waar we de liedjes van wilden strippen.'

Want als de emotie klein is, waarom dan de vocalen niet? Het kan. Met haar zacht bezwerende kalmte in Monteverdi’s wiegeliedje Oblivion Soave uit de opera L’Incoronazione di Poppea, zou Fischer hondsdolle pitbulls nog tot bedaren kunnen brengen. En Dorresteins vlinderende gitaartremolo in Cesti’s Intorno All’Idol Mio – denk Nancy Sinatra’s Bang Bang  zijn als geblazen handkusjes voor een verliefde ziel.

Anders, ja, maar laat één ding duidelijk zijn: Fischer en Dorrestein hebben de liederen niet opgenomen met de bedoeling lekker dwars met microfoon en versterker te rebelleren tegen de gevestigde orde. Ook al is een zekere opstandigheid Fischer niet vreemd. Als kind kreeg ze van haar vader de bijnaam Tank. Nora walste over iedereen heen om haar zin te krijgen. Getuige een latere bijnaam, Winning Nora, lukte dat nog ook.

Nora Fischer en Marnix Dorrestein. Foto Sarah Wijzenbeek

Dat ze zich het prettigst voelt bij deze manier van zingen is één ding. Maar volgens Fischer kan het album ook een prachtig repertoire ontsluiten voor een groter publiek.

‘Ik ben ervan overtuigd dat er mensen zijn voor wie de conventionele, klassieke manier van zingen een struikelblok is. Toen Marnix voor het eerst de liederen hoorde, vond hij de muziek meteen heel tof. Alleen kon hij het niet langer dan twintig minuten aanhoren omdat de zang te ver van hem af stond.’

Authenticiteit

Blijft de vraag: zijn Scarlatti, Purcell en Monteverdi nog wel Scarlatti, Purcell en Monteverdi als er een elektrische gitaar meespeelt?

Ah, de kwestie van authenticiteit. Ze gaat er even voor zitten.

‘Je hebt het materiaal en je hebt de intentie. Je hebt musici die proberen te benaderen hoe die liederen in de 17de eeuw hebben geklonken met historische materialen en instrumenten. Maar dan behandel je een compositie, volgens mij, als een museumstuk dat weinig te maken heeft met het hier en nu. Het resultaat kan prachtig zijn en ik hou enorm van die authentieke versies.’

‘Maar je kunt ook zeggen, we leven vierhonderd jaar later, in een wereld die anders werkt. Als je op de manier van toen blijdschap of verdriet probeert uit te drukken, komt het niet altijd over omdat we een heel andere muzikale taal spreken. Als je het vertaalt naar ons vocabulaire, sta je misschien juist dichter bij wat de componisten wilden bewerkstelligen.’

Ze wil maar zeggen, de dansmuziek van toen is niet die van nu. Dus Purcells Come All Ye Songsters, uit diens semi-opera The Fairy Queen, bedoeld als dansmuziek voor elfjes, heeft van Dorrestein een update gekregen met een funky slaggitaartje. Het vingerknippen op Wondrous Machine laat je gedachteloos meedeinen op een groove die in essentie al was neergelegd door Purcell.

Het maakt van Hush een eigengereid album dat de composities met respect behandelt, zonder de uitvoerders in een antiek keurslijf te dwingen. ‘Weet je wat het ook is: omdat zo’n beetje alles in de klassieke wereld als reliek wordt beschouwd, waar je niet aan mag zitten, krijg je uiteindelijk duizend opnamen die allemaal een beetje hetzelfde klinken. Mag nummer 1001 dan een beetje afwijken?’

Wat vond haar vader er eigenlijk van? De man die met zijn Boedapest Festival Orkest ook brak met tradities en die de musici van het orkest wilde transformeren van radertjes in een geheel tot creatieve individuen met eigen initiatief?

‘Hij is trots, maar ik heb het hem pas in een heel laat stadium verteld. Hij woont niet in Nederland, dus ik heb sowieso geen dagelijks contact met hem en ik wilde even wachten met het nieuws. Dat afhouden was... bewust onbewust.’

Ze pauzeert.

‘Weet je, elke dochter wil bevestiging van haar vader. En in dit geval wist ik echt niet wat hij ervan zou vinden. Ik wílde het ook even niet weten. Niet dat ik bang was voor zijn mening, maar als hij het kut zou vinden, zou ik balen en er misschien naar handelen. En ik wilde het echt niet anders doen om alleen die reden. Ik dacht: dat komt later wel, ik doe het nu helemaal zoals ik het zelf wil.’

Fischer noemt Hush ‘het resultaat van eindeloze discussies die ik tien jaar geleden al op het conservatorium van Amsterdam heb gevoerd met mijn docenten'.

‘Het zingen vanaf de Romantiek, met dat grote vibrato, dat overdramatische; ik heb er altijd moeite mee gehad. Het voelt onnatuurlijk, niet goed voor mijn lichaam en het zit mijn expressie in de weg. Wilde ik op net andere plekken accenten leggen, het vanuit mijn gevoel net iets anders laten klinken, dan was het: kon niet, mocht niet. Zo star! Het was altijd van (ze zet de borst op van een tegen een orkaan vechtende Brunhilde en galmt): ‘Jij Moet Zooo Zingeeeeeeen.’

Ze verloor haar plezier, werd bang om te zingen en na het zoveelste meningsverschil werd ze van het conservatorium gestuurd.

Vader Fischer vond het vreselijk. Ze grinnikt. ‘Maar hij heeft het ook een beetje aan zichzelf te danken. Híj heeft me zo opgevoed. Hij kan er absoluut niet tegen als mensen blind doen wat hun gezegd wordt. Van hem moest ik overal vraagtekens bij zetten en pas dan beslissen of ik het er mee eens was of niet.’

Alternatieve opleiding

Haar eigengereidheid plaatste haar voor een probleem: Fischer wilde nog steeds het klassieke repertoire zingen, maar wist even niet waar en hoe. Een kennis raadde haar het Complete Vocal Institute aan. ‘Een alternatieve opleiding in Kopenhagen, waar ik allerlei technieken heb geleerd die je worden afgeraden op een klassieke opleiding.’ Het was een verademing. Ze kan zelfs grunten, een zangtechniek die nog het meest lijkt op demonisch gegrom. ‘Echt, je kan me zo voor een metalband zetten.’ En nee, als je weet wat je doet, gaat je stem er niet aan kapot. ‘Kijk maar naar die Bulgaarse vrouwenkoren, die zingen op een manier die heel slecht voor je stembanden zou zijn en ze houden het vol tot na hun 80ste.’

Zij hopelijk ook. Want na het het Complete Vocal Institute en de master opleiding New Audiences and Innovative Practices aan het conservatorium in Den Haag, heeft ze het gevoel eindelijk te zijn geland.

‘Met die projecten Rising Star, The Secret Diary of Nora Plain en Hush heb ik het gevoel dat na een zoektocht van tien jaar alles op zijn plek is gevallen. Het zijn mijn persoonlijke mijlpalen in het scala van zang waarmee ik me wil bezighouden: van klassiek tot jazz en pop. Maar dan wel hoe ik het wil.’ 

Winning Nora heeft gewonnen.

Nora Fischer en Marnix Dorrestein: Hush (Deutsche Grammophon).

De liederencylus The Secret Diary of Nora Plain is 18/5 te zien in Concertgebouw de Vereeniging in Nijmegen en 22/5 in het Oude Luxor in Rotterdam. Van 15 t/m 24/6 staat de voorstelling op het Oerol festival op Terschelling.

Deutsche Pop

Sting is een beetje de papa van Nora Fischer. In 2006 bracht de popzanger en voormalig bandleider van The Police Songs from the Labyrinth uit, een album met liederen van de renaissancecomponist John Dowland: oud repertoire met een popattitude. Ook op Deutsche Grammophon. Het, van oudsher, platenlabel voor klassieke muziek is zich behoorlijk aan het heruitvinden met opnames van popsterren die zich aan het klassieke, of klassiek getinte, repertoire wagen. Elvis Costello, Tori Amos, Jonny Greenwood van Radiohead, Rufus Wainwright, Bryce Dessner van The National, Jarvis Cocker en Benny Andersson van Abba hebben allemaal het gele DG-keurmerk gekregen. 

Meer over