Noodvuurpijl? Dan weet de kaper: ongewapend schip

De Russen Alexander en Sergej werkten op een Thais vissersschip. Na vier maanden viel het in handen van een stel jonge piraten....

Sinds zaterdag zijn er in de wateren aan de Oostkust van Afrika drie schepen gekaapt door Somalische piraten. Nog eens acht andere gekaapte schepen liggen uit de Somalische kust, sommigen al sinds december. Zij wachten tot een eigenaar of een regering het geëiste losgeld betaalt. Vorig jaar waren de Somalische piraten goed voor 47 gekaapte boten, met in totaal meer dan duizend bemanningsleden.

Onder die laatsten waren Sergej Babitsj en Alexander Afanasjev, beide behorend tot wat ze zelf omschrijven als de klasse der ‘Russische gastarbeiders’. Dat zit zo, legt Alexander uit in Sergej’s flatje in Svetlogorsk, waar vervaagde foto’s van huwelijksgeluk aan de wand hangen en felgekleurde speelgoedbeesten het vale kleed op de bank doen oplichten.

‘De commerciële vloot van Kaliningrad is allang verdwenen, dus de meeste zeelui doen wat wij doen: werken voor twee en betaald krijgen voor een, op buitenlandse schepen. Iedereen wil op een Europese boot terechtkomen maar dat is praktisch onmogelijk.’

En dus scheepten Andrej en Sergej zich vorig jaar in, voor een half jaar dachten ze, voor de Thai Union 3, een oude vissersboot – ‘Joods-Russische eigenaren, levend in Singapore, varend onder Thaise vlag’. Ze vlogen via Singapore naar Penang, in Maleisië, waar ze aan boord gingen voor een paar maanden tonijnvangst.

Alexander: ‘Geen enkele Europeaan zou op een boot als deze werken, zelfs zwarten niet. Het is erg zwaar werk omdat het schip niet gemechaniseerd is. Maar wij Russen hebben geen keus.’ Als voorbeeld noemt hij het anderhalf kilometer lange net dat weliswaar met een trolley wordt binnengehaald, maar vervolgens door acht man met de hand moet worden opgevouwen.

Het schip met een 26-koppige bemanning (naast de Wit-Russische kapitein 23 Russen, twee Ghanezen en twee Filipino’s) voer vier maanden op de Indische Oceaan, loste toen zijn lading op de Seychellen en vertrok opnieuw. Niet lang daarna werden ze aangevallen door twee wendbare, snelle bootjes. Sergej: ‘Vanuit de nok begon iemand ‘Piraten! Piraten!’ te roepen, maar we konden niets uitrichten. De kapitein schoot tien noodvuurpijlen af, dat lijkt net een speelgoedpistool. Toen wisten de piraten dus dat we geen wapens aan boord hadden.’

Het schip probeerde met plotse manoeuvres aan zijn belagers te ontsnappen, maar dat leverde alleen een spervuur op van schoten uit automatische geweren. ‘Kalasjnikovs natuurlijk’, zegt Alexander.

De piraten kwamen van achteren aan boord, na haken om de reling te hebben geslagen. ‘Het eerste wat ze deden was de kapitein neerschieten nadat deze zijn handen omhoog had gedaan. In de periode daarna hebben we hem provisorisch proberen op te lappen. Een van ons stond zijn hemd af als verband, een ander naaide de wond.’

De twaalf kapers oogden jong maar ervaren, zegt het tweetal. Het schip ging drie kilometer buiten de Somalische kust voor anker, in een baai ‘waar nog zes gekaapte schepen lagen’. De bemanning werd onderdeks gehouden. De kapitein werd afgezonderd en vier mannen werden ‘voor eventuele executie’ aan land gebracht, als extra druk op de eigenaar om losgeld te betalen.

Maandenlang lagen ze er, vanwege problemen in de onderhandelingen, met weinig voedsel en niets te doen. Alexander: ‘Om te beginnen aten de piraten onze voedselvoorraad op, behalve het varkensvlees. We hadden dus niet veel over, maar hebben er twee maanden op geleefd. De mayonaisevoorraad voor vijf jaar is er doorheen gegaan.’

‘Toen alles op was, zeiden ze ‘eet dan je tonijn op’. Dat probeerden we, maar het was zo zout en doorgeolied dat we beseften dat het onmogelijk was. Toen gaven ze ons half verrotte rijst met muizenkeutels, wat macaroni en wat suiker. Dus vanaf toen stonden we steeds op met de vraag: wat zullen we eens als ontbijt nemen, rijst met muizenshit of macaroni? Gelukkig hadden we wel genoeg koffie en thee. De piraten zelf kauwden de hele dag qat.’

Ondertussen vroeg het thuisfront zich af wat er gebeurde. Behalve af en toe een geruststellend praatje van de directeur van Flotkadre, de organisatie in Kaliningrad die zeelieden werft voor verre klussen, hoorde Sergejs vrouw Olga twee maanden niets. ‘Gek werden we er van, dus toen zijn we brieven gaan schrijven – aan Poetin, Medvedev, ministeries, aan iedereen.’

De vertegenwoordiger van de eigenaar liet weten dat de zaak ‘politiek’ was, omdat de kapers ook de vrijlating eisten van vijf Somaliërs die in Jemen gevangen zaten. ‘Het enige antwoord dat we ooit kregen, is het standaardantwoord bij crises in Rusland: maakt u zich geen zorgen, alles is onder controle.’

Na nog eens weken wachten zonder iets te horen, begonnen Olga en andere vrouwen van gekaapte zeelieden protestbijeenkomsten te organiseren in Kaliningrad. Ook via de media, die de zaak wel met belangstelling hadden gevolgd, bleef ze aandacht vragen voor het lot van de verdwenen bemanning.

Uiteindelijk kwam begin maart, na vier maanden, de ontknoping. De eigenaar stemde toe te betalen, naar verluidt 3 miljoen dollar (2,2 miljoen euro). Sergej: ‘Het werd voor onze ogen in zee gedropt door een vliegtuigje, biljetten verpakt in een grote capsule.’ Een angstig moment, ‘want wat als het niet genoeg was?’

Maar het was genoeg – de kapers zeulden de laatste ‘waardevolle’ spullen van dek, zoals een oude computer. ‘Een groot tv-toestel lieten ze staan, die was te zwaar voor die tengere jochies.’ Nog wat bange momenten later, waarin hun schip zonder begeleiding terugvoer naar internationale wateren, klommen ze aan boord van een schip met Russische veiligheidstroepen. ‘Natuurlijk moest dat, heel Russisch, in deze tropische wateren een ijsbreker zijn’, lacht Alexander.

Geen van beiden willen weer in de Indische Oceaan gaan vissen. ‘Het is een industrie daar, de piraterij’, zegt Alexander. Vanuit de baai waar hun schip lag, zagen ze nog zes gekaapte Europese schepen liggen.

Maar dat ze zich weer zullen inschepen in verre streken is onvermijdelijk, beamen ze. Dat heeft te maken met de locale economie. ‘Hier op het land verdien ik, als ik werk vind, hoogstens 10 duizend roebel’, zegt Sergej. ‘Op zee verdien ik met 600 dollar per maand het dubbele.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden