Profiel Winnaar Nobelprijs voor de Literatuur 2018

Nobelprijswinnaar Olga Tokarczuk: ambachtsvrouw voor het scheppen van andere werelden

De Nobelprijs voor Literatuur 2018 is toegekend aan de Poolse auteur Olga Tokarczuk (57), een kleurrijke vrouw die tussen de sombere tijdgenoten haar eigen verbeelding aan het woord laat. Karol Lesman vertaalde haar boeken uit het Pools en onderzoekt haar mythische wereld. ‘Niet voor niets wordt Tokarczuks proza het Poolse magisch realisme genoemd.’

De Poolse Olga Tokaczuk heeft de Nobelprijs voor de Literatuur van 2018 gewonnen. ‘Schrijven is een beroep of een hobby, geen missie.’ Beeld EPA

Vertraagde prijs

De Nobelprijs voor Literatuur 2018  is pas dit jaar, met terugwerkende kracht dus, toegekend. Vorig jaar werd de prijs niet uitgereikt; er was binnen de Zweedse Academie grote consternatie door een #MeToo-schandaal (meer daarover onderaan dit artikel).

Peter Handke wint Nobelprijs 2019: ‘Mijn ideaal is in stilte denken en kijken’

Enfant terrible Peter Handke (1942) krijgt de Nobelprijs voor Literatuur van 2019 toegekend. De dichter, essayist en toneelschrijver verkent volgens de jury ‘de periferie en de specificiteit van het menselijk bestaan’ met zijn taalkundige vindingrijkheid. ‘Schrijven is een eenmansexpeditie in een onbekend land, elke keer weer.’ 

Halverwege de grauwe jaren negentig van de vorige eeuw leest in een donkere kelder in Wrocław, te midden van sombere, in het zwart geklede dichtende tijdgenoten, een jonge vrouw in een felrode trui haar ontroerende verhaal voor over een imaginaire geliefde Amos. Het is mijn eerste kennismaking met Olga Tokarczuk en hoewel rood niet de kleur is van de verbeelding, blijft het beeld van deze ontmoeting als een soort allegorie terugkomen als mij wordt gevraagd naar een typering van haar heldere en fantasierijke proza en haar plaats binnen het Poolse literaire landschap: voor mij kwam toen met haar in een groezelige werkelijkheid de verbeelding aan de macht. Bij de presentatie van de Nederlandse vertaling van haar jongste roman De Jacobsboeken ruim 25 jaar later in De Balie in Amsterdam zag ik Olga Tokarczuk terug. Ik zag het goed, ze was gehuld in een knalrode sjaal die ze droeg op een inktzwarte jurk.

Meer dan de meeste van haar generatiegenoten, die vooral uit hun persoonlijke biografie putten, ontleent Tokarczuk de stof voor haar boeken uitsluitend aan haar verbeelding. Haar plezier, haar passie en haar grote kracht is naar eigen zeggen het verzinnen van verhalen. Ze debuteerde in 1979 met het verhaal Na przełaj (De korste weg) onder het pseudoniem Natasza Borodin. Haar eerste roman, Podróż Ludzi Księgi (De Reis van de Mensen van het Boek) verscheen in 1993. Deze filosofische parabel speelt in het Frankrijk van de Hugenoten en beschrijft een expeditie van twee mannen en een vrouw naar de Pyreneeën waar het door God geschreven Boek der Boeken zich zou bevinden. Het is een metaforisch verslag van de jacht naar de zin van de wereld. Haar tweede roman E.E. uit 1995 gaat over de 15-jarige Erna Eltzner die met haar parapsychologische gave interessant onderzoeksmateriaal is voor medische wetenschappers in haar directe omgeving. Beide romans spelen in het verleden, maar in dat historische decor lees je de eigentijdse geest van Tokarczuk.

Instrument van de tijd

Haar definitieve doorbraak kwam in 1998 met Prawiek i inne czasy (Oer en andere tijden). Over deze roman zegt Tokarczuk: ‘Zolang ik me kan herinneren heb ik altijd al een boek als dit willen schrijven. Een wereld scheppen en deze beschrijven. Het is de geschiedenis van de wereld die als alles dat levend is wordt geboren, zich ontwikkelt en uiteindelijk sterft. Ik heb ervan geleerd dat iedere geschiedenis niet meer is dan een instrument van de tijd en uiteindelijk heeft de tijd haar niet eens nodig.’ 

Oer en andere tijden is mijn lievelingsboek en tijdens het lezen en vertalen van Księgi Jakubowe (De Jacobsboeken), haar roman over de valse Messias Jacob Frank, voelde ik me weer terug in Oer: diezelfde lichtheid, diezelfde heldere vertelstijl en inderdaad, hoewel het om een historische roman gaat zoals in de ondertitel staat: ‘Verteld door… alsmede geholpen door de imaginatie, die de grootste natuurlijke gave is van de mens’.

Oer is geen reëel, bestaand dorp, maar de creatie van verbeelding en idyllische literaire traditie. Voor Tokarczuk kent de geschiedenis geen vervulling in eeuwigheid, maar is in haar vergankelijkheid voedsel voor de Tijd, die mythische verslinder van de betekenis. In Oer heerst totale eenheid. Gedachte en materie, het subjectieve en het objectieve, filosofie en alledaagsheid, verandering en herhaling, niets hier is blijvend met elkaar in tegenspraak, alles loopt vloeiend in elkaar over. ‘Boven Oer hangt de geest van Macondo’, schreef een Poolse recensent vol ontzag over dit boek. Dezelfde recensent schreef bij zijn bespreking van De Jacobsboeken: ‘Tweehonderd jaar eenzaamheid’. Niet voor niets wordt Tokarczuks proza het Poolse magisch realisme genoemd.

Dromenverzamelaar

‘Ik droom dus ik besta’, zou als motto kunnen dienen bij veel van het werk van Olga Tokarczuk. En al helemaal bij haar roman Dom dzienny, dom nocny (1999, Huis voor de dag, huis voor de nacht). Net als in eerder werk is in haar inmiddels vierde roman een belangrijke rol weggelegd voor de droom. Zo verzamelt de vertelster dromen en plaatst met dat doel een advertentie in de krant. Maar wanneer mensen in ruil voor hun dromen geld willen zien, neemt ze teleurgesteld, niet zonder succes overigens, haar toevlucht tot het internet. 

Voor het eerst in het werk van Tokarczuk treedt een ik-persoon naar voren. Die doet dat op uiterst terughoudende wijze en ‘luistert’ vooral, met name naar haar oude buurvrouw Marta, een pruikenmaakster en een sleutelfiguur in de roman. Zij zegt weliswaar niet veel, maar uit haar schaarse commentaar op het leven spreekt een wijsheid die haar veel jongere gesprekspartner (en de lezer) prikkelt tot nadenken over zaken als vergankelijkheid en de dood. Toch is Huis voor de dag, huis voor de nacht geen beklemmend boek, integendeel, het biedt veeleer troostrijke loutering. ‘De dood is een van de vele mogelijkheden van het leven’, zegt Marta op een gegeven moment, ‘maar als sterven door en door slecht zou zijn, zouden de mensen niet langer doodgaan.’

Tokarczuk stelt meer vragen naar de essentie van het bestaan dan dat ze in deze roman, ‘de apologie van het zwijgen’, kant en klare antwoorden geeft, laat staan morele adviezen. Naast een contemplatief boek zonder een regelrechte intrige is Huis voor de dag, huis voor de nacht vooral een roman vol wonderlijke en fraaie uitweidingen. Onder deze op zichzelf staande geschiedenissen, die soms op uiterst subtiele wijze naar elkaar verwijzen, bevinden zich enkele juweeltjes, zoals het ontroerende verhaal over Krystyna – die stemmen in haar oor hoort – en haar al dan niet ingebeelde geliefde Amos, en de geschiedenis van Kümmernis, ‘De baardheilige’.

Gevraagd naar het schijnbare gemak en de luchtigheid waarmee Olga Tokarczuk in haar boeken over gewichtige zaken schrijft, antwoordde zij: ‘Van mooie Italiaanse kwaliteitsschoenen verwachten wij toch ook dat ze lekker lopen.’

Schampere reacties

Bij drie van de vorige vier keren dat een Poolse schrijver de Nobelprijs voor Literatuur kreeg, werd er in bepaalde kringen nogal schamper gedaan over de keuze van de jury. Zo zou Władysław Reymont in 1924 zijn roem uitsluitend te danken hebben aan de kwaliteit van de Duitse vertaling van zijn boerenepos Chłopi (De boeren), zou de keuze in 1980 voor de dissidente dichter Czesław Miłosz een politieke zijn geweest om de Polen in hun strijd tegen het communisme (het was de tijd van de opkomst van vakbond Solidariteit) een hart onder de riem te steken, en had in 1996 niet Wisława Szymborska met haar oeuvre van amper 250 gedichten uitverkoren moeten worden, maar Zbigniew Herbert. De mogelijkheid bestaat dat nu bij de uitverkiezing van Olga Tokarczuk in die kringen opnieuw wordt gemord, gezien haar rol in het publieke debat in Polen (met de cruciale parlementsverkiezingen van aanstaande zondag in het vooruitzicht). 

Overigens heeft Olga Tokarczuk zich altijd verbaasd over schrijvers die morele autoriteiten willen zijn. ‘Een schrijver’, zegt ze, ‘is iemand die een bepaald ambacht uitoefent en verhalen vertelt. Hoe zijn morele conditie eruitziet, is niet van belang. Te denken dat een schrijver uit naam van iets moet spreken is een restant uit de Romantiek. Schrijven is een beroep of een hobby, geen missie. Er zijn in het verleden al te vaak gemeenschappelijke idealen door schrijvers beleden en dat heeft alleen maar tot ontreddering geleid.’ Evenmin wenst zij gehoor te geven aan de roep van sommige lezers om een roman die in één keer zou afrekenen met de voorbije periode van stalinisme en communisme, en het nieuwe Polen in kaart zou brengen.

ONGEWONE DUBBELE UITREIKING WEGENS #METOO-CONSTERNATIE VORIG JAAR

De Oostenrijkse schrijver Peter Handke (76) heeft de Nobelprijs voor Literatuur 2019 gekregen. De prijs voor 2018 gaat naar de Poolse auteur Olga Tokarczuk (57). Dat er dit jaar twee prijzen worden uitgereikt, is een gevolg van het MeToo-schandaal dat in 2017 losbarstte rond de echtgenoot (Jean-Claude Arnault) van een lid van de Zweedse Academie (Katarina Frostenson). De Academie is verantwoordelijk voor de Nobelprijzen. Toen bekend werd dat Arnault tussen 1996 en 2017 zeker achttien vrouwen heeft misbruikt, besloten diverse leden uit de Academie te stappen. Ook werden de namen van winnaars vroegtijdig gelekt. Arnault werd gearresteerd (hij zit nog steeds vast vanwege twee verkrachtingen), maar Frostenson wilde de Zweedse Academie niet uit. Feitelijk kon dat ook niet, want lid was je voor het leven. Alleen door te overlijden kon je eruit. In de algehele verwarring werd besloten de Nobelprijs in 2018 niet uit te reiken. Intussen zijn de reglementen veranderd. Je kunt nu wel voortijdig uit de Academie gezet worden en er zijn buiten de achttien leden ook nog vijf leden aangezocht die deel uitmaken van het Comité maar weer niet van de Academie. Op die manier wil men smiespelen in de wandelgangen voorkomen.

Van Olga Tokarczuk verschenen tot nu toe in Nederlandse vertaling:

Oer en andere tijden (1998, De Geus, vert. Karol Lesman)

Huis voor de dag, huis voor de nacht (2000, De Geus, vert. Karol Lesman)

De laatste verhalen (2008, De Geus, vert. Karol Lesman)

De rustelozen (2011, De Geus, vert. Greet Pauwelijn)

De Jacobsboeken (2019, De Geus, vert. Karol Lesman)

In voorbereiding: Jaag je ploeg over de botten der doden (verschijnt in 2020, De Geus, vert. Charlotte Pothuizen en Dirk Zijlstra)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden