ColumnArthur van Amerongen

Niks heb ik geleerd in mijn leven

Tijdens de borrel komen herinneringen op aan Archibald Tjia, alias Baldy, ‘het Chineesje’.

Regisseur Martin Koolhoven bivakkeert in Olhão om te werken aan het scenario van zijn nieuwe speelfilm. Ik had hem zon en warmte beloofd, maar het is al dagen pokkenweer: Atlantische hoosbuien, rukwinden en bitter koud.

Zijn hotelletje in de kasba heeft geen verwarming en Kool worstelt onder de dekens met zijn plot. Het lijkt wel een scene uit Boheemielämää, de zwarte komedie van Aki Kaurismäki die gebaseerd is op de roman Scènes de la vie de bohème van Henry Murger.

‘Een kunstenaar moet lijden, Kool’, moedig ik hem aan. ‘Che gelida manina, Rodolfo, se la lasci riscaldar!

Martin is 35 kilo afgevallen sinds onze laatste ontmoeting. Hij ziet er geweldig uit maar moet niet nog slanker worden. John Goodman, Jan Kees de Jager en Hanneke Groenteman vind ik een stuk minder knuffelbaar na hun dramatische gewichtsvermindering.

The Emerald Butterfly wordt een film noir die zich afspeelt in Indonesië aan de vooravond van de onafhankelijkheidsoorlog. Kool belooft femmes fatales, duivelse verraders, corrupte politie en imperfecte helden.

In een steenkoude visserskroeg drinken we neutjes en causeren we over Raymond Westerling en Jan Montyn, die in ons Indië huishielden. Allebei vinden we Montyn van de onlangs overleden Dirk Ayelt Kooiman een indrukwekkend boek. Kool heeft Montyn ontmoet, ik ken de broer van diens Chinees-Indische weduwe Hi-en Tjia.

Archibald Tjia alias Baldy kwam ik ooit tegen in café Kerk aan de Amsterdamse Vijzelstraat, dat vooral door valse, drankzuchtige paradijsvogels uit het variété werd gefrequenteerd. Ik had kennis aan Sjoukje, de struise Friese barkeepster die volgens de cliëntèle onversierbaar zou zijn. En daar was ineens Baldy Tjia, die door iedereen ‘het Chineesje’ werd genoemd.

Baldy had een hoog stemmetje en giechelde, en was zo charmant en erudiet dat ik met hem een hilarische reis naar Luxor in Egypte maakte.

Ik google Baldy, die volgens mijn berekening achter in de zeventig moet zijn. Op de site van Leids universitair weekblad Mare lees ik dat mijn oude vriend in maart dit jaar plotseling overleed. Het in memoriam roemt zijn vertaling van de Chinese roman Ondergronds in Parijs van Yao Zhongbin en sluit af met Baldy’s geliefde citaat van Confucius – de Meester zei: ‘Leren, en op het juiste moment toepassen wat je geleerd hebt, is dat niet fijn?’

Ik zeg tegen Kool dat ik het kut vind dat ik Baldy nooit meer heb opgezocht. Ik mis mijn lieve Chineesje en bestel twee troostrijke dubbele borrels. Niks heb ik geleerd in mijn leven.

Beeld Gabriel Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden