Nieuw leven voor Surinaamse plantage

Ondernemer Chris van der Vossen bouwt de verlaten plantage Peperpot om tot vakantieoord...

Er is een feestje op plantage Peperpot. Het zal een tijd geleden zijn dat er een feestje was, in het oude directeurshuis dat uitziet over de Surinamerivier. Decennia lagen de landerijen er vervallen bij: een besmette herinnering, hooguit interessant voor toeristen die iets uit de slaventijd wilden zien. Maar nu is het directeurshuis terug: hoog op de poten, met vers hout en verse verf, en voorzien van een Piet Boon-interieur. Met op de veranda Chris van der Vossen, ondernemer te Purmerend en de rest van de wereld, die twee jaar geleden een deel van de plantage kocht en met ‘meneer Chris’ wordt aangesproken, als hij in de kampong achter het huis een emmer met cassavechips koopt. ‘Ik vind het leuk’, zegt hij, ‘om hier geld in te steken.’

Meneer Chris is van het duidelijke type. Hij houdt niet van blingbling. ‘Gewoon handen uit de mouwen en de beuk erin’, zegt hij. Of: ‘Suriname wordt een groot vakantieland. Alleen moeten ze die stomme visumplicht afschaffen.’

Zijn bedrijf heet Finish Profiles en doet in stalen muur- en dakplaten. Hij heeft fabrieken in Polen, Gambia, Rusland, Hongarije, Suriname en, binnenkort, Libië. Aan India levert hij huizen van staalprofiel die in een paar uur gebouwd worden, à 1.750 euro. Alle huizen in de kampong van Peperpot, het dorp waar de plantagearbeiders en hun nazaten wonen, heeft hij van stalen daken voorzien. ‘Ik wil de toonladder van dit land raken. Dat wil ik in elk land.’

Plantage Peperpot, sinds 1750, is een rechthoekig stuk bos in het district Commewijne. Veertig jaar in onbruik, maar tussen de 1.500 hectare met lianen en woekerstruiken staan nog steeds de koffie-, cacao- en bananenbomen – decennia van verval hebben de strakke Hollandse verkaveling niet kunnen wissen. Van der Vossen heeft de grond en bebouwing kunnen kopen met de belofte er een historisch park van te maken, met vakantiehuizen en een buitensportcentrum dat kajaks verhuurt, en met lokale restaurants. De oude koffiefabriek met z’n stilgevallen machines wordt gerestaureerd, zodat toeristen er een rondleiding kunnen krijgen, en kampongbewoners een baan. Als het lukt, krijgt Peperpot zo een tweede leven in een moderne combinatie van ecotoerisme, natuurbehoud, historisch erfgoed en sociale verheffing.

‘Peperpot zal zeker een historische attractie worden vanwege de ligging dicht bij Paramaribo’, zegt Cynthia McLeod, als ze het directeurshuis bezoekt. De schrijfster en historica (Hoe duur is de suiker) gaat de geschiedenis van Peperpot bestuderen. ‘Het gros van de plantages is ongunstig gelegen, slecht bereikbaar in de swamp’, zegt ze. ‘Alleen degenen met een goede ligging maken kans.’

Als het duister over het oerwoud valt en het feestje op gang komt, beklimt Michel Sjak Shie de trap. Dat doet hij dansend. Dertig jaar al doet hij pogingen Peperpot en Mariënburg uit de ellende te trekken, en nu gloort succes. Eerder had hij zijn plakboeken laten zien met verontrustende verhalen over de plantages, waarvan hij de laatste directeur was. Een ‘verlengstuk van de slavernij’, beschreef Ineke Jungschleger in Nieuwe Revu de toestand, in 1974, nadat ze Mariënburg had bezocht, waar geen goed drinkwater was. Waar mensen geketend bleven aan hun armoede. Eerst hadden de Hollanders er de slaven uitgebuit, vervolgens hadden ze de arbeiders er als wezen achtergelaten.

Mariënburg is een schande voor Nederland, zei Joop den Uyl toen hij er ging kijken, in 1974. ‘Jan Pronk, De Gaay Fortman, iedereen is komen kijken en van al hun beloftes is er niet een ingelost’, zegt Sjak Shie.

‘Tegen Den Uyl en tegen al die anderen heb ik toen al gezegd: geef ons geen geld. Help Suriname om Nederlandse investeerders hierheen te krijgen, waardoor er werkgelegenheid ontstaat. Dat is nooit gebeurd.’ De idee was dat Suriname het zelf moest kunnen. Nog steeds kan niet iedereen in Suriname leven met de gedachte dat opnieuw een Nederlander de directeurswoning bewoont. Het slavernijverleden is nooit ver weg. Meneer Chris wordt hier en daar nog voor bakra uitgemaakt – witte Hollander. Al is hij voor de kampongbewoners een aardige bakra; een die toekomst brengt in een toekomstloos dorp.

Chris van der Vossen trekt een blikje Parbo-bier open. ‘Ik mag wel wit zijn’, zegt hij, ‘maar heb een Surinaams hart. Ik doe niet aan politiek. Gewoon handen uit de mouwen, en de beuk erin.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden