Niet in elke man schuilt een huisman

Het combinatiemodel in het Nederlandse huishouden is allesbehalve mislukt, zo menen Vincent Duindam en Ed Spruijt. Mannen kunnen en willen meer zorgen, als de maatschappij meewerkt....

De denkfout van het combinatiemodel is dat het niet aansluit op wat vrouwen en mannen ten diepste willen, zo menen Christien Brinkgreve en Egbert te Velde (Voorpagina, 14 september). Vrouwen zouden geen carrière willen maken en mannen niet willen zorgen. In de woorden van Schopenhauer: mensen kunnen misschien wel doen wat ze willen, maar ze kunnen niet willen wat ze willen.

Klopt hun redenering? Nee. Het is een misplaatste generalisering. Er zijn grote verschillen tussen vrouwen onderling en mannen onderling. Ook verschillen in opleidingsniveau zijn belangrijk: het combinatiescenario leeft als ideaal sterk bij hoogopgeleide ouders. Toch wil de helft van de lager opgeleide moeders zonder baan graag werken.

Brinkgreve en Te Velde lijken te vergeten hoe veel er is veranderd in relatief korte tijd: de afgelopen 25 jaar is het percentage Nederlandse vrouwen met een betaalde baan meer dan verdubbeld. Al constateren we dat in andere westerse landen vrouwen meer werken.

Doordat Brinkgreve en Te Velde de bestaande diversiteit over het hoofd zien, denken zij ten onrechte dat het combinatiemodel geen poot heeft om op te staan. Maar er bestaan wel degelijk mogelijkheden. Veel meer dan nu kan de zorg voor kinderen en het huishouden worden gedeeld. Er is een potentieel aan zorgende vaders dat nog niet wordt aangesproken. Daarop moet het beleid meer worden gericht. Waarom?

Omdat kinderen behoefte hebben aan ‘meer gezin’, in het bijzonder aan meer vader. Toen kinderen zelf aanbevelingen voor de overheid mochten formuleren, kwamen zij met: korter werken door, en meer vakantiedagen voor ouders. Op de tweede plaats is het zaak vrouwen in het huishouden te ontlasten en meer ruimte te bieden voor betaalde arbeid. Op de derde plaats hebben mannen er zelf baat bij.

Uit veel onderzoek blijkt dat mannen meer voor hun kinderen willen zorgen. Mannen zijn de afgelopen 25 jaar wel iets meer gaan zorgen, maar niet in dezelfde mate als waarin vrouwen meer zijn gaan werken. Een bescheiden voorbeeldje: in 2001 meende 18,3 procent van de jongeren dat hun vader niets in huis deed. Vorig jaar was dat percentage afgenomen tot 11,9 procent.

De belangrijkste vraag is echter of mannen meer willen (en kunnen) zorgen. Brinkgreve en Te Velde hebben gelijk dat vrouwen en mannen hun prioriteiten anders leggen. Maar dat heeft niet alleen met voorkeuren te maken, ook met mogelijkheden. Nu werkt 5 tot 10 procent van de mannen in deeltijd om voor de kinderen te zorgen. Kijk je naar uiteenlopende studies, dan kan dit percentage mogelijkerwijs stijgen tot 20 tot 40 procent. Al moet dat wel te betalen zijn.

Natuurlijk kun je erop wijzen dat de helft van de vrouwen, en zelfs ruim de helft van de mannen tevreden is met de bestaande taakverdeling. Niettemin vindt 83 procent van de vrouwen (en bijna driekwart van de mannen) dat de mannelijke zorg voor kinderen en huishouden best mag worden gestimuleerd.

Geëmancipeerde stellen, bij wie meneer 30 uur betaald werkt en mevrouw 20 uur, lijken optimaal te floreren. Toch blijken uit ons onderzoek (culturele) ‘grenzen aan de groei’. Als mannen een stuk minder (betaald) werken dan hun partner, voelen ze zich zowel mentaal als fysiek iets minder goed. Huisman zijn, een totale rolomkering, is een risicofactor voor vaders. Het kan, maar je moet sterk in je schoenen staan. Bij de meeste mannen zijn werk en carrière een onmisbaar deel van hun identiteit. Ze worden erop aangesproken, ze spreken zichzelf erop aan, ze voelen zich verantwoordelijk voor de financiële situatie, et cetera.

Ons onderzoek leert dat verschillende factoren de toename van zorg door mannen beïnvloeden: het nest waaruit ze komen, hun mentaliteit, de opstelling van hun vrouw en, last but not least, de mogelijkheden en onmogelijkheden op het werk. Beleid van de overheid en de sociale partners (werkgevers en werknemersorganisaties) kunnen hierop van invloed zijn.

Om mannen te stimuleren is het nodig dat er onbelemmerde mogelijkheden zijn voor parttime werk en uitgebreidere en – vooral voor mannen – betaalde verlofregelingen. Ook moet de waarde die ouders hechten aan de zorg voor hun kinderen worden gehonoreerd door met name een soepele afstemming van zorg- en werktijden.

Het kabinet wil flexibele werktijden bevorderen, bijvoorbeeld door contracten waarmee de ouder alleen tijdens schooluren werkt. Dat heet in de volksmond een ‘moedercontract’ – geen term waarmee je als man bij de baas aanklopt. Een ‘oudercontract’ klinkt beter. Laat daarbij de overheid streefgetallen vaststellen en systematisch rapporteren over het aantal mannen dat werkt in deeltijd, in welke functie. Let wel: ook vrouwen moeten zaken meer uit handen geven.

Er is nog een reden om dit beleid te steunen. Onderzoek leert dat de kans op (echt)scheiding kleiner is als een vader veel in zijn gezin investeert. Zelfs als het tot een scheiding komt, zijn beide ouders – en de kinderen! – beter af als de taken werden gedeeld. Vaders houden meer contact met hun kinderen en de gezinnen zijn financieel beter af.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden