NIET HELEMAAL WATERDICHT

IK KEN mr. H.H. Siblesz niet, maar ik zou hem wel willen leren kennen. De lectuur van een deel van het proza dat hij - in functie - heeft gepubliceerd, prikkelt mijn nieuwsgierigheid: hoe denkt zo'n man?...

Mr. Siblesz is als directeur algemene zaken bij het ministerie van Buitenlandse Zaken een van de verantwoordelijken voor de zogeheten ambtsberichten. Dat zijn teksten waarin wordt nagegaan of in opspraak geraakte landen veilig genoeg zijn om er afgewezen asielzoekers naar terug te sturen (zie ook de bijdrage van Chris Keulemans in Forum van 22 februari).

Afgaande op die ambtsberichten blijkt dat meestal het geval. Zelfs als in een land (denk aan Liberia of Somalië) een (burger)oorlog woedt, met de bijbehorende chaos, is er meestal nog wel een deel van dat land, waarheen je toch verantwoord schijnt te kunnen uitzetten.

Voor Liberia is dat bijvoorbeeld de hoofdstad, Monrovia. Koerden uit het oosten van Turkije kunnen naar Istanbul. Over Somalië laat ik graag mr. Siblesz zelf even aan het woord (ambtsbericht van 10 november 1995). Hij rapporteert dat er 'de afgelopen jaren' sprake is geweest van 'standrechtelijke executies, folteringen, gijzelingen en verkrachtingen'. Hij concludeert: 'Onder de huidige relatief veilige en stabiele omstandigheden in grote delen van Somalië acht ik het verantwoord over te gaan tot verwijdering van afgewezen Somalische asielzoekers naar die delen van dat land. Verwijdering van afgewezen asielzoekers zal naar mijn mening geen bijzondere veiligheidsproblemen met zich mee brengen indien de uitzetting plaats vindt naar het gebied waar hun (sub-)clan dominant is of tenminste naar een gebied van waaruit zij hun (sub-)clangebied veilig kunnen bereiken.'

Te gek! Maar wat te doen, als de betrokken Somaliër gemengd gehuwd was? Zoiets komt voor, zelfs daar. Ook aan dit lastige geval heeft de heer Siblesz gedacht. Hij beveelt dan uitzetting aan naar het clangebied van de mannelijke partner. 'Bij een gemengd huwelijk verliest de vrouw haar oorspronkelijke clanaffiliatie niet', noteert hij ijverig, 'maar qua bescherming en opvang prevaleert de clanachtergrond van de man.' Met de dossier- en feitenkennis is niets mis.

Waarmee wel? Om hierover meer helderheid te verkrijgen is het wellicht dienstig iets gedetailleerder stil te staan bij een land waarover ook leken, met hun betreurenswaardig ongenuanceerde, eurocentrische denkbeelden over mensenrechten en rechtsstaat, kunnen meepraten. Laten we zeggen: Iran. Hier bekend als een islamitische theocratie, waar hoge functionarissen betrokken zijn bij internationale terreur; denk aan de fatwa tegen Salman Rushdie of aan het Mykonos-proces dat momenteel gaande is in Berlijn, waar de chef van de Iraanse geheime dienst er - bij verstek - van wordt beschuldigd opdracht te hebben gegeven tot moord.

Onlangs kwam weer een andere dichter in de publiciteit, Farad Sarkuhi; hij is opgepakt en gefolterd, met de bedoeling de bekentenis uit hem te persen dat hij voor Duitsland had gespioneerd; zo'n bekentenis was sommige gezagsdragers waarschijnlijk goed uitgekomen in verband met dat Mykonos-proces.

Wat zegt het ambtsbericht over Iran, gedateerd op 1 mei 1996 en opgesteld door - jawel - onze goede oude bekende, mr. H. H. Siblesz? Iran, zo merkt hij fijntjes op, is 'geen rechtsstaat naar Westerse maatstaven'. Maar dat betekent goddank ook weer niet dat de Nederlandse samenleving tot Sint Juttemis opgescheept moet blijven met elke Iraniër die hier toevlucht heeft gezocht. Nee, de even behoedzame als kloeke conclusie luidt: 'De algemene situatie in Iran is niet dusdanig dat het onverantwoord zou zijn om een Iraanse staatsburger wiens verzoek om toelating als vluchteling (. . .) is afgewezen, terug te zenden naar Iran.'

De situatie in Iran is de laatste jaren sterk verbeterd, meent mr. Siblesz. Zijn onderbouwing van die stelling lijkt mij niet helemáál waterdicht. 'Mishandeling en foltering komen voor in Iran.' Maar in de gevangenis zijn 'de hygiënische omstandigheden over het algemeen redelijk.' Er 'is een verbetering opgetreden ten aanzien van praktijken als het onwettig binnendringen in woningen, afluisteren van telefoons en het openen van post, hoewel een en ander nog steeds voorkomt.'

'Overspel is in Iran volgens de wet verboden. Hierop staat de doodstraf. De afgelopen drie jaren zijn geen gevallen bekend van steniging c.q. de doodstraf in verband met het plegen van overspel.' Datzelfde geldt voor 'veroordelingen tot geseling en/of gevangenisstraf wegens overtreding van de kledingvoorschriften'.

Meneer, ik wil u niet voor leugenaar uitmaken. Mogelijk heeft u gelijk dat er sprake is van een lichte liberalisering in het politieke en culturele klimaat. Kunt u garanderen dat het zo blijft? Willekeur en repressie kunnen ieder moment optreden. Zeker, er zijn Iraniërs die vrijwillig het risico lopen om terug te keren. Dat is meegenomen voor u, neem ik aan. Vindt u werkelijk dat u anderen daarom mag dwingen om terug te gaan? Mag ik u dan nog één vraag tot slot stellen (ook aan uw minister en de staatssecretaris van Justitie): heeft u enig idee wat het is om bang te zijn?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden