het eeuwige levenina hommes (1932 - 2021)

Niet alleen in de vrouwenemancipatie verrichtte Ina Hommes baanbrekend werk

In 1971 haalde ze de krantenkoppen met de toen nog boute stelling: ‘Vrouw heeft recht op arbeid’. Ina Hommes dacht daarbij aan haar moeder, die in de jaren dertig als journalist bij de Arbeiderspers gedwongen was te stoppen met ­werken nadat ze was getrouwd.

null Beeld

Niet alleen in de vrouwenemancipatie verrichtte Ina Hommes baanbrekend werk. In de jaren zeventig zou ze als hoogleraar empirische sociologie aan de Erasmus Universiteit een instituut oprichten dat onderzoek ging doen naar de verbetering van het milieu in Rotterdam. In 1977 stond ze op de nominatie om staats­secretaris voor Sociale Zaken te worden, toen de PvdA op het laatste moment ­buiten de boot viel bij de formatie.

Na haar emeritaat in 1993 brak ze abrupt met al haar wetenschappelijk werk. ‘Ze bekommerde zich om de kleinkinderen, speelde bridge en organiseerde wandeltochten’, zegt haar zoon Eimar Boesjes, een van haar drie kinderen. Twee jaar geleden kreeg ze fysieke problemen en moest ze verhuizen naar een verzorgingshuis in Zeist. Hier overleed ze 24 mei in de nasleep van covid-19. Ze werd 88 jaar. De uitvaart vond plaats in de Hillegondakerk in Rotterdam Hillegersberg. Ze was niet gelovig, maar 44 jaar had ze vanuit haar woning op de kerk uitgekeken.

Ina Hommes werd geboren in het Drentse Ruinerwold, waar haar vader voor de klas stond. Twee jaar na haar ­geboorte kwam er nog een broertje Enno. Allebei zouden ze later hoogleraar sociologie worden, zij in Rotterdam, hij in ­Enschede. Haar vader was in het vakbondswezen actief als bestuurder. In 1940 had hij een fulltime functie gekregen in Amsterdam, maar na de Duitse inval werd de bond verboden en werd hij werkloos.

‘Gelukkig had hij er nog geen jaar gewerkt, zodat hij zijn oude baan weer kon oppakken. Alleen zijn huis in Ruinerwold was hij kwijt, zodat het gezin in Meppel ging wonen’, vertelt haar dochter Merel. Op een gegeven moment moest haar ­vader onderduiken. En toen haar moeder zwanger werd van een derde kind moest Ina langs de boeren om voedsel te halen.

Na de oorlog kon zij een gymnasium­opleiding volgen en gaan studeren in Groningen. Ze zou de studie vervolgen in Amsterdam en Utrecht. Op de universiteit ontmoette ze haar man Jan Boesjes die ­later rechter zou worden bij het College van Beroep in Den Haag.

In 1956 kwam ze in dienst van de Wiardi Beckmanstichting – het wetenschappelijk bureau van de PvdA. Ze werkte enige jaren in Parijs voor de VN voordat ze in 1969 in dienst kwam als wetenschappelijk medewerker op de faculteit sociale wetenschappen van wat toen nog de Econo­mische Hogeschool in Rotterdam heette. Na haar promotie in Leiden zou ze in 1973 hoogleraar Empirische Sociologie worden – de tweede vrouwelijke hoog­leraar in de geschiedenis in Rotterdam.

Eimar Boesjes: ‘Maar ze maakte zich toen al grote zorgen over het milieu door de publicaties van de Club van Rome en ernstige vervuiling van de rivieren .’ Met twee Delftse studenten techniek richtte ze in 1984 het Erasmus Studiecentrum voor Milieukunde (ESM) op. Dat werd ­later een vakgroep.

Een van die studenten was Han Brezet die onderzoek ging doen in de Rijnmond-industrie. ‘Ze was iemand met lef die niet bang was buiten haar eigen comfortzone te treden’, zo zegt hij. Haar zoon Eimar: ‘Ze vond dat sociologie een essentieel onderdeel was van milieubeleid. Voor ieder ­besluit moet je tenslotte een maatschappelijk draagvlak hebben.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden