Niemand wint Tour op boterham met pindakaas

Onder het mom van daadkracht heeft met de uitsluiting van de Festina-ploeg de hypocrisie gewonnen in de Tour de France....

'IK BEN voor doping', schreef auteur en voormalig amateur-wielrenner Tim Krabbé ooit. Ik heb lang getwijfeld. Vóór doping zijn, kon dat wel?

Ik was wielerverslaggever en van wielerverslaggevers werd verwacht dat zij in een dopingzaak het voorval beschreven alsof er een crimineel was gearresteerd, het gedrag van de slikker als zijnde verwerpelijk en 'een slecht voorbeeld voor de jeugd' ten strengste afkeurden en voorts pleitten voor een 'schone' sport.

Doping, hielden de bazen en moralisten van de sport ons voor, moest te vuur en te zwaard worden bestreden en op een mooie dag zou de sport helemaal schoon zijn en eerlijk tot en met. Eindelijk zou iemand de Tour de France winnen op een boterham met pindakaas.

Dat klonk alsof het paradijs toch bestond, net om de hoek. Maar toch bleef de twijfel. En nu weet ik het zeker. Ik ben ook voor doping. Het verwijderen uit de Tour de France van de Festinaploeg heeft me overtuigd. Want onder het mom van daadkracht en strenge rechtvaardigheid, boekte afgelopen vrijdag de hypocrisie haar grootste overwinning.

Het was spijtig dat Richard Virenque, de Fransman die er in de Tour van vorig jaar nog zo'n prachtig gevecht van maakte, zaterdag zei dat hij de uitsluiting onrechtvaardig vond, 'omdat wij niet positief zijn bevonden'. Een gemiste kans voor open doel.

Ik had graag gezien dat Virenque de volgende mededeling had gedaan: 'Ik heb de afgelopen jaren, onder strikte medische begeleiding, doping gebruikt. Ik heb dat gedaan omdat ik ook wel eens een keer de Tour de France wilde winnen. Daarvoor heb ik deskundige medische hulp ingeroepen. Ik hoef u, als wielerinsiders, niet te vertellen dat het onmogelijk is de Tour de France te winnen zónder medische hulpmiddelen. En als u dat niet gelooft, vraag het dan maar aan Bjarne Riis, Miguel Indurain of Greg LeMond.' Maar helaas. Virenque is groot geworden in het hypocriete wielermilieu, en verschuilde zich achter de controles. Dat is hem niet kwalijk te nemen, want dat doet iedereen in het wielrennen - en daar niet alleen. Wie niet wordt gepakt heeft niet gepakt, is de heersende logica in de topsport.

Maar Virenque had met een andere opstelling eindelijk de discussie over doping in de wielersport kunnen openbreken. Dat gebeurt nu niet. De actie 'doe de deksel op de beerput' is inmiddels van start gegaan. De Festina-ploeg bestaat uit valsspelers die moeten worden gestraft, de rest van het peloton is brandschoon, zo lang het tegendeel niet wordt bewezen. En voorts zal de bestrijding van doping met hernieuwde kracht en inzet van alle middelen ter hand worden genomen.

Dat dat gevecht bij voorbaat is verloren, doet er kennelijk weinig toe. Inderdaad zal er straks wel een dopinglaboratorium triomfantelijk melden dat het EPO en groeihormoon kan opsporen. Maar iets minder publiekelijk zullen andere wetenschappers alweer de vondst van nieuwe middelen aankondigen, die níet kunnen worden getraceerd, zodat het verhaal van gebruikers en jagers tot St Juttemis kan doorgaan.

Waarom zou een wielrenner - of een andere topatleet - geen doping mogen gebruiken? Het meest gebruikte argument is dat dopegebruik tot competitievervalsing leidt. Dat argument is onzinnig. Competitie is per definitie oneerlijk, ook zonder doping. Het is oneerlijk dat Jan Ullrich meer talent heeft dan Michael Boogerd. Het is oneerlijk dat de Banestoploeg meer geld heeft dan TVM.

Maar wezenlijker is een andere vraag. Waarom gelden in de sport maatstaven die in geen enkel ander segment van de samenleving worden gehanteerd? Wordt een prachtig schilderij tot een waardeloos prul verklaard als een wetenschapper ontdekt dat de kunstenaar stimulerende middelen heeft gebruikt? Nee, en gelukkig maar. De kunsthandel zou ogenblikkelijk failliet gaan.

Wordt de journalist die zich met behulp van nicotine, caffeïne en alcohol een weg baant naar de hoogste regionen van zijn stiel geschorst als hij op het gebruik van die middelen wordt betrapt? Nee, want uw krant zou in dat geval veel witte pagina's tellen.

In de samenleving buiten de sport staat geen sanctie op gebruik van stimulantia. Wie wint is de beste, zelden hoor je iemand over competitievervalsing en de nieuwe directeur hoeft niet naar de dopingcontrole.

Wel hoor je over de prijs die mensen betalen voor het bereiken van de top, van overspannenheid tot hartaanval. Maar ook daarbij geldt dat het iedereen vrij staat zelf de risico's af te wegen die het najagen van ambities, en de hulpmiddelen die daarbij worden ingezet, met zich meebrengen.

Zo niet in de sport. De sport is uitgeroepen tot een soort hemelse enclave, waar het er 'eerlijk' aan toe moet gaan. En de definitie van 'eerlijk' is verengd tot: zonder stimulerende middelen die op de dopinglijst staan.

De sporter moet worden beschermd, zeggen de autoriteiten en de sport moet 'schoon' blijven, want anders keert het publiek zich ervan af. Dat zijn twee fouten. De gemiddelde topsporter is uitstekend in staat de risico's van dopegebruik af te wegen, zeker als hij de kans krijgt deskundig advies in te winnen. En dopegebruik kan het publiek niets schelen. Integendeel: Gert-Jan Theunisse werd een held nadat hij werd betrapt en hetzelfde zal gebeuren met Richard Virenque.

Ik was tijdens de Tour van vorig jaar een en al bewondering voor de strijdlustige Fransman, die met zijn aanvallen de Tour tot de leukste van de afgelopen jaren maakte. Dat Virenque's kracht niet uitsluitend voortkwam uit natuurlijke bronnen vermoedde ik ook toen al, maar dat kon me weinig schelen. Voor mij is Ben Johnson ook nog steeds de wereldrecordhouder op de 100 meter.

Nog een veel gehoord argument: als doping wordt vrijgegeven kijken binnen de kortste keren alle wielrenners scheel van de stimulantia, inclusief zondagochtendfietsers en jongeren in de leeftijdsgroep van zes tot negen. Onzin: het is juist de mythe rond dope, die kon ontstaan in de sfeer van repressie, die hebben geleid tot verhalen over slikkende sportpubers en veteranen.

Het laatste - en feitelijk belangrijkste - argument tegen een liberaler dopingbeleid luidt dat sponsors weglopen als dope wordt toegestaan. Ook dat argument deugt niet. Het zal sponsors worst wezen als de door hem betaalde sporter dope gebruikt, zo lang de naam van de firma maar duidelijk in beeld komt.

Waar de sponsor níet mee geassocieerd wil worden, is de smerige beeldvorming rond doping, die juist is ontstaan door de jacht. Een fatsoenlijk bedrijf wil haar naam niet verbonden zien met het gerommel en gerotzooi, het gelieg, gedraai en de hypocrisie. Met het beeld van doping als iets verderfelijks en slechts.

Dát beeld moet worden aangepast. Doping is een hulpmiddel, over de eventuele risico's waarvan de sporter moet worden voorgelicht. En als hij besluit de risico's op de koop toe te nemen, dan moet hij worden begeleid in het gebruik. Dat er in het verleden doden vielen in de wielersport, kwam niet door doping, maar door ondeskundig gebruik van stimulerende middelen, door gerommel in achterkamertjes door louche verzorgers of gevaarlijk geëxperimenteer door sporters zelf.

Juist de hetze rond doping en het naar de illegaliteit drukken daarvan veroorzaken slachtoffers. Openheid en deskundige begeleiding zouden die voorkomen. Net als de strijd tegen drugs, is ook die tegen doping een absoluut hopeloze, die meer kwaad doet dan goed. Daarom wordt het tijd voor een radicale koerswijziging. Doping moet worden gelegaliseerd.

Bert Wagendorp is redacteur van de Volkskrant, was negen jaar wielerverslaggever en schreef de roman De Proloog, over een wielrenner die geen doping gebruikt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden