Column thomas van luyn

Niemand ontkomt aan de Franse ijkmaat. Ook Thomas van Luyn niet

Parijs is het centrum van de wereld. Dat weet iedereen, vooral de Fransen. Alle wegen, alle spoorlijnen leiden erheen. Wie zo’n marginaal rotleventje leidt dat hij niet in ­Parijs hoeft te zijn, moet voor straf uren vast staan op de weg om de stad heen, of zich een weg zien te banen van het ene naar het andere station. Dwars door de stad, dan krijg je er nog wat van mee. Ongetwijfeld zal er heus wel eens een ingenieur zijn geweest die voorstelde een tunnel onder Parijs aan te leggen waarmee je de hele stad kon overslaan, maar zo iemand werd dan voor zijn huis door twee mannen van de Sécurité bij de armen gepakt, in een ­geblindeerde Citroën C6 gestopt en nooit meer teruggezien.

Wij Nederlanders weten er alles van, omdat Parijs nou eenmaal ligt tussen waar we wonen en waar we ’s zomers moeten zijn. Maar vergeet niet: Parijs wás heel lang daadwerkelijk het objectieve middelpunt van de wereld. Nou ja, de middellijn dan toch. De nullijn, aan de hand waarvan alle lengtegraden van de wereld werden geijkt, werd in 1667 over de vloer van de Parijse sterrenwacht getrokken. De rest van de wereld werd daaraan afgemeten. Zoveel graden ten oosten van Parijs, zoveel graden ten westen. Het is dat de evenaar werd afgemeten aan de zon, anders hadden de Fransen die ook door Parijs laten lopen.

Eenmaal in het bezit van de nullijn, kon Parijs de rest van de wereld langs zijn meetlat leggen. Letterlijk. Wie langs de Parijsmeridiaan een tienmiljoenste deel van de afstand noordpool-evenaar afmeet, komt uit op precies één meter. Die enige echte officiële meter dus. Hij ligt, gegoten in platina, in een buitenwijk van Parijs. Wie zijn meetlat wilde controleren, kon erheen om hem naast een échte meter te leggen, die natuurlijk van veel betere kwaliteit is dan, zeg, een Italiaanse meter.

En daar stopten de Fransen niet. Ze maakten een bakje van een tiende van die Meter aan elke zijde, vulden dat met water, en voilà: de kilo was uitgevonden. Die ligt dus ook in ­Parijs, althans een klont platina van hetzelfde gewicht, want water bleek namelijk te ver­dampen.

Sindsdien is alles wat ooit gemeten is feitelijk Frans. Onze wegen zijn Frans, onze melk is Frans, onze kaas is Frans – gemeten in respectievelijk Franse meters, liters en kilo’s. De hele wereld heeft een Franse omtrek van 40 miljoen Franse meters, en een Frans gewicht van 6 triljard Franse tonnen. Niemand ontkomt eraan. Ik ben zelf 185 Franse centimeters lang, en weeg 75 Franse kilo’s. Een succesvoller staaltje cultureel imperialisme is er nooit geweest. Dat verklaart ook waarom Angelsaksische landen zo hardnekkig vasthouden aan lengtes in feet en gewichten in stone. Onhandig, maar verzet is niet altijd rationeel. Ik noem een Brexit en een Trump.

Helaas heeft een internationale samenzwering een einde gemaakt aan deze Franse glorie. De middellijn was al verlegd naar Londen, en sindsdien meten we de wereld vanaf Greenwich. Maar nu hebben ze Frankrijk ook al de meter en de kilo afgepakt. Die worden nu uitgedrukt in abstracte natuurwetten. Een meter is zus en zo veel lichtgolflengtes, een kilo iets ingewikkelds met de constante van Planck ­– oplichterij natuurlijk. Ingewikkelde hocus-pocus, verzonnen door neoliberale wetenschappers die betaald worden door de CIA. De Fransen moeten er niets van hebben. Wie een echte meter wil zien, of een echte kilo wil tillen, moet nog steeds naar Parijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden