Netjes

Met pick-up en duikgids heb je op Bonaire alle vrijheid om te duiken waar je wilt. Als je je maar aan de regels van het natuurpark houdt....

In de achterbak van de huurjeep van Bill en Mary liggen zes duikflessen, twee kisten duikspullen, een koelbox en een zwartgeblakerde barbecue. ‘Genoeg om de hele dag buiten te blijven’, zegt de toerist uit Fort Lauderdale. ‘We doen ons duikpak vanavond pas weer uit’, aldus zijn vrouw. Het stel tuurt vanaf de parkeerplaats naar beneden in het azuurblauwe water van Bonaire. ‘Hoe diep is het hier?’

Overbodige vraag, in Bonaire is het nergens diep. Bonaire is een warm aquarium waarin je door een uitgestrekte koraaltuin kunt zweven tot je luchtvoorraad op is. Bonaire is ook één groot maritiem natuurpark – toegangsprijs 25 dollar – met als hoofdregel: nergens aankomen.

En dat trekt mensen als Bill, een vijftiger die voor de zevende keer het eiland bezoekt. ‘Ik heb over de hele wereld gedoken, maar de Nederlanders hebben hier echt een paradijs gemaakt.’ Nergens is volgens hem zoveel respect voor de natuur en kun je zo tot rust komen. ‘Geen disco’s, geen casino’s en geen Yahoo-Americans.’ Op Bonaire, stelt Bill, komen de leukere mensen.

Jaarlijks bezoeken zo’n 50 duizend toeristen het Antilliaanse eiland, waar ruim 12 duizend mensen wonen. De bezoekers zijn vooral Nederlanders en Amerikanen met een duikbrevet of snorkelspullen in de koffer; een kleiner aantal gaat windsurfen op een winderige baai aan de oostkant, kitesurfen op de zuidpunt of vogels kijken in de mondi, het stekelige binnenland. Bonaire is, kortom, een bestemming voor natuurliefhebbers en sportievelingen.

Wat het eiland echt bijzonder maakt, is dat overheid, natuurbeschermers en de toeristische industrie er samenwerken. De zee rondom het eiland, van vloedlijn tot zestig meter diepte, is al sinds 1979 beschermd; ankeren, speervissen, lozen en zelfs aanraken is verboden.

Wie het Washington Slagbaaipark in wil of wie ook maar één teen in de zee wil steken, moet 10 dollar betalen aan beheerder STINAPA (Stichting Nationale Parken Bonaire). Duikers betalen 25 dollar. Daarvan worden medewerkers betaald die toeristen en bewoners voorlichten, en parkwachters die boetes mogen uitdelen. Dit zogeheten Bonaire-model is volgens het Wereld Natuur Fonds een voorbeeld voor de rest van de wereld.

De toerist merkt dat meteen. Wie duikspullen huurt in de hoofdstad Kralendijk krijgt meteen een verplichte introductieduik. Om te controleren of je wel netjes onder water kunt zweven en om de regels erin te hameren. ‘Ik mag vooral niet op het rif landen’, herhaalt een leerling op duikschool Yellow Submarine. ‘En niks aanraken’, vult een medeleerling aan.

Ook zij mogen spoedig rondrijden in een gehuurde pick-up truck: op en neer over de Kaya Gobernador Debrot aan de kalme westkust, de scenic road die Bonairianen zelf niet gebruiken. Om de zoveel kilometer doemt een parkeerplaatsje op, met afvalbak en een geel geverfde steen met daarop namen als Ol’Blue, Oil Slick Leap of Thousand Steps. Ze zullen bladeren in hun duikgids – te koop in iedere diveshop – en besluiten of ze zin hebben in geweivormige koralen of liever kans maken om een flinke zeebaars te zien.

Die vrijheid is de belangrijkste attractie van Bonaire. In Egypte of in Australië zijn duikers overgeleverd aan boottochten met grote groepen. In Bonaire kun je zelf kiezen uit ruim tachtig plekken. Pasgetrouwde stellen picknicken onderweg onder een palmboom, ouderen schuifelen in eigen tempo richting de waterkant.

Wel oppassen voor je spullen, waarschuwt een duikinstructeur. ‘Ze slaan al een autoraam in voor een fles water.’ Ook een extra luchtfles in de achterbak kan volgens hem gemakkelijke verdwijnen. ‘Wij zijn er vorig jaar weer tien kwijtgeraakt.’ Zijn advies is niks mee te nemen en alle ramen open te laten.

Op het water patrouilleert parkwachter Dean Domacasse. ‘Bonaire is een paradijs voor luie toeristen’, zegt hij. ‘Nergens ligt het rif zó dicht bij de kant, met zo weinig golven en stroming.’ Althans, aan de westkust. Aan de andere kant van het eiland hebben golven en wind vrij spel en waagt slechts een enkeling zich op het water. ‘Zelfs mijn boot kan daar niet komen.’

De parkwachter zet koers naar Klein Bonaire, het eilandje op snorkelafstand van de luwe westkust. Een projectontwikkelaar werd onlangs met 3 miljoen euro belastinggeld uitgekocht. Zo kan Klein Bonaire het domein blijven van cactussen, visarenden, zeeschildpadden en dagjesmensen op No Name-beach.

Maar toeristen zijn niet de grootste zorg van chief-ranger Domacasse. Die worden volgens hem na aankomst prima voorgelicht. ‘Ik ga vooral kijken als ik Bonairianen op het water zie.’ Nog steeds pakken hij en zijn mannen twee keer per maand een speervisser op en wekelijks is er gedonder met stropers in Lac Bay. Daar leeft de smakelijke en bedreigde Cargo Slak tussen het zeegras.

Het dilemma van het Bonaire-model dringt zich op bij een gele boei voor Klein Bonaire. In het heldere water zwemmen duikers die tien uur in het vliegtuig hebben gezeten om een zeebaars of een baracuda te bewonderen, terwijl vijftig meter verderop twee vissers naar dezelfde beesten hengelen. Grote vissen zijn al jaren zeldzaam op Bonaire.

Ook een raar gezicht: een groepje vrijwilligers van de Sea Turtle Conservation Bonaire buigt zich bijna devoot over een schildpadnest onder een van de bosjes langs het strand, terwijl een paar struiken verderop twee blote billen zijn te zien en een koelbox.

De kunst is alle gebruikers tevreden te houden. De 72-jarige visser Celestino Wijman die dagelijks zijn bootje losgooit in de haven van hoofdstad Kralendijk en drie, vier vissen vangt. ‘Ik krijg 7 gulden per kilo. Als ik niet meer mag vissen, moeten de toeristen mij maar betalen.’

En wat te doen met het chique Harbour Village resort, dat wil uitbreiden met een golfbaan en een kunstmatige lagune met vakantievilla’s, maar geen vergunning krijgt? Bij windsurfclub Jibe City wordt stevig gemopperd sinds alle parkgebruikers moeten betalen: ‘Nergens ter wereld moet je betalen om in zee te mogen zwemmen.’

Drijvende kracht achter het Bonaire-model was meer dan veertig jaar geleden Don Stewart, alias Captain Don. Voor zijn duikschool was op 13 augustus 1963 een speerviswedstrijd georganiseerd; Captain Don walgde zo van de stapel dode vissen op het strand dat hij ter plekke besloot natuurbeschermer te worden. Hij vond steun bij KLM-pionier Carel Steensma die weer bevriend was met Prins Bernhard, die op zijn beurt het Wereld Natuur Fonds inschakelde.

De kapitein, inmiddels tachtig, is een opvallende verschijning aan de beachbar van het befaamde duikhotel Capt. Don’s Habitat. ‘Het verhaal klopt’, zegt de grondlegger met Hemingwaybaard en houten been – alleen een papegaai ontbreekt, maar die is ook beschermd in Bonaire. ‘Ze vergeten er alleen bij te vertellen dat de speerviswedstrijd was georganiseerd door het verkeersbureau van Bonaire.’

De ontstaansgeschiedenis is veelzeggend, vindt Martien van der Valk, die sinds elf jaar op Bonaire werkt. Eerst als manager van het Van der Valk Plaza, het grootste hotel op het eiland, en daarna als eigenaar van Buddy Dive. ‘Het park is door ondernemers bedacht, de biologen kwamen pas later.’ Zolang beide partijen redelijk blijven, stelt hij, kunnen commercie en natuurbeheer best samengaan.

De ondernemer maakt zich intussen wel zorgen over de hoge kosten. ‘Mogelijk moet ik binnenkort meer betalen voor het afvoeren van mijn rioolwater dan voor mijn drinkwater.’ Ook de parkfee van 25 dollar vindt hij fors. De belangrijkste concurrenten van Bonaire – Rode Zee, Belize, Cayman, Cozumel – zijn volgens hem stuk voor stuk goedkoper.

Daar komt bij dat het eiland onvoldoende attracties heeft voor toeristen die niet duiken, aldus Van der Valk. ‘Sportieve reisgenoten kunnen nog gaan mountainbiken of kayakken, maar mensen die willen winkelen, chic eten of een gezondheidskuur volgen, komen onvoldoende aan hun trekken.’

STINAPA-directeur Elsmarie Beukenboom is niet bang dat Bonaire zich uit de markt prijst. ‘Dit jaar is voor ons juist een doorbraak: voor het eerst betaalt iedereen voor het gebruik van het waterpark. Dus ook surfers en zwemmers.’ Die hebben daar geen moeite mee, vermoedt zij, als maar wordt uitgelegd wat er met het geld gebeurt.

Meer zorgen heeft zij over de onverschilligheid van de eilandbewoners. ‘Die reizen niet. Ze weten niet hoe bijzonder hun azuurblauwe zee is, en hun vissen, flamingo’s en leguanen.’ Veel Bonairianen gooien hun rommel gewoon in de mondi en geloven niet dat de Cargoschelp kan uitsterven. Ondanks 10 jaar STINAPA-voorlichting.

Daarom hebben de natuurbeheerders hun hoop gevestigd op de schooljeugd. Met assistentie van STINAPA wordt de doelgroep onderwezen in natuurbehoud. Dus verzamelt zich vandaag een groepje kleuters aan de rand van het stoffige dorpje Rincon. In hun blauwe schooluniformen luisteren ze naar de juf. ‘Kijk, daar ligt een accu in de bosjes. Hoort dat wel?’

‘We hopen niet alleen dat zij respect krijgen voor de natuur, maar ook dat zij hun ouders aanspreken op hun gedrag’, zegt de begeleidster van STINAPA. Die zijn volgens haar heel moeilijk te bereiken. ‘Ik leer de kinderen hoe ze dat netjes kunnen doen, zodat ze geen klap voor hun kop krijgen.’

Bonaire staat nu voor een keerpunt: de Europese Commissie steunt een plan het rioolwater tot de hoogste graad te zuiveren en het Wereld Natuur Fonds betaalt een reclamecampagne met de slogan Nos ta biba di Naturelesa!; we leven van de natuur. Die campagne is een ultieme poging de Bonairianen uit te leggen dat ze ook hun winkel- of kantoorbaan waarschijnlijk aan het toerisme te danken hebben.

Jammer dat de eilandbewoners zelden zelf duiken. Dan hadden ze een dagje mee gekund in de rubberboot van Larry. Die vliegt over de golven aan de woeste oostzijde, de geweikoralen groter lijken, de sponskoralen kleurrijker en zeeschildpadden onverstoorbaar langs zwemmen. En daar links, waar het water donkerblauw wordt, vliegen grote adelaarsroggen in slow motion voorbij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden