profiel Daniël Arends

Net zo innemend als hij genadeloos is: wie is cabaretier Daniël Arends echt?

Daniël Arends. Beeld Daniel Cohen

Het ene moment eet het publiek uit zijn hand, het volgende wordt het genadeloos afgestraft. Ook in zijn nieuwe voorstelling Meer van hetzelfde (deel 1) speelt cabaretier Daniël Arends met zijn imago. Is hij een cynische klootzak, een kwetsbare ziel, of geen van beide? 

Sinds Daniël Arends (39) niet doodging van de honger in de sloppenwijken van Jakarta, waar hij werd geboren, en in plaats daarvan opgroeide bij zijn adoptieouders in Bussum, ziet hij zijn leven als één groot extraatje. En nu hij bijna 40 is, zou hij eigenlijk net zo goed kunnen sterven. Met de jaren die er nog bij komen zal het er immers niet beter op worden, zegt hij in zijn nieuwe theatervoorstelling. Het wordt alleen maar meer. Meer van hetzelfde, zoals hij zijn zevende programma heeft genoemd. Volledig: Meer van hetzelfde (deel 1).

Dat belooft wat, en vanzelfsprekend niet datgene wat de ontregelende cabaretier met vernieuwingsdrang sarcastisch in het vooruitzicht stelt: ‘Daar ben ik weer lieve mensen. Met mijn cynische grappen, quasi-filosofische inhoud en gespeelde nonchalance. U krijgt vanavond alles exact zoals u dat van mij gewend bent. Behalve dan dat deze show echt niet meer te onderscheiden is van de vorige.’

Zo’n schouderophaalbewering over de tijd van gaan doet voor fans vertrouwd donker en nihilistisch aan. Hij maakt in Meer van hetzelfde (deel 1) cynische, ronduit botte grappen en neemt dan weer een absurde afslag. Hij is charmant én een naargeestige, politiek-incorrecte klootzak. Maar hij verbaast ook, door als een volleerd concertpianist ingewikkelde preludes van Chopin te spelen en zo het publiek dat komt om te lachen op de proef te stellen, in een voorstelling die de mogelijkheden verkent van de mens die zichzelf wil blijven ontwikkelen: hoe werkt ouder worden? Kun je na een bepaalde leeftijd nog wel veranderen, meebuigen, groeien, openstaan voor vooruitgang?

Meer van hetzelfde (deel 1) zou weleens het beste programma kunnen zijn dat Arends ooit gemaakt heeft’, schreef de recensent van Het Parool. Hij noemde het ‘een fenomenale deconstructie van ouderdom’. NRC Handelsblad en het AD beoordeelden de voorstelling met vijf sterren. Om de mening van critici zegt Daniël Arends op geen enkele manier verlegen te zitten. In ieder geval heeft hij niemands lofzang nodig om de zalen vol te krijgen; de voorstellingen die hij tot eind mei speelt zijn al maanden uitverkocht.

Wat maakt iemand die zo genadeloos cynisch en onaangenaam uit de hoek kan komen zo geliefd, en zo goed? Of, hoe een van zijn beste vrienden, psychiater Joeri Tijdink, zijn fascinatie voor Arends’ ambivalente karakter verwoordt: ‘Hoe kan het dat iemand én zo vilein kan zijn, én zo ongelooflijk liefdevol?’

Daniel Arends. Beeld Daniel Cohen

Na de Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie sloot Daniël Arends zich in 2003 aan bij stand-upgezelschap Comedytrain. Hij liet zich regisseren door Ruut Weissman, voormalig artistiek directeur van de Kleinkunstacademie, maar vond het vijf jaar geleden tijd voor iets anders. Naar eigen zeggen was hij het plezier in het spelen van voorstellingen kwijtgeraakt. ‘Als ik op moest, voelde ik dat het me geen reet meer kon schelen’, zei hij daarover zelf in het boekje Donker in het licht, dat zijn impresariaat Bunker Theaterzaken liet maken bij het jubileum van het Leids Cabaret Festival.

Hij vroeg psychiater Tijdink voor de regie van zijn vorige twee programma’s, De Afterparty en Carte Blanche, waarin het onder meer ging over de tegenstellingen tussen imago en identiteit, nep en echt. ‘In het dagelijks leven heeft hij een soort intuïtie voor de onvolkomenheden van mensen’, zegt Tijdink, ‘de zwakke plekken. Zijn shows gaan altijd over het menselijk tekort. Daarmee weet hij mensen op subliminaal niveau te raken, denk ik; eigenlijk wordt er met jou gesold, maar op een manier waar je keihard om kunt lachen.’

De ongemakkelijke nasmaak die hij je na een harde lach kan bezorgen, maakt dat een voorstelling van Daniël Arends je altijd bijblijft, vindt collega Micha Wertheim. ‘Hij heeft het zelf altijd over zijn ‘holle adoptiehart’, en hij is niet bang om die duistere, meedogenloze kant te laten zien. Hij zet zichzelf niet neer als een sympathiek persoon, wat hij buiten het theater ook niet per se is. Dat vind ik helemaal niet erg. Sympathieke mensen zijn niet spannend om naar te kijken.’ 

Daniël Arends trekt aan en stoot af, is het ene moment innemend en daarna een onwaarschijnlijke lul. ‘Daarover hebben we het veel gehad’, zegt Tijdink: ‘Hoe zorg je dat de mensen even uit je hand eten, en dat je ze vervolgens weer kunt wegmeppen? Een gecontroleerde balans tussen die twee zorgt ervoor dat je bij hem op het puntje van je stoel blijft zitten.’

Ook in de vriendschappelijke omgang speelt hij die twee tegen elkaar uit, zegt Tijdink, die veel met hem tennist. ‘Mijn tekortkomingen voelt hij feilloos aan. Terwijl we tennissen begint hij me te ontregelen door op een nare manier te sarren en gemene dingen te zeggen over mij als persoon, mij een slapjanus te noemen. Dus ja, hij is een klootzak, maar een liefdevolle klootzak. Toen ik mijn pols had gebroken met tennis heeft hij twee maanden lang iedere dag, letterlijk iedere dag, geappt: ‘Hoe is het met je pols?’ Dat vind ik supergrappig, maar het is óók heel liefdevol. Ik denk dat we allebei naar hetzelfde zoeken: contact zo oprecht mogelijk laten zijn, hij doet dat door nietsontziend te zijn.’

Als vriend heb je nu eenmaal het meest aan iemand die eerlijk tegen je is, vindt Tijdink. ‘Dat is niet altijd leuk en Daniël heeft ook niet altijd gelijk, maar die eerlijkheid is misschien wel het liefdevolste wat je kunt geven. Dat voel je aan, en dat is ook verslavend en nodigt uit om óók eerlijk te zijn. Ik word altijd wantrouwend als Daniël heel aardig tegen me gaat doen. Dat voelt dan niet oprecht, niet echt.’

In talkshows en andere tv-programma’s zul je hem niet vaak zien. In 2015 was hij één seizoen team captain in Dit was het nieuws – daarna stopte RTL4 met het programma. Een jaar eerder liet hij zich door zijn collega Theo Maassen interviewen in 24 uur met…, een gedenkwaardige aflevering. Het ging uitgebreid over zijn open relatie, betalen voor seks in Indonesië, waar hij een of twee maanden per jaar woont zonder zijn vrouw Eefke den Held en hun dochter, over zijn adoptie en opgroeien in een warm, welgesteld gezin.

Er waren tranen toen Maassen hem om 3 uur ’s nachts vroeg of hij zich als afgestaan kind wel goed genoeg voelde. ‘Zo langzamerhand wel’, antwoordde hij, en na een lange, met sigarettenrook gevulde stilte: ‘Ik hoop dat dat ooit resulteert in dat je op een dag grappen maakt, niet omdat je twijfelt of je wel goed genoeg bent, maar omdat je er van uitgaat: ik ben leuk, en ik heb iets te geven.’

Het kwam over als een superintiem moment, het was ontroerend. Zelf zou hij later in NRC Handelsblad zeggen dat hij zich helemaal niet zo kwetsbaar voelde, daarmee suggererend dat het gespeelde emotie was, theater. ‘Ik zal op zo’n moment nooit iets laten zien wat ik niet wil laten zien. Ik ben gemaakt om te verbergen wat ik niet wil laten zien, en te laten zien wat ik niet wil verbergen.’

Zou hij de situatie echt zo naar zijn hand hebben gezet? Hoe verwarrender het beeld dat van hem bestaat, hoe beter, want zo blijft hij voor iedereen ongrijpbaar. Uit een interview met het AD over Meer van hetzelfde (deel 1): ‘Wat ik met deze show tot uiting wil brengen is dat ik, nu ik alles voor elkaar heb, denk: maar wat wil ik met dit leven? Het heeft, gek genoeg, nooit holler aangevoeld dan nu.’ Zangeres Eefke den Held, met wie Arends al zeventien jaar samen is, moet erom lachen. ‘Nee, geen seconde denk ik dat zo’n uitspraak voortkomt uit hoe hij het daadwerkelijk ervaart. Als hij zoiets hier aan tafel zou zeggen, zou ik me zorgen gaan maken.’

Tegen die journalist van het AD zei hij ook dat hij ‘een ongedisciplineerde zak stront’ is. ‘Dat klopt natuurlijk helemaal niet’, zegt Joeri Tijdink. ‘Als jij een tijd lang zes uur per dag piano speelt, tot je armen en handen pijn doen, omdat je nu eenmaal die preludes van Chopin zo perfect mogelijk wilt spelen, dan ben je héél gedisciplineerd. Ik ken niemand die zo keihard werkt, en zo toegewijd en compromisloos is als Daniël.’

CV Daniël Arends

1979 geboren in Jakarta, Indonesië
2003 Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie
2003 sluit zich aan bij stand-up comedygezelschap Comedytrain
2006 wint jury- en publieksprijs van Cameretten
2006-2008 eerste voorstelling Joko 79
2008-2010 Geen excuses
2010-2012 Blessuretijd
2012-2014 De zachte heelmeester
2013 rol in film Bro’s before ho’s
2014-2016 Carte blanche
2015 teamcaptain Dit was het nieuws (RTL4)
2016-2018 De Afterparty
2019-2020 Meer van hetzelfde (deel 1)

Daniël Arends woont in Amsterdam met zijn vrouw Eefke den Held en hun dochter Nora (6).

De lichtheid waarmee hij speelt doet weleens anders vermoeden. Comedytrain-collega Kasper van der Laan noemt het gemak waarmee Arends over het podium beweegt verraderlijk. ‘Als hij in Toomler een nieuw kwartier komt spelen, sta ik er altijd van te kijken hoe goed het dan al is. Je zal hem nooit met papiertjes zien lopen voor een optreden, zoals andere comedians. Je denkt: hij schudt het allemaal zó uit zijn mouw, maar dat kán helemaal niet. Ik weiger dat in ieder geval te geloven. Hij houdt er ook wel van om de schijn op te houden, door te zeggen dat hij op de fiets naar Toomler pas heeft bedacht wat hij wil vertellen.’

Het is misschien ook wel een beetje zijn valkuil, denkt Micha Wertheim: wie zo goed is als Daniël Arends, en zo analytisch, kan verveeld raken door zijn eigen talent. ‘Mensen roemen altijd zijn virtuositeit, zijn volmaakte technische beheersing en controle over het publiek. Maar virtuositeit is óók een vloek, omdat je bij alles kunt denken: als ik dat en dat doe, vindt iedereen het wel mooi. Het is niet zo ingewikkeld om een voorstelling te maken die anderen goed vinden. Het gaat er altijd om: wat wil je zelf? Dat is volgens mij een beetje het thema van zijn oeuvre. Ik denk ook dat ondanks het streven naar perfectie de kracht en innovatie uit het struikelen voortkomt. Daniël zal vermoed ik zeggen dat dat geen excuus is om trots te zijn op je gebreken, ik ben daar wat milder in.’

Zijn publiek raakt in het ideale geval totaal gedesoriënteerd: meent hij nou wat hij zegt? En: maakt dat uit? ‘Als ik iets gewoon maar vind, dan gebruik ik het niet’, zei hij zelf in Donker in het licht. ‘Maar als ik denk: ik vind dit niet, maar het is wel heel leuk om te doen alsof ik dit wel vind, dan komt het zeker in de voorstelling.’

Volgens Geert Vriend van Bunker Theaterzaken onderstreept zijn focus op de ‘wat wil je zelf?’-vraag ook de autonome visie die Arends op zijn carrière heeft. ‘Zijn doel is zo veel mogelijk publiek te hebben en zo min mogelijk bekend te zijn. Je hoeft hem nooit meer te bellen om team captain te worden, of om aan een talkshowtafel te komen zitten. Hij wil zijn publiek opbouwen in de theaters. Mocht de consequentie van zijn besluit zijn dat de zalen minder vol komen te zitten, dan accepteert hij dat. Ik weet zeker dat hij dan met plezier teruggaat naar volle middelgrote zalen.’

Joeri Tijdink: ‘Daniël kan maar een paar dingen heel goed. Op tv komen kan hij niet goed, dat vindt hij van zichzelf. Hij stelt hoge eisen aan zichzelf en als hij vindt dat hij er niet goed genoeg in is, doet hij het niet.’

In comedyclub Toomler komt hij nog behoorlijk vaak. ‘Ik schrok altijd even als Daniël binnenkwam’, zegt Kasper van der Laan, die vier jaar geleden lid werd. ‘Dat effect heeft hij nog steeds op nieuwe leden: o nee, Daniël is er. Hij zet iedereen op scherp, alleen door er te zijn.’

Bloemen

Daniël Arends spaart zichzelf nooit, maar zijn publiek evenmin. Een voorbeeld uit De Zachte Heelmeester (2013), waarin hij vertelt dat hij een tijdje elke avond iemand anders in bed had. Tegen een man op de eerste rij: ‘Een beetje wat jij hebt heb ik ook: wij zijn zeg maar niet súperlelijk, máár… het is wel… dat als het lukt, dat iedereen denkt: maar hoe dan?’

De bloemen die hij na afloop krijgt van het theater waar hij die avond speelt, geeft hij tegenwoordig aan iemand die hij heeft beledigd, vertelt hij in de toegift van The Afterparty (2017) die onlangs op YouTube verscheen. In dat fragment trekt hij het hardst van leer tegen Amsterdamse makelaars. ‘Amsterdamse makelaars zijn heel bijzonder’, begint hij zijn tirade, ‘die zijn namelijk he-le-maal gemaakt van kankerlijer. He-le-maal.’

Hij heeft de naam hard te zijn in nabesprekingen, mensen tot hun enkels te kunnen afzagen, maar volgens Van der Laan komt dat vooral hard aan omdat het vaak de waarheid is. ‘Hij heeft bijvoorbeeld een keer tegen mij gezegd dat hij kon zien dat ik faalangst had. Dat doet hij niet om te pesten. Hij probeert je te laten nadenken over wat je doet op het podium. Hij vindt volgens mij gewoon dat je er niemand mee helpt als je feedback mooi gaat inkleden. En als hij je niks vindt, zal hij geen aandacht aan je besteden. Het is dus met de beste intenties.’

Bepaalde opmerkingen van Arends heeft hij letterlijk onthouden. Bijvoorbeeld: als je eenmaal contact hebt gemaakt met je publiek, kun je ze iets geven waar ze niet op zitten te wachten. Van der Laan: ‘Nu ik zelf mijn eerste theatervoorstelling aan het maken ben, denk ik daar weleens aan terug. Het sluit allemaal aan bij het idee dat je naar het theater gaat voor iets wat je niet van tevoren kunt bedenken.’

Ook Micha Wertheim kan zich sommige woorden van Arends goed herinneren. ‘Hij zei een keer dat hij het soms jammer vindt dat ik niet een wat breder publiek in de gelegenheid stel om wat ik maak grappig te vinden. Omgekeerd zou ik hem soms gunnen dat hij nog net iets meer mensen in verwarring achterlaat over hoe grappig hij is. Hij zou zijn talent misschien ook kunnen aanwenden voor theater waar veel minder mensen op afkomen.’

Arends is altijd bezig geweest met de lange duur, zegt Geert Vriend. ‘Voorstellingen maken is het enige wat hij wil doen. Hij is lang een veelspeler geweest, vier tot vijf keer in de week. En dan pakte hij zaterdagnacht ook nog de Late Night in Toomler mee. We hebben het nu teruggebracht naar drie keer in de week spelen, soms vier keer. Hij was kapot na de tournee van De Afterparty, echt he-le-maal afgetieft. Zó ontzettend moe, hij kon geen letter lezen. Na dit programma gaat hij er zeker een jaar uit, of misschien wel twee jaar.’

Hij zal het zelf wel verschrikkelijk vinden als mensen het over hem zeggen, denkt Vriend, maar ja, hij is rustiger geworden. ‘Hij is nu op het punt waarvan hij twintig jaar terug hoopte dat hij er zou komen.’ In zijn voorstelling schrijft hij het concept ‘milder worden’ zelf af als onzin: oude mensen hebben gewoon de energie niet meer om een klootzak te zijn.

Daniël Arends. Beeld Daniel Cohen

Toen hun dochter Nora geboren werd, was zijn eerste reactie volgens Eefke den Held: extra veel spelen. ‘Misschien is dat het soort boost dat een kind krijgen geeft: het voor elkaar willen hebben, een extra motivatie om geld in het laatje te brengen.’ Inmiddels is hij dus selectiever. ‘Tijd is kostbaar, en hij wil zijn tijd ook besteden met ons.’

Het was soms ook ‘onmenselijk’, zegt zij, hoe hij over zijn grenzen heenging aan het einde van zo’n tournee. ‘Zeker in combinatie met ook nog het nodige drankgebruik, het feesten eromheen.’ Begint te lachen: ‘Maar hij wordt een beetje ouder hè, dat gaat niet meer. Hij heeft heus nog wel uitspattingen, maar tegenwoordig komt hij bijna altijd na de voorstelling naar huis.’

Hij hangt zelf veel op aan zijn leeftijd, zegt Den Held. ‘En hij kan snoeihard zijn over anderen in relatie tot hun leeftijd. Volgens Daniël zijn mensen al snel te oud voor verandering.’ Het verlangen om die stukken van Chopin als een Chopin te beheersen, en daar zes uur per dag voor te oefenen, legt wat haar betreft misschien ook wel een pijnpunt bloot. ‘Ik heb er een handje van om te zeggen: waarom ga je niet alsnog een heel goeie concertpianist worden? Maar hij heeft honderd wonderkinderen bekeken op YouTube en zegt: ik kan die achterstand nooit meer inhalen. Ik vind dat onzin, maar hij vindt echt: jong geleerd, oud gedaan. Dat heeft hij al voor zichzelf besloten, waarmee hij zichzelf dus eigenlijk begrenst. Om dan toch op zo’n niveau te willen spelen voor publiek, dat maakt hem kwetsbaar.’  

Het beeld dat hij in zijn voorstelling van zichzelf als oud, grijs mannetje schetst ontroerde haar. ‘Ik wil natuurlijk heel graag oud met hem worden. En ook dat hij oud wordt op de manier die hij beschrijft: dat hij voor een crescendo zorgt voordat hij ‘dichtgaat’, zoals hij het noemt, en de wereld dan tevreden aan zich voorbij laat trekken.’

Met zijn vriend Tijdink had Arends het over de Engelse uitdrukking stop and smell the roses’, de tijd nemen om te genieten – een hele opgave voor hem. ‘Ik denk dat Daniël te ambitieus is om écht stil te staan bij het leven en om ervan te genieten. Hij vindt altijd wel iets waar hij heel goed in is of wil zijn. Leren die roses te smellen, dat is denk ik wel het thema waar Daniël op dit moment het meest mee bezig is: hoe ga ik genieten van het leven nu ik bijna alles heb bereikt wat ik wilde, nu ik alle vrijheid heb? Hoe de fuck doe ik dat?’

Meer van hetzelfde (deel 1), tournee t/m 31/5. Reprise vanaf september, voor data zie danielarends.nl

Geen première 

Anders dan de meeste cabaretiers nodigt Daniël Arends geen recensenten uit voor een première-avond. Recensenten kunnen natuurlijk wel gewoon een kaartje kopen. ‘Prachtig om te zien hoe Arends speelt met de verwachtingen van het publiek’, schreef Volkskrant-recensent Joris Henquet over Meer van hetzelfde (deel 1)‘De titel suggereert een herhaling van zetten, waarin Arends nog maar eens zal leveren wat hem zo populair maakte: bikkelharde grappen en superieure publieksimprovisaties, waarbij niet alleen rij één, maar ook rij zes en het eerste balkon onveilig zijn. Die twee facetten zijn zeker weer aanwezig in theatershow nummer zeven, maar de tegendraadse Arends brengt geen luidruchtige comedy vol hapklare brokken voor de YouTube-generatie.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.