Interview Sohaila Abdulali

‘Neem verkrachting eindelijk écht serieus’

Sohaila Abdulaili Beeld Colston Julian

Het is hoog tijd dat we seksueel geweld écht als misdaad gaan zien, zegt de Amerikaans-Indiase Sohaila Abdulali. En nee, we zijn er nog lang niet

In 1980 gaat Sohaila Abdulali met haar vader en oma terug naar India voor de zomer. Ze wonen sinds kort in de Verenigde Staten, waar ze na de zomer zal gaan studeren. Op een warme avond in juli gaat ze op stap met haar goede vriend Rashid. Ze hebben een kilometer of drie gelopen van haar huis in Chembur, een welvarende voorstad van Mumbai, als ze aan de voet van een berg gaan zitten om even uit te rusten. Vanuit het niets duiken vier mannen op die beginnen te schreeuwen en te slaan. Ze hebben een hakmes bij zich en dwingen de twee de berg op, waar ze een helse nacht tegemoetgaan die hun levens voorgoed zal veranderen.

De mannen trekken Rashids broek naar beneden en dreigen hem te castreren als Sohaila niet doet wat ze willen. Als ze schreeuwend worden gescheiden, weet ze dat Rashids leven afhangt van haar. Ze ziet ook in dat haar weerstand geen enkele zin heeft. Haar belagers zijn niet onder de indruk van haar slaan en schoppen, en evenmin van haar verbale protest als ze haar tegen de grond hebben gewerkt. Dus ze laat de mannen tekeergaan. Ze verkrachten haar om de beurt, achter elkaar, en nog een keer – ze heeft zo veel pijn dat ze de tel kwijtraakt. Het lijken jaren van marteling, zal ze later schrijven in een onthutsend artikel in Manushi, een Indiaas tijdschrift. Nog veel later, als ze een succesvolle schrijver in Amerika is met een gezin en gewoon geluk, zal dat artikel weer op haar pad komen en leiden tot een nieuw artikel in The New York Times. Maar daar op die berg is het artikel nog niet meer dan een gedachteoefening – denken aan hoe ze het straks allemaal zal opschrijven, is het enige wat haar die nacht in leven houdt.

Sohaila Abdulali beschrijft dit allemaal summier, bijna laconiek in haar boek, What We Talk About When We Talk About Rape, dat eind vorig jaar in Amerika verscheen en nu in het Nederlands is vertaald. Abdulali reist sindsdien de hele wereld over en is volgende week in Nederland voor een paar optredens. Haar missie: het debat over verkrachting veranderen. Er zijn wereldwijd zo veel vrouwen en kinderen slachtoffer van seksueel geweld dat de Verenigde Naties spreken van een epidemie. En toch belanden maar weinig verkrachters achter de tralies, niet in de laatste plaats omdat hun slachtoffers geen aangifte durven te doen uit angst niet geloofd te worden, of uit schaamte, of omdat ze überhaupt niet beseffen dat ze zijn verkracht. Het is tijd, zegt Abdulali, dat we verkrachting als misdaad gaan zien en als zodanig berechten. ‘Wij hebben een collectieve verantwoordelijkheid om een cultuur te creëren waarin de schuld niet bij slachtoffers wordt gelegd, maar bij de daders.’

Waarom wilde u dit boek nu schrijven, meer dan dertig jaar nadat u zelf slachtoffer werd van een groepsverkrachting?

‘Ik ben altijd gefascineerd geweest door het onderwerp. Ik heb er een scriptie over geschreven en jarenlang in een crisiscentrum gewerkt voor slachtoffers van verkrachting. Ik dacht dat ik er wel klaar mee was, tot ik eind 2012 een bericht kreeg via Facebook van iemand die mijn artikel uit Manushi doorstuurde. Heel India was in rep en roer door de verkrachting van Jyoti Singh (de Indiase student die in december 2012 in Delhi door zes mannen werd verkracht in een bus en twee weken later stierf aan haar verwondingen, ML) en mijn artikel werd opgediept uit de archieven. Ineens was ik overal op Facebook. Ik was in shock, ik wilde niet gezien worden als die vrouw die ooit verkracht was. Er waren een heleboel mensen in Amerika die er niet eens van wisten, inclusief mijn eigen dochter.’

Toch besloot u er een artikel in The New York Times aan te wijden.

‘Ja, ik wilde de controle terugkrijgen. Als ik dan toch in het debat werd getrokken, dan op mijn manier. Bovendien kon ik nu een beter artikel schrijven dan toen, dus dat deed ik. Prompt belde de ene uitgever na de andere. Of ik geen memoires wilde schrijven. Dat wilde ik niet. Het zou niet oprecht zijn om een autobiografie te schrijven als verkrachtingsslachtoffer, want het is niet het grootste in mijn leven. Maar toen was er een redacteur die zei: ‘Je bent al zo lang met dit onderwerp bezig, professioneel en persoonlijk, misschien kun je een boek schrijven over de manier waarop we wel en niet over verkrachting praten.’ Van dat idee raakte ik wél enthousiast.’

Hoe was het om het boek te schrijven?

‘Het onderwerp is moeilijk en zwaar en complex, en ik ben allesbehalve zwaar op de hand. Ik ben vrij luchthartig eigenlijk, een gelukkige vrouw – dat wilde ik er ook in stoppen. Maar ik wilde niet de suggestie wekken dat ik het onderwerp niet serieus nam. Dat was een uitdaging. En het verruimde mijn blik. Ik hoorde de verhalen van slachtoffers met wie het ondanks hun ervaringen met seksueel geweld prima ging. Ik besefte dat ik niet speciaal was. Er zijn heel veel mensen die een verkrachting overleefden en niettemin een gelukkig leven leiden.’

Gaf het u nieuwe inzichten?

‘Meer een herinnering aan het feit dat je het misschien wel redt na een verkrachting, maar dat het hard werken is. Hoe goed je ook herstelt, je kunt niet ‘ontverkracht’ worden. De schade is zo groot.’

De vier mannen kunnen niet besluiten of ze Sohaila en Rashid zullen vermoorden of laten gaan. Ze begint als een gek te praten, over liefde en compassie, ze begint over menselijkheid en het feit dat ze een mens was en zij ook, diep van binnen. Uiteindelijk laten ze hen gaan, maar niet zonder een preek over wat een immorele hoer ze wel niet is, om zo alleen op stap te gaan met een jongen. ‘Dat leek ze nog het meest boos te maken’, schrijft ze in Manushi. ‘Ze verkrachtten me alsof ze me een dienst bewezen, ze leerden me een lesje.’

Gingen ze vrijuit?

‘Ja. Mijn vader deed alles wat je moet doen bij iemand die verkracht is: luisteren, vragen wat ik nodig had, me geloven. Maar de politie geloofde me niet, zelfs al had ik zichtbare verwondingen. Anderen reageerden in de trant van: wat niet weet, wat niet deert. Ze wilden het onder het tapijt vegen. Waarom was je daar ook, vroegen ze. Ik moest een verklaring ondertekenen waarin ik stelde niet verkracht te zijn. Ik moest wel, anders zou ik ‘voor mijn eigen veiligheid’ zijn opgenomen in een gesloten inrichting.’

Zoals u schrijft: verkrachting is de enige misdaad die het slachtoffer onherstelbaar beschadigt, maar desondanks niet wordt beschouwd als erg genoeg om als zodanig bestraft te worden.

‘Ja, het is verbazingwekkend hoezeer we het bagatelliseren en zeggen: ach ja, dat is gewoon wat jongens doen. We zouden het serieus moeten nemen, en dan doel ik niet op de manier waarop dat nu gaat. In India wordt verkrachting gezien als een schande voor de vrouw, een smet op het blazoen van haar familie.’

Ook in het Westen zijn er voorbeelden van verkrachtingen waarbij de schande bij de vrouw wordt gelegd – had ze maar niet zo’n kort rokje moeten dragen, en geen string, had ze daar maar niet alleen moeten fietsen.

‘Klopt. We stoppen de ernst nooit waar hij hoort. Toen ik dit boek schreef, vroegen veel mensen me of ik niet bang was om dit allemaal op te rakelen, vanwege de schaamte die dat weer zou oproepen. Maar ik heb nooit schaamte gevoeld. Toen niet, en nu niet. De schaamte hoort mij niet toe, maar de daders.’

Abdulali was al een paar maanden bezig met haar boek toen de #MeToo-beweging opkwam en het heikele thema van seksueel misbruik wereldwijd op de kaart zette.

U schrijft dat u met een zekere scepsis naar de #MeToo-hype kijkt. Hoe komt dat?

‘Allereerst ben ik een voorstander van de beweging, het was hoog tijd dat het gebeurde en het is goed dat mensen er nu over praten. Ik denk alleen dat we onszelf voor de gek houden als we denken dat we hiermee een werkelijke revolutie bewerkstelligen. Het is niet genoeg. Het is geweldig dat slachtoffers online steun vinden – ik wou dat ik dat had gehad op mijn 17de, dat had een wereld van verschil gemaakt. Niemand hoeft zich nog alleen te voelen en dat is een groot goed. Maar soms heb ik de indruk dat we te veel vertrouwen op de macht van sociale media. Twitter verandert niet daadwerkelijk iets.’

Wat wel?

‘Wetten. We hebben seksuele intimidatie en geweld al te lang gedoogd en gebagatelliseerd en we zouden ze veel meer moeten bestraffen. Het is moeilijk ze ineens als een echte misdaad te zien en het is eng te bedenken dat het overal om ons heen gebeurt en dat in principe iedere man ervoor kan kiezen een vrouw aan te randen. Maar laten we in plaats daarvan nadenken over de vraag hoe iemand ervoor kan kiezen het niet te doen.’

Zoals in Zweden, waar seks zonder toestemming nu strafbaar is, of zoals bij ons, waar een nieuwe verkrachtingswet op tafel ligt waarbij niet meer per se sprake hoeft te zijn van geweld?

‘Ik denk dat zulke wetten een stap in de goede richting zijn, al is het maar omdat we al zo lang de verkeerde kant op hebben gekeken zonder überhaupt te praten over toestemming. Maar geen van deze wetten is perfect. Er zijn zat vrouwen die ja zeggen omdat ze voor hun gevoel al te ver zijn gegaan en geen nee meer durven zeggen. En waar zeg je ja tegen? Wat is seks? Als je niet fundamenteel de culturele mentaliteit verandert, dan zijn wetten niet genoeg.’

Hier ziet u een belangrijke rol voor opvoeding.

‘Zeker. Seksuele voorlichting gaat veelal niet verder dan geboortebeperking, technieken en soa’s. Meisjes horen dat het pijn doet om je maagdelijkheid te verliezen, terwijl jongens geloven dat het een spannend avontuur is. En dan is er nog de mythe dat mannen zich na een bepaald punt niet meer kunnen beheersen en dat het aan de vrouw is om dat punt voor te zijn. Als dat is hoe je seks presenteert, hoe ga je dat dan scheiden van verkrachting? Iedere man kan zeggen: jij verleidde me, en toen was het te laat. We moeten kinderen leren dat seks ook leuk moet zijn voor meisjes en dat er iets niet klopt als dat niet het geval is.’

In Nederland hebben we een politicus die zegt dat als vrouwen nee zeggen, ze eigenlijk ja bedoelen en je gewoon een beetje moet pushen. Wat zou u tegen hem zeggen?

‘Ik zou hem vragen waar hij de gave vandaan haalt om te bepalen dat hij beter weet wat een vrouw wil dan zijzelf. Dit soort mannen zegt feitelijk dat het niet uitmaakt wat een vrouw zegt, en dat is heel gevaarlijk. Het sterkt mannen in de overtuiging dat ze recht hebben op het lichaam van een vrouw. Des te meer reden om vrouwen en kinderen te leren hoe je duidelijk kunt zijn over wat je wel en niet wilt.’

En mannen, kunnen die nog iets leren?

‘Dat hebben ze al gedaan. Dat is wel revolutionair aan de hashtag #MeToo: die heeft mannen in de gelegenheid gesteld verhalen van vrouwen te horen die ze anders niet vertellen, of alleen aan elkaar. Veel mannen hebben de beste bedoelingen en hadden geen idee van de omvang van het probleem. Nu wel, en hopelijk beseffen ze dat het leven er ook voor hen beter op wordt als dat probleem niet meer bestaat. Ik had lang geleden een vriendje dat zei: ‘Ik wou dat aanranding niet bestond, dan zou ik me vrij voelen om op een vrouw af te stappen en te zeggen hoe mooi ze is. Dat doe ik nu niet, omdat ik niet bedreigend wil overkomen.’ Als de dreiging weg is, kunnen we allemaal een veel sexier leven leiden.’

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden