Neem sport als therapie serieus

Sport is goed voor de geest. Veel therapeuten weten dat wel, maar blijven liever in hun stoel zitten, zegt Henriëtte van der Meijden....

Recent stond in Hart en Ziel een artikel over het therapeutische effect van hardlopen (Hart en Ziel, 16 januari). Daarin wordt gesteld dat sporten als onderdeel van een psychische behandeling nu slechts ‘hobbyisme’ van individuele therapeuten is en dat het niet als structurele behandelvorm wordt toegepast.

Dat is niet helemaal correct.

Runningtherapie is al in 1991 ontwikkeld en is sindsdien een onderdeel van behandelprogramma’s in de geestelijke gezondheidszorg. In de multidisciplinaire behandelrichtlijnen voor depressie wordt runningtherapie beschreven als een aannemelijke werkzame behandeling voor depressie. Fysieke inspanning wordt in diezelfde richtlijn aanbevolen vanaf de eerste fase van behandeling. Huisartsen raden depressieve patiënten steeds vaker aan onder begeleiding te sporten. Het is alleen de vraag wie er moet gaan begeleiden.

Het is namelijk wel zo dat beweging en lichamelijkheid als behandeling nog steeds slecht geïntegreerd is binnen de ambulante geestelijke gezondheidszorg, dat veel klassiek opgeleide therapeuten zich er niet mee inlaten. Zij houden zich bij voorkeur bezig met pillen en praten. Sport en bewegen past niet binnen hun professionele denkkader.

Runningtherapie en andere behandelingen waarin sport en bewegen worden gebruikt, zijn het terrein van therapeuten die specifiek zijn opgeleid om psychomotorische therapie te geven. Deze therapeuten gebruiken bewegen en lichamelijkheid als aangrijpingspunt voor behandeling van psychische en psychosociale problematiek.

Psychiaters en psychologen worden daarentegen vaak nog erg cognitief opgeleid. Zij behandelen vaak met afstand vanachter een bureau of achteruitleunend in een stoel. De invloed van bewegen op de psyche vinden zij als onderwerp vaak ‘reuze-interessant’, maar als hen gevraagd wordt zich er verder in te verdiepen, is er van dat enthousiasme nog maar weinig over. Het is voor hen vaak moeilijk de cognitieve controle van het hoofd los te laten om bewegen en lichamelijkheid toe te laten in het behandelcontact. Lichamelijk contact tussen patiënt en behandelaar gebruiken ze nauwelijks. Het is gevaarlijk terrein en meestal niet toegestaan.

Voor psychologen en psychotherapeuten ligt dus nog zeker een grote uitdaging. Als zij er zo van overtuigd zijn dat bewegen en lichamelijkheid een geïntegreerd deel uitmaken van iemands functioneren dan is het logisch dat parallel daaraan ook zij zichzelf scholen hoe (ook eigen) bewegen en lichamelijkheid in te zetten in hun behandeling.

Patiënten in de ambulante geestelijke gezondheidszorg kunnen gelukkig wel steeds vaker van psychomotorisch therapeuten gebruik maken. Verzekeringsmaatschappijen vergoeden de therapie echter nog zeer incidenteel. En dit terwijl juist zij ons bijna verplichten, te bewegen en lichamelijk bewust te zijn voor een optimale gezondheid.

Ik hoop dat sporten en bewegen in de ambulante geestelijke gezondheidszorg meer serieus genomen gaat worden door professionals en verzekeraars. Protocollen en programma’s voor gezond leven, bijvoorbeeld running, vragen zelfdiscipline en redelijke emotionele stabiliteit. Bij mensen met psychische problemen ontbreekt het daar veelal aan, professionele begeleiding is daarbij dus zeer gewenst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.