Land van afkomst Salo Muller

‘Nederlanders zijn aardige, gewone mensen. Maar het is wel zo dat 80 procent aan de verkeerde kant stond’

Salo Muller Beeld Ernst Coppejans

Als kind zat Salo Muller (83), voormalig fysiotherapeut van Ajax, ondergedoken bij gastgezinnen; zijn ouders werden in Auschwitz vermoord. ‘Nog steeds ga ik ervan uit dat Duitsers niet pro-Joods zijn.’

Zijn eigen ouders zaten in de trein naar Westerbork. Maar dat is niet de reden waarom Salo Muller (83) net zo lang doorging tot hij de NS zover kreeg dat ze een schadevergoeding betalen aan de Joden, Roma en Sinti die tijdens de Tweede Wereldoorlog naar het kamp werden vervoerd. ‘Ik ben een pitbull. Als ik iets wil, ga ik door roeien en ruiten. Bij een onterechte bekeuring ga ik ook naar de rechter.’

Nakomelingen kunnen zich aanmelden voor een financiële tegemoetkoming. ‘Ik weet nog niet of ik dat wil doen. Het ging me niet om het geld. Ik wilde dat de NS zou inzien hoe fout ze waren. Voor de treinreis naar Westerbork moest een kaartje van 5 gulden worden gekocht, omgerekend hebben ze met die transporten miljoenen verdiend.’

Salo Muller

Salo Muller (Nederland, 1936) was van 1958 tot 1972 fysiotherapeut van Ajax. Daarna had hij een eigen fysiotherapiepraktijk. In 2005 verscheen zijn boek Tot vanavond en lief zijn hoor! ‘Dat was wat mijn moeder ’s ochtends op school tegen me zei, op de dag dat ze werden opgepakt.’ Vanaf augustus kunnen oorlogsslachtoffers en hun directe familieleden zich opgeven voor de financiële tegemoetkoming van de NS, waarvoor Muller zich sterk heeft gemaakt.

De uitkeringen variëren van 5 duizend tot 15 duizend euro. Wat vindt u van de hoogte van die bedragen?

‘Joden vroegen me: zat er niet meer in? Bij elkaar komt het neer op een bedrag tussen de 40 en 50 miljoen euro, ik vind het genoeg.’

Als kind van 6 zag Salo Muller zijn ouders voor het laatst, op het podium van de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam, vanwaaruit ze op transport gingen naar Westerbork en Auschwitz. Zelf werd hij naar de nabijgelegen crèche voor Joodse kinderen gebracht. Van 1942 tot 1946 zat hij op acht onderduikadressen, door heel Nederland. ‘Bij vreemde families, waar ik slaag kreeg.’

Die families namen u niet uit liefdadigheid in huis?

‘Ben je gek, ze kregen er geld voor, 7 gulden 50 per week. Het verzet pleegde overvallen om die onderduikfamilies te kunnen betalen. Ik zat onder het eczeem omdat ik ’s nachts werd opgesloten in een bedstee waar ik niet uit kon om te plassen of poepen, als laatste mocht ik me wassen in een teil waarvan het water koud en vies was geworden en wanneer ik huilde omdat ik mijn ouders miste, was het echt niet zo dat iemand kwam vragen hoe het met me ging.

‘Begin 1946 stond in Friesland ineens mijn tante voor me, de zus van mijn moeder. Bij dat laatste onderduikadres was meer warmte. In vier jaar had ik geen familie gezien, ik herkende haar vaag. Ik sprak Fries en had nauwelijks contact met mensen. Als er visite kwam, moest ik me verstoppen in het kippenhok. Twee weken later nam ze me mee naar Amsterdam. Toen duidelijk werd dat mijn ouders echt niet terug zouden komen, mocht ik haar mama noemen. Mijn oom werd papa en mijn nicht noemde ik zus.’

Hoe denkt u nu over Nederlanders en Duitsers?

‘Nederlanders zijn aardige, gewone mensen. Maar het is wel zo dat 80 procent aan de verkeerde kant stond. Mocht het weer gebeuren, dan zou het me niet verbazen als ze ons aan ons lot overlieten. Nog steeds ga ik ervan uit dat Duitsers, hoe zal ik het zeggen, niet pro-Joods zijn. Dat blijft erin zitten.

‘Mijn oom, die ik dus vader noemde, wilde nooit Duitse waren kopen. Hij had een televisie van Aristona, onderdeel van Philips. Ik zal nooit vergeten dat die tv werd gerepareerd. Ze maakten de achterkant open en daar stond: Made in Germany. Toen heb ik geleerd dat je het niet kunt vermijden. Alleen zal ik niet een Duitse auto kopen.’

Van 1958 tot 1972 werkte u als fysiotherapeut voor Ajax. Is het een Jodenclub?

‘Dat roepen die hooligans, ze zwaaien met Israëlische vlaggen, terwijl ze niet Joods zijn. In mijn tijd was Jaap van Praag de voorzitter van Ajax, zelf een Jood. Jom Kipoer is de belangrijkste dag van het jaar. Ik leef niet religieus, maar uit piëteit voor mijn ouders ben ik die dag eigenlijk niet aanspreekbaar. Op Jom Kipoer moest Ajax een Europese wedstrijd spelen – ook nog in Neurenberg. Ik zei: meneer Van Praag, Jom Kipoer, mijn ouders, mag ik alstublieft thuis blijven? Hij antwoordde: als je niet meegaat, verscheur ik je contract; jij bent onze talisman, de praatpaal voor de spelers.

‘Bij uitwedstrijden – tegen Feyenoord, ADO of Groningen – werd door het publiek altijd naar me geroepen: vuile tyfusjood, ze hadden je moeten vergassen in de oorlog. Ik vroeg Van Praag of hij bij die clubs naar het bestuur kon gaan, ik wilde dat hij er iets aan deed. Hij zei alleen: ach Salo, zo erg is het niet, laat het toch. Dat is hoe Joods Ajax is.

‘In mijn tijd, de jaren zestig, had Ajax een bestuurslid dat fout was geweest in de oorlog, en spelers in het eerste elftal van wie de ouders bij de NSB hadden gezeten. En je had de gebroeders Van der Meijden, de financiers. Die zaten niet in het bestuur, maar wanneer Ajax een speler wilde kopen, betaalden zij. Ze hadden een bouwbedrijf, iedereen wist dat ze in de oorlog met de Duitsers hadden samengewerkt, ze bouwden bunkers voor ze.

‘Ik was al weg bij de club, toen een van die broers in mijn fysiotherapiepraktijk kwam. We kenden elkaar van Ajax, hij wilde dat ik hem behandelde. Dat kon. Ik zei: Freek, toch zit me iets dwars, wat hebben jullie nou precies gedaan in de oorlog? Hij haalde een foto uit zijn zak: kijk, hier sta ik op met de rabbijn, wij hebben die grote synagoge in de Linnaeusstraat gebouwd; je denkt toch niet dat de rabbijn met mij op de foto zou gaan als ik fout was in de oorlog? Dan ben je uitgepraat, wat moest ik nog tegen hem zeggen?’

Nederlands
‘Altijd.’

Joods
‘Ook altijd, zo ben ik geboren.’

Partner
‘We zijn 57 jaar getrouwd, vriend, dat moet jij nog zien te bereiken. Ze is Joods, maar het is niet zo dat ik daar specifiek naar op zoek ging.’

Wit of blank
‘Die woorden gebruik ik allebei niet.’

In deze videoserie gaan we in gesprek met verschillende landgenoten, waaronder zangeres en actrice Carolina Dijkhuizen en rapper Woenzelaar, over de rol van hun afkomst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden