'Nederland wordt steeds grimmiger'

Rinnooy KAN..

Bart Dirks en Elsbeth Stoker

Den Haag Geregeld ligt er een brief op het bureau van Alexander Rinnooy Kan (60), een epistel van kantje of vijf in een sierlijk, maar haast onleesbaar handschrift – onmiskenbaar van een bedroefde gepensioneerde.

‘Mensen verwachten iets van je’, zegt de voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER), het adviesorgaan van bonden en werkgevers. Vorige week is hij voor de derde keer op rij uitgeroepen tot invloedrijkste Nederlander in de Volkskrant top-200. Daardoor denken veel mensen dat Rinnooy Kan dé man is om hun problemen op te lossen of hun idee voor een beter Nederland uit te voeren.

‘Dat mag en het is niet onprettig. Er zitten soms interessante ideeën bij, maar ook trieste gevallen: mensen die klem zitten tussen instanties. Ze denken dat ik hun laatste strohalm ben. Ze worden misleid door deze ranglijstjes. Met pijn in het hart zorg ik dat ze een zo aardig mogelijk antwoord krijgen.’

Wij begrepen dat u liefst niet weer de invloedrijkste wilde zijn?

‘Ik had het niet verwacht. Ook voor de Volkskrant lijkt het me spannender als er jaarlijks een dodelijke race ontstaat met vele slachtoffers. Maar ik schrap geen nevenfuncties om lager op de lijst te komen. Daarvoor vind ik ze te leuk.’

Het was een bewogen jaar voor u. Het lukte de SER niet om tot een advies te komen over de AOW.

‘Het was een uitzonderlijk jaar. De AOW sprong eruit qua energie die het kostte, de aandacht die het kreeg en het resultaat dat het niet heeft opgeleverd.’

Als voorzitter zat u tussen twee vuren: de werknemers die tegen een hogere AOW-leeftijd zijn versus de werkgevers die voor zijn. Regie bleek onmogelijk.

‘Uiteindelijk was de enige conclusie: dit was het dan. Heel ongebruikelijk.’

Dus rijst de vraag: had de SER zich überhaupt voor deze haast onmogelijke opgave moeten lenen?

‘Alle betrokkenen hebben het ervaren als een lastige opgave. Maar ik voel me niet gebruikt. De SER is juist gecreëerd voor zulke gesprekken, ook als ze moeilijk zijn.’

Na afloop noemde FNV-voorzitter Jongerius de werkgevers ‘tuig van de richel’. Voorzitter Wientjes van VNO-NCW liet een tv-ploeg meeluisteren toen hij u afbelde.

‘Natuurlijk, dat is vervelend. Maar spanningen zijn moeilijk te vermijden, ze horen er bij. In de geschiedenis van de SER waren er vaker lastige momenten, maar ook momenten die veel opleverden.’

Maar deze manier van met elkaar omgaan is niet vaker gebeurd.

‘Nee.’

Een dieptepunt?

‘Nou ja, iedereen moet maar voor zich spreken, maar ik denk dat iedereen het achteraf beschouwt als een ongelukkig moment.’

Heeft u Jongerius en Wientjes nog op het matje geroepen?

‘Dat is niet mijn rol. En áls het was gebeurd, zou ik het niet zeggen.’

Toch gaan de sociale partners weer met elkaar in conclaaf. Het kabinet heeft een advies gevraagd over het sociaal-economisch beleid op middellange termijn, het ‘mlt-advies’. Zulke adviezen – die vaak kunnen rekenen op breed draagvlak bij werknemers en ondernemers – ziet het kabinet als leidraad.

Maar de werkgevers hebben gezegd dat het poldermodel is uitgewerkt als de bonden geen brede steun krijgen van hun achterban. ‘Dan stappen we over op een ander lobbymodel’, waarschuwde de directeur van VNO-NCW. ‘Zonder vakbeweging, direct met het kabinet.’

Het wantrouwen is groot. Heeft praten nog wel zin?

‘Zo’n uitspraak verraadt een zekere nervositeit. Ik weet niet hoe het zal gaan, gezien de recente voorgeschiedenis, maar de werkgevers hebben óók gezegd dat het poldermodel hun voorkeur houdt.’

U houdt niet van het woord poldermodel.

‘Ik houd vooral niet van het woord polderen. Dat klinkt als oeverloos praten en slappe compromissen. Maar dat is ook niet de kracht van het poldermodel.’

Voor Rinnooy Kan wordt ‘duurzame kenniseconomie’ de kortst mogelijke samenvatting van het mlt-advies. ‘Die combinatie moet centraal staan. Daarom was de SER eerder ook positief over de kilometerheffing. Ondanks alle commotie nu ben ik daar blij mee. De kilometerheffing is immers het eerste grote voorbeeld waarbij we pogen economische activiteiten te beprijzen op basis van duurzaamheid. Ik hoop dat we op meer terreinen deze mogelijkheid verkennen.’

Ondanks de commissies en werkgroepen die er positief over waren, is er toch in korte tijd een enorme weerstand ontstaan tegen het rekeningrijden. Hoezo?

‘Ik constateer dat de gevoeligheid zich niet richt tegen het achterliggende principe, maar tegen de praktische uitwerking.’

Men denkt dat autorijden duurder wordt en dat de overheid de burger als big brother bespioneert. Het wantrouwen is groot.

‘Ook mijn intuïtie zegt dat Nederland grimmiger wordt. Er is teleurstelling over wat de politiek presteert. Men is óók teleurgesteld omdat de politiek geen inspirerend en overtuigend verhaal meer weet te vertellen.

‘Anderzijds: alles wat riekt naar pech en tegenslag resulteert in een oproep aan Den Haag om die pech weg te nemen en de gevolgen te compenseren. Dat is volstrekt onhaalbaar en onwenselijk, maar het versterkt wél het idee dat de politiek wezenlijk tekortschiet.’

Spreekt de SER zich daarover uit?

‘Vorige keer hebben we meer participatie bepleit. Dat werd een hoeksteen van het kabinetsbeleid. Die participatie is toen vrij eng gedefinieerd als sociaal-economische betrokkenheid, liefst via werk.

‘Daar is een nieuw probleem bijgekomen met een politieke dimensie: democratische participatie. Mensen hebben het gevoel dat ze niet worden gehoord. Laat staan serieus genomen.’

Aan welke oplossingen denkt u?

‘De SER is niet de plek om oplossingsrecepten te verzinnen. Maar de kroonleden (de onafhankelijke SER-leden, vaak wetenschappers, en oud-politici, red.) willen graag de bestuurlijke cultuur bekijken. In rustiger tijden dacht Thorbecke dat drie lagen – nationaal, provinciaal, gemeentelijk – genoeg was. Inmiddels is de EU erbij gekomen en zijn veel steden opgedeeld in stadsdelen. Dan heb je nog de waterschappen. Zacht uitgedrukt: dat is wat veel voor deze betrekkelijk kleine regio in Europa.

‘Ik sprak met Annemarie Jorritsma, burgemeester van Almere. Ze wilde iets organiseren met alle betrokken bestuurders bij Almere. Wat bleek? Ze moest 1.400 mensen uitnodigen. Belgische toestanden.

‘Ook de analyse van de doorlooptijd van infrastructurele projecten is illustratief. Gemiddeld duurt het elf jaar voordat een project begint. Anders dan menigeen denkt, zijn actiegroepen ‘slechts’ de oorzaak van twee jaar vertraging. De andere negen jaar zijn te wijten aan ruziënde overheden. Kortom: de overheid moet zich beter presenteren aan de geïrriteerde en teleurgestelde burger.’

Ook de modernisering van de arbeidsverhoudingen wordt weer een thema in het Haagse SER-gebouw, waar in de hal nog een prikkok hangt. Onlangs deed De Baliegroep, waarvan Rinnooy Kan lid is, een voorzet over de toekomstige relaties op de werkvloer.

Het is tijd voor de ‘ontvoogding van de werknemer’, aldus het manifest van De Baliegroep, een denktank met kopstukken uit vakbeweging, werkgeverskring en wetenschap. ‘We zijn toe aan nieuwe arbeidsverhoudingen.’

Het beeld is dat u af wil van collectieve afspraken als cao’s.

‘Nee, dat is een misverstand. We willen niet af van collectieve arrangementen, zoals cao’s. We bepleiten evenmin dat iedereen een zelfstandige zonder personeel (zzp’er) moet worden. Wél zijn we voor meer keuzevrijheid. Noem het een cao à la carte of maatwerk.

‘De grenslijnen vervagen tussen de klassieke werknemer, de flexwerker en de zzp’er. Veel werknemers zien zichzelf meer als professional. Ze hebben het gevoel dat ze deel uitmaken van een bredere gemeenschap, dat ze een vak aan het ontwikkelen zijn.

‘Zij willen en kunnen steeds beter verantwoordelijkheid dragen voor hun leven en loopbaan. De nieuwe realiteit is dat werkgevers meer de rol van opdrachtgever krijgen en de werknemer die van opdrachtnemer.’

De Raad van State waarschuwt in zijn advies over de nieuwe AOW-wet dat werkgevers hun medewerkers als zzp’ers kunnen gaan inhuren. Dan hoeven ze hen niet om te scholen na dertig jaar zwaar beroep.

‘Dat lijkt me een terechte waarschuwing. Omscholing moet tijdig gebeuren. Dat is een taak van werknemer én werkgever. De overheid moet daarop toezien.’

U beschrijft nu de werknemers die graag meer verantwoordelijkheid willen. Hoe zit het met degenen die verwachten dat alle pech en ongeluk wordt opgevangen?

‘Ik hoop dat deze emancipatie op termijn zo goed als alle werknemers zal raken. Ik ben niet blind voor de problemen aan de onderkant van de arbeidsmarkt, we moeten ook deze mensen meenemen in deze trend. We kunnen het ons niet permitteren om dat talent verloren te laten gaan.’

Zelf weet Rinnooy Kan als geen ander dat het verstandig is je te blijven ontwikkelen. De wiskundige verliet op zijn 41ste de wetenschap. ‘De tragiek van de wiskundige is dat je vanaf je veertigste weinig nieuws meer kunt. Ik weet niet wat het precies is, maar je creativiteit, flexibiliteit of je vermogen slijt om lang en diep na te denken over abstracties. Het is een groot verdriet van menig wiskundige.’

Hoewel hij zich niet meer actief bezighoudt met wiskunde, heeft hij zijn passie ervoor behouden. Voor het eerst in het gesprek begint hij uitbundig te vertellen.

‘G.H. Hardy schreef daar zo’n prachtig boekje over! Pas op zijn 60ste beseft hij dat zijn creativiteit aan het verdwijnen is. Hij vindt zijn leven zinloos geworden. Maar het kan ook anders. Hardy beschrijft een prachtige anekdote over de Indiase wiskundige Ramanujan, die op zijn sterfbed ligt. Wiskundigen zijn niet de makkelijkste praters, dus Hardy zegt dat hij in een taxi zat met een nummer waar hij echt niks bijzonders in kon ontdekken, ik meen 1789.

‘‘Nee, nee Hardy, dat zie je verkeerd!’, zegt Ramanujan zonder een seconde na te denken en bijna overlijdend. ‘Het is het kleinste getal dat je op twee manieren kunt schrijven als de som van twee derde machten’.’

Rinooy Kan lacht. ‘Dat is toch fenomenaal! Het klopt, hè?’

U was hoogleraar, rector magnificus, voorzitter van VNO en bestuurder van ING, maar wees meermalen een ministerspost af. Ontbreekt als parel aan uw ketting niet een politieke functie?

‘Ik loop niet weg voor mijn D66-lidmaatschap, maar ben nu echt in de periferie van die partij. De SER bestaat bij de gratie van de afstand tot partijpolitiek. De toekomst kan ik niet voorspellen. Voorlopig ben ik hier heel erg gelukkig.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden