Nederland was, is en blijft stabiele samenleving

De moord op Theo van Gogh, een jaar geleden, bracht Nederland voor de tweede maal in hevige beroering, na de moord op Pim Fortuyn in 2002....

Vroeg in de 21ste eeuw toonde een spectaculaire reeksgebeurtenissen hoe als gevolg van openlijke en latente onvredeover uiteenlopende zaken ook in Nederland de vlam in de pan konslaan.

In de lange aanloop tot de verkiezingen van mei 2002 melddezich een nieuwkomer in de politiek, Pim Fortuyn, die een begaafden mediageniek populist bleek te zijn. Hij richtte zijn pijlenop het in populariteit snel afnemende 'paarse' kabinet-Kok-II,dat in zijn ogen bij uitstek een verwerpelijk bestel van naarbinnen gekeerde beroepspolitici en -bestuurdersvertegenwoordigde.

Nogal uiteenlopende thema's stonden op het repertoire vanFortuyn: de bureaucratie waarin iedereen verdwaalde, de falendeoverheid meer in het algemeen, het overheersende eigenbelang vande politici en bestuurders, de onveiligheid in en verloederingvan vooral de oude arbeiderswijken in de grote steden, devoortdurende immigratie van 'buitenlanders', die van de socialevoorzieningen profiteerden en een opvallend afwijkendelevensstijl en godsdienst (islam) kenden, de tegelijkertijddreigende uitholling van de sociale zekerheid van de 'echteNederlanders', het ontbreken van een 'gezond nationaal gevoel'.

Van dat alles was het kabinet-Kok en waren de gevestigdepartijen de schuld. Het leidde tot heftige, voor Nederlandsebegrippen harde politieke debatten. Fortuyn nam met eenpersoonlijke lijst aan de verkiezingen deel, de Lijst Pim Fortuyn(LPF).

De spanning liep hoog op. Een maand voor de verkiezingen trad- mede in het licht van die gespannen politieke situatie - hetkabinet-Kok-II af, in reactie op de lang verwachte maar enkelemalen uitgestelde presentatie van een historisch-wetenschappelijkonderzoek naar de massamoord bij Srebrenica en de rol vanNederland daarbij.

Tien dagen voor de verkiezingen werd Fortuyn vermoord door eenoverigens individueel opererende radicale milieu-activist. In hetparlementair-politieke systeem in Nederland was politieke moordniet eerder voorgekomen.

De verkiezingsuitslag was navenant sensationeel. De LPFbehaalde in één klap ruim 15 procent van de stemmen. De PvdAwerd gehalveerd tot maar net 15 procent. De VVD viel terug vanbijna 25 procent tot eveneens maar net 15. Het CDA daarentegenkwam terug van een dieptepunt van onder de 20 tot bijna 30procent. Grondiger was het politieke landschap in één keernimmer veranderd.

Even leek ook verder alles of althans zeer veel te veranderenin de politiek. Maar direct al bleek een nieuw kabinet nietanders dan op de traditionele manier te kunnen worden gevormd:via een coalitie van partijen die na onderhandelingen eencompromisprogramma hadden opgesteld. Minister-president werd denieuwe leider van het CDA, J.P. Balkenende. De coalitie bestonduit CDA, VVD en LPF.

Dit kabinet viel binnen enkele maanden weer uiteen, vooral alsgevolg van onderlinge onenigheid in de nog maar net opgerichteLPF, die van haar leider was beroofd en elke cohesie ontbeerde.

Nieuw uitgeschreven verkiezingen in 2003 lieten zien hoegrillig de kiezer kon zijn in een constellatie waarin detraditionele partijen hun greep op hun aanhang grotendeels kwijtzijn, er geen duidelijke ideologische verschillen meer zijn enissues en personalities in een media-democratie domineren.

Het CDA handhaafde zich in 2003, de PvdA kwam evenspectaculair terug als zij eerst was weggevallen (nu weer ruim25 procent), de VVD herstelde zich enigszins (maar nog ruim onderde 20 procent) en de LPF werd grotendeels weggevaagd (ongeveer5 procent). Een kabinet-Balkenende II werd gevormd door CDA, VVDen D66 (dat overigens tot onder de 5 procent was gezakt).

Zo lijkt het jaar 2002 op het eerste gezicht eenuitzonderlijke en kort durende uitbarsting van onvrede enspektakel te zijn geweest. Maar de factoren die het succes vanFortuyn en zijn lijst verklaren, behoren wel tot de eerderaangewezen kernproblemen van het contemporaine Nederland.Herhaling in de een of andere vorm was en is dus zeker nietuitgesloten.

Dat bleek overduidelijk toen in de herfst van 2004 eenspraakmakende, dikwijls grof provocerende filmmaker en columnist,Theo van Gogh, door een moslim-extremist werd vermoord.

De schokwerking was opnieuw hevig: een tweede moord op iemanddie in het publiek debat een opvallende rol speelde! Meer danooit kwam wat inmiddels tot een centraal en zeer ernstigmaatschappelijk probleem was uitgeroepen - de aanwezigheid vangrote aantallen allochtone immigranten vanuit islamitische landen- in het middelpunt van de belangstelling te staan. De eerderstilzwijgend verwachte integratie van deze 'cultureleminderheden' in de Nederlandse samenleving was kennelijkuitgelopen op wat een andere columnist een 'multicultureel drama'had gedoopt.

Het gevoel van bedreiging dat daarvan uitging werdvanzelfsprekend in hoge mate versterkt door de verbinding die menzag met het internationale terrorisme, dat sinds de aanslagen inAmerika van 11 september 2001 toch al zo dominant op de agendavan de (wereld)politiek stond. In 2005 bewees de uitslag van eenreferendum over de Europese Grondwet opnieuw hoe groot de klooftussen de politiek-bestuurlijke elite en grote delen van debevolking was.

Waar alle grote politieke partijen (die ongeveer 80 procentvan de Kamerzetels bezetten) voor die Grondwet waren, stemde bijeen behoorlijke opkomst van bijna tweederde van het electoraatruim 60 procent tegen. Wantrouwen in die elite ging hand in handmet vrees voor verlies van de Nederlandse identiteit enzelfstandigheid.

Zo staat Nederland in het begin van de 21ste eeuw net als demeeste andere westerse landen voor lastige problemen waarvoor deoplossingen zich niet zomaar aandienen. Ook de internationaleverhoudingen zijn na het definitieve einde van de Koude Oorlog,de ineenstorting van het Sovjet-imperium, het internationaleterrorisme en de dikwijls zeer bloedige conflicten overal in dewereld niet overzichtelijker geworden. Er zijn dan ook goedeargumenten om van een crisis te spreken. Daar staat dan weltegenover dat het land nog altijd behoort tot de meest welvarendeter wereld, met het vooruitzicht dat het zeker in de Europesewereld een volwaardige positie zal kunnen blijven innemen.Nederland kent, alle problemen eromheen ten spijt, ook een zeerhoogwaardig systeem van sociale zorg.

Het is dan ook een stabiele samenleving, waarin aan deloyaliteit van verreweg de meeste burgers als het erop aan zoukomen niet getwijfeld hoeft te worden. In de loop der eeuwen envooral gedurende de laatste anderhalve eeuw hebben ook steedsmeer groepen van de bevolking zeggenschap verworven in politieken samenleving.

Hoewel er vanzelfsprekend grote verschillen in macht zijnblijven bestaan, hebben de burgers - tegenover het toenemendberoep dat de overheid op hen deed en de vele regels die dezestelde - tal van mogelijkheden gekregen invloed uit te oefenen.Ook dat bindt aan de samenleving.

Die samenleving ziet er inmiddels totaal anders uit dan diewaarmee dit hoofdstuk werd begonnen.

Die bijna twee eeuwen overziend valt naast de vele ingrijpendeveranderingen, en ondanks de recente moorden, op hoe weiniggewelddadig dit alles is verlopen. Hoe hoog de tegenstellingenook opliepen, hoe groot de conflicten waren en hoeveel incidentener ook plaatsvonden, slechts zelden liep het uit op grootscheepsbloedvergieten en tot het uiterste uitvechten van de zaak. Steedsbleven heel nadrukkelijk de verbindingslijnen met het verledenbehouden.

De vijf jaar van de Duitse bezetting zijn daarop eigenlijk deenige uitzondering van betekenis. De nederlaag van hetnationaal-socialisme maakte dat na vijf jaar de draad weer konworden opgepakt.

Vooral drie factoren lijken ter verklaring van deze relatiefgematigde en geweldsarme ontwikkeling te kunnen wordenaangevoerd.

Nederland was een klein land, dat van geografische eninternationale politieke ambities had afgezien, zich tevredenstelde met de status die het had. Nederland was voorts steeds eenrelatief rijk land, dat zijn welvaart mede kon gebruiken om zijninterne problemen op te lossen. Nederland wist tenslotte onderveranderende omstandigheden en op uiteenlopende manieren steedseen traditie van compromissen te handhaven.

In de toekomst zal de Nederlandse samenleving onvermijdelijkopnieuw en zelfs drastisch veranderen. Het zou buitengewoonverbazingwekkend zijn indien daarbij de verbindingslijnen metverscheidene eeuwen Nederlandse geschiedenis wel volkomen zoudenworden verbroken en daarmee het eigen karakter van de Nederlandsesamenleving zou verdwijnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden