Nederland de boer op

Het aantal vakanties dat stadse Nederlanders op het platteland doorbrengen, is bijna verdubbeld tot 4,8 miljoen. Dat is niet genoeg....

ke buitenleven aan in gebieden met ruimte en rust. Maar moet het platteland wel zo gelukkig zijn met een invasie van stedelingen? 'Rust is een van onze belangrijkste verkoopargumenten.' De Nederlandse vakantieganger gaat dit jaar massaler dan ooit de boer op. Althans, dat is de bedoeling. Lekker weg in eigen land, de promotiecampagne waarin Nederland als vakantieland centraal staat, mikt voor het eerste jaar van de nieuwe eeuw vooral op 'groene vakanties' en dat wordt de randstedeling flink ingepeperd.

'Het platteland raakt in deze hectische tijd steeds meer in trek. Met name mensen uit de Randstad willen graag in groene en bosrijke gebieden tot rust komen tijdens hun vakantie of weekendje-uit', oreert Marcel Baltus van Toerisme & Recreatie AVN, waarin ANWB, VVV's (ANVV) en NBT (Nederlands Bureau voor Toerisme) nauw samenwerken.

Baltus constateert ook een groeiende behoefte aan actieve vakanties in Nederland, 'waarbij fietsen en wandelen nog altijd bovenaan staan'. Fietser en wandelaar (steeds meer 50-plussers) zoeken gericht de ruimte en natuur op. En waar vind je die? Op het platteland! De stap naar de boer is dan gauw gezet.

Volgens de scheidend woordvoerder van de AVN wensen Nederlandse vakantiegangers steeds meer kwaliteit, 'maar dan wel voor een scherpe - het liefst lage - prijs'. Opmerkelijk is dat bij de korte tussendoortrips - meer dan de helft van de zestien miljoen binnenlandse vakanties - 'de prijs gek genoeg weer veel minder een doorslaggevende rol speelt', aldus Baltus, die een duidelijke voorkeur ontwaart voor kleinschalige, authentieke accommodatie zonder allerlei 'toeters en bellen'. Dat zou best eens een rustieke boerenhofstee kunnen zijn.

Het aantal plattelandsvakanties van Nederlanders uit stedelijke gebieden is tussen 1991 en 1996 bijna verdubbeld van 2,5 naar 4,8 miljoen. De groei van de overnachtingen op het platteland blijft echter achter bij die in de steden, zei staatssecretaris Geke Faber van Natuurbeheer deze week bij de opening van de Vakantiebeurs in Utrecht (tot en met morgen in de Jaarbeurs).

Agrotoerisme, in de huidige campagne enigszins misleidend 'groene vakanties' genoemd - hoe groen of ecologisch verantwoord is een varkensmesterij in een arcadisch landschap? - is het sleutelwoord bij het aanprijzen van een kortstondig dan wel langer verblijf op het platteland.

VVV Vakanties, die zichzelf 'toeristisch-Nederland-specialisten bij uitstek' noemen, heeft in samenwerking met Toerisme & Recreatie AVN een brochure, ook al Groene vakanties geheten, uitgebracht met zo'n honderd arrangementen in landelijk Nederland. Een arrangementengids 'met de uitstraling van een oud Verkade-album', aldus de AVN.

Die omschrijving kan gemakkelijk verkeerd worden opgevat, maar slaat in dit geval op het plakplaatjes-effect van de veelal nostalgische foto's in een overigens overzichtelijk opgemaakte gids. Alleen de tekst zweemt wel erg naar 'het-land-waar-het-leven-goed-is'. De oproep 'om het Friese buitenleven te proeven' gaat vergezeld van 'eindeloze weilanden, strakke sloten, overal koeien, grote zwermen vogels aan de hemel en zeilen op de meren met alleen de zon, de wind en het water'.

De natuurverenigingen Weide en Waterpracht, Lange Ruige Weide en NAC De Watersnip, drie van de ruim dertig organisaties die aan de promotiecampagne meedoen, laten de deelnemer aan een tocht met een oude schouw door het polderlandschap tussen Reeuwijk en Driebruggen 'al bomend, jagend en peddelend door de langgerekte sloten van het veenweidegebied varen', terwijl 'plaatselijke boeren u alles vertellen over het eerlijke buitenleven'.

Alle denkbare clichés en ronkende teksten zijn van stal gehaald om randstedelingen onder te dompelen in een verleden waarin de boer nog respect genoot en niet werd vereenzelvigd met milieuvervuiling. Maar die tijd bestaat kennelijk alleen nog in toeristische gidsen en brochures. De boer van tegenwoordig weet beter. Die kan heel nuchter vertellen over de minder rooskleurige kanten van zijn bestaan.

De boer op, de ANWB-reisgids voor het platteland, slaat een toon aan die eigentijdser is. 'De Nederlandse boer heeft het op dit moment niet gemakkelijk', stelt de ANWB-uitgave. 'Een deel van zijn zorgen vloeit voort uit het zogenaamde ''citroenpersmodel''. Dat wil zeggen: de kosten voor uitbreiding en investeringen stijgen, terwijl tegelijk de prijzen voor producten dalen. Zijn inkomen staat dus onder druk.'

De gids schetst de sociale en psychische problemen waarmee boeren worstelen. 'Het opgeven van een boerenbedrijf is iets anders dan het simpelweg wisselen van baan. Zeker wanneer een boerderij al generaties lang in de familie is, betekent stoppen een pijnlijk verlies dat de trots van veel boeren knakt. . . Toch zullen boeren er alles aan doen om hun bedrijf draaiende te houden.'

De boer gaat op zoek naar extra inkomsten en/of spreiding van het bedrijfsrisico. Op dit ogenblik zijn vierduizend boeren, 4 procent, actief in een of andere vorm van toerisme. 'Maar ga nu niet denken dat toerisme de kurk wordt waarop de landbouw drijft', waarschuwt Carel Swaan, directeur van Achterhoeks Bureau voor Toerisme dat enkele weken geleden met een plattelandsgids (tel: 0900-26.92.888) voor de eigen regio uitkwam.

De Achterhoek is in toeristisch opzicht zeker niet volledig uitgebaat. Swaan maakt zich echter zorgen over het 'vollopen' van toeristische bestemmingen, ook op het platteland. 'Rust is een van onze belangrijkste verkoopargumenten', zegt hij.

Op naar het platteland. Met mate.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden