Nederland beperkt instroom genode vluchtelingen

De regering zal zich niet meer actief inspannen voor de groep van uitgenodigde vluchtelingen, zeggen Hans de Bree en Wim Coumou....

ER zijn in de wereld naar schatting 20 miljoen vluchtelingen. De VN-vluchtelingenorganisatie Unhcr streeft naar opvang van vluchtelingen in buurlanden. Is die niet mogelijk, dan komt hervestiging in andere landen in beeld. Een tiental landen steunt de Unhcr in dit 'hervestigingsbeleid' en neemt deze vluchtelingen op volgens afgesproken quota. Per jaar komen 35 duizend tot 50 duizend vluchtelingen in aanmerking voor hervestiging. Het gaat om vluchtelingen van wie is vastgesteld dat zij gegronde vrees hebben voor vervolging wegens o.a. politieke overtuiging of nationaliteit, zoals omschreven in het Vluchtelingenverdrag van 1951.

Nederland neemt per jaar 500 uitgenodigde vluchtelingen of quotumvluchtelingen op. Boven dit quotum kunnen nog eens maximaal 300 personen worden uitgenodigd. In tegenstelling tot asielzoekers zijn quotumvluchtelingen hier dus op uitnodiging van de regering. Hét verschil tussen asielzoekers en genode vluchtelingen is dat laatstgenoemden al vóór hun komst naar Nederland erkend zijn als vluchteling door de Unhcr. Zij krijgen meteen een A-status.

Eind november 1999 heeft minister Van Aartsen, als coördinerend bewindspersoon terzake, de Tweede Kamer laten weten dat het beleid voor uitgenodigde vluchtelingen gaat veranderen. Op het eerste gezicht lijkt het erop dat het huidige beleid wordt voortgezet. Niets is minder waar. Volgens de regering is door de toestroom van asielzoekers het belang van het quotumbeleid - als bijdrage aan de vluchtelingenproblematiek - sterk afgenomen.

Nederland zal haar internationale verplichtingen nog wel blijven nakomen, maar de invulling van het quotum en de wijze van opvang gaan drastisch veranderen. Het sturen van selectiemissies naar de opvangkampen wordt stopgezet, zodat er een einde komt aan de groepsgewijze selectie van vluchtelingen. Voortaan zullen er alleen nog individuele vluchtelingen worden uitgenodigd op voordrachten door de Unhcr.

De omvang van het quotum blijft de komende drie jaar weliswaar gehandhaafd op 500, maar Nederland verplicht zich niet meer om dit jaarlijks vol te maken. Gezinsherenigers gaan vanaf nu onder het quotum vallen en de aparte opvang van deze groep verdwijnt. Op dit moment vangt de Stichting Centrale Opvang Vluchtelingen (COV) de uitgenodigde vluchtelingen op gedurende de eerste fase van hun verblijf. In het nieuwe beleid worden de quotumvluchtelingen ondergebracht in asielzoekerscentra.

Onze kritiek op het nieuwe beleid behelst drie punten. Ten eerste is het onbegrijpelijk dat de regering het quotum niet heeft verhoogd. Een ruimhartiger toelating kan de druk op het asielsysteem verminderen. Voor uitgenodigde vluchtelingen is immers geen uitgebreide asielprocedure nodig, zij zijn reeds als vluchteling erkend. Twee jaar geleden hebben de vijf grote politieke partijen daarom gepleit voor verdubbeling van het quotum tot 1000 per jaar; een in december 1997 ingediende motie in de Tweede Kamer met die strekking is - in afwachting van het nieuwe beleid - aangehouden.

Ten tweede vrezen we dat Nederland zich ook in de toekomst onvoldoende zal beijveren om deze groep vluchtelingen op te nemen. De actieve opstelling vóór 1997, zoals het intensieve contact met de Unhcr en het sturen van selectiemissies naar landen waar quotumvluchtelingen verblijven (waardoor het mogelijk was om grote groepen ineens uit te nodigen), wordt immers verlaten. Men legt het initiatief bij de Unhcr.

Het is opvallend dat het de meeste quotumlanden wel lukt om hun quotum vol te maken. Vrijwel alle landen hebben aan hun verplichting voor 1999 voldaan. Nederland heeft als enige land voor 1999 geen toezegging gedaan en geen enkele quotumvluchteling uitgenodigd, waardoor de druk op de andere landen toenam. We vinden dat een slecht voorbeeld. Passief de voordrachten van de Unhcr afwachten, wekt de indruk dat de regering van het quotumbeleid af wil.

Ten derde is het schrappen van de aparte opvang voor uitgenodigde vluchtelingen een onjuist besluit. Quotumvluchtelingen hebben een permanente status en dus de zekerheid dat zij in Nederland kunnen blijven. Anders dan bij asielzoekers moet het perspectief van de opvang daarom volledig gericht zijn op een snelle integratie. Hoe valt dit te combineren met de opvang voor asielzoekers? In de opvang van deze groep zal immers altijd aandacht zijn voor een mogelijke terugkeer.

Het verschil in status brengt verschil in behandeling mee. Zo heeft een vluchteling anders dan een asielzoeker recht op een bijstandsuitkering. Verder zal de verblijfsduur van quotumvluchtelingen in de centrale opvang toenemen; de asielzoekerscentra kennen in het algemeen een 'wachttijd' voor statushouders van ruim zes maanden voordat zij in een gemeente worden gehuisvest.

Het lijkt erop dat de regering met het nieuwe quotumbeleid uitsluitend op papier haar internationale afspraken nakomt. Door haar passieve houding wordt het uitnodigingsbeleid een wassen neus. De vluchteling die niet op eigen kracht zijn toevlucht tot Nederland kan zoeken, wordt hiervan de dupe. De Unhcr verwacht dat als gevolg van dit nieuwe (passieve) beleid het quotum voor slechts 20 tot 25 procent zal worden ingevuld, dat wil zeggen ruim honderd personen.

Nu de vluchtelingen die in het kader van gezinsherenigingen worden uitgenodigd binnen het quotum gaan vallen, wordt het huidige quotum in feite ook nog eens gehalveerd. Dit staat in schril contrast met de wens van de Tweede Kamer het quotum te verdubbelen. Daarnaast achten wij een speciaal, kortdurend en intensief opvangprogramma voor deze vluchtelingen, gevolgd door een snelle huisvesting in een gemeente onontbeerlijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.