Natuurlijk weet mama ook niet alles

Ook heel jonge kinderen weten dat andere mensen, zoals volwassenen, abuis kunnen zijn. Ze leren dat eerder dan tot dusver is aangenomen....

Een peuter van 2 heeft net de koektrommel leeggegeten en ziet zijn moeder een vergeefse greep doen.

Vindt de peuter het gek dat zijn moeder in de lege koektrommel kijkt? Of snapt hij dat zij nog koekjes verwacht?

Volgens de tekstboeken vindt hij de greep van zijn moeder maar vreemd. Volgens de tekstboeken beseffen kinderen namelijk pas op 4-jarige leeftijd dat de ander een eigen perspectief heeft, dat niet hoeft te stroken met de werkelijkheid. Dan krijgen kinderen er überháupt pas benul van dat anderen een innerlijk leven hebben.

Aan dat idee wordt al geruime tijd gemorreld. Door ouders die hun eigen nakomeling slimmer achten, maar ook door wetenschappers. Is het idee niet ontstaan door onjuiste onderzoeksmethoden? Een nieuwe studie, deze week gepubliceerd in het blad S cience, versterkt die twijfel.

Want hoe gaat zo'n stereotype experiment naar inlevingsvermogen: een student speelgoedje onder verstopt toezicht een van een jonge proefpersoon en van een medespeler. Als de handlanger even weg is, verplaatst de student snel het speelgoedje en vraagt aan het kind: waar denk je dat hij zometeen zoekt? Pas met 4 jaar wijzen kinderen op de oude plek, de plek waar de medestudent het speelgoed verwacht.

Maar waarom vergissen kinderen jonger dan 4 zich en wijzen ze op de nieuwe verstopplek? Is dat inderdaad omdat ze nog geen theory of mind hebben zoals dat heet - besef van mentale processen in andermans hoofd? Of is simpelweg de vraag te ingewikkeld en legt die te veel beslag op hun denken taalvaardigheid?

Het is inderdaad al gebleken dat het wonderen doet als de kinderen geen vraag hoeven te beantwoorden. Wordt de vraag vervangen door de opmerking: 'Ik vraag me af waar ze zal kijken', dan richten de meeste kinderen van 3 jaar, soms al van 2 jaar, hun blik op de oude plek .

Wa t e r m e l o e n Met een nog laagdrempeliger experiment hebben twee Amerikaanse ontwikkelingspsychologen aangetoond dat de ogen die wijsheid al met 15 maanden verraden - de leeftijd waarop kinderen net beginnen rond te stappen en hun eerste woordjes spreken.

Bij deze proeven nam een student plaats tegenover het kind, speelde even met een plastic stukje watermeloen en stopte dat in een gele of groene kubus. Vervolgens haalde een medestudent het speelgoed tevoorschijn en stopte het terug in dezelfde óf in de andere kubus ('cool!' riep één kleintje daarbij uit). Soms in, soms uit het zicht van de eerste student. Soms ook verschoof de handlanger de meloen openlijk, om het daarna stiekem weer terug te verhuizen.

56 Kleine jongens en meisjes waren, gezeten op de schoot van hun moeder, één en al oog voor deze simpele toneelstukjes. 'Niet dat ze veel keus hadden', zegt dr. Kristine Onishi van de Canadese McGill University. 'Er was verder niets te zien. De proefopstelling stond helemaal om hen heen en zelfs de ogen van de experimentatoren waren met een zonneklep afgeschermd. Anders gaan de kleintjes naar de ogen kijken, dat vinden ze veel interessanter.'

Het resultaat dat telde, was dat de 56 aandachtige kinderen in alle scenario's hetzelfde reageerden: ze keken langer als de student in een andere kubus tastte dan die zou moeten doen op grond van wat de kleintjes hadden gezien.

Die kijkduur is onder ontwikkelingspsychologen een bekende manier om te meten of iets nieuw, vreemd of onverwacht is voor een kind. Onishi: 'De uitkomsten suggereren dat het afwijkende zoekgedrag hen verbaast. Kennelijk hebben 15 maanden jonge kinderen al een basale notie dat anderen handelen op hun ideeën, en dat die ideeën verkeerd kunnen zijn.'

Het wetenschappelijk armpje drukken gaat over veel meer dan de precieze leeftijd waarop inlevingsvermogen ontstaat. Dat dit vermogen pas rond 4 jaar komt aanwaaien, past bij het idee dat het via taal en cultuur wordt aangeleerd. Onderzoeken zoals deze van Onishi wijzen er echter op dat het vermogen is aangeboren. Onishi: 'In een basale vorm, dat wel, en het moet zich nog ontwikkelen als de hersenen en de geest rijpen. Maar het is niet zo dat het dan plotseling ontstaat.'

Losgepeuterd De vroege aanwezigheid zou het inlevingsvermogen losweken van taal en cultuur. Dat raakt bij sommigen een snaar, want daarmee wordt het tevens losgepeuterd uit het uniek menselijke domein. Iets waar dieronderzoekers al langer voor pleiten, want veel dieren - van mensapen tot kraaien - misleiden andere dieren als ze daarmee eten of seks kunnen stelen.

Toch is het pleit van de wijze dreumesen nog niet beslecht. In een begeleidend commentaar in S cience vinden de ontwikkelingspsychologen prof. dr. Josef Perner (Oostenrijk) en dr. Ted Ruffman (Nieuw Zeeland) het nog niet overtuigend dat de dreumesen langer kijken. Misschien zijn ze slechts verbaasd omdat ze gewend zijn dat mensen zoeken op de plek waar ze voor het laatst keken.

Onishi noemt dat onwaarschijnlijk. 'Kinderen zouden er dan voor ieder scenario regels op na moeten houden - "mensen kijken altijd waar ze het laatst hebben gekeken; mensen kijken altijd op de plek waar iets het laatst lag; mensen kijken altijd op de laatste plek tenzij ze een spoor van verplaatsing zien", enzovoort.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden