Narcostaat? Ach nee

Suriname een narcostaat? Volgens Amerikaanse deskundigen komt het land nog minder in aanmerking voor die kwalificatie dan mini-staatjes als Belize, de Dominicaanse Republiek of het koninkrijksdeel Aruba....

IN DE WEIDSE jungle van het Zuid-Amerikaanse cocaïnelandschap is Suriname een mierenhoop met door elkaar krioelende kleine krabbelaars. De criminoloog en Surinamekenner dr. F. Bovenkerk beschreef de cocaïnestroom tussen Suriname en Nederland afgelopen jaar in termen van mierenvlijt. Cocaïne die in uitgeholde bananen wordt gestopt; in zakjes massala meegegeven aan stewardessen, of in dubbele kofferbodems ter hand gesteld aan naïeve, hoogbejaarde creoolse opa's. En verpakt in afgeknipte vingers van chirurgenhandschoenen, tot bolletjes gekneed en geslikt door een klein leger koeriers op de luchtlijn Paramaribo-Amsterdam. Een pond per maag.

Vorig jaar werden bijna tweehonderd koeriers op Schiphol gesnapt en ook dit jaar werd in bijna elk toestel uit Paramaribo wel een bescheiden zending harddrugs gevonden. Klein en niet zo dapper, dat is het profiel van de tegenwoordige Surinaamse drugssmokkelaar. 'Vette mieren', met zendingen tussen de honderd en duizend kilo cocaïne per keer, zijn het laatste anderhalf jaar tussen Suriname en Nederland niet meer gevonden.

Drugshandel vanuit Suriname is vrijwel exclusief gericht op Nederland. De Amerikaanse markt wordt nauwelijks bewerkt en in andere westerse landen is de aandacht voor de rol van Suriname als doorvoerland van drugs nihil. Maar anders dan de vetste krantenkoppen deze zomer beweren, is Paramaribo geen coke-city, en is Suriname volgens nuchtere maatstaven al evenmin de narcostaat die het volgens sommige Suriname-woordvoerders in de Tweede Kamer zou zijn.

Voor de titel 'narcostaat' of 'narcocratie' komt Suriname zelfs minder in aanmerking dan het Nederlandse koninkrijksdeel Aruba, ook al is dat eiland zowel in omvang als aantal inwoners een stuk kleiner. Die vaststelling komt uit onverdachte bron: volgens het Amerikaanse Bureau for International Narcotics and Law Enforcement Affaires verdient Suriname bij drugsbestrijding minder prioriteit dan vergelijkbare mini-staatjes als Belize, de Dominicaanse Republiek of Aruba.

Op de lijst van 32 'voorname drugs-producerende of drugs-doorvoerende landen' die het Amerikaanse Congres vorig jaar vaststelde, komen die drie landjes wel voor, maar Suriname niet. Het is mede daarom dat de machtige Drugs Enforcement Agency (DEA) zich weliswaar ernstig zorgen zegt te maken over de toenemende rol van Suriname als drugsdoorvoerland, maar tot dusver geen animo vertoont in Paramaribo een eigen kantoor te openen. Zowel de vorige als de huidige Surinaamse regering gaf daar wel toestemming voor.

Ook de Nederlandse Centrale Recherche Informatiedienst CRI beschikt niet over een Surinaamse vestiging, omdat die volgens het ministerie van Justitie te weinig rendement zou opleveren. Om budgettaire redenen geeft het departement de voorkeur aan een luisterpost in Venezuela, waar zowel in absolute als relatieve zin meer werk aan de winkel is.

Op de Nederlandse ambassade in Paramaribo is derhalve niet één drugsexpert gevestigd, wat voor de diplomatie daar bijzondere neveneffecten heeft. Tot aan de hoogste diplomaat tast de ambassade nog steeds in het duister over wat de afgelopen jaren toch het belangrijkste diplomatieke twistpunt tussen de twee landen is geweest: de inhoud van het drugsdossier dat het Haagse CoPa-team tegen Desi Bouterse heeft verzameld.

En zelfs de Verenigde Naties zien Suriname nog wel eens over het hoofd als het om drugs gaat. Het recente jaaroverzicht van de International Narcotics Control Board van de VN, die uitvoerig ingaat op de drugspraktijk in Nederland, laat Suriname ongenoemd. De Surinaamse drugsconnectie, zo lijkt wel, is een puur Nederlandse preoccupatie, niet onvergelijkbaar met de obsessieve Franse houding ten opzichte van de veronderstelde narco-etat Nederland.

Wie bij het ministerie van Justitie vraagt om cijfers over de drugssmokkel vanuit Suriname, krijgt te horen dat die er niet zijn. Het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatie Centrum (WODC) heeft een handvol rapporten over Surinaamse drugsverslaafden geproduceerd, maar niets over de feitelijke of vermoede omvang van de handel. Of het CoPa-team dat de strafzaak-Bouterse voorbereidt daar wel een betrouwbare schatting over heeft, is volgens de Haagse persofficier van Justitie een vertrouwelijke kwestie waarover geen mededelingen worden gedaan.

Het eindrapport van de enquêtecommissie-Van Traa, dat vijftien pagina's wijdt aan wat men 'de Surinaamse connectie' noemt, bevat niet één cijfer over de omvang van de drugshandel tussen de twee landen - zelfs geen schatting. Vergeleken met dit anekdotische en suggestieve materiaal zijn de Amerikaanse bronnen over de positie van Suriname een verademing. Ze zijn in elk geval een stuk openhartiger.

In de havens en de zeeën rond de Caribische eilanden waaronder Aruba, schrijft het drugsbureau van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken in zijn jaaroverzicht, wordt jaarlijks naar schatting 155 ton cocaïne doorgevoerd. Op het Zuid-Amerikaanse continent transporteerde Venezuela waarschijnlijk honderd tot tweehonderd ton, en is Ecuador doorvoerland voor naar schatting dertig tot vijftig ton cocaïne. In Mexico gaat een enorme hoeveelheid drugs het land door. Vorig jaar werd daar bijna 24 ton cocaïne in beslag genomen. In Amerika bedroeg de inbeslagname van cocaïne honderd ton.

Hiermee vergeleken was Suriname een bescheiden uithoek, waar vorig jaar 1,7 ton cocaïne in beslag werd genomen. Dat was het resultaat van één onderschept cocaïnevliegtuig uit Colombia. Het toestel werd bij het indianendorp Pierrekondere door onhandige helpers voorzien van verkeerde brandstof, waardoor het vertraging opliep en de politie op tijd aanwezig was. Er zat 1200 kilo cocaïne in. Een Venezuelaan en drie Colombianen werden veroordeeld tot zes jaar, terwijl twaalf Surinaamse krabbelaars zeven maanden tot drie jaar de cel in gingen. De 'vette mier' in Suriname werd niet gelokaliseerd.

Ook de Amerikanen wagen zich niet aan schattingen over de totale cocaïnestroom door Suriname. Volgens het hoofd van de Surinaamse narcoticabrigade Humphrey Tjin Liep Shie zijn daar ook moeilijk cijfers over te geven.

Een natte-vingermethode leidt volgens hem tot de volgende berekening: vorig jaar werden bij de politie 26 'illegale' vliegtuiglandingen in het binnenland van Suriname gemeld. Wanneer die vliegtuigjes allemaal vol cocaïne hebben gezeten, is ruim 26 ton het land binnengekomen. Probleem is echter dat die 26 meldingen voor een groot deel afkomstig zijn uit de Surinaamse mofokoranti (letterlijk: mondkrant, geruchtenstroom), en dat elke betrouwbare mededeling ontbreekt.

Wat niet betekent dat Suriname geen drugsprobleem heeft. Het cocaïnegebruik is de afgelopen vijf jaar sterk toegenomen, hoewel de omvang van het probleem volgens psychiater dr H. Haarlo, hoofd van het Surinaamse bureau voor Alcohol en Drugs, nog steeds achterloopt op die in Nederland. Statistieken heeft hij niet, maar het aantal gebruikers wordt geschat op enkele duizenden. Er is gewoon te veel cocaïne in omloop in het kleine land. De prijzen zijn onwaarschijnlijk laag. Een 'bolletje' kost omgerekend minder dan vijf gulden en een dagdosis voor een verslaafde is voor vijfentwintig gulden beschikbaar (in Nederland vier keer zoveel). 'Niettemin', zegt Haarlo, 'is de handel bedekt en rust er nog steeds een flink taboe op cocaïnegebruik.'

De mofokoranti is een belangrijke karakteristiek van Paramaribo, een provinciestad van 300 duizend inwoners, drie fatsoenlijke hotels; vier discotheken, een casino en een dozijn bordelen. In omvang te vergelijken met een stad als Utrecht, maar met de sociale controle van een Fries terpdorp. Dankzij mofokoranti circuleerde dit voorjaar bijvoorbeeld de prangende vraag voor wie toch die rode Maserati-sportauto bestemd was die, naar algemeen bekend, in de haven was aangekomen. In een land waar zeven jaar geleden niet eens wc-papier in de winkel lag, blijft een buitensporig bestedingspatroon niet lang geheim.

Zelfs de opening van een Benetton-winkel of een nieuwe parfumeriezaak houdt de gemoederen in Suriname tegenwoordig serieus bezig. Wie kan al die dure spullen eigenlijk betalen? En hoe komt de echtgenote van de directeur van de Centrale Bank, drs. H. Goedschalk, aan het geld om zo'n winkel te openen? De identiteit van de vermoedelijke cocaïne-bovenbazen van Paramaribo is dan ook algemeen bekend. Wat in Nederland een vertrouwelijke politie-signalering zou zijn, ligt in Suriname op straat.

Suriname barst van de illegale verdiensten, maar niet alleen van drugshandel. Jaarlijks wordt volgens schattingen van de Surinaamse politie en deskundigen bij de Centrale Bank voor 100 miljoen dollar goud gewonnen in het oostelijke binnenland - illegaal maar uit onmacht getolereerd. Een deel van de protserige welvaart is naar die bron van inkomsten terug te voeren. Het andere deel is drugsgeld. De kern van het Surinaamse cocaïne-circuit bestaat uit vijf of zes criminelen en enkele tientallen adjudanten; in omvang dus eveneens te vergelijken met de Utrechtse penoze. Namen noemt mofokoranti volop, en tegengesproken worden ze niet. Zo weet iedereen dat Desi Bouterse, die rond 1985 via connecties in Brazilië met de coke-handel begon, nog steeds een van de bovenbazen is, maar dat de cocaïnezaken worden afgehandeld door zoon Dino Bouterse. Die werd daarvoor vorig jaar zelfs enkele maanden in voorarrest gehouden. Bij zijn arrestatie door de Surinaamse politie probeerde Dino zich nog uit te geven voor militair, maar die verkleedpartij mislukte.

De militaire poot van de drugshandel omvat naast Bouterse het voormalig hoofd van de Militaire Politie Etienne Boerenveen, en voormalig chef-operatiën Marcel Zeeuw. Bij afwezigheid van Boerenveen worden zijn zaken afgehandeld door kapitein Corte en luitenant Antonius. De andere drie of vier bovenbazen zijn geen militairen. Zij genieten wel de steun van met name de militaire politie, die nog steeds onder informeel beheer staat van Boerenveen.

Het huis van drugsbaas Nunes, een Surinamer die uit de Nederlandse gevangenis is ontsnapt, maakt zelfs deel uit van menig toeristen-excursie wanneer de boot op de Surinamerivier ter hoogte van Domburg vaart. Daar dobberen de vele speedboten aan de privé-kade van Nunes. De andere drugsbaas die publiekelijk wordt aangewezen, is Lionel Lunes, bij wie de Surinaamse politie wel eens een inval heeft gedaan. Daarbij werden overigens 'vermiste' wapens van het nationaal leger aangetroffen.

In dit provinciale, overzichtelijk schema horen ook twee blanke Nederlanders. De een, de naar Suriname geëmigreerde woonwagenbewoner Gregoire, hoort bij de clan van Nunes. De ander is de voormalige visser Veenstra uit Den Helder. Hij heeft zijn eens florerende zaak aan goklust verloren en wordt door de Franse politie gezocht wegens drugssmokkel. Veenstra vaart nu met twee schepen voor de Surinaamse kust en is doende zich de Surinaamse nationaliteit te verwerven, die hem tegen uitlevering aan derde landen zou kunnen beschermen.

Voor de financiering van de drugstransacties wijst mofokoranti naar de hindoestaanse handelselite in Suriname; importeurs en rijsthandelaren. Van die laatste werd de puissant rijke Sham Guptar betrapt toen hij bij zwart-geldbank Femis vele miljoenen geparkeerd had, maar de Nederlandse noch de Surinaamse justitie is erin geslaagd de vermoede drugsconnectie aan te tonen. Guptar betaalde een boete en weet zich sindsdien vrijgepleit. Ook beschuldigingen tegen de Mungra-familie, die aan de huidige en de vorige regering ministers leverde, zijn nooit hard gemaakt. Maar mofokoranti rectificeert zelden.

Inmiddels genieten deze bovenbazen van hun grote huis, hun boot, hun waterscooter en nu dus ook van hun rode Maserati, waarmee de uiterlijkheden van Miami Vice aardig zijn bereikt. Maar een narcostaat? 'Dat lijkt me onzin', zegt dr. Marten Schalkwijk, een van de weinige onkreukbare politieke analisten in Paramaribo, tevens hoofd van de Sibibusi-beweging die strijdt tegen corruptie en voor een afwikkeling van de decembermoorden uit 1982. 'De enige narcostaat die ik ken, is die in Bolivia van 1981 tot 1982. (toen de drugsmaffia het bestuur van Bolivia vrijwel overnam, red.) Die heeft het dus maar een jaar volgehouden. Het bewijst dat drugsfiguren niet erg goed kunnen regeren.'

Volgens de Paraguyaanse politicoloog en schrijver Esteban Caballero hebben de naar criminaliteit afglijdende Zuid-Amerikaanse drugsstaten behoefte aan autonome rechters, goed geïnformeerde en kritische media, onafhankelijke politiekorpsen en politici die verantwoording afleggen aan hun kiezers. In Suriname wordt, in grote lijnen, aan bijna al die voorwaarden nog steeds voldaan.

Slechts één hoge, hindoestaanse medewerker van het Openbaar Ministerie, die na een auto-ongeval met een partij cocaïne in de achterbak werd aangetroffen, is naar wordt aangenomen omgekocht door het drugskartel. Een poging van president Wijdenbosch om een bevriende politicus tot procureur-generaal te benoemen, werd na felle maatschappelijke protesten gestaakt.

De twee onafhankelijke Surinaamse kranten varen een kritische koers tegenover de regering. Het politiekorps, zegt narcotica-chef Tjin Liep Shie, is weliswaar voor een deel aangetast door corruptie, maar functioneert nog onafhankelijk. Politiek is in Suriname één keer in de vijf jaar een zaak van de kiezers. Die protesteren op hun eigen manier tegen het zwakke bestuur in Suriname. Vorig jaar gaven ze de NDP van Bouterse en Wijdenbosch eenderde van de stemmen, waardoor het de grootste partij werd.

Volgens Schalkwijk is Suriname zelfs volgens een sterk afgezwakte definitie geen drugsstaat. 'Het is niet zo dat alles overtrokken is door drugs en corruptie. Het internationale zakenleven maakt zijn eigen listings, en ook daar geldt Suriname nog zeker niet als een onbestuurbare narcostaat. We maken ons natuurlijk zorgen. We vinden niet dat alles goed gaat. Maar dat was onder de vorige regering ook al zo. Daar heeft de huidige weinig aan veranderd.'

Oud-minister van Justitie S. Girjasing, die anders dan sommige VHP-partijgenoten niet overliep naar de huidige regering, verzet zich ook tegen het narcostempel. 'De drugsmaffia heeft zijn tentakels inderdaad uitgestoken in het ambtenarenapparaat. Ik vrees zelfs in het bedrijfsleven. Maar dat is niet uniek voor Suriname. In Nederland en andere landen in deze regio zien we hetzelfde verschijnsel. Wanneer je daardoor een narcocratie wordt, zou je over de meeste staten in die termen moeten praten. Ik neem het woord daarom liever niet in de mond.'

Beide Surinamers vinden dat Bouterse veroordeeld moet worden wanneer de Nederlandse Justitie inderdaad een sluitende zaak tegen hem zou hebben. De ex-minister: 'Je mag Girjasing of Bouterse heten, adviseur van staat zijn of oud-minister, wanneer je je hebt schuldig gemaakt aan dit soort handelingen, moet je je straf krijgen. In die zin zal het ongetwijfeld bijdragen aan de bestrijding van de Surinaamse drugsmaffia. Ook internationaal gezien.'

Maar de Nederlandse poging om Bouterse te scheiden van de Surinaamse politiek vinden ze naiëf. Schalkwijk: 'In Suriname hangt alles met elkaar samen. Je kunt zeker niet een zaak die zijn wortels heeft in de jaren tachtig, los zien van de politieke setting van vandaag.'

En verpolitiekt is de zaak al lang, meent Girjasing. 'Temeer omdat Nederland geen gebruik heeft gemaakt van het rechtshulpverdrag tussen de twee landen. Dat verdrag voorziet in de mogelijkheid Surinaamse verdachten door een Nederlandse justitiële commissie in Suriname te laten horen. Het internationale arrestatiebevel kwam daardoor vroeger dan ik had gedacht.

De logische volgorde zou geweest zijn dat Nederland Bouterse berecht, al of niet bij verstek. Na een eventuele veroordeling zou hij dan bij Interpol kunnen worden aangemeld.'

Waarmee de cocaïnehandel in Suriname overigens slechts zijdelings zal worden getroffen. Want Girjasing gelooft niet dat de andere provinciale drugsbazen nog bescherming van Bouterse nodig hebben. 'Ik zie niet dat ze die bescherming zoeken, en ook niet dat Bouterse die nu nog zou verlenen. Wat Bouterse vooral probeert, is zijn eigen hachje te redden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.