Najib Amhali

interview najib amhali

Najib Amhali: ‘Mijn leven is radicaal ­veranderd, en echt, ik wil niet meer anders’

Najib Amhali Beeld Koen Hauser

Cabaretier Najib Amhali heeft jarenlang smoesjes verkocht en uitvluchten verzonnen om zijn zware verslaving te maskeren. Maar nu is het afgelopen. Nee, echt. Sinds negen maanden is hij clean. Hij viert dit jaar dat hij 25 jaar in het vak zit. En met veel succes, ondanks alles.

‘Achteraf gezien hè’, zegt Najib Amhali (47), ‘was het natuurlijk veel makkelijker geweest om meteen het eerlijke verhaal te vertellen.’ 

Zijn plan was om na zeven theatertournees de kleine zalen weer aan te doen. De cabaretier die in 2012 drie keer de Amsterdamse Ziggo Dome uitverkocht en in zijn laatste voorstelling I Amhali met een batterij aan muzikanten in Carré stond, wilde ‘terug naar de basis’, zoals dat dan heet. ‘Zonder band, zonder grote trailer vol licht en decor, maar gewoon Najib en een microfoon’ – met die woorden kondigde hij in 2016 zijn nieuwe show (N)ergens goed voor aan, of eigenlijk af.

Op de een-na-laatste dag van dat jaar verscheen er een brief op zijn Facebook-pagina waar nieuwssites even later uit citeerden. ‘Tijdens het ontwikkelen en schrijven van de show werd ik geconfronteerd met enige problemen in mijn persoonlijke omgeving en moest ik om gezondheidsredenen wat rust nemen’, schreef Amhali. ‘Toch ben ik de afgelopen weken begonnen met de try-outs en dat waren mooie avonden. Ondanks de enthousiaste reacties heb ik geconcludeerd dat ik nog niet ver genoeg ben om mijn theatershow op het niveau te krijgen dat jullie gewend zijn en verdienen. Dus heb ik helaas moeten besluiten om, voor het eerst sinds ik in 1994 begon, mijn theatertour af te zeggen.’

Het eerlijke verhaal is dat hij na die ‘mooie avonden’ - zes waren het er - gefrustreerd en high was thuisgekomen.  De vage omschrijving ‘enige problemen in mijn persoonlijke omgeving’ moest één groot probleem afdekken dat sinds 2009 af en aan de kop opstak en waar nu met geen mogelijkheid meer omheen te werken viel: een driedubbele verslaving – drugs, drank, gokken.

In Alles komt goed, de ruim 2,5 uur durende voorstelling die Amhali van 2011 tot 2013 speelde, vertelde hij al over wat hij ‘een kloteperiode’ noemde: hij en zijn inmiddels ex-vrouw gingen in relatietherapie, na een huwelijk van zeven jaar scheidden ze, zijn moeder kreeg borstkanker en hijzelf een zware depressie die hij te lijf ging met alcohol en cocaïne. Zijn moeder overleefde de ziekte. Hij bezocht een afkickkliniek in Portugal, trouwde in 2012 met zijn tweede vrouw Niama en werd vader van hun zoontjes Noah (6) en Novèll (3), maar met die verslaving kwam het dus niet goed.

Amhali: ‘Met Niama had ik afgesproken: ik maak de try-outperiode af en dan ga ik weer de kliniek in. Maar ik had niet eens een half uur aan nieuw materiaal dat werkte om tijdens die try-outs te spelen. Ik dacht alleen maar: hoe ga ik dit doen? In paniek ging ik alleen maar meer gebruiken. Ik had de hele dag door coke nodig, om te functioneren.’ In een mail aan Jamal, zijn broer en toen nog zijn manager, hakt hij de knoop door: ‘Ik ga hier kapot aan.’

Beeld Koen Hauser

Wat heb je gedaan toen de voorstellingen waren geannuleerd?

‘Ik ben eerst een week in mijn eentje naar Curaçao gegaan.’ Begint te lachen. ‘Of all places! Waar het spul goedkoper is. Ja, het is niet te geloven.’

Wat was dat voor een week?

‘Een hel van een week. De eerste drie dagen heb ik niet gesnoven. Ik trok toen op met Jandino (Asporaat, red.), die was ook op het eiland. Dat was leuk, gezellig. De vierde dag kwam ik iemand tegen die coke bij zich had. De rest van de week ben ik in mijn hotelkamer gebleven om drugs te gebruiken en gleed ik weer af naar de gebruikersmodus: de nachten doorhalen en wodka drinken om ’s morgens een paar uur te kunnen slapen.’

Het zou nog anderhalf jaar duren voor het hem lukt om die routine te doorbreken. Negen maanden geleden dronk en gebruikte hij voor het laatst, vertelt hij in een restaurant in zijn woonplaats Abcoude. Hij weet de precieze datum, want het was zijn zelfgestelde ultimatum: zaterdag 14 juli 2018, restjesdag, daarna begon hij aan een nieuwe behandeling.

Sinds september treedt hij weer op. (N)ergens goed voor werd Waar was ik?, de voorstelling waarin hij vertelt over zijn afwezigheid gaat 16 april in première in een uitverkocht Carré. In april en begin mei speelt hij ook nog een zogenoemde Ramadan Conference, samen met collega’s Rayen Panday en Anuar.

Dit jaar zit hij 25 jaar in het vak. In 1994 sloot hij zich aan bij stand-up comedygezelschap Comedytrain, hij hoort bij de eerste lichting met onder meer Theo Maassen, Hans Sibbel, Eric van Sauers en Hans Teeuwen. ‘Als Marokkaan kom ik graag bij de mensen thuis’ was zijn binnenkomer op het Leids Cabaret Festival; de Marokkaan die op 1-jarige leeftijd van Nador naar het Noord-Hollandse dorp Krommenie verhuisde, won in 1998 de juryprijs en de publieksprijs. 

In de Leidse Schouwburg maakte hij indruk met een thema dat nooit uit zijn grappenarsenaal is verdwenen: als een van de eerste cabaretiers van Marokkaanse komaf gaf hij zijn visie op integreren, verschillen tussen culturen en hoe die te overbruggen. Na de lts en de acteursopleiding werd hij geen automonteur, zoals zijn op dat moment al overleden vader graag had gezien, maar een van de grootste publiekslievelingen onder de komieken, een muzikale entertainer die met vrolijke, optimistische shows de massa bedient en daar trots op is.

‘Het is zwaar, nee, niet zwaar, maar wennen’, zegt hij, om met Waar was ik? het land te doorkruisen. ‘De romantiek van ’s nachts na een optreden in Winterswijk naar huis rijden is er na al die jaren wel vanaf. En door de files moet je om twee uur, half drie ’s middags al vertrekken. Het zijn lange dagen, dus ik probeer het tegenwoordig bij drie shows per week te houden.’ Hij haast zich om niet zuur en ondankbaar te klinken: ‘Het reizen is vervelend. Maar zodra ik op het podium sta, geniet ik. Ik ben blij dat ik er weer ben.’

Vorig jaar in april gaf je een interview aan Nieuwe Revu over de tournee die niet doorging. ‘Het gaat gelukkig weer oké met me’, zei je. Je vertelde de interviewer dat je opnieuw bijna tegen een burn-out was aangelopen, en toen diegene vroeg of je niks had geleerd van je vorige…

‘… zei ik dat het dit keer absoluut niet met drank en drugs te maken had. Ik liep het te ontwijken. Ik kwam er creatief niet uit met die voorstelling, dat was wel waar. Dat was ook een probleem toen ik I Amhali maakte, de voorstelling na Alles komt goed. Ik heb niks! Er komt niks uit! Ik heb alles al gehad! Maar ik viel nog liever dood neer dan dat iemand aan me zou merken dat ik weer cocaïne gebruikte. 

‘Coke helpt 15 minuten om weer zeker van je zaak te worden en jezelf geïnspireerd te voelen. Je dénkt dat je 100 duizend goede, creatieve ideeën hebt, dat je lekker druk bezig bent. Maar in werkelijkheid was ik warrig en totaal ongeconcentreerd. Ik begon aan vijftien dingen tegelijk en maakte ze alle vijftien niet af.’ 

Wist je regisseur ervan?

‘Jawel, maar niet het hele verhaal. ‘Veel minder nu hoor!’ zei ik tegen hem. En zo ging het ook als ik een kliniek binnenkwam. Hoeveel gebruik je per dag, vroegen ze daar. ‘Nou, soms een gram, heel soms twee.’ In een kliniek weten ze dat je dan meestal meer gebruikt: ‘Dus vier gram?’ In de ergste periode was het vier gram, daar kon ik een etmaal mee doen.’

Wanneer gebruikte je?

‘Als ik ’s avonds laat thuiskwam van een show belde ik mijn dealer of ik had het spul al opgehaald, en dan ging ik het in mijn eentje gebruiken, terwijl mijn vrouw en kinderen sliepen. Ik deed het altijd alleen. We hebben thuis een kelder die is verbouwd tot een soort man cave, daar bleef ik de hele nacht, zogenaamd omdat ik nog ergens aan moest werken. Mijn drumstel staat daar. Ik maakte muziek, ik keek films en ik zat online te gokken, het simpelste wat er is: roulette. ‘U heeft in een uur 2 duizend euro opgemaakt’, die waarschuwing kreeg ik geregeld in mijn scherm. Zo ging het soms drie nachten achter elkaar. En ‘s ochtends, als Niama en de kinderen opstonden, zei ik dat ik ging slapen.’

Hoe was het om hen dan onder ogen te komen?

‘Dat zijn de naarste momenten om aan terug te denken. My god, waar was ik mee bezig? Niama zat er ook helemaal doorheen natuurlijk, zij liep echt op haar tandvlees. Want ik beloofde steeds: als ik dit en dat project heb afgerond, dán ga ik hulp zoeken. Maar dat gebeurde niet.

‘Bijna iedereen om me heen wist wel hoe laat het was, maar wat konden ze doen? Op mijn dieptepunt deed ik het ook in de kleedkamer, na optredens. De tourmanager, mijn neef Ali, moest altijd kloppen voor hij binnenkwam. Vaak als hij me thuis ophaalde om naar het theater te gaan, moest hij me wakker maken. In de auto sliep ik dan verder. Normaal gaan we om vijf uur, half zes naar een restaurant, maar ik bleef in de kleedkamer: ‘Laat mij maar liggen hier, wek me maar om half acht.’

Als je 4 gram per dag gebruikte en ook nog gokte moet het je een vermogen hebben gekost.

‘Ik denk dat ik van dat spaargeld vier mooie Porsches van had kunnen kopen.’

Beeld Koen Hauser

Een half jaar nadat de tournee van (N)ergens goed voor was afgezegd, stond je met Jandino Asporaat in voetbalstadion De Kuip. Daar kreeg je commentaar op van fans: een tournee afblazen en dan wel volop reclame maken voor De Kuip en in tv-programma’s verschijnen.

‘Dat begreep ik wel. Het was ook een overweging om De Kuip af te zeggen, maar in samenspraak met mijn broer Jamal besloot ik het toch maar te doen. Het was al lang geleden afgesproken. Er stond veel druk op dat evenement, de kaartverkoop liep niet. Hou het vol tot aan De Kuip, was het idee. De Kuip was 1 juli, een paar dagen later zat ik in Maastricht, in de kliniek.’

Jamal is twaalf jaar lang je manager geweest. Waarom is die samenwerking nu beëindigd?

‘Hij heeft me altijd gesteund door me van alles uit handen te nemen. Maar hij moest ook jarenlang om mijn situatie heen draaien, naar andere mensen toe. Daar voelde hij zich slecht over, waardoor er al een paar jaar allerlei spanningen tussen ons waren. 

‘Als manager plande hij mijn afspraken in, waar ik vervolgens niet kwam opdagen. ‘Ik heb niet goed geslapen’, mailde ik dan - altijd van die smoesjes. Later kon ik op meer begrip van hem rekenen, toen ik wel eerlijk was over de drugs. Maar daar kregen we ook ruzie over. ‘Als je het mij vraagt, ligt het allemaal aan je drugsgebruik’, mailde hij bijvoorbeeld. Als iemand mij met dat probleem confronteerde, werd ik boos. ‘Jij voelt de druk niet die ik voel!’, verweet ik hem dan. 

‘Het is een gezegde hè: met je familie moet je wandelen, niet handelen. Dus nu zijn die twee zaken gescheiden. Jamal doet nog wel mijn boekingen.’

Lijken jullie op elkaar?

‘Nee, wij verschillen als dag en nacht. Voor hem was mijn verslaving echt een ver-van-zijn-bed-show. Hij rookt niet en drinkt niet, heeft daar ook een afkeer van, laat staan van drugs. Hij vond het moeilijk om me zo te zien en om zijn emoties daarover te uiten.

‘Sowieso is het in de Marokkaanse cultuur lastig om over dit soort problemen te praten. Je houdt je sores eerder binnenshuis, of het nu over je scheiding gaat, een onderwerp als homoseksualiteit of over verslaving. Ik denk dat veel problemen in de Marokkaanse gemeenschap voortkomen uit het feit dat er zo’n groot schaamtegevoel op bepaalde onderwerpen rust.’

Heb je daar zelf ook last van gehad?

‘Die hele verslaving komt voort uit het uit de weg gaan van problemen: ik sprak niet over de dingen waar ik mee zat. Ik wilde graag kinderen met mijn eerste vrouw, maar dat lukte niet, om medische redenen. Ik had alles, behalve datgene wat ik graag wilde. Dat maakte me ongelukkig. Hetzelfde geldt voor het verdriet over mijn scheiding en de ziekte van mijn moeder: als je daar niet met elkaar over kunt praten, dan blijft het opgekropt verdriet.

‘Het is ook de reden dat ik bij het annuleren van de tour niet wilde zeggen wat er echt aan de hand was. Trots en schaamte hebben me zó in de weg gezeten. Mijn vrouw heeft steeds gezegd: ik blijf bij je, maar als het weer gebeurt, als je terugvalt, zeg het me, wees eerlijk. Maar als je al twee, drie, vier, vijf keer eerder een terugval hebt gehad, wordt het steeds moeilijker om daar eerlijk over te zijn. Dan schaam je je zó kapot, voel je je zo'n loser.’ 

Het is kennelijk wel vanzelfsprekend voor jou om er in het theater over te vertellen.

‘Wat ik wel lastig vind, is dat bepaalde uitspraken die ik in interviews doe als een kop op het internet blijven hangen en dat mijn kinderen daar later mee geconfronteerd worden: ‘Najib Amhali gebruikte wel 4 gram per dag.’’ Sarcastisch: ‘Maar goed, dan ben je wél eerlijk geweest.’

Heb je in de afgelopen 25 jaar weleens last gehad van de druk om snel weer met een nieuwe show te komen?

‘Ja. Het moet wéér een succes zijn, die druk voelde ik wel. Ik werd zelf ook ongeduldig, had het gevoel dat ik achterbleef. Ik wilde graag acteren, maar ik werd niet gevraagd om auditie te doen. Ik heb in films als Shouf Shouf Habibi! en Valentino gespeeld, ja, maar over al die films, behalve dan misschien De boekverfilming, kan ik nu zeggen: het was allemaal ruk. Contractueel mag je niet zeggen wat je van een film vond, maar ik heb daar inmiddels schijt aan.’

Je zei in dat gesprek met Nieuwe Revu: ‘Als ik aan het publiek vraag wat ze willen, dan weet ik het antwoord al: succesnummers als Lonny en Broodje.’ Het Indonesische typetje Lonny en je Marokkaanse vriend Mo zitten in je nieuwe voorstelling. Is het niet ook een beetje gemakzuchtig om het publiek te geven wat het al kent?

‘Ik heb die typetjes ooit bedacht omdat ik ze leuk vind. Waarom zou ik ze dan niet laten terugkeren, als mijn publiek ze ook leuk vindt?

‘In het begin van mijn carrière was ik een avond in Roosendaal geboekt, en toen sprak de schouwburgdirecteur tegen mijn toenmalige agent zijn zorgen uit: ‘Maar wij hebben hier niet zoveel Marokkanen hoor!’ Zijn idee was dus: als Najib hier optreedt, komen er alleen Marokkanen kijken. Zo is het nooit geweest. Ik ben er trots op dat ik cabaret maak waar een gemengd publiek op afkomt: van PVV- tot GroenLinks-stemmer.

‘Ik vond het vroeger een vies woord, pleasen, maar nu niet meer. Ik ben een pleaser, dat is gewoon zo. Bij de nabesprekingen van avonden in Toomler, de comedyclub van Comedytrain, kwam het vroeger ook voorbij als kritiekpunt. ‘Wat jij doet is makkelijk scoren.’ Blablabla. Ik denk toch ook dat er vaak jaloezie bij kwam kijken. Als jij al Carré doet terwijl een ander nog steeds in Klein Bellevue voor 16 mensen staat te ploeteren, dan krijg je van diegene soms rare dingen te horen. Ik kan de collega’s op één hand tellen die mij een sms’je stuurden als ik iets groots deed, zoals de Ziggo Dome.’

Ben je zelf weleens jaloers op collega’s geweest?

‘Ik heb het lang erg gevonden dat ik nooit werd gevraagd voor dingen als grappen schrijven voor tv-programma’s als Dit was het nieuws. En nog steeds wel een beetje. Ik sta niet bekend als een grappenschrijver, en ik ben van nature ook niet de beste schrijver, maar ik wilde wél graag. Ik had het toch kunnen leren? Waarom hebben ze mij nooit gevraagd? Dat heeft echt aan me gevreten, zeker als ik zag dat comedians die pas net bezig waren wel werden gevraagd.’

In Waar was ik? laat Amhali beelden zien van zijn zoontje Noah die aan het voetballen is. Niama maakte ze, zelf kwam hij in die tijd de deur niet uit. Daarover voelt hij zich het meest schuldig, zegt hij, dat de zorg van twee jonge kinderen de afgelopen jaren bijna volledig op haar en een inwonende nanny neerkwam en dat hij van hun eerste jaren van alles heeft gemist. ‘Noah wilde een tijd lang alleen maar fietsen. ‘Papa, kom mee naar buiten, ik wil fietsen.’ En dan zei ik glashard: ‘Nee Noah, straks, als mama thuis is kun je gaan fietsen.’ Dat raakt me zó erg, als ik daaraan terugdenk. Wat vroeg dat kleine mannetje nou? Om héél eventjes mee naar buiten te gaan. Dat het zo’n egoïstische tijd is geweest vind ik het allerergste.’

Niama vertelde dat ze er altijd in heeft geloofd dat je op een dag voorgoed met drank en drugs zou kappen.

‘Dat heb ik haar ook steeds gezegd: echt Niama, er komt een dag dat ik ermee stop, dit is niet mijn leven. Het klinkt raar, maar ik was daar honderd procent van overtuigd, zoals ik er ooit van overtuigd was dat ik artiest zou worden, niet wetend welke weg ik daarvoor moest volgen, maar wel dat het op een dag zou gebeuren.’

Ze noemde allemaal simpele dingen op die je haast nooit deed, maar nu wel: de kinderen aankleden, eitjes bakken als ze daar zin in hebben, boodschappen halen, elke ochtend shakes maken.

‘Na al die jaren van zelfvernietiging moet het lichaam zich resetten, denk ik. Ik ga op tijd naar bed en sta belachelijk vroeg op. Om half zes ben ik klaarwakker. Mijn leven is radicaal veranderd, en echt, ik wil niet meer anders. Het gekke is: alle ingrediënten waren er al. De liefste vrouw, twee gezonde kinderen, trouwe fans. Iedereen kon het zien, maar ik had alleen maar oog voor wat ik niet had.’

Ben je niet bang dat het toch weer misgaat? 

‘Hiervoor was het telkens ‘even naar de kliniek’. Dan was ik twee of drie maanden clean, maar er hoefde maar iets kleins te gebeuren of ik begon er weer mee. Ik vond dat ik het in de hand had. Zo van: zie je wel, ik heb aangetoond dat ik zonder kan, dus geef nou maar een drankje, dat kan best. Wil je totale verandering, dat heb ik nu geleerd, dan moet je écht van je eigen verslavingsgedrag walgen. Dat is vorig jaar eindelijk gebeurd. En ik denk niet dat er nog één onderwerp is waar ik het niet over kan of wil hebben.’

Beeld Koen Hauser

CV Najib Amhali

4 april 1971 ­Geboren in Nador, ­Marokko.

1994 Theateropleiding in Utrecht.

1994 Comedy­train.

1998 Leids Cabaret ­Festival.

1999 Film Jezus is een Palestijn.

1999-2001 Veni Vidi Vici.

2001-2003 Free Fight.

2003-2006 Most Wanted.

2004 Shouf Shouf Habibi!

2006-2008 Zorg dat je erbij komt.

2008-2010 Best of Najib Amhali.

2009 Spion van Oranje.

2011-2013 Alles komt goed.

2012 Optreden in Ziggo Dome

2014-2016 I Amhali.

2016 annuleert (N)ergens goed voor

2016-2018 Het zijn net mensen

2017 Comedy & Concert in De Kuip met Asporaat

2018 Optredens met de Gabbers (Ali B, Martijn Koning en Roué Verveer) in Ziggo Dome.

16 april 2019 Voorstelling in Carré Waar was ik?

Amhali woont in Abcoude, is getrouwd met Niama Amhali-el Bahri. Ze hebben twee kinderen van 6 en 3.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden