InterviewNadia Khiari

Nadia Khiari werd cartoonist toen de revolutie begon in Tunesië: ‘De macht is mijn tegenstander’

Bij het begin van de opstand in Tunesië, dinsdag negen jaar geleden, werd kunstschilder Nadia Khiari cartoonist. Haar kat ‘Willis from Tunis’ werd een icoon van de revolutie en sindsdien neemt ze deel aan het maatschappelijk debat. 

Nadia Khiari in Cannes: ‘Een tekening kan iedereen begrijpen, dat maakt cartoons zo gevaarlijk.’Beeld AFP

Als bij toverslag, van het ene moment op het andere, werd ­Nadia Khiari politiek cartoonist. Sinds vier weken was Tunesië in de greep van een opstand tegen het regime van dictator Ben Ali. De volkswoede was ontploft na de zelfverbranding op 17 december 2010 van de jonge groenteverkoper Mohammed Bouazizi. Kunstschilder Khiari, 38 jaar toen, was gepassioneerd onderdeel van de beweging en herinnert zich helder het moment dat ze dacht: nu is het genoeg, ik ben het spuugzat, ik ga tekenen.

Wat het uitlokte was de vernedering die ze voelde na de toespraak van Ben Ali op donderdag 13 januari. Om de bevolking te kalmeren, verscheen hij op televisie met een verzoenend verhaal. Opeens sprak hij Tunesisch, het dialect van de straat, in plaats van het formele Arabisch van de bestuurlijke elite. Kennelijk wilde hij zich een man van het volk tonen.

‘Ik heb het huishouden gedaan, gekookt, gestreken, de rekening betaald, de kinderen zijn gewassen en liggen in bed. Nu kan ik eindelijk gaan demonstreren tegen de onderdrukking.’Beeld Nadia Khiari

De president veroordeelde het politiegeweld en deed een reeks beloften. Hij zou de prijzen van eerste levensbehoeften verlagen, hij zou zich niet herkiesbaar stellen, hij zou de censuur opheffen. Meteen daarna werden beelden getoond van aanhangers van het regime op Avenue Bourguiba in het centrum van Tunis. ‘Leve Ben Ali!’, juichten ze.

‘Maar er was een compleet uitgaansverbod’, zegt Khiari. ‘Wij zaten allemaal binnen! Het was een enorm toneelstuk. We waren de propaganda gewend, we hadden niet anders meegemaakt. Maar dit was de druppel. Hij beledigde onze intelligentie. Het was één vernedering te veel.’

Khiari pakte haar pen, maakte een spotprent over Ben Ali met een kat genaamd Willis en plaatste die op Facebook. De volgende dag pakte de dictator het vliegtuig naar Saoedi-Arabië.

Geen causaal verband, uiteraard. Aanvankelijk bereikte Khiari alleen vrienden. Maar haar cartoons verspreidden zich razendsnel op internet en al spoedig was de kat, ‘Willis from Tunis’, een van de iconen van de revolutie geworden.

De omwenteling ging immers door, ook na de val van de sterke man. Opeens was daar de vrijheid, een explosie van creatieve energie, maar de democratie moest nog worden bevochten. Naast liberalen probeerden ook islamisten en vertegenwoordigers van het oude regime de zaken naar hun hand te zetten.

Uitverkoop, alles moet weg. Links: ‘Is er nog een beetje hoop in voorraad?’ Verkoper: ‘Het is opgebloeid in de lente van 2011, maar het is snel verlept.’Beeld Nadia Khiari

Sindsdien bleef Khiari met haar spotprenten – vrijwel altijd met kat Willis in de hoofdrol – deelnemen aan het maatschappelijk debat. ‘Voor mij is dat getuigen van wat ik zie en hoor. Ik reageer onmiddellijk op wat er gebeurt. Men pikt het op en het wordt gedeeld op sociale media. Maar ik teken niet voor of tegen een bepaalde groep. Mijn tekeningen zijn gericht tegen de machthebbers, wie het ook zijn – islamisten, links, rechts, liberalen. De macht is mijn tegenstander.’

‘Ik probeer het autoritair, islamistisch of populistisch discours te ontmaskeren. De propaganda aan de kaak stellen, de pogingen ons te manipuleren. Dat doe ik door een onverwachte invalshoek te kiezen. Humor is extreem belangrijk, niet alleen in tijden van crisis.’

Frontlinie

Kunstenaars als Nadia Khiari bevonden zich in de frontlinies van het debat om de grenzen van de vrije meningsuiting. Vooral in de jaren 2012-2014 probeerde salafisten en conservatieve islamisten hun stempel te zetten op het nieuwe Tunesië. Bloggers werden bedreigd, kunstuitingen belaagd, bioscopen in brand gestoken. Sommige kunstenaars werden veroordeeld wegens blasfemie.

‘We hadden in juni 2012 een grote expositie, Le Printemps des Arts. Alle galeries deden eraan mee. Ennahda, de islamistische regeringspartij, stuurde een mannetje dat kwam vertellen welke werken weg moesten. De minister van Religie zei op tv dat we godslasteraars en ongelovigen waren, dat we de doodstraf verdienden. Salafisten kwamen herrie schoppen. Ook ik werd bedreigd. Maar het is ze niet gelukt, de Tunesiërs hebben zich verzet.’

De cultuurstrijd is lang en breed uitgewoed. De salafisten houden zich tegenwoordig koest in Tunesië, het gematigde Ennahda is een van de pijlers geworden van het democratisch bestel. Vanuit Ennahda-hoek worden geen pogingen meer gedaan de artistieke vrijheden in te perken.

De kat Willis, de hoofdfiguur in de spotprenten van Nadia Khiari (47), bestaat echt. ‘Het is een vrouwtje. Maar ze verbeeldt steeds verschillende personen. In mijn allereerste cartoon in januari 2011 stelde ze president Ben Ali voor. Wij, de bevolking, waren de muizen. Tegenwoordig kan ze Trump zijn, Macron, wie dan ook. Elk personage heeft uiterlijke kenmerken die ik overdrijf. Je herkent ze meteen.’Beeld Nadia Khiari

‘De islamisten maken deel uit van het politieke landschap, zoals alle anderen. Men heeft het over samenleven. Dat doe ik ook. Maar onder Ben Ali zijn bloggers en activisten gevangen en gemarteld, mensen hebben hun leven gegeven voor de vrijheid. De revolutie heeft meer dan driehonderd levens gekost. Het minste wat je kunt doen is je rechten te blijven uitoefenen.’

Hoewel de vrijheden in de nieuwe Tunesische grondwet zijn gegarandeerd, blijft er genoeg te tekenen: corruptie (‘ons grootste probleem’), armoede, migratie. ‘Ik zie het aan mijn eigen huishoudboekje, het leven is niet meer te betalen. Geen land in Afrika vanwaar zoveel mensen naar Europa trekken als Tunesië.’

Mars tegen geweld tegen vrouwen. In werkelijkheid: Weg met het geweld. Gelijkheid. Respect. Zoals gezien door de macho’s: Castratie. Ze willen je pik grillen. Dood, dood!Beeld Nadia Khiari

Vrouwenrechten blijven een van haar belangrijkste thema’s. Khiari keert zich zowel tegen het recente boerkaverbod als tegen de ongelijkheid voor mannen en vrouwen in het erfrecht, een actueel debat in Tunesië.

Sinds 2011 tekent ze voor drie Franse bladen: het satirische Siné Mensuel, het feministische Siné Madame en de Courrier International. Kranten in Tunesië zeggen geen geld te hebben om cartoonisten fatsoenlijk te betalen. ‘Onze grootste beperking is tegenwoordig niet politiek, maar economisch.’

Toch bereikt ze via internet een groot publiek in Tunesië, een land dat verslingerd is aan Facebook. ‘Een tekening kan iedereen begrijpen, ook degenen die de taal niet spreken. Dat maakt cartoons zo gevaarlijk.’ Het aantal tekeningen per week varieert – ‘dat hangt af van mijn boosheid’.

Hypocrisie

‘Nog altijd heb ik het vaak over religie in mijn werk. Ik wil vooral de hypocrisie aantonen. Islamistische ministers gebruiken de islam om mensen te verdelen in goede en slechte moslims. En er gaat veel geld om in moslimorganisaties. Dat laat ik zien. Zij hebben ons – kunstenaars, intellectuelen, activisten –  vaak genoeg lastig gevallen, waarom zouden we aardig zijn tegen hen?

‘Maar godsdienst op zich is iets voor ieder persoonlijk. Dat respecteer ik. Ik heb veel moslims in mijn familie, in alle gradaties. Wat heeft het voor zin de profeet te tekenen? Wat wil ik ermee zeggen? Is het alleen maar om te provoceren? Met één tekening van de profeet val je alle moslims aan, zonder echt ergens kritiek op te leveren. Wat is het belang? Wat mij interesseert is de politieke islam.’

De aanslag op Charlie Hebdo in januari 2015, een kolossale schok ook voor de cartoonisten in Tunesië, heeft daar geen verandering in gebracht. ‘Ik heb een goede vriend verloren, tekenaar Tignous’, zegt Khiari. ‘Voor mij was het voor alles de moord op een vriend. Maar ik doe workshops met jongeren, in Frankrijk en Tunesië, ze komen uit alle klassen. Daar zijn ook radicale jongeren bij, die zeggen dat ze het verdiend hadden bij Charlie Hebdo. Met hen blijf ik in gesprek.’

Corruptie, armoede, vrouwen, werkloosheid.Beeld Nadia Khiari

‘Zorgelijk is dat de beweging Je suis Charlie in Frankrijk niet meer bestaat. Mensen zijn meer gesloten. De cartoons zijn totaal ongevaarlijk geworden, zonder politieke of controversiële inslag. Het is alleen maar grappig. Zelf teken ik net zo als vóór de aanslag. Voor mij was het een reden te meer mijn werk voort te zetten. Waar heeft hun dood anders toe geleid?

‘Wat wel is veranderd: cartoonisten worden nu gezien als de ridders bij uitstek van de vrijheid van meningsuiting. Dat deel ik niet. Het is te heroïsch. We zijn lang niet de enigen die de vrijheid verdedigen, zovelen doen dat. Ook journalisten.’

Van boosheid, een van haar inspiratiebronnen, heeft Nadia Khiari vandaag geen last. Tunesië heeft net geslaagde verkiezingen achter de rug en ze drinkt koffie op een zonnig terras in La Marsa, haar aangename wijk in Tunis, dicht bij het strand. Lachend begroet ze een groep passerende tieners, leerlingen van het lyceum waar ze parttime lesgeeft.

‘Heerlijk. Ik heb contact met de jeugd nodig, ik geef ook les aan minderjarigen in gevangenissen. Jongeren zijn de toekomst, zo kan ik zaadjes planten. Omdat ze jong zijn, hebben ze hun dromen. Het maakt me optimistisch, ik vertrouw erop dat de jeugd dingen kan veranderen. Vooral degenen die na de revolutie zijn geboren, zij hebben de dictatuur niet in hun brein. We hadden geen toverstokje in 2011. Het duurt zo twintig jaar om een nieuwe, democratische generatie te vormen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden